Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-06-18
ECLI:NL:RBNHO:2025:8706
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
7,338 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11250748 \ CV EXPL 24-5518
Uitspraakdatum: 18 juni 2025
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
1
[eiser 1],
2. [eiser 2],
3. [eiser 3],allen wonende te [plaats],
eisers
hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers
gemachtigde: [gemachtigde]
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
Deutsche Lufthansa Aktiengesellschaft
gevestigd te Keulen (Duitsland)
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. J. Nooij en mr. N. van der Graaf
1Het procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
2.1.
De passagiers sub 1 en 2 hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen vervoeren:- op 2 december 2023 van Amsterdam naar München (Duitsland) met vlucht LH2305;- op 5 december 2023 van München naar Amsterdam met vlucht LH2310. De passagiers hebben voor deze vliegtickets € 452,82 betaald.
2.2.
De vervoerder heeft vlucht LH2305 van 2 december 2023 geannuleerd.
2.3.
De passagiers sub 1 en 2 hebben vervolgens zelf een nieuwe boeking gemaakt voor de vluchten:- LH2303 van 4 december 2023 (Amsterdam naar München);- LH2310 van 6 december 2023 (München naar Amsterdam). De passagiers hebben voor deze vliegtickets € 718,82 betaald.
2.4.
Vlucht LH2303 van 4 december 2023 is vertraagd uitgevoerd.
2.5.
De passagiers hebben op vlucht LH2303 een stuk ruimbagage ingecheckt. Bij aankomst in München bleek dat deze koffer vermist werd. De passagiers hebben de bagage enkele dagen na terugkomst in Nederland weer in ontvangst mogen nemen.
2.6.
De vervoerder heeft op 7 december 2023 en 8 januari 2024 een bedrag van in totaal € 452,82 aan ticketkosten aan de passagiers sub 1 en 2 gerestitueerd.
2.7.
De passagier sub 3 heeft eveneens met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder haar vervoeren: - op 1 december 2023 van Amsterdam naar München;- op 3 december 2023 van München naar Amsterdam met vlucht LH2308.
2.8.
De vervoerder heeft vlucht LH2308 van 3 december 2023 geannuleerd.
2.9.
De passagier sub 3 heeft vervolgens zelf een boeking gemaakt voor vlucht LH2310 van 3 december 2023. De vervoerder heeft de kosten voor deze vervangende vlucht ( € 679,36) op 14 december 2023 vergoed.
2.10.
De vervoerder heeft vlucht LH2310 van 3 december 2023 geannuleerd.
2.11.
De vervoerder heeft de passagier sub 3 op 3 december 2023 omgeboekt naar vlucht LH2306 van München naar Amsterdam van 4 december 2023.
2.12.
De vervoerder heeft de passagier sub 3 op 4 december 2023 omgeboekt naar vlucht LH2304 van München naar Amsterdam van 5 december 2023.
2.13.
De vervoerder heeft vlucht LH2304 van 5 december 2023 geannuleerd.
2.14.
De passagier sub 3 heeft zelf een boeking gemaakt voor vlucht KL1798 van 6 december 2023, waarmee zij naar Amsterdam is gereisd. De passagier heeft voor dit vliegticket € 467,36 betaald.
2.15.
De passagiers hebben compensatie en schadevergoeding van de vervoerder gevorderd.
Geschil
3.1.
De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 4.451,64, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 4.390,34 vanaf 19 juli 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;- € 696,08 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
3.2.
De passagiers hebben aan de vordering(en) ten grondslag gelegd de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en het Verdrag van Montreal.
3.3.
