Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2026-02-26
ECLI:NL:RBNHO:2026:1938
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
4,077 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBNHO:2026:1938 text/xml public 2026-04-03T13:53:39 2026-02-26 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2026-02-26 C/15/339496 / FA RK 23-2063 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Alkmaar Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:1938 text/html public 2026-04-03T08:38:06 2026-04-03 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2026:1938 Rechtbank Noord-Holland , 26-02-2026 / C/15/339496 / FA RK 23-2063 Ambtshalve toepassing Verdrag van Istanbul. Afwijzing verzoek vader omgangsregeling. Omgang in strijd met de zwaarwegende belangen van de kinderen. In het verleden is sprake geweest van huiselijk geweld van de vader jegens de moeder, waar de vader ook strafrechtelijk voor is veroordeeld. Zowel de moeder als de kinderen ondervinden hiervan de gevolgen. De kinderen en ook de moeder hebben traumabehandeling nodig en er is bij de kinderen op dit moment geen draagkracht voor omgang. RECHTBANK NOORD-HOLLAND Familie en Jeugd locatie Alkmaar zaak-/rekestnr.: C/15/339496 / FA RK 23-2063 Beschikking van de enkelvoudige kamer voor familiezaken van 26 februari 2026 in de zaak van: [de moeder] , wonende te [plaats] , hierna te noemen: de moeder, advocaat mr. E.B. Warmerdam-Wolfs, kantoorhoudende te Alkmaar, tegen [de vader] , wonende te [plaats] , hierna te noemen: de vader, advocaat mr. H. van Lingen, kantoorhoudende te Alkmaar, --betreffende-- [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] , hierna te noemen: [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] , hierna te noemen: [de minderjarige 2] . 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de beschikkingen van deze rechtbank van 13 maart 2024 en 17 oktober 2024 en de daarin genoemde processtukken; - aanvullende berichten van de advocaten van partijen, ingekomen op 7 augustus 2025; - aanvullende producties van zijde van de moeder, ingekomen op 14 en 16 januari 2026; - een aanvullende productie van de zijde van de vader, ingekomen op 16 januari 2026. 1.2. De voortgezette behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op de zitting van 29 januari 2026, in aanwezigheid van de moeder, bijgestaan door mr. E.B. Warmerdam-Wolfs en de vader, door mr. H. van Lingen. Tevens was ter zitting als informant aanwezig [vertegenwoordiger van de raad] , namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna te noemen: de Raad). Verder was de parketpolitie in de zaal aanwezig, wegens het nog geldende strafrechtelijke contactverbod van de vader richting de moeder. 2 De feiten 2.1 De rechtbank neemt over hetgeen is opgenomen in de beschikkingen van 13 maart 2024 en 17 oktober 2024. 2.2 [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] hebben van 19 september 2024 tot 19 september 2025 onder toezicht gestaan. De ondertoezichtstelling is daarna niet meer verlengd. 3 Het zelfstandig verzoek van de vader 3.1. Ter beoordeling ligt nog voor het zelfstandig verzoek van de vader tot het vaststellen van een omgangsregeling tussen hem en de kinderen, in die zin dat hij eenmaal per veertien dagen vanaf vrijdag 18:00 uur tot zondag 18:00 uur omgang heeft met de kinderen alsmede de helft van de vakanties, dan wel een zodanige regeling als de rechtbank redelijk acht. 3.2. De ondertoezichtstelling, die liep tot en met 18 september 2025, heeft niet tot enig contact tussen de vader en de kinderen geleid. Gebleken is dat [de minderjarige 1] traumabehandeling nodig heeft. De behandeling is in juli 2025 gestart. De vader is eind 2024 veroordeeld voor stalking en identiteitsfraude. De opgelegde straf is gelijk aan hetgeen de vader in voorarrest heeft vastgezeten. Daarnaast moet de vader 1500 euro smartengeld betalen. Dit is betaald. De vader heeft begeleiding van de reclassering en heeft een Cova-training gevolgd. De reclassering is tevreden over de vader. De vader is het niet eens met het afsluiten van de ondertoezichtstelling en het plaats laten vinden van de verdere begeleiding via het wijkteam, omdat er dan geen stok meer achter de deur is om de omgang met zijn kinderen tot stand te brengen. Dit geldt des te meer nu er een contactverbod met de moeder is opgelegd in het kader van de strafrechtelijke veroordeling van de vader. 3.3. Namens en door de vader wordt verder naar voren gebracht dat een dergelijke contactbreuk en onduidelijkheid in de omgang met de vader zorgelijk is voor de kinderen. Het contact moet daarom op korte termijn hervat worden. Er leek en lijkt geen reden te zijn om de omgang niet op te starten. De vader houdt zich verder aan alle voorwaarden. Hij heeft geen foto’s van de kinderen op Facebook geplaatst. Wel heeft hij nog oude foto’s van de kinderen op Facebook staan en deze zal de vader verwijderen als dat besloten wordt. De begeleide omgang ging goed en sinds er geen contact is met de kinderen, gaat het er in ieder geval niet beter op. Voor wat betreft de traumabehandeling van [de minderjarige 1] wordt aangegeven dat als er een trauma is, deze behandeld moet worden. Het is echter voor de vader onduidelijk of er een trauma is, wat de inhoud van dat trauma is en wat de plannen hiervoor zijn. De moeder heeft daarvan geen stukken laten zien. De vader wil niets forceren, maar op basis van de processtukken zijn er geen aanwijzingen dat omgang met de vader een traumabehandeling in de weg zou staan. De vader gelooft de moeder, maar er staat nergens op papier dat het door de vader komt dat er geen omgang kan plaatsvinden. Er moet deskundig gekeken worden naar de kinderen. De vader wil aan alles meewerken, waardoor hij zijn kinderen straks kan zien. Het wijkteam kan op een verantwoorde wijze de omgang opbouwen. 4 Het verweer van de moeder 4.1. Namens en door de moeder wordt aangegeven dat het nog resterende verzoek van de vader afgewezen dient te worden. Eerder is de procedure aangehouden in afwachting van de ondertoezichtstelling en de in te zetten hulpverlening. Er is echter geen verandering in de situatie; de vader heeft een contactverbod en houdt zich nog altijd niet aan de voorwaarden, en de ondertoezichtstelling is inmiddels beëindigd, omdat de vraag over contact tussen de kinderen en de vader pas aan de orde kan komen als [de minderjarige 1] succesvol traumatherapie heeft ondergaan. [de minderjarige 1] heeft via Grip op Groei traumatherapie ontvangen, alleen is recent besloten dit op een laag pitje te zetten. [de minderjarige 1] had namelijk na elke behandeling last van agressiviteit, waaronder gillen en slaan, en bedplassen. Hij was thuis en op school niet te houden en [de minderjarige 2] werd daar ook bang voor. De terugval van [de minderjarige 1] duurt ook een week of twee. Alleen al bij het noemen van de naam van de vader wil [de minderjarige 1] niet meer praten, wil hij weggaan en wordt hij agressief. Er gaat nu gekeken worden of een andere therapie kan worden ingezet, zodat er om het trauma heen behandeld kan worden en [de minderjarige 1] na afloop niet meer deze heftige reacties laat zien. Ook [de minderjarige 2] laat angsten zien en hij zal met Grip op Groei starten als hij vijf jaar is geworden. Het wijkteam heeft rechtstreeks contact met Grip op Groei. 4.2. De vader houdt zich nog steeds niet aan de voorwaarden. Een voorbeeld hiervan is het plaatsen van foto’s van de kinderen op Facebook die door de moeder in het kader van de informatieplicht verstrekt zijn. De vader is hier toentertijd ook door de jeugdbeschermer op aangesproken. De vader blijft de moeder lastigvallen, door het wederom afsluiten van abonnementen op de naam van de moeder of het langslopen. De moeder wordt verder gebeld door wildvreemde vrouwen, die de gegevens van de moeder via de vader hebben ontvangen met een verhaal erbij over wat de moeder allemaal niet gedaan heeft. Recent heeft de moeder een belletje van een vrouw uit [plaats] ontvangen, die ook lastiggevallen zou zijn door de vader en waarbij sprake is van een aangifte jegens de vader. Deze vrouw wilde van de moeder weten wat de situatie is tussen de moeder en de vader. De moeder heeft zelf weer aangifte tegen de vader gedaan. Deze aangifte is in januari 2026 geseponeerd door het Openbaar Ministerie.
