Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2026-03-25
ECLI:NL:RBNHO:2026:4271
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
4,051 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBNHO:2026:4271 text/xml public 2026-05-18T14:42:18 2026-04-20 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2026-03-25 11896437 \ CV EXPL 25-6432 Uitspraak Bodemzaak NL Haarlem Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:4271 text/html public 2026-05-18T14:41:57 2026-05-18 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2026:4271 Rechtbank Noord-Holland , 25-03-2026 / 11896437 \ CV EXPL 25-6432 De gevorderde betaling van de huurachterstand, dan wel gebruiksvergoeding, als ook de contractuele boetes zijn toewijsbaar. De gevorderde netwerkbeheerkosten, verbruikskosten en deurwaarderskosten niet. RECHTBANK NOORD-HOLLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Haarlem Zaaknummer: 11896437 \ CV EXPL 25-6432 Vonnis van 25 maart 2026 in de zaak van FORUM CAPITAL B.V. , te Rotterdam, eisende partij, hierna te noemen: FC, gemachtigde: mr. P.L. Visser, tegen THE BLUE ZONE HOOFDDORP B.V. , te Hillegom, gedaagde partij, hierna te noemen: TBZ, vertegenwoordigd door: M.A.E. van der Linden. De zaak in het kort De gevorderde betaling van de huurachterstand, dan wel gebruiksvergoeding, als ook de contractuele boetes zijn toewijsbaar. De gevorderde netwerkbeheerkosten, verbruikskosten en deurwaarderskosten niet. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 19 september 2025 - de conclusie van antwoord van 22 oktober 2025 - de akte houdende eiswijziging, tevens overlegging aanvullende productie - het tussenvonnis van 12 november 2025 - de mondelinge behandeling van 10 maart 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt - de spreekaantekeningen die namens FC zijn overgelegd en voorgedragen. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De feiten 2.1. FC verhuurde met ingang van 1 september 2008 aan (voorheen MaiVilla B.V., thans) TBZ de bedrijfsruimte aan het adres Kruisweg 883 in Hoofddorp (hierna: het gehuurde) voor de duur van 15 jaar. Op deze huurovereenkomst zijn algemene voorwaarden van toepassing. 2.2. Bij Allonge I zijn partijen een verlenging van één jaar overeengekomen, waarin is opgenomen dat de huurovereenkomst eindigt per 1 september 2024 zonder dat opzegging vereist is. Bij Allonge II zijn partijen overeengekomen dat “(…) de Huurovereenkomst met wederzijds goedvinden zal eindigen op 31 augustus 2025 (zonder dat daartoe een opzegging is vereist) (…)”. 2.3. TBZ heeft (een deel van) de huur niet betaald. FC heeft TBZ onder meer op 19 maart 2026 aangemaand om aan haar betalingsverplichtingen te voldoen. 2.4. TBZ heeft het gehuurde op 16 januari 2026 aan FC opgeleverd. 3 Het geschil 3.1. FC vordert – na wijziging van eis – betaling van € 155.400,00 aan huurachterstand, € 42.596,77 aan huurachterstand dan wel gebruiksvergoeding, € 22.584,00 aan contractuele boetes, € 1.718,08 aan schadevergoeding bestaande uit netwerkbeheerkosten en energieverbruik en de deurwaarderskosten , met veroordeling van TBZ in de rente en kosten. 3.2. FC legt aan de vordering het volgende ten grondslag. TBZ is in haar verplichtingen als huurder tekortgeschoten, door niet (volledig) aan haar betalingsverplichting te voldoen. Niet alleen moet TBZ deze achterstand voldoen, ook de daardoor verbeurde boetes moet TBZ betalen. Daarnaast heeft Liander N.V. (hierna: Liander) FC aangesproken ter zake van de netbeheerkosten en de verbruikskosten over de periode juni 2025 tot en met december 2025 voor een bedrag van € 1.718,08 exclusief btw. Ook deze kosten worden in deze procedure gevorderd. 3.3. TBZ voert verweer. TBZ erkent de huurachterstand, maar voert aan dat hij de netbeheerkosten en verbruikskosten niet is verschuldigd. Verder verzoekt TBZ de kantonrechter om de contractuele boetes te matigen. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4 De beoordeling TBZ moet de huurachterstand, gebruiksvergoeding en contractuele boetes betalen 4.1. TBZ heeft tijdens de mondelinge behandeling erkend dat zij een bedrag van € 197.966,77 aan huurachterstand dan wel gebruiksvergoeding is verschuldigd. De kantonrechter zal de gevorderde betaling hiervan dan ook toewijzen. 4.2. De kantonrechter ziet daarnaast geen aanleiding om de gevorderde boetes te matigen, zodat de vordering tot betaling van € 22.584,00 ook toewijsbaar is. TBZ hoeft de netwerkbeheerkosten, verbruikskosten en deurwaarderskosten niet te betalen 4.3. FC vordert betaling van de door Liander bij haar in rekening gebrachte netwerkbeheerkosten en verbruikskosten. TBZ heeft tijdens de mondelinge behandeling uitvoerig toegelicht dat deze problematiek met Liander al langer speelt, omdat Liander het gehuurde blijft verwarren met een naastgelegen “hokje” dat wordt gebruikt voor de nabijgelegen zendmast, liggend aan de Kruisweg 883a. De meters van beide adressen zijn verwisseld, waardoor het in de administratie van Liander lijkt alsof aan het gehuurde geen energieleverancier is gekoppeld. Dit probleem heeft TBZ al meerdere keren aangekaart bij Liander, maar het probleem blijft zich voordoen, aldus TBZ. Daarmee heeft zij de verschuldigdheid van deze kosten gemotiveerd betwist. FC heeft het voorgaande ook niet weersproken. Daarom is dit deel van de vordering niet toewijsbaar. 4.4. FC vordert de deurwaarderskosten , waaronder begrepen alle kosten van ontruiming. Nu vaststaat dat TBZ het gehuurde op 16 januari 2026 aan FC heeft opgeleverd, zijn deze kosten niet toewijsbaar. TBZ moet de rente en kosten betalen 4.5. De rente over de huurachterstand dan wel gebruiksvergoeding en contractuele boetes is toewijsbaar zoals gevorderd. 4.6. FC vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). FC heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. FC heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. Daarom zal een bedrag van € 2.554,84 worden toegewezen. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke incassokosten zal worden toegewezen. 4.7. TBZ is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van FC worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 122,35 - griffierecht € 1.461,00 - salaris gemachtigde € 2.020,00 (2 punten × € 1.010,00) - nakosten € 144,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 3.747,35 4.8. De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing. 5 De beslissing De kantonrechter 5.1. veroordeelt TBZ om te betalen aan FC: - € 155.400,00, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 1 september 2025 tot aan de dag der algehele voldoening, - € 42.596,77, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 4 februari 2026 tot aan de dag der algehele voldoening, - € 22.584,00, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 1 september 2025 tot aan de dag der algehele voldoening, 5.2. veroordeelt TBZ om aan FC te betalen een bedrag van € 2.554,84 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente , vanaf de dag van dagvaarding, tot de dag van volledige betaling, 5.3. veroordeelt TBZ in de proceskosten van € 3.747,35, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als TBZ niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 5.4. veroordeelt TBZ tot betaling van de wettelijke rente over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald, 5.5. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, 5.6. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper en in het openbaar uitgesproken op 25 maart 2026. Als bedoeld in artikel 240 Rv. € 155.400,00 + € 42.596,77 = € 197.966,77. Als bedoeld in artikel 240 Rv. Als bedoeld in artikel 6:119a BW. Als bedoeld in artikel 6:119a BW. Als bedoeld in artikel 6:119a BW. Als bedoeld in artikel 6:119 BW. Als bedoeld in artikel 6:119 BW.
Volledig
ECLI:NL:RBNHO:2026:4271 text/xml public 2026-05-18T14:42:18 2026-04-20 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2026-03-25 11896437 \ CV EXPL 25-6432 Uitspraak Bodemzaak NL Haarlem Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:4271 text/html public 2026-05-18T14:41:57 2026-05-18 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2026:4271 Rechtbank Noord-Holland , 25-03-2026 / 11896437 \ CV EXPL 25-6432 De gevorderde betaling van de huurachterstand, dan wel gebruiksvergoeding, als ook de contractuele boetes zijn toewijsbaar. De gevorderde netwerkbeheerkosten, verbruikskosten en deurwaarderskosten niet. RECHTBANK NOORD-HOLLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Haarlem Zaaknummer: 11896437 \ CV EXPL 25-6432 Vonnis van 25 maart 2026 in de zaak van FORUM CAPITAL B.V. , te Rotterdam, eisende partij, hierna te noemen: FC, gemachtigde: mr. P.L. Visser, tegen THE BLUE ZONE HOOFDDORP B.V. , te Hillegom, gedaagde partij, hierna te noemen: TBZ, vertegenwoordigd door: M.A.E. van der Linden. De zaak in het kort De gevorderde betaling van de huurachterstand, dan wel gebruiksvergoeding, als ook de contractuele boetes zijn toewijsbaar. De gevorderde netwerkbeheerkosten, verbruikskosten en deurwaarderskosten niet. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 19 september 2025 - de conclusie van antwoord van 22 oktober 2025 - de akte houdende eiswijziging, tevens overlegging aanvullende productie - het tussenvonnis van 12 november 2025 - de mondelinge behandeling van 10 maart 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt - de spreekaantekeningen die namens FC zijn overgelegd en voorgedragen. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De feiten 2.1. FC verhuurde met ingang van 1 september 2008 aan (voorheen MaiVilla B.V., thans) TBZ de bedrijfsruimte aan het adres Kruisweg 883 in Hoofddorp (hierna: het gehuurde) voor de duur van 15 jaar. Op deze huurovereenkomst zijn algemene voorwaarden van toepassing. 2.2. Bij Allonge I zijn partijen een verlenging van één jaar overeengekomen, waarin is opgenomen dat de huurovereenkomst eindigt per 1 september 2024 zonder dat opzegging vereist is. Bij Allonge II zijn partijen overeengekomen dat “(…) de Huurovereenkomst met wederzijds goedvinden zal eindigen op 31 augustus 2025 (zonder dat daartoe een opzegging is vereist) (…)”. 2.3. TBZ heeft (een deel van) de huur niet betaald. FC heeft TBZ onder meer op 19 maart 2026 aangemaand om aan haar betalingsverplichtingen te voldoen. 2.4. TBZ heeft het gehuurde op 16 januari 2026 aan FC opgeleverd. 3 Het geschil 3.1. FC vordert – na wijziging van eis – betaling van € 155.400,00 aan huurachterstand, € 42.596,77 aan huurachterstand dan wel gebruiksvergoeding, € 22.584,00 aan contractuele boetes, € 1.718,08 aan schadevergoeding bestaande uit netwerkbeheerkosten en energieverbruik en de deurwaarderskosten , met veroordeling van TBZ in de rente en kosten. 3.2. FC legt aan de vordering het volgende ten grondslag. TBZ is in haar verplichtingen als huurder tekortgeschoten, door niet (volledig) aan haar betalingsverplichting te voldoen. Niet alleen moet TBZ deze achterstand voldoen, ook de daardoor verbeurde boetes moet TBZ betalen. Daarnaast heeft Liander N.V. (hierna: Liander) FC aangesproken ter zake van de netbeheerkosten en de verbruikskosten over de periode juni 2025 tot en met december 2025 voor een bedrag van € 1.718,08 exclusief btw. Ook deze kosten worden in deze procedure gevorderd. 3.3. TBZ voert verweer. TBZ erkent de huurachterstand, maar voert aan dat hij de netbeheerkosten en verbruikskosten niet is verschuldigd. Verder verzoekt TBZ de kantonrechter om de contractuele boetes te matigen. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4 De beoordeling TBZ moet de huurachterstand, gebruiksvergoeding en contractuele boetes betalen 4.1. TBZ heeft tijdens de mondelinge behandeling erkend dat zij een bedrag van € 197.966,77 aan huurachterstand dan wel gebruiksvergoeding is verschuldigd. De kantonrechter zal de gevorderde betaling hiervan dan ook toewijzen. 4.2. De kantonrechter ziet daarnaast geen aanleiding om de gevorderde boetes te matigen, zodat de vordering tot betaling van € 22.584,00 ook toewijsbaar is. TBZ hoeft de netwerkbeheerkosten, verbruikskosten en deurwaarderskosten niet te betalen 4.3. FC vordert betaling van de door Liander bij haar in rekening gebrachte netwerkbeheerkosten en verbruikskosten. TBZ heeft tijdens de mondelinge behandeling uitvoerig toegelicht dat deze problematiek met Liander al langer speelt, omdat Liander het gehuurde blijft verwarren met een naastgelegen “hokje” dat wordt gebruikt voor de nabijgelegen zendmast, liggend aan de Kruisweg 883a. De meters van beide adressen zijn verwisseld, waardoor het in de administratie van Liander lijkt alsof aan het gehuurde geen energieleverancier is gekoppeld. Dit probleem heeft TBZ al meerdere keren aangekaart bij Liander, maar het probleem blijft zich voordoen, aldus TBZ. Daarmee heeft zij de verschuldigdheid van deze kosten gemotiveerd betwist. FC heeft het voorgaande ook niet weersproken. Daarom is dit deel van de vordering niet toewijsbaar. 4.4. FC vordert de deurwaarderskosten , waaronder begrepen alle kosten van ontruiming. Nu vaststaat dat TBZ het gehuurde op 16 januari 2026 aan FC heeft opgeleverd, zijn deze kosten niet toewijsbaar. TBZ moet de rente en kosten betalen 4.5. De rente over de huurachterstand dan wel gebruiksvergoeding en contractuele boetes is toewijsbaar zoals gevorderd. 4.6. FC vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). FC heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. FC heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. Daarom zal een bedrag van € 2.554,84 worden toegewezen. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke incassokosten zal worden toegewezen. 4.7. TBZ is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van FC worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 122,35 - griffierecht € 1.461,00 - salaris gemachtigde € 2.020,00 (2 punten × € 1.010,00) - nakosten € 144,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 3.747,35 4.8. De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing. 5 De beslissing De kantonrechter 5.1. veroordeelt TBZ om te betalen aan FC: - € 155.400,00, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 1 september 2025 tot aan de dag der algehele voldoening, - € 42.596,77, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 4 februari 2026 tot aan de dag der algehele voldoening, - € 22.584,00, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 1 september 2025 tot aan de dag der algehele voldoening, 5.2. veroordeelt TBZ om aan FC te betalen een bedrag van € 2.554,84 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente , vanaf de dag van dagvaarding, tot de dag van volledige betaling, 5.3. veroordeelt TBZ in de proceskosten van € 3.747,35, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als TBZ niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 5.4. veroordeelt TBZ tot betaling van de wettelijke rente over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald, 5.5. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, 5.6. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper en in het openbaar uitgesproken op 25 maart 2026. Als bedoeld in artikel 240 Rv. € 155.400,00 + € 42.596,77 = € 197.966,77. Als bedoeld in artikel 240 Rv. Als bedoeld in artikel 6:119a BW. Als bedoeld in artikel 6:119a BW. Als bedoeld in artikel 6:119a BW. Als bedoeld in artikel 6:119 BW. Als bedoeld in artikel 6:119 BW.