Rechtspraak Rechtbank Noord-Holland 2026-02-04
ECLI:NL:RBNHO:2026:980
RECHTBANK Noord-Holland Civiel recht Zittingsplaats Alkmaar Zaaknummer: C/15/362143 / HA ZA 25-80 Vonnis van 4 februari 2026 in de zaak van ALLIANZ BENELUX N.V. , te Brussel (België), ook kantoorhoudende te Rotterdam, eisende partij, hierna te noemen: Allianz, advocaat: mr. O.B. Zwijnenberg, tegen 1 [de B.V.] , 2. [gedaagde sub 2] , 3. [gedaagde sub 3] , allen te [woonplaats] , gedaagde partijen, hierna samen te noemen: [gedaagden] , advocaat: mr. J.H. Tuit. De zaak in het kort De verzekerde van Allianz, Hurks Bouw B.V. (hierna: Hurks), heeft als aannemer een appartementencomplex met onder andere een parkeergarage gebouwd. [de VOF] is tijdens de bouw ingeschakeld voor de aanleg van de watervoorzieningen in het complex. Onderdeel van die werkzaamheden was het (gedurende twee dagen) doorspoelen van de hoofdwaterleiding. Hurks heeft op 24 september 2021 geconstateerd dat de parkeergarage voor een groot deel onder water stond. Als gevolg daarvan is schade ontstaan. Allianz stelt dat [de VOF] onrechtmatig heeft gehandeld en de schade heeft veroorzaakt. [de VOF] heeft namelijk, volgens Allianz, voor het doorspoelen van de hoofdwaterleiding gebruik gemaakt van een fragiele constructie waardoor de leiding uit positie is geraakt en het water over het bouwterrein heeft kunnen stromen. In deze procedure vordert Allianz schadevergoeding van [de B.V.] als rechtsopvolger van [de VOF] en van [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] als voormalig vennoten van de VOF. [gedaagden] stellen dat [de VOF] als onderaannemer van Hurks is te beschouwen en daardoor meeverzekerde onder de gesloten CAR-polis is. Allianz kan daarom de schade niet op hen verhalen. [gedaagden] betwisten daarnaast dat onrechtmatig is gehandeld. De rechtbank is van oordeel dat voorlopig is bewezen dat [de VOF] inderdaad als onderaannemer van Hurks is te beschouwen en onder de CAR-polis valt. De rechtbank houdt de behandeling van de zaak aan om Allianz in de gelegenheid te stellen tegenbewijs te leveren van deze stelling. De rechtbank oordeelt ook inhoudelijk over de zaak. Als Allianz slaagt in het tegenbewijs en [de VOF] niet als onderaannemer kan worden aangemerkt, dienen [gedaagden] naar het oordeel van de rechtbank 50% van de schade van Allianz te vergoeden. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding (met producties 1 tot en met 8), de conclusie van antwoord (met producties 1 tot en met 3), het tussenvonnis van 28 mei 2025, de brief van 26 november 2025 namens [gedaagden] (met producties 9 en 10), de mondelinge behandeling van 16 december 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. Mr. R. Hinsen, namens Allianz, en mr. Tuit hebben gebruik gemaakt van spreekaantekeningen, die zij tijdens de mondelinge behandeling aan de rechtbank hebben overgelegd. De spreekaantekeningen zijn daarmee onderdeel geworden van de processtukken. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 Feiten 2.1. Hurks Bouw B.V. (hierna: Hurks) heeft in opdracht van Bergwijkstadspark B.V. (hierna: Bergwijkstadspark) een appartementencomplex met een ondergrondse parkeergarage in Diemen gebouwd. Hurks heeft voor deze bouwwerkzaamheden een CAR-verzekering afgesloten bij Allianz. 2.2. Voor de realisatie van de watervoorzieningen in het appartementencomplex is [de VOF] (hierna: de VOF) ingeschakeld. Gedaagden 2 en 3 waren vennoten van de VOF. De VOF is ontbonden en beëindigd op 29 juni 2023 in verband met het voorzetten van de onderneming door [de B.V.] , gedaagde 1. 2.3. De hoofdwaterleiding van het appartementencomplex diende twee dagen lang te worden doorgespoeld. In verband met het doorspoelen heeft de VOF op 22 september 2021 een constructie gemaakt waarbij op de distributieleiding een polyethyleen slang (hierna: PE-slang) was aangesloten. Op deze PE-slang was een koperen leiding bevestigd. Deze koperen leiding was met tape vastgemaakt aan een in de grond geslagen houten paal. Tot de installatie behoorde ook een kraan. 