Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2026-01-28
ECLI:NL:RBNHO:2026:2758
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
1,659 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBNHO:2026:2758 text/xml public 2026-03-30T08:26:13 2026-03-17 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2026-01-28 11250813 \ CV EXPL 24-5521 Uitspraak Bodemzaak NL Haarlem Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:2758 text/html public 2026-03-30T08:25:59 2026-03-30 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2026:2758 Rechtbank Noord-Holland , 28-01-2026 / 11250813 \ CV EXPL 24-5521 Luchtvaart. De passagiers hebben van de vervoerder (onder meer) compensatie gevraagd vanwege een instapweigering. De vervoerder voert aan dat er geen sprake was van een instapweigering en dat de passagiers zelf te laat bij de gate waren. Het verweer van de vervoerder slaagt. Het is de eigen verantwoordelijkheid van de passagiers om op tijd bij de gate te zijn. De vordering van de passagiers wordt daarom afgewezen. RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 11250813 \ CV EXPL 24-5521 Uitspraakdatum: 28 januari 2026 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: 1 [eiser 1] 2. [eiser 2] beiden wonende te [plaats] (België) eisers hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers gemachtigde: mr. J.A.J. Hooymayers (ADDVO Advocaten) tegen de commanditaire vennootschap Transavia Airlines C.V. gevestigd te Schiphol gedaagde hierna te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. L. Kloot (LVH Advocaten) De zaak in het kort De passagiers hebben van de vervoerder (onder meer) compensatie gevraagd vanwege een instapweigering. De vervoerder voert aan er geen sprake was van een instapweigering en dat de passagiers zelf te laat bij de gate waren. Het verweer van de vervoerder slaagt. Het is de eigen verantwoordelijkheid van de passagiers om op tijd bij de gate te zijn. De vordering van de passagiers wordt daarom afgewezen. 1 Het procesverloop 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding: - de conclusie van antwoord; - de conclusie van repliek; - de conclusie van dupliek; - de akte eisers. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De feiten 2.1. De passagiers hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 10 juli 2022 vervoeren van Eindhoven Airport naar Barcelona (Spanje), met vlucht H649FI (hierna: de vlucht). 2.2. De passagiers hebben compensatie en schadevergoeding van de vervoerder gevorderd. 2.3. De vervoerder heeft niet uitbetaald. 3 Het geschil 3.1. De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van: - € 4.951,12, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 17 juli 2024 tot aan de dag der algehele voldoening; - € 620,00, aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente; - de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente. 3.2. De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege een instapweigering moet compenseren met een bedrag van € 250,00 per passagier (artikel 7 van de Verordening). Ook vorderen zij de terugbetaling van de ticketprijzen van de vlucht (artikel 8 van de Verordening). De passagiers stellen ten slotte dat de vervoerder is tekortgekomen in de nakoming van hun overeenkomst door hen de instap te weigeren. Hierdoor hebben zij schade geleden die vergoed moet worden (artikel 6:74 BW). 3.3. De vervoerder voert verweer en betwist de vordering. Hij voert aan dat er geen sprake was van instapweigering en dat hij daarom ook geen compensatie, dan wel schadevergoeding verschuldigd is aan de passagiers. 4 De beoordeling 4.1. De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat zij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. 4.2. De passagiers stellen dat zij een bevestigde boeking hadden en zich tijdig bij de incheckbalie hebben gemeld. De vervoerder betwist niet dat de passagiers tijdig bij de incheckbalie waren maar voert aan dat de passagiers vervolgens zelf te laat zijn aangekomen bij de gate. Daarom zijn zij niet meegenomen op de vlucht. Zij zijn dan ook geregistreerd als ‘no-show’. Dat de passagiers niet op tijd bij de gate waren vanwege de security op Eindhoven Airport kan niet aan de vervoerder worden toegerekend, aldus de vervoerder. 4.3. Het verweer van de vervoerder slaagt. Hij heeft voldoende gemotiveerd betwist dat hij de passagiers de instap heeft geweigerd. Zij waren immers pas bij de gate nadat deze gesloten was. De verantwoordelijkheid om tijdig bij de gate te zijn ligt bij de passagiers, hetgeen zij hebben nagelaten. Dat de oorzaak hiervan de drukte bij de beveiliging op Eindhoven Airport was, maakt dit niet anders. De vordering van de passagiers tot compensatie wordt daarom afgewezen. De passagiers hebben ook geen recht op de terugbetaling van de vliegtickets. Dit recht ontstaat immers pas nadat er sprake is geweest van een instapweigering. De vordering van de passagiers met betrekking tot de terugbetaling van de vliegtickets wordt daarom ook afgewezen. 4.4. De passagiers vorderen op basis van artikel 6:74 BW ook terugbetaling van de kosten voor de parking bij de luchthaven, de kosten voor hotelovernachtingen op hun vakantie, de kosten van een niet genoten cruise en de kosten van de vliegticket van Rome naar Eindhoven. Het staat vast dat de vervoerder niet verweten kan worden dat de passagiers hun vlucht hebben gemist. Er is dus geen sprake van een tekortkoming in de nakoming van de vervoersovereenkomst door de vervoerder. Ook dit deel van de vordering moet daarom worden afgewezen. 4.5. De passagiers worden in het ongelijk gesteld. Daarom zullen zij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt. 5 De beslissing De kantonrechter: 5.1. wijst de vordering af; 5.2. veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 678,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 135,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt , 5.3. verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. S. Kleij, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter In de zin van artikel 8 van de Verordening.