Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2026-03-04
ECLI:NL:RBNHO:2026:2649
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,995 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBNHO:2026:2649 text/xml public 2026-03-20T08:37:42 2026-03-13 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2026-03-04 C/15/372867 / FA RK 25-6449 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Alkmaar Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:2649 text/html public 2026-03-20T08:37:24 2026-03-20 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2026:2649 Rechtbank Noord-Holland , 04-03-2026 / C/15/372867 / FA RK 25-6449 Aan betrokkene is een zorgmachtiging verleend voor de duur van 1 jaar. Betrokkene verzoekt op grond van artikel 8:18 van de Wvggz om tussentijdse beëindiging van de zorgmachtiging, maar dat verzoek is afgewezen door de geneesheer-directeur. Vervolgens is het verzoek op grond van artikel 8:19 van de Wvggz door de officier van justitie ter beoordeling aan de rechtbank voorgelegd. Ook de rechtbank wijst het verzoek af. De rechtbank verwacht dat betrokkene zonder zorgmachtiging niet lang medicatietrouw zal zijn en dat er opnieuw ernstig nadeel zal optreden. RECHTBANK NOORD-HOLLAND Familie en Jeugd locatie Alkmaar Beslissing over een verzoek tot beëindiging van verplichte zorg (artikel 8:19 Wvggz) zaak-/rekestnr.: C/15/372867 / FA RK 25-6449 beschikking van de enkelvoudige kamer van 4 maart 2026 , naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek voor het beëindigen van de verplichte zorg op grond van een zorgmachtiging, welk verzoek berust op artikel 8:19 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz), ten aanzien van: [betrokkene] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] ( [land] ), wonende te [plaats] , hierna: betrokkene, advocaat mr. R.J. Wortelboer, kantoorhoudende te Heerhugowaard. 1 Procedure 1.1. Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 17 december 2025, heeft de officier van justitie de rechtbank verzocht om te oordelen over het verzoek van betrokkene tot het (tussentijds) beëindigen van de verplichte zorg, zoals die ten aanzien van betrokkene wordt verleend op basis van de bij beschikking van 25 juni 2025 aan hem verleende zorgmachtiging. 1.2. Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd: - een uittreksel justitiële documentatie van 24 april 2025; - een afschrift van de beschikking 25 juni 2025 tot verlening van een zorgmachtiging aan betrokkene, die geldig is tot en met 25 juni 2026; - het verzoek van betrokkene tot beëindiging van de verplichte zorg van 5 november 2025; - de beslissing van de geneesheer-directeur van 13 november 2025; - de aanvraag van de advocaat van betrokkene van 27 november 2025; - de medische verklaring van 12 december 2025; - een informatierapport Wvggz van de politie van 16 december 2025; - de verklaring niet voorkomen in het curatele- en bewindregister van 17 december 2025. 1.3. De mondelinge behandeling van het verzoek heeft in eerste instantie plaatsgevonden op 31 december 2025 in het Centrum voor de Geestelijke Gezondheidszorg Noord-Holland Noord, locatie Stede Broec, te [adres] en vervolgens heeft de voortgezette mondelinge behandeling plaatsgevonden op 4 maart 2026 in het gerechtsgebouw van de rechtbank Noord-Holland te Alkmaar. 1.4. De rechtbank heeft op 4 maart 2026 de volgende personen gehoord: - betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat; - [casemanager] , casemanager. 1.5. De officier van justitie heeft aangegeven niet ter zitting te zullen verschijnen. 2 Feiten 2.1. Er is op 31 december 2025 een proces-verbaal van de op die dag gehouden zitting opgemaakt, waarbij de rechtbank de mondelinge behandeling van het verzoek van de officier van justitie op verzoek van betrokkene heeft aangehouden teneinde de persoonlijk begeleider in de gelegenheid te stellen om het verzoek ter zitting toe te lichten. 2.2. De rechtbank heeft bij beschikking van 25 juni 2025 ten aanzien van betrokkene een zorgmachtiging voor de duur van twaalf maanden verleend die geldig is tot en met 25 juni 2026. 2.3. Betrokkene heeft op 5 november 2025 op grond van artikel 8:18, eerste lid, van de Wvggz een aanvraag ingediend bij de geneesheer-directeur en hem verzocht om de verplichte zorg die op grond van voornoemde zorgmachtiging wordt verleend te beëindigen. 2.4. De geneesheer-directeur heeft bij beslissing van 13 november 2025 aan betrokkene meegedeeld dat hij de verplichte zorg niet zal beëindigen, omdat betrokkene naar het oordeel van de geneesheer-directeur de verplichte zorg nog nodig heeft. 2.5. Op grond van artikel 8:19, eerste lid, Wvggz kan degene op wiens aanvraag tot beëindiging van de zorgmachtiging afwijzend is beslist door de geneesheer-directeur, een aanvraag indienen bij de officier van justitie voor het indienen van een verzoekschrift bij de rechter voor de beëindiging van de verplichte zorg op grond van een zorgmachtiging. 2.6. De advocaat heeft namens betrokkene op 27 november 2025 de officier van justitie verzocht om een verzoek tot beëindiging van de verplichte zorg bij de rechtbank in te dienen. 2.7. Op 17 december 2025 heeft de officier van justitie dit verzoek bij de rechtbank ingediend. De officier van justitie heeft daarbij, onder verwijzing naar de medische verklaring, aangegeven geen aanleiding te zien voor beëindiging van de zorgmachtiging. 3 Standpunten 3.1. De advocaat heeft namens betrokkene ter zitting naar voren gebracht dat betrokkene zijn verzoek graag ter beoordeling aan de rechtbank wil voorleggen en dat betrokkene geen opgelegde behandeling meer wenst. In het verleden heeft betrokkene ook een tijd redelijk gefunctioneerd zonder verplichte zorg. Betrokkene heeft zelf naar voren gebracht dat hij enkele jaren geleden door zijn behandelaar na een behandeling van 32 jaar gezond is verklaard. Sinds [naam] vanuit de GGZ bij hem betrokken is geraakt, wordt hij weer als geestesziek bestempeld en kreeg hij een zorgmachtiging. Dat is volgens betrokkene onterecht. Betrokkene heeft een vriendin, een gerenoveerde woning en wil een gewoon leven met werk. 3.2. [casemanager] heeft ter zitting verklaard dat het klopt dat betrokkene een tijd zonder verplichte zorg redelijk heeft gefunctioneerd. Op een gegeven moment is betrokkene onder invloed van cannabisgebruik en het niet meer accepteren van de voorgeschreven (dosering) medicatie weer psychotisch geworden. Daarop is een zorgmachtiging aangevraagd. Dankzij de medicatie die op grond van de zorgmachtiging wordt toegediend, gaat het de laatste tijd beter met betrokkene. [casemanager] ziet nog tekenen van achterdocht bij betrokkene en meent dat een verlaging van de dosering van de medicatie niet verantwoord is. Zonder medicatie of met onvoldoende medicatie kan betrokkene decompenseren en ontstaat er naar verwachting weer gevaar voor betrokkene zelf en zijn omgeving. 4 Beoordeling 4.1. Op grond van de artikelen 8:18 en 8:19 Wvggz, in samenhang bezien en voor zover hier van belang, vindt tussentijdse beëindiging van het verlenen van verplichte zorg op grond van een zorgmachtiging plaats, indien het doel van verplichte zorg is bereikt of niet langer wordt voldaan aan de criteria voor verplichte zorg. 4.2. De rechtbank stelt op grond van de stukken en de bespreking ter zitting vast dat het doel van de verplichte zorg nog niet voldoende is bereikt en dat nog steeds wordt voldaan aan de criteria voor verplichte zorg. In de medische verklaring is betrokkene gediagnosticeerd met schizofrenie en middelengebruik, waarvan onduidelijk is of dit in remissie is. Betrokkene zal volgens de behandelaren zonder de trouwe inname van de voorgeschreven medicatie, die vanwege de schizofrenie blijvend noodzakelijk is, ontregelen en ernstig nadeel veroorzaken door dreigend en agressief gedrag te vertonen naar mensen in zijn omgeving, met alle gevolgen van dien voor anderen en betrokkene zelf. Uit de medische verklaring blijkt dat betrokkene in zijn voorgeschiedenis medicatie heeft geweigerd en geregeld discussie heeft gevoerd over de dosering van de medicatie en zijn wens om de medicatie af te bouwen of daarmee volledig te stoppen.