Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2026-03-31
ECLI:NL:RBNHO:2026:5682
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
4,033 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBNHO:2026:5682 text/xml public 2026-05-20T16:06:10 2026-05-20 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2026-03-31 15/004947-20 Uitspraak Eerste aanleg - meervoudig NL Alkmaar Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:5682 text/html public 2026-05-20T16:05:34 2026-05-20 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2026:5682 Rechtbank Noord-Holland , 31-03-2026 / 15/004947-20 Afwijzing van de vordering tot verlenging van de tbs-maatregel. Verlenen zorgmachtiging. RECHTBANK NOORD-HOLLAND Team Straf, zittingsplaats Alkmaar Meervoudige kamer Parketnummer: 15/004947-20 Uitspraakdatum: 31 maart 2026 Beslissing ex artikel 6:6:10 eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv) op de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling met voorwaarden (hierna: de tbs-maatregel) van: [betrokkene] , geboren op [geboortedatum] 1961 te [geboorteplaats] , ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres: [adres] , hierna: de betrokkene, met één jaar. 1 De procedure Bij vonnis van deze rechtbank van 28 juli 2020 is aan de betrokkene de tbs-maatregel met voorwaarden opgelegd, wegens, zakelijk weergegeven, poging tot doodslag. Het vonnis is op 16 oktober 2020 onherroepelijk geworden. De termijn van de tbs-maatregel nam een aanvang op 3 mei 2021. De termijn is laatstelijk verlengd bij beslissing van deze rechtbank van 28 maart 2025 met één jaar. De onderhavige vordering is op 18 februari 2026 bij de rechtbank ingediend. De rechtbank heeft kennisgenomen van de processtukken, waaronder: een advies als bedoeld in artikel 6:6:12, lid 2, Sv, van 15 januari 2026, opgemaakt door A. van de Logt, reclasseringswerker bij GGZ Reclassering Fivoor; een advies als bedoeld in artikel 6:6:12, lid 2, Sv, van 19 december 2025, opgemaakt door I. Maksimovic, psychiater; en een afschrift van de aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van de betrokkene als bedoeld in artikel 6:6:12, lid 1, aanhef en onder b Sv, over de periode tot en met 23 oktober 2025. Daarnaast heeft de rechtbank kennisgenomen van het door het openbaar ministerie op 17 februari 2026 ingediende verzoekschrift tot het verlenen van een zorgmachtiging ten behoeve van de betrokkene, als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) en artikel 2.3 van de Wet forensische zorg (Wfz), en van de daarbij behorende stukken. Op 31 maart 2026 is de vordering op een openbare terechtzitting behandeld. De betrokkene is gehoord, evenals de deskundige van de reclassering, te weten A. van de Logt, en de getuige I. Veldhuis, GZ-psycholoog bij GGZ Noord-Holland-Noord. Verder waren aanwezig de officier van justitie, mr. J.J. van Bree, en de raadsman van de betrokkene mr. J.G. Schmidt, advocaat te Schagen. De behandeling van de vordering tot verlenging van de tbs-maatregel heeft gelijktijdig plaatsgevonden met de behandeling van het verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging. Van het verhandelde tijdens deze zitting is afzonderlijk proces-verbaal opgemaakt. 2 Het advies van de reclassering In het adviesrapport van de reclassering is, samengevat en voor zover relevant, onder meer het volgende opgenomen: De betrokkene heeft in het afgelopen jaar een wisselend beeld laten zien, met periodes van suboptimaal functioneren veroorzaakt door alcoholgebruik. Het vangnet vanuit de zorg en haar sociale omgeving blijkt echter goed in staat deze periodes op te vangen, waarna de betrokkene haar dagelijkse leven kan hervatten. Een goede dagbesteding en het gebruik van Antabus helpen de betrokkene om de periodes van stabiliteit te verlengen. Het toepassen van gezonde copingvaardigheden blijft een aandachtspunt, terwijl haar sociale vangnet sterker is geworden en haar wil om abstinent te blijven groter is. De reclassering heeft in het afgelopen jaar geconstateerd dat de betrokkene geen gewelddadig gedrag heeft laten zien, ondanks haar alcoholgebruik. Het risico op recidive wordt daarom ingeschat als laag. Op basis hiervan adviseert de reclassering de tbs-maatregel met voorwaarden niet te verlengen. De betrokkene blijft echter gevoelig voor alcoholmisbruik, heeft in de afgelopen jaren meerdere terugvallen gehad en heeft de neiging bij alcoholgebruik uit contact te raken. Daarom acht de reclassering psychische hulpverlening noodzakelijk om risico’s tijdig te kunnen signaleren en adviseert zij om een zorgmachtiging op te leggen. De deskundige heeft op de zitting, namens de reclassering, dit advies gehandhaafd en als volgt nader toegelicht. De betrokkene is na het uitbrengen van dit advies teruggevallen in het gebruik van alcohol. Zij is niet uit contact geraakt met de hulpverlening en heeft openheid van zaken gegeven, waardoor zij sneller de benodigde hulp kon krijgen. Deze terugval maakt het advies van de reclassering niet anders. 3 Het advies van de psychiater In het rapport van de psychiater is, samengevat en voor zover relevant, onder meer het volgende opgenomen: Bij de betrokkene is sprake van een neurocognitieve stoornis als gevolg van traumatisch hersenletsel (TIA’s). Daarnaast is sprake van een traumagerelateerde stoornis, momenteel in remissie na EMDR-behandeling, en van een persoonlijkheidsstoornis met borderline en vermijdende trekken. De betrokkene blijft verslavingsgevoelig, maar haar alcoholgebruik blijft binnen de huidige zorgcontext beperkt tot uitglijders en leidt niet tot ontregeling of problemen. Het risico op gewelddadig gedrag vloeit voort uit de problematiek van de betrokkene. Het risico op recidive zou kunnen ontstaan binnen een instabiele (abusievelijke) relatie en onder de omstandigheden dat de betrokkene terug zou vallen in stelselmatig problematisch alcoholgebruik en als er geen sprake zou zijn van professionele ondersteuning. De ambulante begeleiding die de betrokkene krijgt, werkt beschermend. Daarnaast is beschermend dat de traumagerelateerde klachten van de betrokkene zijn verminderd. Dit maakt dat de betrokkene minder kwetsbaar is voor ontregeling. De betrokkene woont naar tevredenheid in haar woning en doet dingen die haar voldoening geven. Daarnaast heeft de betrokkene een netwerk dat weliswaar beperkt is, maar hecht en betrokken. Het gebruik van alcohol is een risicofactor, maar de inschatting is dat het recidiverisico pas zal optreden wanneer sprake is van maatschappelijk verval, verwijdering van het netwerk, de context ‘uit zorg’ en een disfunctionele relatie. Al deze factoren overziend is de inschatting dat het risico op gewelddadig gedrag binnen de huidige zorgcontext laag is. Bij het wegvallen van de zorg, ondersteuning en het behandelkader (in de context ‘uit zorg’) is de inschatting dat het risico op gewelddadig gedrag in eerste instantie laag zal blijven. Pas bij het optreden van de geschetste risicodragende omstandigheden zal het risico op gewelddadig gedrag in de context ‘uit zorg’ kunnen stijgen tot matig. In het kader van het risicomanagement is het nodig dat het alcoholgebruik van de betrokkene niet uit de hand loopt. Duidelijk is dat zij de neiging heeft om alcohol te gebruiken, mede als palliatieve coping, maar zolang dit beperkt blijft, zal dat niet leiden tot een verhoogd risico. Maatschappelijke inbedding, het hebben van een netwerk en ambulante behandeling zijn belangrijke pijlers van het risicomanagement. Het gebruik van Antabus wordt onderschreven en voortzetting van de ambulante begeleiding door het ForACT-team is noodzakelijk voor een adequaat risicomanagement. Gelet op het voorgaande adviseert de psychiater de tbs-maatregel niet te verlengen. De psychiater schrijft dat het optimaal zou zijn om gelijktijdig een zorgmachtiging op te leggen. 4 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat de vordering tot verlenging van de termijn van de tbs-maatregel wordt afgewezen en dat het verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging wordt toegewezen. 5 Het standpunt van de betrokkene De betrokkene is het eens met de vordering van de officier van justitie.
Volledig
ECLI:NL:RBNHO:2026:5682 text/xml public 2026-05-20T16:06:10 2026-05-20 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2026-03-31 15/004947-20 Uitspraak Eerste aanleg - meervoudig NL Alkmaar Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:5682 text/html public 2026-05-20T16:05:34 2026-05-20 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2026:5682 Rechtbank Noord-Holland , 31-03-2026 / 15/004947-20 Afwijzing van de vordering tot verlenging van de tbs-maatregel. Verlenen zorgmachtiging. RECHTBANK NOORD-HOLLAND Team Straf, zittingsplaats Alkmaar Meervoudige kamer Parketnummer: 15/004947-20 Uitspraakdatum: 31 maart 2026 Beslissing ex artikel 6:6:10 eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv) op de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling met voorwaarden (hierna: de tbs-maatregel) van: [betrokkene] , geboren op [geboortedatum] 1961 te [geboorteplaats] , ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres: [adres] , hierna: de betrokkene, met één jaar. 1 De procedure Bij vonnis van deze rechtbank van 28 juli 2020 is aan de betrokkene de tbs-maatregel met voorwaarden opgelegd, wegens, zakelijk weergegeven, poging tot doodslag. Het vonnis is op 16 oktober 2020 onherroepelijk geworden. De termijn van de tbs-maatregel nam een aanvang op 3 mei 2021. De termijn is laatstelijk verlengd bij beslissing van deze rechtbank van 28 maart 2025 met één jaar. De onderhavige vordering is op 18 februari 2026 bij de rechtbank ingediend. De rechtbank heeft kennisgenomen van de processtukken, waaronder: een advies als bedoeld in artikel 6:6:12, lid 2, Sv, van 15 januari 2026, opgemaakt door A. van de Logt, reclasseringswerker bij GGZ Reclassering Fivoor; een advies als bedoeld in artikel 6:6:12, lid 2, Sv, van 19 december 2025, opgemaakt door I. Maksimovic, psychiater; en een afschrift van de aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van de betrokkene als bedoeld in artikel 6:6:12, lid 1, aanhef en onder b Sv, over de periode tot en met 23 oktober 2025. Daarnaast heeft de rechtbank kennisgenomen van het door het openbaar ministerie op 17 februari 2026 ingediende verzoekschrift tot het verlenen van een zorgmachtiging ten behoeve van de betrokkene, als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) en artikel 2.3 van de Wet forensische zorg (Wfz), en van de daarbij behorende stukken. Op 31 maart 2026 is de vordering op een openbare terechtzitting behandeld. De betrokkene is gehoord, evenals de deskundige van de reclassering, te weten A. van de Logt, en de getuige I. Veldhuis, GZ-psycholoog bij GGZ Noord-Holland-Noord. Verder waren aanwezig de officier van justitie, mr. J.J. van Bree, en de raadsman van de betrokkene mr. J.G. Schmidt, advocaat te Schagen. De behandeling van de vordering tot verlenging van de tbs-maatregel heeft gelijktijdig plaatsgevonden met de behandeling van het verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging. Van het verhandelde tijdens deze zitting is afzonderlijk proces-verbaal opgemaakt. 2 Het advies van de reclassering In het adviesrapport van de reclassering is, samengevat en voor zover relevant, onder meer het volgende opgenomen: De betrokkene heeft in het afgelopen jaar een wisselend beeld laten zien, met periodes van suboptimaal functioneren veroorzaakt door alcoholgebruik. Het vangnet vanuit de zorg en haar sociale omgeving blijkt echter goed in staat deze periodes op te vangen, waarna de betrokkene haar dagelijkse leven kan hervatten. Een goede dagbesteding en het gebruik van Antabus helpen de betrokkene om de periodes van stabiliteit te verlengen. Het toepassen van gezonde copingvaardigheden blijft een aandachtspunt, terwijl haar sociale vangnet sterker is geworden en haar wil om abstinent te blijven groter is. De reclassering heeft in het afgelopen jaar geconstateerd dat de betrokkene geen gewelddadig gedrag heeft laten zien, ondanks haar alcoholgebruik. Het risico op recidive wordt daarom ingeschat als laag. Op basis