De passagiers stellen dat de vervoerder de passagiers sub 1 en 2 vanwege de vertraging van vlucht LH2303 moet compenseren met een bedrag van € 250,- per passagier. Daarnaast moet de vervoerder aan de passagiers sub 3 de kosten van de alternatieve vlucht KL1798 (€ 467,36), en aan de passagiers sub 1 en 2 het nog openstaande restant van de kosten van de alternatieve vlucht(en) LH2303 en LH2310 (€ 266,00) terugbetalen. De passagier sub 3 was als gevolg van de annulering van de vluchten LH2308 en LH2310 gedwongen om langer in München te verblijven. De passagiers stellen dat de vervoerder gehouden is om de kosten die hiermee verband houden (€ 2.214,01) te vergoeden. Ten slotte stellen de passagiers dat de vervoerder vanwege vertraagde aankomst van de bagage gehouden is de in verband daarmee gemaakte extra kosten (€ 1.055,33) te vergoeden. De vervoerder heeft op 19 juni 2024 een deelbetaling van € 112,36 gedaan, zodat van de totale hoofdsom (€ 4.502,70) een bedrag van € 4.390,34 resteert.
3.4.
De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan.
Beoordeling
4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
Compensatie (vertraging vlucht LH2303)
4.2.
Niet in geschil is dat vlucht LH2303 met een vertraging van meer dan drie uur is uitgevoerd, zodat er in beginsel een compensatieplicht geldt voor de vervoerder. Dit is anders indien de vervoerder kan aantonen dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden en dat de vertraging, ondanks het treffen van redelijke maatregelen, niet voorkomen had kunnen worden.
4.3.
Uit het vluchtrapport volgt dat de vertraging van vlucht LH2303 voor de duur van 4 uur is veroorzaakt door de verlate aankomst van de direct voorafgaande vlucht (code 93) en voor de duur van 1 uur en 33 minuten door restricties van de luchtverkeersleiding (code 89).
4.4.
De kantonrechter is van oordeel dat de vervoerder voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de vertraging van de direct voorafgaande vlucht (LH2302) werd veroorzaakt door een opschorting van de grondafhandeling te München in verband met slechte weersomstandigheden (code 77). Dit levert naar het oordeel van de kantonrechter een buitengewone omstandigheid op. Daartoe overweegt hij dat de vervoerder geen invloed kan uitoefenen op het besluit van de luchthaven om de grondafhandeling tijdelijk op te schorten. De omstandigheid dat het slechte weer niet als een verrassing voor de vervoerder kon komen maakt dit niet anders. De vertraging van vlucht LH2302 werkt door naar vlucht LH2303. Het voorgaande heeft tot gevolg dat de vertraging van de vlucht in kwestie in ieder geval voor de duur van 4 uur te wijten is aan (de doorwerking van) buitengewone omstandigheden. Het valt niet in te zien welke maatregelen de vervoerder meer of anders had kunnen nemen om de vertraging van de passagiers te voorkomen dan wel te beperken.
4.5.
De kantonrechter is van oordeel dat het in het midden kan blijven of de overige vertraging van de vlucht eveneens door buitengewone omstandigheden is veroorzaakt. Bij een vertraging die niet alleen is veroorzaakt door buitengewone omstandigheden maar ook door andere omstandigheden, dient de vertraging die valt toe te rekenen aan buitengewone omstandigheden te worden afgetrokken van de totale duur van de aankomstvertraging van de betrokken vlucht. Gelet op dit arrest dient de totale aankomstvertraging van 5 uur en 28 minuten te worden verminderd met de tijd die aan de buitengewone omstandigheid te wijten is, namelijk (ten minste) 4 uur. Na aftrek resteert een vertraging van minder dan drie uur. De vordering tot compensatie zal om die reden worden afgewezen.
Vergoeding nieuw aangeschafte vliegtickets
4.6.
In geval van annulering hebben passagiers (naast eventuele compensatie) op grond van de Verordening recht op omboeking naar een alternatieve vlucht of restitutie van de oorspronkelijk betaalde ticketprijs. De passagiers hebben schadevergoeding verzocht in die zin dat zij de kosten van de door hen zelf geboekte alternatieve vlucht(en) vergoed willen zien. De Verordening biedt echter geen grondslag voor de vordering tot vergoeding van nieuw aangeschafte vliegtickets, zodat deze vordering niet op grond van de Verordening kan worden toegewezen.
4.7.
De passagiers hebben (ook) een beroep gedaan op het Verdrag van Montreal. De kantonrechter ontleent zijn bevoegdheid aan artikel 33 van dit Verdrag. Daartoe overweegt hij dat bij een heen- en terugvlucht die in één boeking zijn aangekocht, sprake is van een rondreis waarbij de eindbestemming dezelfde is als de vertrekplaats.
4.8.
Artikel 19 van het Verdrag van Montreal bepaalt dat de vervoerder gehouden is tot vergoeding van ‘schade voortvloeiend uit vertraging in het luchtvervoer van passagiers, bagage of goederen’. De vervoerder heeft niet aannemelijk gemaakt dat de passagiers na de annulering van de vlucht(en) alsnog zonder vertraging op de eindbestemming hadden kunnen aankomen. Het moet er om die reden voor gehouden worden dat de beslissing van de passagiers om andere vlucht(en) te boeken, is ontstaan uit ‘een vertraging in het luchtvervoer’.
Passagiers sub 1 en 2
4.9.
Vaststaat dat de LH2305 van 2 december 2023 is geannuleerd. De vervoerder heeft aan de passagiers sub 1 en 2 géén vervangende vlucht aangeboden, zodat de kosten van het vervangend vervoer op grond van artikel 19 van het Verdrag in beginsel toewijsbaar zijn. Er kan echter slechts sprake zijn van ‘schade’ voor zover de gemaakte kosten (€ 718,82) het reeds gerestitueerde bedrag (€ 452,82) overschrijden. Dat betekent dat de passagiers sub 1 en 2 nog recht hebben op vergoeding van € 266,00.
Passagier sub 3
4.10.
Vaststaat dat de LH2308 en LH2310 van 3 december 2023 zijn geannuleerd De vervoerder heeft (onder verwijzing naar de PNR-gegevens) aangevoerd dat hij de passagier sub 3 een passend en redelijk alternatief heeft aangeboden (namelijk vlucht LH2306 van 4 december 2023), maar dat de (vader van de) passagier dit aanbod (namens de passagier) heeft afgeslagen en om terugbetaling van de oorspronkelijke ticketprijs heeft verzocht (CALL/PAX FATHER ADVISD PAX WILL NT TAKE ALTERNATIVE FLT SUGGSTD AFTER FLT XL/RQSTS RFND).
4.11.
De kantonrechter stelt voorop dat hij geen reden heeft om aan de juistheid van de door de vervoerder overgelegde PNR-gegevens te twijfelen. Opvallend is dat van alle vluchten een annuleringsbericht is overgelegd, behalve van vlucht LH2306 van 4 december 2023. De kantonrechter acht het daarom aannemelijk dat de passagier sub 3 om haar moverende redenen van deze vlucht heeft afgezien en om terugbetaling heeft verzocht. Kennelijk is de passagier de volgende dag (toch) opnieuw omgeboekt, ditmaal naar vlucht LH2304 van 5 december 2023. Hoe deze omboeking tot stand is gekomen, is de kantonrechter niet duidelijk. Dit neemt echter niet weg dat de passagier er zelf voor heeft gekozen om niet met de door de vervoerder aangeboden vlucht LH2306 van 4 december 2023 te vliegen. De vervoerder is zodoende niet gehouden om de kosten van de KLM-vlucht te vergoeden.
Vergoeding kosten langer verblijf (passagier sub 3)
4.12.
Een passagier wiens vlucht is geannuleerd, heeft op grond van de Verordening recht op ‘verzorging’. Het recht op verzorging omvat onder meer gratis maaltijden en verfrissingen (in redelijke verhouding tot de wachttijd), een hotelaccommodatie (indien een verblijf van één of meer nachten noodzakelijk wordt), vervoer tussen de luchthaven en de plaats van de accommodatie en telefoongesprekken en fax- of e-mailberichten. Op grond van het Verdrag van Montreal kunnen ook overige kosten voor vergoeding in aanmerking komen, waaronder gederfd genot. Gemaakte kosten komen echter slechts voor vergoeding in aanmerking voor zover deze kosten noodzakelijk, passend en redelijk zijn.
4.13.
De passagier sub 3 heeft als gevolg van de annulering(en) drie dagen langer dan oorspronkelijk gepland in München doorgebracht. Zoals hiervoor is overwogen, had de passagier deze vertraging kunnen beperken door met de aangeboden vlucht LH2306 van 4 december 2023 naar huis te reizen. Dat de passagier dit aanbod van de vervoerder heeft afgewezen, komt voor haar eigen rekening en risico. Dat betekent dat alle kosten die ná het vertrek van vlucht LH2306 zijn gemaakt, niet voor vergoeding in aanmerking komen. De kantonrechter stelt vast dat dit voor alle overgelegde bonnetjes geldt, met uitzondering van de bon van H&M van 4 december 2023 om 10:55 uur (lokale tijd).
4.14.
De bij H&M gemaakte kosten komen echter evenmin voor vergoeding in aanmerking. Daartoe overweegt de kantonrechter de passagier de gehele reis in het bezit was van haar koffer.
Dictum
De kantonrechter:
5.1.
veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagiers van € 416,54, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 22 juli 2024 tot aan de dag van de gehele betaling;
5.2.
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
5.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Zie het arrest van het Hof van 4 mei 2017 inzake Pešková, C-315/15, ECLI:EU:C:2017:342.
Zie de uitspraak van het Bundesgerichsthof van 23 november 2021, ECLI:DE:BGH:2021:231121UXZR85.20.0.
Zie het arrest van het Hof van 31 januari 2023 inzake McDonagh/Ryanair (C 12/11).
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11250748 \ CV EXPL 24-5518
Uitspraakdatum: 18 juni 2025
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
1
[eiser 1],
2. [eiser 2],
3. [eiser 3],allen wonende te [plaats],
eisers
hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers
gemachtigde: [gemachtigde]
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
Deutsche Lufthansa Aktiengesellschaft
gevestigd te Keulen (Duitsland)
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. J. Nooij en mr. N. van der Graaf
1Het procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
2.1.
De passagiers sub 1 en 2 hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen vervoeren:- op 2 december 2023 van Amsterdam naar München (Duitsland) met vlucht LH2305;- op 5 december 2023 van München naar Amsterdam met vlucht LH2310. De passagiers hebben voor deze vliegtickets € 452,82 betaald.
2.2.
De vervoerder heeft vlucht LH2305 van 2 december 2023 geannuleerd.
2.3.
De passagiers sub 1 en 2 hebben vervolgens zelf een nieuwe boeking gemaakt voor de vluchten:- LH2303 van 4 december 2023 (Amsterdam naar München);- LH2310 van 6 december 2023 (München naar Amsterdam). De passagiers hebben voor deze vliegtickets € 718,82 betaald.
2.4.
Vlucht LH2303 van 4 december 2023 is vertraagd uitgevoerd.
2.5.
De passagiers hebben op vlucht LH2303 een stuk ruimbagage ingecheckt. Bij aankomst in München bleek dat deze koffer vermist werd. De passagiers hebben de bagage enkele dagen na terugkomst in Nederland weer in ontvangst mogen nemen.
2.6.
De vervoerder heeft op 7 december 2023 en 8 januari 2024 een bedrag van in totaal € 452,82 aan ticketkosten aan de passagiers sub 1 en 2 gerestitueerd.
2.7.
De passagier sub 3 heeft eveneens met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder haar vervoeren: - op 1 december 2023 van Amsterdam naar München;- op 3 december 2023 van München naar Amsterdam met vlucht LH2308.
2.8.
De vervoerder heeft vlucht LH2308 van 3 december 2023 geannuleerd.
2.9.
De passagier sub 3 heeft vervolgens zelf een boeking gemaakt voor vlucht LH2310 van 3 december 2023. De vervoerder heeft de kosten voor deze vervangende vlucht ( € 679,36) op 14 december 2023 vergoed.
2.10.
De vervoerder heeft vlucht LH2310 van 3 december 2023 geannuleerd.
2.11.
De vervoerder heeft de passagier sub 3 op 3 december 2023 omgeboekt naar vlucht LH2306 van München naar Amsterdam van 4 december 2023.
2.12.
De vervoerder heeft de passagier sub 3 op 4 december 2023 omgeboekt naar vlucht LH2304 van München naar Amsterdam van 5 december 2023.
2.13.
De vervoerder heeft vlucht LH2304 van 5 december 2023 geannuleerd.
2.14.
De passagier sub 3 heeft zelf een boeking gemaakt voor vlucht KL1798 van 6 december 2023, waarmee zij naar Amsterdam is gereisd. De passagier heeft voor dit vliegticket € 467,36 betaald.
2.15.
De passagiers hebben compensatie en schadevergoeding van de vervoerder gevorderd.
Geschil
3.1.
De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 4.451,64, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 4.390,34 vanaf 19 juli 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;- € 696,08 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
3.2.
De passagiers hebben aan de vordering(en) ten grondslag gelegd de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en het Verdrag van Montreal.
3.3.
De passagiers stellen dat de vervoerder de passagiers sub 1 en 2 vanwege de vertraging van vlucht LH2303 moet compenseren met een bedrag van € 250,- per passagier. Daarnaast moet de vervoerder aan de passagiers sub 3 de kosten van de alternatieve vlucht KL1798 (€ 467,36), en aan de passagiers sub 1 en 2 het nog openstaande restant van de kosten van de alternatieve vlucht(en) LH2303 en LH2310 (€ 266,00) terugbetalen. De passagier sub 3 was als gevolg van de annulering van de vluchten LH2308 en LH2310 gedwongen om langer in München te verblijven. De passagiers stellen dat de vervoerder gehouden is om de kosten die hiermee verband houden (€ 2.214,01) te vergoeden. Ten slotte stellen de passagiers dat de vervoerder vanwege vertraagde aankomst van de bagage gehouden is de in verband daarmee gemaakte extra kosten (€ 1.055,33) te vergoeden. De vervoerder heeft op 19 juni 2024 een deelbetaling van € 112,36 gedaan, zodat van de totale hoofdsom (€ 4.502,70) een bedrag van € 4.390,34 resteert.
3.4.
De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan.
Beoordeling
4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
Compensatie (vertraging vlucht LH2303)
4.2.
Niet in geschil is dat vlucht LH2303 met een vertraging van meer dan drie uur is uitgevoerd, zodat er in beginsel een compensatieplicht geldt voor de vervoerder. Dit is anders indien de vervoerder kan aantonen dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden en dat de vertraging, ondanks het treffen van redelijke maatregelen, niet voorkomen had kunnen worden.
4.3.
Uit het vluchtrapport volgt dat de vertraging van vlucht LH2303 voor de duur van 4 uur is veroorzaakt door de verlate aankomst van de direct voorafgaande vlucht (code 93) en voor de duur van 1 uur en 33 minuten door restricties van de luchtverkeersleiding (code 89).
4.4.
De kantonrechter is van oordeel dat de vervoerder voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de vertraging van de direct voorafgaande vlucht (LH2302) werd veroorzaakt door een opschorting van de grondafhandeling te München in verband met slechte weersomstandigheden (code 77). Dit levert naar het oordeel van de kantonrechter een buitengewone omstandigheid op. Daartoe overweegt hij dat de vervoerder geen invloed kan uitoefenen op het besluit van de luchthaven om de grondafhandeling tijdelijk op te schorten. De omstandigheid dat het slechte weer niet als een verrassing voor de vervoerder kon komen maakt dit niet anders. De vertraging van vlucht LH2302 werkt door naar vlucht LH2303. Het voorgaande heeft tot gevolg dat de vertraging van de vlucht in kwestie in ieder geval voor de duur van 4 uur te wijten is aan (de doorwerking van) buitengewone omstandigheden. Het valt niet in te zien welke maatregelen de vervoerder meer of anders had kunnen nemen om de vertraging van de passagiers te voorkomen dan wel te beperken.
4.5.
De kantonrechter is van oordeel dat het in het midden kan blijven of de overige vertraging van de vlucht eveneens door buitengewone omstandigheden is veroorzaakt. Bij een vertraging die niet alleen is veroorzaakt door buitengewone omstandigheden maar ook door andere omstandigheden, dient de vertraging die valt toe te rekenen aan buitengewone omstandigheden te worden afgetrokken van de totale duur van de aankomstvertraging van de betrokken vlucht. Gelet op dit arrest dient de totale aankomstvertraging van 5 uur en 28 minuten te worden verminderd met de tijd die aan de buitengewone omstandigheid te wijten is, namelijk (ten minste) 4 uur. Na aftrek resteert een vertraging van minder dan drie uur. De vordering tot compensatie zal om die reden worden afgewezen.
Vergoeding nieuw aangeschafte vliegtickets
4.6.
In geval van annulering hebben passagiers (naast eventuele compensatie) op grond van de Verordening recht op omboeking naar een alternatieve vlucht of restitutie van de oorspronkelijk betaalde ticketprijs. De passagiers hebben schadevergoeding verzocht in die zin dat zij de kosten van de door hen zelf geboekte alternatieve vlucht(en) vergoed willen zien. De Verordening biedt echter geen grondslag voor de vordering tot vergoeding van nieuw aangeschafte vliegtickets, zodat deze vordering niet op grond van de Verordening kan worden toegewezen.
4.7.
De passagiers hebben (ook) een beroep gedaan op het Verdrag van Montreal. De kantonrechter ontleent zijn bevoegdheid aan artikel 33 van dit Verdrag. Daartoe overweegt hij dat bij een heen- en terugvlucht die in één boeking zijn aangekocht, sprake is van een rondreis waarbij de eindbestemming dezelfde is als de vertrekplaats.
4.8.
Artikel 19 van het Verdrag van Montreal bepaalt dat de vervoerder gehouden is tot vergoeding van ‘schade voortvloeiend uit vertraging in het luchtvervoer van passagiers, bagage of goederen’. De vervoerder heeft niet aannemelijk gemaakt dat de passagiers na de annulering van de vlucht(en) alsnog zonder vertraging op de eindbestemming hadden kunnen aankomen. Het moet er om die reden voor gehouden worden dat de beslissing van de passagiers om andere vlucht(en) te boeken, is ontstaan uit ‘een vertraging in het luchtvervoer’.
Passagiers sub 1 en 2
4.9.
Vaststaat dat de LH2305 van 2 december 2023 is geannuleerd. De vervoerder heeft aan de passagiers sub 1 en 2 géén vervangende vlucht aangeboden, zodat de kosten van het vervangend vervoer op grond van artikel 19 van het Verdrag in beginsel toewijsbaar zijn. Er kan echter slechts sprake zijn van ‘schade’ voor zover de gemaakte kosten (€ 718,82) het reeds gerestitueerde bedrag (€ 452,82) overschrijden. Dat betekent dat de passagiers sub 1 en 2 nog recht hebben op vergoeding van € 266,00.
Passagier sub 3
4.10.
Vaststaat dat de LH2308 en LH2310 van 3 december 2023 zijn geannuleerd De vervoerder heeft (onder verwijzing naar de PNR-gegevens) aangevoerd dat hij de passagier sub 3 een passend en redelijk alternatief heeft aangeboden (namelijk vlucht LH2306 van 4 december 2023), maar dat de (vader van de) passagier dit aanbod (namens de passagier) heeft afgeslagen en om terugbetaling van de oorspronkelijke ticketprijs heeft verzocht (CALL/PAX FATHER ADVISD PAX WILL NT TAKE ALTERNATIVE FLT SUGGSTD AFTER FLT XL/RQSTS RFND).
4.11.
De kantonrechter stelt voorop dat hij geen reden heeft om aan de juistheid van de door de vervoerder overgelegde PNR-gegevens te twijfelen. Opvallend is dat van alle vluchten een annuleringsbericht is overgelegd, behalve van vlucht LH2306 van 4 december 2023. De kantonrechter acht het daarom aannemelijk dat de passagier sub 3 om haar moverende redenen van deze vlucht heeft afgezien en om terugbetaling heeft verzocht. Kennelijk is de passagier de volgende dag (toch) opnieuw omgeboekt, ditmaal naar vlucht LH2304 van 5 december 2023. Hoe deze omboeking tot stand is gekomen, is de kantonrechter niet duidelijk. Dit neemt echter niet weg dat de passagier er zelf voor heeft gekozen om niet met de door de vervoerder aangeboden vlucht LH2306 van 4 december 2023 te vliegen. De vervoerder is zodoende niet gehouden om de kosten van de KLM-vlucht te vergoeden.
Vergoeding kosten langer verblijf (passagier sub 3)
4.12.
Een passagier wiens vlucht is geannuleerd, heeft op grond van de Verordening recht op ‘verzorging’. Het recht op verzorging omvat onder meer gratis maaltijden en verfrissingen (in redelijke verhouding tot de wachttijd), een hotelaccommodatie (indien een verblijf van één of meer nachten noodzakelijk wordt), vervoer tussen de luchthaven en de plaats van de accommodatie en telefoongesprekken en fax- of e-mailberichten. Op grond van het Verdrag van Montreal kunnen ook overige kosten voor vergoeding in aanmerking komen, waaronder gederfd genot. Gemaakte kosten komen echter slechts voor vergoeding in aanmerking voor zover deze kosten noodzakelijk, passend en redelijk zijn.
4.13.
De passagier sub 3 heeft als gevolg van de annulering(en) drie dagen langer dan oorspronkelijk gepland in München doorgebracht. Zoals hiervoor is overwogen, had de passagier deze vertraging kunnen beperken door met de aangeboden vlucht LH2306 van 4 december 2023 naar huis te reizen. Dat de passagier dit aanbod van de vervoerder heeft afgewezen, komt voor haar eigen rekening en risico. Dat betekent dat alle kosten die ná het vertrek van vlucht LH2306 zijn gemaakt, niet voor vergoeding in aanmerking komen. De kantonrechter stelt vast dat dit voor alle overgelegde bonnetjes geldt, met uitzondering van de bon van H&M van 4 december 2023 om 10:55 uur (lokale tijd).
4.14.
De bij H&M gemaakte kosten komen echter evenmin voor vergoeding in aanmerking. Daartoe overweegt de kantonrechter de passagier de gehele reis in het bezit was van haar koffer.
Dictum
De kantonrechter:
5.1.
veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagiers van € 416,54, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 22 juli 2024 tot aan de dag van de gehele betaling;
5.2.
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
5.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Zie het arrest van het Hof van 4 mei 2017 inzake Pešková, C-315/15, ECLI:EU:C:2017:342.
Zie de uitspraak van het Bundesgerichsthof van 23 november 2021, ECLI:DE:BGH:2021:231121UXZR85.20.0.
Zie het arrest van het Hof van 31 januari 2023 inzake McDonagh/Ryanair (C 12/11).