Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-07-16
ECLI:NL:RBNHO:2025:9087
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
1,765 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11291475 \ CV EXPL 24-6067
Uitspraakdatum: 16 juli 2025
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de rechtspersoon naar buitenlands recht
EasyJet Airline Company Ltd
gevestigd te Luton (Verenigd Koninkrijk)
eiseres in het verzet
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. B. Koolhaas
tegen
[gedaagde]
wonende te [plaats]
gedaagde
hierna te noemen: de passagier
gemachtigde: mr. R. Bos (Aviclaim)
1Het procesverloop
1.1.
De passagier heeft bij inleidende dagvaarding van 24 april 2024 een vordering ingesteld tegen de vervoerder.
1.2.
De vervoerder is niet verschenen, waarna de vervoerder bij verstekvonnis van 10 juli 2024 is veroordeeld.
1.3.Bij dagvaarding van 8 augustus 2024 is de vervoerder in verzet gekomen tegen het verstekvonnis. De passagier heeft hierop schriftelijk gereageerd, waarna de vervoerder een schriftelijke reactie heeft gegeven.
1.4.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
2.1.
De passagier heeft met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hem op 24 juni 2022 vervoeren van Milaan naar Amsterdam met vlucht EZY2727 (hierna: de vlucht).
2.2.
De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd.
2.3.
De passagier heeft compensatie en terugbetaling van de ticketprijs van de vervoerder gevorderd. De vervoerder heeft niet uitbetaald.
Geschil
3.1.
De passagier vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 364,75, te vermeerderen met de wettelijke rente;- € 54,71 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de nakosten.
3.2.
De passagier heeft aan zijn vordering ten grondslag gelegd dat de vervoerder hem vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,00 (artikel 7 van de Verordening) en hem de ticketprijs van de vlucht (€ 114,75) moet terugbetalen (artikel 8 van de Verordening).
3.3.
De vervoerder vordert, in de verzetdagvaarding, ontheffing van de veroordeling en afwijzing van de oorspronkelijke vordering.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna voor zover nodig verder ingegaan.
Beoordeling
4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. Daarnaast stelt hij vast dat het verzet tijdig en op de juiste wijze is ingesteld, zodat de vervoerder in zijn verzet kan worden ontvangen.
Restitutie
4.2.
In het geval van een geannuleerde vlucht moeten gedupeerde passagiers de keuze krijgen tussen omboeking of restitutie. De vervoerder heeft aangevoerd dat hij aan deze verplichting heeft voldaan door de passagier om te boeken. Hij heeft zijn verweer echter op geen enkele wijze onderbouwd. Hij heeft geen toelichting gegeven op de datum, het vluchtnummer en/of andere gegevens van de alternatieve vlucht. Dat had wel op zijn weg gelegen. De enkele blote stelling van de vervoerder dat ‘passagiers altijd een alternatieve vlucht aangeboden krijgen’ is daartoe onvoldoende. De kantonrechter houdt het er dan ook voor dat de passagier niet is omgeboekt en dat hij ook geen terugbetaling heeft ontvangen. De conclusie is dat de vervoerder de ticketprijs van het ongebruikte vliegticket aan de passagier moet terugbetalen.
Compensatie
4.3.
De kantonrechter is van oordeel dat wat er ook zij van eventuele buitengewone omstandigheden, niet is gebleken dat de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft genomen om de vertraging op de eindbestemming als gevolg van de annulering te voorkomen dan wel te beperken. Daarover wordt als volgt overwogen.
4.4.
De vervoerder heeft met zijn verweer niet aangetoond dat hij de passagier een alternatieve vlucht naar de eindbestemming heeft aangeboden, noch dat het onmogelijk was om de passagier om te boeken naar een andere vlucht. Het is dan ook niet gebleken dat de vervoerder ook maar enige poging heeft gedaan om de vertraging van de passagier op de eindbestemming te beperken.
4.5.
Het voorgaande betekent dat ook indien op enig moment vast zou komen vast te staan dat sprake was van een buitengewone omstandigheid, de vervoerder gehouden is de compensatie te betalen in verband met de vertraging op de eindbestemming. De vordering tot betaling van de hoofdsom zal dan ook worden toegewezen.
Buitengerechtelijke kosten en proceskosten
4.6.
De passagier heeft een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is. Daarom moet de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn, toetsen aan het rapport Voorwerk II. De passagier heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat hij buitengerechtelijke werkzaamheden heeft laten verrichten en dat hiervoor kosten zijn gemaakt. De omvang van de buitengerechtelijke incassokosten moet worden getoetst aan de tarieven uit het Besluit in plaats van aan de tarieven van het rapport Voorwerk II. De tarieven uit het Besluit worden redelijk geacht. Omdat het gevorderde bedrag niet hoger is dan het volgens het Besluit berekende tarief, zullen de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke kosten is ook toewijsbaar.
Conclusie
4.7.
De conclusie is dat het verzet ongegrond is en dat het verstekvonnis zal worden bevestigd. De vervoerder zal als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld worden in de kosten van de verzetprocedure.
Dictum
De kantonrechter:
5.1.
verklaart het verzet ongegrond en bevestigt het verstekvonnis van 10 juli 2022 in de zaak met zaaknummer 11091687 / CV EXPL 24-2833;
5.2.
veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die tot en met vandaag voor de passagiers worden vastgesteld op een bedrag van € 82,00 aan salaris van de gemachtigde van de passagier;
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter