Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland
2022-11-18
ECLI:NL:RBNNE:2022:4939
Civiel recht
Wraking
1,475 tokens
Dictum
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Groningen
Wrakingskamer
zaaknummer: C/18/218437 KG RK 22-319
Dictum
van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
[eiser]
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen: verzoeker,
strekkende tot de wraking van
mr. S.B. van Baalen,
rechter in deze rechtbank,
hierna te noemen: de rechter.
Procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit:
het schriftelijke wrakingsverzoek van 11 november 2022;
de schriftelijke reactie van de rechter van 11 november 2022.
2Het wrakingsverzoek
2.1
Het verzoek strekt tot wraking van de rechter in de zaak met nummer 8957677
\ CV EXPL 21-52 tussen verzoeker en [naam]
2.2
Verzoeker heeft blijkens het schriftelijke verzoek aan zijn verzoek ten grondslag gelegd dat hij grote twijfels heeft over de deskundigheid en onpartijdigheid van de rechter. Hiertoe heeft verzoeker aangegeven dat de rechter de door hem ingezonden documenten niet inhoudelijk behandelt en verwerkt in de besluitvorming, dat de rechter van mening is dat de storing het gevolg is van de door verzoeker verrichte werkzaamheden aan de verdelers, dat de rechter voorbijgaat aan de materialen die in de goedgekeurde offerte / overeenkomst vermeld staan en dat de rechter geen oordeel vormt over het feit dat de algemene voorwaarden van [naam] niet correct zijn.
2.2
De rechter heeft laten weten niet in de wraking te berusten en heeft op het verzoek
gereageerd.
Beoordeling
3.1
Een rechter kan alleen gewraakt worden als zich omstandigheden voordoen waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan is sprake als de rechter jegens een procesdeelnemer vooringenomen is of als de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Daarbij is het uitgangspunt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn omdat hij als rechter is aangesteld. Voor het oordeel dat de rechterlijke onpartijdigheid toch schade lijdt, bestaat alleen grond in geval van bijzondere omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het aannemen van (de objectief gerechtvaardigde schijn van) partijdigheid. Uit de wet volgt dat de verzoeker die concrete omstandigheden moet aanvoeren en wel zodra deze aan hem bekend zijn geworden.
3.2
De rechtbank begrijpt de gronden van het wrakingsverzoek zo dat verzoeker zijn bedenkingen heeft bij de regievoering van de behandeling van zijn zaak door de rechter en dat verzoeker twijfelt aan de deskundigheid van de gewraakte rechter. Naar het oordeel van de rechtbank kunnen deze wrakingsgronden niet slagen. Hiertoe overweegt de rechtbank als volgt. Het gesloten stelsel van rechtsmiddelen brengt mee dat een rechterlijke (tussen)beslissing nooit grond kan vormen voor wraking. Het gerecht dat over het wrakingsverzoek moet oordelen (de wrakingskamer) komt geen oordeel toe over de juistheid van de (tussen)beslissing noch over het verzuim te beslissen. Dat oordeel is voorbehouden aan de rechter die in geval van de aanwending van een rechtsmiddel belast is met de behandeling van de zaak (HR 25 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1413). Daarnaast overweegt de rechtbank dat de rechter regie voert over de zaken die aan hem worden voorgelegd. Hierbij heeft de rechter een grote mate van vrijheid bij de bepaling van de wijze van behandelen. Slechts in zeer uitzonderlijke omstandigheden kan in de wijze waarop de rechter die taak heeft ingevuld een grond worden gevonden voor het oordeel dat zij jegens een van de partijen een vooringenomenheid koestert, of dat de bij die partij dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is. Voor die zeer uitzonderlijke omstandigheden heeft de rechtbank geen aanknopingspunten kunnen vinden. Hierbij betrekt de rechtbank dat het de rechter vrij staat om partijen vragen te stellen, waarbij het kan gebeuren dat aan de ene partij meer vragen worden gesteld dan aan de andere partij of dat er meer aandacht wordt besteed aan een bepaald geschilpunt dan aan een ander geschilpunt. Evenmin is gebleken dat er op de zitting dan wel voorafgaand of na de zitting iets is gebeurd of dat de rechter iets heeft gezegd dat aanknopingspunten biedt voor de stelling van verzoeker dat de rechter bij hem de schijn van partijdigheid heeft gewekt.
3.3
Verzoeker heeft in deze procedure reeds meerdere wrakingsverzoeken gedaan die geen van allen zijn gehonoreerd en die hebben geleid tot onredelijke vertraging van de rechtspleging. Naar het oordeel van de rechtbank gebruikt verzoeker het middel van wraking voor een ander doel dan waarvoor het is gegeven of met geen ander doel dan de voortgang van de procedure te frustreren. Daarmee is sprake van misbruik. De rechtbank zal daarom bepalen dat een volgend verzoek tot wraking in deze zaak niet meer in behandeling zal worden genomen.
Dictum
De rechtbank:
wijst het verzoek tot wraking af;
bepaalt dat een volgend wrakingsverzoek in deze zaak niet in behandeling zal worden genomen;
beveelt de onverwijlde mededeling van deze beslissing aan verzoeker en aan
mr. S.B. van Baalen alsmede aan de [naam]
Deze beslissing is gegeven door de mr. Th. A. Wiersma, voorzitter, mr. J.Y.B. Jansen en
mr. L.T. de Jonge, rechters in tegenwoordigheid van de griffier mr. S.I. Havinga en in het openbaar uitgesproken op 18 november 2022.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.