Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-05-14
ECLI:NL:RBNHO:2025:7643
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
1,420 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 10847598 \ CV EXPL 23-8269
Uitspraakdatum: 14 mei 2025
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de vennootschap naar het recht harer vestiging
AirHelp Germany GmbH
gevestigd te Berlijn (Duitsland)
eiseres
hierna te noemen: AirHelp
gemachtigde: mr. D.E. Lof (Lof Legal Services)
tegen
de buitenlandse vennootschap
British Airways Plc
gevestigd te Harmondsworth (Verenigd Koninkrijk)
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. J.J.O. Zandt (Ploum Rotterdam Law Firm)
De zaak in het kort
AirHelp heeft van de vervoerder compensatie gevraagd voor een geannuleerde vlucht. De vervoerder heeft geen verweer gevoerd tegen de door AirHelp gevorderde hoofdsom. De kantonrechter ziet echter aanleiding om AirHelp te veroordelen in de proceskosten, omdat sprake is van rauwelijks dagvaarden. De vordering van AirHelp wordt daarom (gedeeltelijk) toegewezen.
1Het procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
2.1.
[betrokkene] (hierna: de passagier) heeft een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hem op 12 maart 2023 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport naar Heathrow Airport, Londen (Verenigd Koninkrijk), met vlucht BA431 (hierna: de vlucht).
2.2.
De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd.
2.3.
De passagier heeft zijn eventuele vorderingsrecht overgedragen aan AirHelp.
2.4.
AirHelp heeft daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.
2.5.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
Geschil
3.1.
AirHelp vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 250,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
3.2.
AirHelp baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). AirHelp stelt dat de vervoerder haar vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,00 (artikel 7 van de Verordening).
3.3.
De vervoerder betwist dit. Op zijn verweer wordt, voor zover relevant, ingegaan bij de beoordeling.
Beoordeling
4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
4.2.
De vervoerder heeft erkend de door AirHelp gevorderde hoofdsom verschuldigd te zijn, zodat dit vaststaat. De door AirHelp gevorderde hoofdsom zal daarom worden toegewezen.
4.3.
De vervoerder voert verweer tegen de proceskosten. In beginsel wordt de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten. Dit kan anders zijn als vast komt te staan dat deze kosten nodeloos zijn aangewend of veroorzaakt.
De vervoerder stelt dat zij voorafgaand aan de dagvaarding geen ‘letter before action’ (LBA) heeft ontvangen. AirHelp heeft haar stelling dat zij de LBA op 26 mei 2023 heeft toezonden niet onderbouwd. Zij heeft nagelaten om deze bij de dagvaarding of conclusie van repliek over te leggen en ook overigens geen bewijs met betrekking tot de ontvangst van de LBA door de vervoerder overgelegd. Daarom is niet vast komen te staan dat hij deze voor de dagvaarding heeft ontvangen. De kantonrechter gaat dus mee in het verweer van de vervoerder. Daarom moet ervan uit worden gegaan dat AirHelp niet heeft getracht om eerst op een minnelijke wijze tot beëindiging van het geschil te komen, door de vervoerder in de gelegenheid te stellen om de zaak (eventueel) buiten rechte te kunnen afdoen.
4.4.
De kantonrechter ziet daarom aanleiding om niet de vervoerder maar AirHelp conform het liquidatietarief te veroordelen in de proceskosten, nu zij deze kosten nodeloos heeft veroorzaakt. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt.
Dictum
De kantonrechter:
5.1.
veroordeelt de vervoerder tot betaling aan AirHelp van € 250,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 12 maart 2023, tot aan de dag van voldoening van dit bedrag;
5.2.
veroordeelt AirHelp tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 164,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder en veroordeelt AirHelp tot betaling van € 41,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van de algehele voldoening.
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.W. Koenis, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter