Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2026-02-05
ECLI:NL:RBNHO:2026:1066
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
1,996 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBNHO:2026:1066 text/xml public 2026-02-06T09:39:26 2026-02-06 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2026-02-05 15/037187-23, 13/007255-20 (vord. tul) Uitspraak Eerste aanleg - meervoudig NL Alkmaar Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:1066 text/html public 2026-02-06T09:31:14 2026-02-06 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2026:1066 Rechtbank Noord-Holland , 05-02-2026 / 15/037187-23, 13/007255-20 (vord. tul) Vrijspraak voor het medeplegen van een overval op een casino. RECHTBANK NOORD-HOLLAND Team Straf, zittingsplaats Alkmaar Meervoudige strafkamer Parketnummer: 15/037187-23, 13/007255-20 (vord. tul) (P) Uitspraakdatum: 5 februari 2026 Tegenspraak (279 Sv) Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 22 januari 2026 in de zaak tegen: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres: [adres]. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. K. Leyendeckers en van hetgeen de raadsman van de verdachte, mr. W. van Vliet, advocaat te Diemen, naar voren hebben gebracht. 1 Tenlastelegging De verdachte wordt ervan beschuldigd dat hij samen met anderen een gewapende overval op een casino in Bergen (Noord-Holland) heeft gepleegd. Aan de verdachte is ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 3 januari 2023 te Bergen (NH), tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een geldbedrag van €35.090,-, althans een geldbedrag, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele toebehoorde aan [benadeelde 1], in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [benadeelde 2] (werkzaam bij [benadeelde 1]) en/of [benadeelde 3] en/of [benadeelde 4], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf, hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door - een vuurwapen op/tegen het hoofd en/of de nek, althans het lichaam, van [benadeelde 2] te houden/richten en/of (daarbij) het vuurwapen door te laden, en/of - met het vuurwapen (constant op/tegen haar nek gedrukt) [benadeelde 2] het casino en/of de kluisruimte in te duwen, en/of - een hand op de mond van [benadeelde 3] te drukken/duwen en/of hem van een stoel te trekken en/of hem tegen de grond te drukken en/of (daarbij) tegen hem te roepen/schreeuwen: "Gezicht naar de grond, niet kijken of ik schiet je" en/of "Liggen! Liggen! Op de grond, nu!" en/of (daarbij) een mes vast te houden, en/of - tegen [benadeelde 4] te schreeuwen: "Terug naar binnen of anders krijg je een kogel!", en/of haar - met het mes en/of het vuurwapen in de hand(en) - het casino in te duwen/trekken. 2. Voorvragen De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is van de zaak kennis te nemen, dat de officier van justitie ontvankelijk is en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging. 3 Standpunten van partijen 3.1. Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit. De officier van justitie heeft gevorderd dat de rechtbank de verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 38 maanden en de schorsing van het bevel tot voorlopige hechtenis zal opheffen. 3.2. Standpunt van de verdediging De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte moet worden vrijgesproken van het ten laste gelegde feit en heeft verzocht het reeds geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op te heffen. 3.3. Vrijspraak Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte als medepleger bij de overval betrokken is geweest. De rechtbank zal de verdachte daarom vrijspreken van het hem ten laste gelegde feit. De rechtbank overweegt daartoe als volgt. De overval Op 3 januari 2023 heeft een gewapende overval plaatsgevonden op het [benadeelde 1] in Bergen. Op de camerabeelden van het casino is te zien dat twee personen uit een zilverkleurige auto stappen. Deze twee personen lopen direct naar de medewerkster van het casino die voor de deur staat. De eerste persoon heeft een vuurwapen in zijn rechterhand. Hij richt dat vuurwapen op de medewerkster, pakt haar vast en duwt haar het casino binnen. De tweede persoon heeft een mes in zijn rechterhand en gaat ook het casino binnen. In het casino is een klant aanwezig. Hij wordt door de tweede persoon op de grond geduwd. De medewerkster wordt onder dreiging van het vuurwapen gedwongen een kluis te openen. Wanneer een klant het casino binnenloopt, wordt ook zij met het vuurwapen bedreigd. Deze twee overvallers hebben € 35.090,- meegenomen uit het casino, waarna zij in de directe omgeving van het casino op heterdaad werden aangehouden door de politie. Inmiddels zijn zij door de rechtbank veroordeeld voor het medeplegen van de overval. De chauffeur van de zilverkleurige auto is veroordeeld wegens medeplichtigheid aan de overval. Er is geen hoger beroep ingesteld tegen deze vonnissen. De rol van de verdachte De verdachte in deze strafzaak wordt ervan beschuldigd ook als medepleger betrokken te zijn geweest bij de overval. Hij zou een organiserende rol hebben gehad. De verdachte heeft dat ontkend. Verklaringen [medeverdachte] Het openbaar ministerie heeft gewezen op de verklaringen die [medeverdachte] (de overvaller met het mes, hierna: [medeverdachte]) heeft afgelegd bij de politie. In deze verklaringen heeft hij, kort samengevat, gezegd dat hij de overval heeft gepleegd in opdracht van een persoon die hij eerst ‘[naam 1]’ maar later ‘[naam 3]’ noemt. Toen [medeverdachte] een foto van de verdachte werd getoond, heeft hij bevestigd dat dit de opdrachtgever is over wie hij verklaarde. Op verzoek van de verdediging is [medeverdachte] gehoord bij de rechter-commissaris. In dat verhoor heeft hij gezegd dat de verklaringen die hij bij de politie heeft afgelegd, niet kloppen. In de hoop strafvermindering te krijgen, zou hij in strijd met de waarheid hebben gezegd dat hij door de verdachte onder druk is gezet om de overval te plegen. De rechtbank moet daarom beoordelen of de verklaringen van [medeverdachte] bij de politie betrouwbaar genoeg zijn om voor het bewijs te gebruiken. De rechtbank constateert in de eerste plaats dat de verklaringen van [medeverdachte] bij de politie niet consistent zijn. Kort na zijn aanhouding vertelde [medeverdachte] dat er drie daders (dus niet vier) waren. Ten tijde van zijn insluiting verklaarde hij dat hij de overval moest plegen van ‘[naam 1]’ en dat hij geen gegevens van ‘[naam 1]’ heeft. In een verhoor noemde hij vervolgens wel details over ‘[naam 1]’ (zoals zijn woonplaats) en omschreef hij hoe ‘[naam 1]’ eruit ziet. Enkele uren na dit verhoor vertelde hij dat ‘[naam 1]’ eigenlijk ‘[verdachte]’ heet, op welke school [naam 3] heeft gezeten en dat een mededader familie van hem is. Sommige van die details passen bij de verdachte, maar andere details niet. Dat maakt dat er extra reden is om de verklaringen van [medeverdachte] met voorzichtigheid te benaderen, en na te gaan of er meer bewijs is dat wijst op betrokkenheid van de verdachte bij de overval op het casino. Ander bewijs voor de betrokkenheid van de verdachte? Uit het dossier blijkt dat de verdachte op de dag van de overval contact heeft gehad met de twee medeverdachten die op de camerabeelden van het casino te zien waren (door middel van chatberichten of telefoongesprekken). Uit de inhoud van de chatberichten kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden afgeleid dat de verdachte een actieve rol heeft gehad bij de voorbereiding of de uitvoering van de overval.