Volledig
Het gaat om strafbare feiten gepleegd in de periode van augustus en september 2025. Tegen de sepotbeslissing zal een artikel 12-procedure opgestart worden. In de vorige strafrechtelijke zaak tussen partijen is ook pas na een artikel 12-procedure uiteindelijk een veroordeling gevolgd. 4.3. Het is niet in het belang van de moeder en de kinderen om deze procedure te laten voortduren, nu er binnen afzienbare tijd geen zicht is op verandering. Er is tevergeefs aan de vader gevraagd of hij de verzoeken kan intrekken in het belang van de kinderen, zodat er ongestoord kan worden gewerkt aan herstel en traumatherapie. [de minderjarige 1] heeft zijn trauma opgelopen, doordat hij getuige is geweest van de zware mishandeling van de moeder door de vader. De vader is hier ook voor veroordeeld. De begeleide omgang ging niet goed en is stopgezet, waarna Grip op Groei is ingeschakeld. De moeder heeft altijd aangegeven open te staan voor omgang tussen de vader en de kinderen en staat dat ook nog steeds. Ook de moeder heeft trauma’s, waar zij hulpverlening voor ontvangt. 4.4. Er is niet voor niets een contactverbod. Het wijkteam is de enige die rechtstreeks met de vader communiceert. Het wijkteam communiceert met de vader op een manier die zij passend vinden en bepaalt ook welke informatie aan de vader wordt meegegeven. Het kan zijn dat dit misschien niet de volledige informatie is, maar dat is een weloverwogen beslissing van het wijkteam. De moeder heeft geen invloed op de communicatie van het wijkteam. De informatie rondom de (trauma)behandeling is bewust niet met de vader gedeeld om te voorkomen dat hij privé-informatie over de moeder ontvangt die de vader kan misbruiken en om te voorkomen dat deze informatie wordt verspreid. Het staat verder niet ter discussie dat als er ruimte is voor begeleide omgang, dat onder begeleiding van het wijkteam plaats zal vinden en de moeder daaraan mee zal werken. Het contactherstel (indien aan de orde) wordt dus in het vrijwillig kader opgepakt met de betrokken hulpverlening. Het handhaven van het verzoek van de vader is irreëel. 5 Het advies van de Raad 5.1. In de toetsing van de Raad voor het einde van de ondertoezichtstelling staat duidelijk dat herstel van het contact tussen de vader en [de minderjarige 1] pas mogelijk is als er bij [de minderjarige 1] voldoende ruimte is. Zowel de betrokken gecertificeerde instelling als de Raad hebben aangegeven dat er eerst voldoende draagkracht bij de kinderen moet zijn. Vervolgens zal de omgang begeleid worden door een omgangshuis, waarbij er tussen de ouders een vorm van communicatie moet worden opgezet ten behoeve van de omgang. Of dat contact tussen de ouders rechtstreeks moet verlopen, kan nu geen uitspraak over worden gedaan. Het vrijwillig kader is afdoende om het voorgaande te bewerkstelligen. 5.2. Er is toentertijd een onderscheid gemaakt tussen [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] , in die zin dat [de minderjarige 2] nog geen traumaklachten had. De Raad begrijpt nu dat alleen de naam van de vader noemen al voor heftige reacties zorgt. De Raad heeft geen reden om daaraan te twijfelen. In een raadsonderzoek zal er rechtstreeks contact zijn met Grip op Groei, maar dat zal het algehele beeld niet veranderen. Het is belangrijk dat de kinderen een beeld hebben van de vader en dat er op termijn vorm wordt gegeven aan contact tussen de vader en de kinderen. Dat moet wel fysiek en emotioneel veilig zijn. De Raad ziet weinig mogelijkheden in hoe dat contact nu vormgegeven kan worden. 6 De verdere beoordeling 6.1. Op grond van artikel 3, eerste lid, van het IVRK vormen de belangen van het kind bij alle maatregelen betreffende kinderen, ongeacht of deze worden genomen door openbare of particuliere instellingen voor maatschappelijk welzijn of door rechterlijke instanties, bestuurlijke autoriteiten of wetgevende lichamen, de eerste overweging. 