Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-05-28
ECLI:NL:RBNHO:2025:7640
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
2,277 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 9368810 \ CV EXPL 21-5185
Uitspraakdatum: 28 mei 2025
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
1
[eiser 1],
2. [eiser 2],
beiden wonende te [plaats]
eisers
hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers
gemachtigde: mr. I.G.B. Maertzdorff (EUclaim B.V.)
tegen
de buitenlandse vennootschap
American Airlines, Inc
gevestigd te Wilmington (Verenigde Staten)
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. M. Lustenhouwer (AKD advocaten)
De zaak in het kort
De passagiers hebben van de vervoerder compensatie gevraagd voor een meer dan 3 uur vertraagde vlucht. De vervoerder voert aan dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk slechte weersomstandigheden met als gevolg daarvan een capaciteitsreductie op de luchthaven Philadelphia. Het betoog van de vervoerder slaagt. De vordering van de passagiers wordt afgewezen.
1Het procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
2.1.
De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 10 juni 2019 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport, via Philadelphia International Airport (Verenigde Staten), naar Hartsfield-Jackson Atlanta International Airport (Verenigde Staten), met vluchtcombinatie AA203 en AA1813.
2.2.
De vervoerder heeft vlucht AA1813 van Philadelphia naar Atlanta (hierna: de vlucht) geannuleerd. De passagiers zijn omgeboekt naar een alternatieve vlucht, waardoor zij met een vertraging van meer dan drie uur zijn aangekomen op de eindbestemming.
2.3.
De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.
2.4.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
Geschil
3.1.
De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 1.200,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 10 juni 2019 althans vanaf datum ingebrekestelling dan wel vanaf de datum van betekening van deze dagvaardging tot aan de dag der algehele voldoening;- € 217,80 dan wel 181,50 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
3.2.
De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,00 per passagier (artikel 7 van de Verordening).
3.3.
De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de annulering van de vlucht het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk slechte weersomstandigheden met als gevolg daarvan een capaciteitsreductie op de luchthaven Philadelphia. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden (artikel 5 lid 3 van de Verordening).
Beoordeling
4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat zij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
4.2.
Vast staat dat de vlucht is geannuleerd. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de annulering het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden.
4.3.
De vervoerder voert aan dat er op de dag van de vlucht slecht weer (slecht zicht door laaghangende wolken, regenbuien en onweersbuien) voorspeld was aan de hele oostkust van de Verenigde Staten. Deze omstandigheden leverden een vliegveiligheidsprobleem op, waardoor de luchtverkeersleiding heeft besloten dat er veel minder luchtverkeer van en naar de luchthaven Philadelphia mocht worden uitgevoerd. Deze reductie zou van kracht blijven tot 01:59 UTC op 11 juni 2019. Dit zorgden voor een gemiddelde vertraging van 91 minuten om 16:04 UTC en een gemiddelde vertraging van 149 minuten om 20:45 UTC. Als gevolg moest de vervoerder bepaalde vluchten annuleren, waaronder de vlucht in kwestie. De vervoerder kon hier geen invloed op uitoefenen. Dit is daarom niet inherent aan de normale uitoefening van activiteiten van de vervoerder.
4.4.
De passagiers betwisten dit. Zij stellen dat andere vluchten die op of omstreeks de geplande uitvoering van de vlucht in kwestie zonder problemen konden vertrekken vanaf Philadelphia. Ter onderbouwing hebben zij een overzicht van deze vluchten overgelegd. De luchthaven bleef ook open. Dat betekent dat het weer niet verhinderend was voor de uitvoering van de vlucht in kwestie, aldus de passagiers. Daarnaast is het uitvoeren van een vlucht met vertraging minder belastend voor de passagiers dan een annulering en een omboeking. Hij had de vlucht dus vertraagd kunnen uitvoeren. Dit vergt geen onredelijke offer van de vervoerder. De vervoerder had de vlucht met een vertraging van 149 minuten (de gemiddelde minuten vertraging) kunnen uitvoeren. De annulering was daarom een operationele keuze. De vervoerder betwist dit en stelt dat indien meer toestellen zouden vliegen de gemiddelde vertraging zou toenemen, waardoor ook de vlucht in kwestie zou zijn getroffen als die uitgevoerd zou worden. De vlucht is daarom geannuleerd.
4.5.
De kantonrechter overweegt als volgt. In het geval van een capaciteitsreductie is het niet aan de kantonrechter om aan de hand van de overgelegde weergegevens te beoordelen of de luchtverkeersleiding de juiste beslissing heeft genomen door de capaciteit van de luchthaven naar beneden bij te stellen. Een capaciteitsreductie kan een buitengewone omstandigheid vormen indien de luchtvaartmaatschappij aantoont dat zij, gelet op de duur en mate van de restricties geen andere keuze had dan tot annulering van de vlucht over te gaan. De kantonrechter is van oordeel dat de vervoerder daarin is geslaagd met de door hem overgelegde stukken en toelichting daarop. De vervoerder heeft voldoende toegelicht dan wel onderbouwd dat, en in welke mate de luchtverkeersleiding vanwege de voorspelde weersomstandigheden de capaciteit van de luchthaven heeft aangepast. Tevens is voldoende duidelijk geworden in welke mate de capaciteitsreductie invloed heeft gehad op het aantal uit te voeren vluchten en welke afwegingen de vervoerder heeft gemaakt bij het annuleren van de onderhavige vlucht. Het betoog van de vervoerder slaagt. De vordering van de passagiers wordt afgewezen. Daarom wordt niet verder ingegaan op het geschil over de geplande vertrektijd van de vlucht.
4.6.
De vervoerder voert aan dat hij een buffer in de schema had gepland, maar dat de gemiddelde vertraging 149 minuten was, waardoor het niet mogelijk was om alle vluchten uit te voeren. Als de vervoerder geen vluchten had geannuleerd dan zou de gemiddelde vertraging toenemen. Hij heeft de passagiers omgeboekt naar de eerst beschikbare alternatieve vlucht. Zij zijn daarom met een relatief beperkte vertraging van 3 uur en 56 minuten aangekomen op de eindbestemming. De passagiers betwisten dit en zijn van mening dat de vervoerder de vlucht vertraagd had kunnen uitvoeren. De kantonrechter oordeelt dat de vervoerder voldoende heeft aangetoond dat hij alle redelijke maatregelen heeft getroffen. Het betoog van de vervoerder slaagt. De vordering van de passagiers wordt afgewezen.
4.7.
De passagiers zullen in het ongelijk worden gesteld. Daarom zullen zij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt.
Dictum
De kantonrechter:
5.1.
wijst de vordering af;
5.2.
veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 408,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 102,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt;
5.3.
verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S. Kleij, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter