Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2026-02-25
ECLI:NL:RBNHO:2026:4275
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Kort geding
2,770 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBNHO:2026:4275 text/xml public 2026-05-19T07:58:40 2026-04-20 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2026-02-25 12018994 \ VV EXPL 25-194 Uitspraak Kort geding NL Haarlem Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:4275 text/html public 2026-05-19T07:58:11 2026-05-19 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2026:4275 Rechtbank Noord-Holland , 25-02-2026 / 12018994 \ VV EXPL 25-194 {gedaagde} heeft geen inhoudelijk verweer gevoerd tegen de vorderingen, zodat deze – behoudens kleine aftrek – toewijsbaar zijn. RECHTBANK NOORD-HOLLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Haarlem Zaaknummer: 12018994 \ VV EXPL 25-194 Vonnis in kort geding van 25 februari 2026 in de zaak van [eiser] , te [plaats 1], eisende partij, hierna te noemen: [eiser], gemachtigde: mr. V.J. Verhulst, tegen [gedaagde] , te [plaats 2], gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde], procederend in persoon. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - de mondelinge behandeling van 11 februari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. 2 De feiten 2.1. [gedaagde] huurt per 1 mei 2024 de autobox gelegen aan de [adres] te [plaats 1], kadastraal bekend gemeente [gemeente], [kadaster nummer] (hierna: de autobox) van [eiser] voor een huurprijs van € 302,50 (inclusief btw) per maand. 2.2. [gedaagde] heeft de huur over de maanden augustus 2025 niet voldaan, zodat tot en met december 2025 een huurachterstand is ontstaan van € 1.512,50. 3 Het geschil 3.1. [eiser] vordert samengevat - ontruiming van de autobox, met veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 1.512,50 aan huurachterstand, € 302,50 per maand met ingang van 1 januari 2026 tot het moment van ontruiming en € 5.000,00 aan contractuele boetes, vermeerderd met rente en kosten. 3.2. [gedaagde] heeft geen inhoudelijk verweer gevoerd tegen de vorderingen. 3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4 De beoordeling Het juridisch kader 4.1. De kantonrechter stelt in dit kader voorop dat een bij voorlopige voorziening bevolen ontruiming een maatregel is, die diep ingrijpt in het gebruiksrecht en de daarmee verbonden huurbescherming van de huurder. Bij de beoordeling van een dergelijke vordering moet - volgens vaste jurisprudentie - grote terughoudendheid worden betracht, gelet op de omstandigheid dat in een kortgedingprocedure geen plaats is voor een - diepgaand - onderzoek naar bestreden feiten en gezien de vergaande, veelal onomkeerbare gevolgen van een ontruiming in kort geding, zoals in deze zaak aan de orde is. De vorderingen zijn toewijsbaar 4.2. [gedaagde] heeft geen inhoudelijk verweer gevoerd tegen de vorderingen, zodat deze – behoudens het navolgende – toewijsbaar zijn. Daarbij wordt de ontruimingstermijn vastgesteld op veertien dagen, omdat de kantonrechter dit redelijk acht. Dat [gedaagde] (1) langere tijd in het ziekenhuis heeft verbleven en (2) tijdens zijn verblijven in het buitenland niet altijd bereikbaar was of in staat bleek de huur tijdig te voldoen, zijn omstandigheden die niet tot een ander oordeel leiden. 4.3. [eiser] heeft tijdens de mondelinge behandeling toegelicht dat de huur voor de maanden januari en februari 2026 niet door [gedaagde] zijn voldaan, zodat de huurachterstand in totaal € 2.153,80 zou bedragen. Daarbij is [eiser] ten onrechte uitgegaan van een huurtermijn van € 320,50 in plaats van € 302,50. De huurachterstand tot en met februari 2026 bedraagt € 2.117,50, zodat de vordering tot betaling van de huurachterstand tot dit bedrag toewijsbaar is. Ook de vordering tot betaling van de lopende huur vanaf 1 maart 2026 tot en met het eind van de maand waarin ontruiming plaatsvindt, is daarom toewijsbaar tot een bedrag van € 302,50 per maand. 4.4. [gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 119,40 - griffierecht € 90,00 - salaris gemachtigde € 577,00 - nakosten € 108,50 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 894,90 4.5. De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing. 5 De beslissing De kantonrechter 5.1. veroordeelt [gedaagde] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis de autobox aan [adres] te [plaats 1], kadastraal bekend gemeente [gemeente], [kadaster nummer] te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van [eiser] zijn, en de sleutels af te geven aan [eiser], 5.2. veroordeelt [gedaagde] om te betalen aan [eiser]: a. a) € 2.117,50 aan achterstallige huur tot en met februari 2026, b) € 302,50 per maand vanaf 1 maart 2026 tot en met het eind van de maand waarin de daadwerkelijke ontruiming heeft plaatsgevonden, c) € 5.000,00 aan contractuele boetes, 5.3. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 894,90, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 5.4. veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald, 5.5. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper en in het openbaar uitgesproken op 25 februari 2026. Als bedoeld in artikel 6:119 van het Burgerlijk Wetboek.
Volledig
ECLI:NL:RBNHO:2026:4275 text/xml public 2026-05-19T07:58:40 2026-04-20 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2026-02-25 12018994 \ VV EXPL 25-194 Uitspraak Kort geding NL Haarlem Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:4275 text/html public 2026-05-19T07:58:11 2026-05-19 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2026:4275 Rechtbank Noord-Holland , 25-02-2026 / 12018994 \ VV EXPL 25-194 {gedaagde} heeft geen inhoudelijk verweer gevoerd tegen de vorderingen, zodat deze – behoudens kleine aftrek – toewijsbaar zijn. RECHTBANK NOORD-HOLLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Haarlem Zaaknummer: 12018994 \ VV EXPL 25-194 Vonnis in kort geding van 25 februari 2026 in de zaak van [eiser] , te [plaats 1], eisende partij, hierna te noemen: [eiser], gemachtigde: mr. V.J. Verhulst, tegen [gedaagde] , te [plaats 2], gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde], procederend in persoon. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - de mondelinge behandeling van 11 februari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. 2 De feiten 2.1. [gedaagde] huurt per 1 mei 2024 de autobox gelegen aan de [adres] te [plaats 1], kadastraal bekend gemeente [gemeente], [kadaster nummer] (hierna: de autobox) van [eiser] voor een huurprijs van € 302,50 (inclusief btw) per maand. 2.2. [gedaagde] heeft de huur over de maanden augustus 2025 niet voldaan, zodat tot en met december 2025 een huurachterstand is ontstaan van € 1.512,50. 3 Het geschil 3.1. [eiser] vordert samengevat - ontruiming van de autobox, met veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 1.512,50 aan huurachterstand, € 302,50 per maand met ingang van 1 januari 2026 tot het moment van ontruiming en € 5.000,00 aan contractuele boetes, vermeerderd met rente en kosten. 3.2. [gedaagde] heeft geen inhoudelijk verweer gevoerd tegen de vorderingen. 3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4 De beoordeling Het juridisch kader 4.1. De kantonrechter stelt in dit kader voorop dat een bij voorlopige voorziening bevolen ontruiming een maatregel is, die diep ingrijpt in het gebruiksrecht en de daarmee verbonden huurbescherming van de huurder. Bij de beoordeling van een dergelijke vordering moet - volgens vaste jurisprudentie - grote terughoudendheid worden betracht, gelet op de omstandigheid dat in een kortgedingprocedure geen plaats is voor een - diepgaand - onderzoek naar bestreden feiten en gezien de vergaande, veelal onomkeerbare gevolgen van een ontruiming in kort geding, zoals in deze zaak aan de orde is. De vorderingen zijn toewijsbaar 4.2. [gedaagde] heeft geen inhoudelijk verweer gevoerd tegen de vorderingen, zodat deze – behoudens het navolgende – toewijsbaar zijn. Daarbij wordt de ontruimingstermijn vastgesteld op veertien dagen, omdat de kantonrechter dit redelijk acht. Dat [gedaagde] (1) langere tijd in het ziekenhuis heeft verbleven en (2) tijdens zijn verblijven in het buitenland niet altijd bereikbaar was of in staat bleek de huur tijdig te voldoen, zijn omstandigheden die niet tot een ander oordeel leiden. 4.3. [eiser] heeft tijdens de mondelinge behandeling toegelicht dat de huur voor de maanden januari en februari 2026 niet door [gedaagde] zijn voldaan, zodat de huurachterstand in totaal € 2.153,80 zou bedragen. Daarbij is [eiser] ten onrechte uitgegaan van een huurtermijn van € 320,50 in plaats van € 302,50. De huurachterstand tot en met februari 2026 bedraagt € 2.117,50, zodat de vordering tot betaling van de huurachterstand tot dit bedrag toewijsbaar is. Ook de vordering tot betaling van de lopende huur vanaf 1 maart 2026 tot en met het eind van de maand waarin ontruiming plaatsvindt, is daarom toewijsbaar tot een bedrag van € 302,50 per maand. 4.4. [gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 119,40 - griffierecht € 90,00 - salaris gemachtigde € 577,00 - nakosten € 108,50 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 894,90 4.5. De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing. 5 De beslissing De kantonrechter 5.1. veroordeelt [gedaagde] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis de autobox aan [adres] te [plaats 1], kadastraal bekend gemeente [gemeente], [kadaster nummer] te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van [eiser] zijn, en de sleutels af te geven aan [eiser], 5.2. veroordeelt [gedaagde] om te betalen aan [eiser]: a. a) € 2.117,50 aan achterstallige huur tot en met februari 2026, b) € 302,50 per maand vanaf 1 maart 2026 tot en met het eind van de maand waarin de daadwerkelijke ontruiming heeft plaatsgevonden, c) € 5.000,00 aan contractuele boetes, 5.3. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 894,90, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 5.4. veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald, 5.5. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper en in het openbaar uitgesproken op 25 februari 2026. Als bedoeld in artikel 6:119 van het Burgerlijk Wetboek.