6.2. Op grond van artikel 31, eerste lid, van het Verdrag van Istanbul nemen de partijen de wetgevende of andere maatregelen die nodig zijn om te waarborgen dat bij de vaststelling van de voogdij en omgangsregeling voor de kinderen rekening wordt gehouden met gevallen van geweld die vallen onder de reikwijdte van dit Verdrag. Op grond van artikel 31, tweede lid, van het Verdrag van Istanbul nemen de partijen de wetgevende of andere maatregelen die nodig zijn om te waarborgen dat de uitvoering van een omgangsregeling of de voogdij niet ten koste gaat van de rechten en de veiligheid van het slachtoffer of de kinderen. 6.3. Op grond van artikel 1:377a, eerste lid, van het BW heeft het kind recht op omgang met zijn ouders. De niet met het gezag belaste ouder heeft het recht op en de verplichting tot omgang met zijn kind. Ingevolge het tweede lid van dit artikel stelt de rechter op verzoek van de ouders of van één van hen, al dan niet voor bepaalde tijd, een regeling inzake de uitoefening van het omgangsrecht vast dan wel ontzegt, al dan niet voor bepaalde tijd, het recht op omgang. Op grond van het derde lid van dit artikel ontzegt de rechter het recht op omgang slechts, indien: a. omgang ernstig nadeel zou opleveren voor de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van het kind, of b. de ouder kennelijk ongeschikt of kennelijk niet in staat moet worden geacht tot omgang, of c. het kind dat twaalf jaren of ouder is, bij zijn verhoor van ernstige bezwaren tegen omgang met zijn ouder heeft doen blijken, of d. omgang anderszins in strijd is met zwaarwegende belangen van het kind. 6.4. In dit geval acht de rechtbank omgang tussen de vader en de minderjarigen in strijd met zwaarwegende belangen van de minderjarigen. Daartoe overweegt de rechtbank als volgt. 6.5. Uit de stukken en uit dat wat met de ouders ter zitting is besproken, is het de rechtbank duidelijk dat de kinderen én de moeder trauma’s te verwerken hebben. Er is sprake van grensoverschrijdend en strafbaar gedrag geweest aan de zijde van de vader richting de moeder, welke handelingen ook hebben geleid tot (emotionele) onveiligheid bij de kinderen. De vader is niet alleen strafrechtelijk veroordeeld voor zware mishandeling, onder meer bestaand uit het wurgen van de moeder en schoppen in haar zwangere buik, maar ook voor stalking en identiteitsfraude bij de moeder. Op dit moment is er nog sprake van een strafrechtelijk contactverbod richting de moeder. Verder is door de moeder gesteld dat deze gedragingen nog steeds aan de orde zijn. Mocht dit daadwerkelijk blijken, dan is dat des te zorgelijker. Bij een inhoudelijke belangenafweging over de vraag of de vader op dit moment contact dient te hebben met de kinderen, moet in ieder geval de veiligheid van de kinderen voorop staan. Daar hoort ook de (emotionele) veiligheid van de moeder bij. De ontregelde gedragingen van [de minderjarige 1] , waardoor [de minderjarige 2] ook wordt beïnvloed, laten zien dat er nu geen sprake is van de benodigde veiligheid. De rechtbank heeft ook geen reden om te twijfelen dat er sprake is van dermate heftig gedrag bij [de minderjarige 1] , dat een andere passende behandeling gezocht wordt om om het trauma heen te werken. Ook [de minderjarige 2] laat angsten zien. Binnen een gezinssysteem is er nu eenmaal een bepaalde dynamiek en wisselwerking. De rechtbank gaat er dus van uit dat onrust en spanningen die worden ervaren door het ene gezinslid doorwerken of kunnen doorwerken op andere gezinsleden. Niet alleen de kinderen zullen hun trauma’s moeten verwerken, maar ook de moeder. Daar is hulpverlening voor ingeschakeld. 6.6. De moeder staat niet onwelwillend tegenover contact tussen de vader en de kinderen op termijn. De rechtbank overweegt dat het in beginsel in het belang van de kinderen is om enige vorm van omgang met hun vader hebben. Beide kinderen moeten daar echter wel de draagkracht voor hebben en de vraag is wanneer dat zover is. De rechtbank citeert en onderstreept in dat kader het volgende uit het door de vader ingediende veiligheidsplan, behorend bij de stukken van 13 januari 2026: “ De kinderen hebben omgang met vader op een manier die past bij hun leeftijd, ontwikkeling en behoefte. Hierin staan de kinderen centraal en wordt er gekeken naar hun mogelijkheden en behoeftes.