Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland
2020-05-28
ECLI:NL:RBNNE:2020:5209
Bestuursrecht
Herziening
1,406 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD NEDERLAND
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummers:
AWB 20/17
AWB 20/20
AWB 20/21
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen
[verzoeker] te [woonplaats] , verzoeker
en
De Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder.
Procesverloop
Op 8 december 2019 heeft verzoeker de voorzieningenrechter verzocht om herziening van vorengenoemde uitspraken.
Overwegingen
1. De voorzieningenrechter doet zonder zitting uitspraak op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2. Artikel 8:119 van de Awb luidt:
“1. De bestuursrechter kan op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die:
a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,
b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en
c. waren zij bij de bestuursrechter eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.
(…)”
3. Gelet op de tekst en de geschiedenis van de totstandkoming van artikel 8:119 van de Awb is herziening slechts mogelijk van onherroepelijke uitspraken van de rechtbank als bedoeld in afdeling 8.2.6. van de Awb en van uitspraken van de voorzieningenrechter, als bedoeld in artikel 8:86 van de Awb.
4. De uitspraken waar het herzieningsverzoek zich tegen richt zijn gedaan op grond van artikel 8:84, tweede lid, van de Awb, in samenhang met artikel 8:83, derde lid, van de Awb. Omdat de uitspraken niet zijn gedaan op grond van afdeling 8.2.6 van de Awb of op grond van artikel 8:86, eerste lid, van de Awb, staat het rechtsmiddel van herziening niet open en is de voorzieningenrechter niet bevoegd kennis te nemen van het door verzoeker ingediende herzieningsverzoek.
Dictum
De voorzieningenrechter:
verklaart zich onbevoegd.
Deze uitspraak is gedaan door mr. F. Sijens, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van M.J. 't Hart, griffier.
De griffier, De voorzieningenrechter,
Deze uitspraak is gedaan en bekendgemaakt op:
Als gevolg van maatregelen rondom het Corona virus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak voorzover nodig alsnog in het openbaar uitgesproken.
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Inleiding
RECHTBANK NOORD NEDERLAND
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummers:
AWB 20/17
AWB 20/20
AWB 20/21
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen
[verzoeker] te [woonplaats] , verzoeker
en
De Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder.
Procesverloop
Op 8 december 2019 heeft verzoeker de voorzieningenrechter verzocht om herziening van vorengenoemde uitspraken.
Overwegingen
1. De voorzieningenrechter doet zonder zitting uitspraak op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2. Artikel 8:119 van de Awb luidt:
“1. De bestuursrechter kan op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die:
a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,
b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en
c. waren zij bij de bestuursrechter eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.
(…)”
3. Gelet op de tekst en de geschiedenis van de totstandkoming van artikel 8:119 van de Awb is herziening slechts mogelijk van onherroepelijke uitspraken van de rechtbank als bedoeld in afdeling 8.2.6. van de Awb en van uitspraken van de voorzieningenrechter, als bedoeld in artikel 8:86 van de Awb.
4. De uitspraken waar het herzieningsverzoek zich tegen richt zijn gedaan op grond van artikel 8:84, tweede lid, van de Awb, in samenhang met artikel 8:83, derde lid, van de Awb. Omdat de uitspraken niet zijn gedaan op grond van afdeling 8.2.6 van de Awb of op grond van artikel 8:86, eerste lid, van de Awb, staat het rechtsmiddel van herziening niet open en is de voorzieningenrechter niet bevoegd kennis te nemen van het door verzoeker ingediende herzieningsverzoek.
Dictum
De voorzieningenrechter:
verklaart zich onbevoegd.
Deze uitspraak is gedaan door mr. F. Sijens, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van M.J. 't Hart, griffier.
De griffier, De voorzieningenrechter,
Deze uitspraak is gedaan en bekendgemaakt op:
Als gevolg van maatregelen rondom het Corona virus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak voorzover nodig alsnog in het openbaar uitgesproken.
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.