2.4. De kraan is voor het verlaten van de bouwplaats Uit de aannemingsovereenkomst tussen Hurks en Bergwijkstadspark blijkt dat de watervoorzieningen onder de verantwoordelijkheid van Hurks vielen. De VOF heeft dus als onderaannemer van Hurks opgetreden en is daardoor als meeverzekerde onder de CAR-polis te beschouwen. Allianz kan dan daarom geen regres halen op [gedaagden] , aldus [gedaagden] 4.3. Allianz heeft daartegen ingebracht dat de contractuele verhoudingen tussen Hurks en Bergwijkstadspark afwijkend waren van de aannemingsovereenkomst. Volgens Allianz heeft Bergwijkstadspark aan Waternet opgedragen de watervoorzieningen te realiseren en heeft Waternet via BAM de VOF ingeschakeld. De VOF moet daarom als nevenaannemer worden beschouwd en is dus geen medeverzekerde onder de CAR-polis, zodat Allianz regres kan nemen op [gedaagden] 4.4. De rechtbank overweegt als volgt. Op grond van artikel 7:962 lid 3 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) krijgt een verzekeraar (in deze zaak Allianz) geen vordering op de verzekeringsnemer of een meeverzekerde. [gedaagden] stellen dat de VOF is te beschouwen als meeverzekerde en voeren daarmee een bevrijdend verweer. Op [gedaagden] rusten daarom de stelplicht en de bewijslast ten aanzien van de feiten en omstandigheden waarop dit (bevrijdende) verweer is gebaseerd. 4.5. Uit de door Allianz overgelegde CAR-polis en de daarbij behorende voorwaarden blijkt dat naast Hurks als verzekeringsnemer ook aannemers en onderaannemers (artikel 1.3.1.3 van de voorwaarden) of overige bij de uitvoering van het verzekerde interest betrokken partijen (artikel 1.3.1.6. van de voorwaarden) meeverzekerd zijn. Als vast komt te staan dat de VOF onderaannemer was, dan is zij meeverzekerde onder de polis. Artikel 1.3.2. bepaalt dat nevenaannemers slechts meeverzekerd zijn als zij onder de polis zijn aangemeld. Vast staat dat de VOF niet op de polis is aangemeld. Als vast komt te staan dat de VOF nevenaannemer was, dan kan zij niet als meeverzekerde op de CAR-polis worden beschouwd. 4.6. Hurks heeft een aannemingsovereenkomst gesloten met (onder andere) Bergwijkstadspark. In die aannemingsovereenkomst is Hurks aangeduid als aannemer. In de considerans van de aannemingsovereenkomst is onder B opgenomen dat de werkzaamheden bestaan uit ‘ het realiseren, afbouwen, installeren en/of in werking stellen van Blok 22 en Blok 23, (…), hierna te noemen: het Werk ” ’. Op grond van artikel 13.1 van de aannemingsovereenkomst is de aannemer verplicht het werk “sleutelklaar ” op te leveren. Daaronder wordt op grond van artikel 13.1.3 verstaan dat ‘ het Werk/ de appartementen is/zijn gereed en zijn aangesloten op de nutsvoorzieningen waaronder, (…) water (…). Aannemer zorgt voor een tijdige aanvraag van de nutsaansluitingen). ’ Het aansluiten van het werk op watervoorzieningen viel dus op grond van deze aannemingsovereenkomst onder de opdracht van Hurks. 4.7. Vast staat dat de VOF de watervoorzieningen heeft gerealiseerd. Niet in geschil is dat de VOF die opdracht van BAM had gekregen en dat BAM daarvoor was ingeschakeld door Waternet. Het is de rechtbank niet duidelijk geworden of Waternet de opdracht voor het realiseren van de watervoorziening in het appartementencomplex heeft gekregen van Bergwijkstadspark als opdrachtgever van het project, of van Hurks als aannemer wiens taak het volgens de aannemingsovereenkomst was de nutsaansluitingen aan te vragen. Als Hurks Waternet heeft ingeschakeld, moet de VOF als onderaannemer van Hurks worden aangemerkt. Als Bergwijkstadspark Waternet zelf heeft ingeschakeld, dan lijkt de VOF nevenaannemer te zijn. 4.8. Uit de inhoud van de aannemingsovereenkomst tussen Bergwijkstadspark en Hurks, volgt dat aan Hurks opdracht is gegeven voor realisatie van de watervoorzieningen. Daarom acht de rechtbank voorshands bewezen dat de VOF als onderaannemer en dus als meeverzekerde op de CAR-polis is te beschouwen. De rechtbank stelt Allianz in de gelegenheid daarvan tegenbewijs te leveren. De rechtbank zal de behandeling van de zaak