hiervan adviseert de reclassering de tbs-maatregel met voorwaarden niet te verlengen. De betrokkene blijft echter gevoelig voor alcoholmisbruik, heeft in de afgelopen jaren meerdere terugvallen gehad en heeft de neiging bij alcoholgebruik uit contact te raken. Daarom acht de reclassering psychische hulpverlening noodzakelijk om risico’s tijdig te kunnen signaleren en adviseert zij om een zorgmachtiging op te leggen. De deskundige heeft op de zitting, namens de reclassering, dit advies gehandhaafd en als volgt nader toegelicht. De betrokkene is na het uitbrengen van dit advies teruggevallen in het gebruik van alcohol. Zij is niet uit contact geraakt met de hulpverlening en heeft openheid van zaken gegeven, waardoor zij sneller de benodigde hulp kon krijgen. Deze terugval maakt het advies van de reclassering niet anders. 3 Het advies van de psychiater In het rapport van de psychiater is, samengevat en voor zover relevant, onder meer het volgende opgenomen: Bij de betrokkene is sprake van een neurocognitieve stoornis als gevolg van traumatisch hersenletsel (TIA’s). Daarnaast is sprake van een traumagerelateerde stoornis, momenteel in remissie na EMDR-behandeling, en van een persoonlijkheidsstoornis met borderline en vermijdende trekken. De betrokkene blijft verslavingsgevoelig, maar haar alcoholgebruik blijft binnen de huidige zorgcontext beperkt tot uitglijders en leidt niet tot ontregeling of problemen. Het risico op gewelddadig gedrag vloeit voort uit de problematiek van de betrokkene. Het risico op recidive zou kunnen ontstaan binnen een instabiele (abusievelijke) relatie en onder de omstandigheden dat de betrokkene terug zou vallen in stelselmatig problematisch alcoholgebruik en als er geen sprake zou zijn van professionele ondersteuning. De ambulante begeleiding die de betrokkene krijgt, werkt beschermend. Daarnaast is beschermend dat de traumagerelateerde klachten van de betrokkene zijn verminderd. Dit maakt dat de betrokkene minder kwetsbaar is voor ontregeling. De betrokkene woont naar tevredenheid in haar woning en doet dingen die haar voldoening geven. Daarnaast heeft de betrokkene een netwerk dat weliswaar beperkt is, maar hecht en betrokken. Het gebruik van alcohol is een risicofactor, maar de inschatting is dat het recidiverisico pas zal optreden wanneer sprake is van maatschappelijk verval, verwijdering van het netwerk, de context ‘uit zorg’ en een disfunctionele relatie. Al deze factoren overziend is de inschatting dat het risico op gewelddadig gedrag binnen de huidige zorgcontext laag is. Bij het wegvallen van de zorg, ondersteuning en het behandelkader (in de context ‘uit zorg’) is de inschatting dat het risico op gewelddadig gedrag in eerste instantie laag zal blijven. Pas bij het optreden van de geschetste risicodragende omstandigheden zal het risico op gewelddadig gedrag in de context ‘uit zorg’ kunnen stijgen tot matig. In het kader van het risicomanagement is het nodig dat het alcoholgebruik van de betrokkene niet uit de hand loopt. Duidelijk is dat zij de neiging heeft om alcohol te gebruiken, mede als palliatieve coping, maar zolang dit beperkt blijft, zal dat niet leiden tot een verhoogd risico. Maatschappelijke inbedding, het hebben van een netwerk en ambulante behandeling zijn belangrijke pijlers van het risicomanagement. Het gebruik van Antabus wordt onderschreven en voortzetting van de ambulante begeleiding door het ForACT-team is noodzakelijk voor een adequaat risicomanagement. Gelet op het voorgaande adviseert de psychiater de tbs-maatregel niet te verlengen. De psychiater schrijft dat het optimaal zou zijn om gelijktijdig een zorgmachtiging op te leggen. 4 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat de vordering tot verlenging van de termijn van de tbs-maatregel wordt afgewezen en dat het verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging wordt toegewezen. 5 Het standpunt van de betrokkene De betrokkene is het eens met de vordering van de officier van justitie.