Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-04-30
ECLI:NL:RBNHO:2025:7638
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
1,383 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 10860835 \ CV EXPL 24-55
Uitspraakdatum: 30 april 2025
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de vennootschap naar het recht harer vestiging
AirHelp Germany GmbH
gevestigd te Berlijn (Duitsland)
eiseres
hierna te noemen: AirHelp
gemachtigde: mr. D.E. Lof (Lof Legal Services)
tegen
de buitenlandse vennootschap
British Airways Plc
gevestigd te Harmondsworth (Verenigd Koninkrijk)
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. J.J.O. Zandt (Ploum Rotterdam Law Firm)
De zaak in het kort
AirHelp heeft van de vervoerder compensatie gevraagd voor een meer dan drie uur vertraagde vlucht. De kantonrechter oordeelt echter dat de vervoerder reeds bevrijdend heeft betaald. De vordering van AirHelp wordt daarom afgewezen.
1Het procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
2.1.
[betrokkene 1] en [betrokkene 2] (hierna: de passagiers) hebben een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hun op 3 april 2023 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport naar Gatwick Airport, Londen (Verenigd Koninkrijk), met vlucht BA2763 (hierna: de vlucht).
2.2.
De vervoerder heeft de vlucht met een vertraging uitgevoerd. Hierdoor zijn de passagiers met een vertraging van meer dan drie uur aangekomen op de eindbestemming.
2.3.
De passagiers hebben hun eventuele vorderingsrecht overgedragen aan AirHelp.
2.4.
AirHelp heeft daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.
2.5.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
Geschil
3.1.
AirHelp vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 500,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
3.2.
AirHelp baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). AirHelp stelt dat de vervoerder haar vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,00 per passagier (artikel 7 van de Verordening).
3.3.
De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt, voor zover relevant, ingegaan bij de beoordeling.
Beoordeling
4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat zij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
4.2.
De vervoerder stelt dat hij de gevorderde compensatie op 29 mei 2023 heeft overgemaakt aan de passagiers. AirHelp heeft dit niet betwist. Zij stelt echter dat de vervoerder niet bevrijdend heeft betaald, nu de passagiers hun vorderingsrecht middels cessie aan haar heeft overgedragen.
4.3.
De kantonrechter overweegt als volgt. Voor een geldige overdracht (cessie) zijn twee vereisten: een daartoe bestemde akte en mededeling daarvan aan de schuldenaar. De vervoerder stelt dat hij niet bekend was met de cessie aan AirHelp. AirHelp heeft hier tegenin gebracht dat zij de vervoerder op 25 april 2023 schriftelijk heeft aangemaand en dat zij toen ook mededeling heeft gedaan van de cessie. Zij heeft deze aanmaning echter niet overgelegd. Dit had wel op haar weg gelegen. Dit betekent dat niet is komen vast te staan dat de vervoerder reeds voorafgaand aan de betaling op de hoogte was van de overdracht van het vorderingsrecht aan AirHelp. Gelet op het voorgaande moet worden geoordeeld dat de vervoerder op 29 mei 2023 bevrijdend heeft betaald aan de passagiers.
4.4.
AirHelp zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal zij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt. De daarover gevorderde rente is toewijsbaar vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.
Dictum
De kantonrechter:
5.1.
wijst de vordering af;
5.2.
veroordeelt AirHelp tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 270,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder, en veroordeelt AirHelp tot betaling van € 67,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van de algehele voldoening;
5.3.
verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S. Kleij, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Artikel 3:94 BW.