daarvoor aanhouden. Wa Vervolgens moet geoordeeld worden of er sprake is van onrechtmatig handelen door de VOF jegens Hurks. Allianz stelt dat dit het geval is, omdat de fragiele constructie die de VOF heeft gemaakt om de hoofdwaterleiding door te spoelen een gevaarzettende situatie heeft gecreëerd. De rechtbank stelt voorop dat de vraag of de veroorzaking van schade door het in het leven roepen van een gevaar onrechtmatig is, moet worden beantwoord aan de hand van de omstandigheden van het geval. Daarbij is van belang (1) hoe waarschijnlijk het is dat de vereiste oplettendheid en voorzichtigheid niet in acht zullen worden genomen, (2) hoe groot de kans is dat daaruit schade ontstaat, (3) de ernst die de gevolgen daarvan kunnen hebben en (4) hoe bezwaarlijk het is om veiligheidsmaatregelen te nemen. 4.15. TOP Expertise wijst in haar rapport als oorzaak voor de wateroverlast aan de fragiele constructie tussen een koperen leiding en een staande houten paal waardoor de leiding uit positie is geraakt. [gedaagden] betwisten dat er sprake is van een instabiele constructie. De rechtbank volgt [gedaagden] niet in dat verweer. Het is juist, zoals [gedaagden] aanvoeren, dat [adviseur] van One Expertise stelt dat op bouwplaatsen vaker vergelijkbare constructies waaraan een kraan is bevestigd worden aangetroffen. Verderop in zijn advies schrijft [adviseur] echter dat hij de mening van TOP Expertise deelt dat dergelijke kranen ‘ dan wel beter verankerd zijn en vastgezet met beugels, niet met tape ’. [adviseur] voegt daaraan toe dat in deze zaak niet vaststaat dat het tapen de oorzaak van het bezwijken is geweest maar hij laat zich verder niet uit wat wel de oorzaak van het uit positie raken van de leiding kan zijn geweest. [gedaagden] stellen enkel dat derden de kraan mogelijk verder open hebben gezet, maar die stelling hebben zij niet onderbouwd zodat de rechtbank daaraan voorbijgaat. De rechtbank neemt daarom als vaststaand aan dat sprake was van een fragiele constructie waardoor de leiding uit positie heeft kunnen raken en het water in de parkeergarage heeft kunnen stromen. 4.16. De kans dat daardoor schade kon ontstaan was wellicht niet heel groot, maar waterschade kan in potentie wel ernstig zijn. Verder kent de rechtbank groot gewicht toe aan het feit dat het niet bezwaarlijk voor de VOF was om veiligheidsmaatregelen te treffen. De VOF had gebruik kunnen maken van simpele goedkope maatregelen om de leiding en de kraan stevig aan de houten paal te bevestigen. Uit de deskundigenrapporten leidt de rechtbank af dat het ook gebruikelijk is dergelijke maatregelen toe te passen. Zo wordt in het rapport van TOP Expertise het gebruik van tie-rips genoemd of het vastzetten met beugels. De rechtbank komt dan ook tot het oordeel dat de sprake was van gevaarzettend handelen van de VOF en dat de VOF onrechtmatig heeft gehandeld tegen Hurks. Causaal verband 4.17. [gedaagden] voeren aan dat de enkele uitstroom van water uit de spoelleiding de gevorderde schade niet heeft kunnen veroorzaken. In dat verband wijzen zij er op dat de materialen die in de parkeergarage op pallets stonden en dat er niet zoveel water in de parkeergarage kan zijn gestroomd dat de pallets onder water konden komen te staan. 4.18. De rechtbank passeert dit verweer. Partijen zijn het erover eens dat de schade bestaat uit met name bereddingskosten en het afvoeren van water, zoals beschreven is in het rapport van TOP Expertise. Zoals hiervoor is overwogen, is die schade ontstaan doordat het water uit de losgeraakte leiding in de parkeergarage is gestroomd. Daarmee is het causaal verband tussen de schadeveroorzakende gebeurtenis en de gevorderde schade gegeven. Aansprakelijkheid [gedaagden] 4.19. In het geval niet komt vast te staan dat de VOF is aan te merken als meeverzekerde onder de CAR-polis, zijn [de B.V.] als rechtsopvolger van de VOF en [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] als voormalig vennoten, aansprakelijk te houden voor de schade die Hurks als gevolg van het onrechtmatig handelen heeft gele