Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-05-27
ECLI:NL:RBNHO:2025:9291
Strafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,021 tokens
Dictum
[veroordeelde],
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],
wonende op het adres [adres],
hierna te noemen: de veroordeelde.
Feiten
De politierechter heeft bij vonnis van 4 april 2024 de veroordeelde een taakstraf van 30 uren opgelegd en bevolen dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet (naar behoren) verricht, vervangende hechtenis van 15 uur zal worden toegepast. Het vonnis is onherroepelijk.
Het Openbaar Ministerie heeft op 30 oktober 2024 beslist dat vervangende hechtenis wordt toegepast en hiervan aan de veroordeelde kennis gegeven. De kennisgeving van deze beslissing is op 8 november 2024 aan de veroordeelde betekend.
Procedure
Het bezwaar is op 19 november 2024 op de griffie van deze rechtbank ingediend.
De rechtbank heeft, na aanhouding van de behandeling van het bezwaarschrift op de zitting van 16 december 2024, op 27 mei 2025 het bezwaar op de openbare terechtzitting behandeld.
De rechtbank heeft de gemachtigde advocaat van de veroordeelde, mr. S.B.J. Hiemstra en de officier van justitie op zitting gehoord. De veroordeelde is niet verschenen.
Bezwaar
Het bezwaar richt zich tegen de kennisgeving door het Openbaar Ministerie. Primair verzoekt de raadsman van de veroordeelde om aanhouding van de behandeling van het bezwaarschrift, omdat de veroordeelde een slechte gezondheid heeft en nauwelijks zijn bed uit kan komen. De veroordeelde kan voorlopig geen werkstraf uitvoeren, in de gevangenis zitten kan hij ook niet.
Het rapport van de reclasseringUit het rapport van 24 oktober 2024 van Reclassering Nederland, opgemaakt door de heer
[reclasseringswerker] blijkt dat de veroordeelde de opgelegde taakstraf niet volledig heeft verricht. Voordat de taakstraf definitief als mislukt werd beschouwd, heeft de veroordeelde 0 uren van de opgelegde taakstraf uitgevoerd.
Standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat het bezwaar ongegrond verklaard dient te worden.
Beoordeling
De veroordeelde is ontvankelijk in zijn bezwaar.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken in de zaak onder bovenvermeld parketnummer. De beslissing voorstel voorlopige hechtenis van 29 oktober 2024 is niet met een natte handtekening van een officier van justitie ondertekend, maar bevat slechts een stempel van de hoofdofficier van justitie. Uit de rechtspraak van de Hoge Raad (ECLI: NL:HR:2025:455) volgt het volgende. Om te waarborgen dat een omzettingsbeslissing voor de veroordeelde en – in geval van een daartegen ingediend bezwaar – voor de rechter controleerbaar is, moet de eis worden gesteld dat uit enig voor de rechter en de veroordeelde beschikbaar processtuk rechtstreeks en ondubbelzinnig blijkt dat aan de voorwaarden voor de rechtsgeldigheid van de omzettingsbeslissing is voldaan, in het bijzonder dat de beslissing is genomen door een bevoegde autoriteit binnen de wettelijke termijn. Hierin kan bijvoorbeeld worden voorzien door middel van een gedagtekend en door de bevoegde autoriteit ondertekend stuk houdende de omzettingsbeslissing. Ook omdat een omzettingsbeslissing geen schorsende werking heeft, kan de enkele mededeling van de officier van justitie tijdens de behandeling van het bezwaarschrift dat hij de beslissing overneemt of bevestigt, de gevolgtrekking dat aan deze eis is voldaan niet dragen. Naar het oordeel van de rechtbank voldoet een stempel van de hoofdofficier van justitie niet aan de door de Hoge Raad gestelde eisen. Het bezwaarschrift zal daarom gegrond verklaard worden.
Dictum
De rechtbank
- verklaart het bezwaar gegrond;
- bepaalt het aantal uren taakstraf dat nog moet worden verricht op 30 uren;
- bepaalt dat de taakstraf binnen 12 maanden na heden moet worden voltooid.
Deze beslissing is gegeven door
mr. J.O. Rutten, politierechter,
in tegenwoordigheid van L. Bottelier, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op 27 mei 2024.