Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-06-25
ECLI:NL:RBNHO:2025:7350
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
3,107 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 9702029 \ CV EXPL 22-1120
Uitspraakdatum: 25 juni 2025
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
[eiseres]
wonende te [plaats]
eiseres
hierna te noemen: de passagier
gemachtigde: mr. R.A.C. Telkamp (EUclaim B.V.)
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
British Airways Plc
gevestigd te Cardiff, Verenigd Koninkrijk
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. J.J.O. Zandt (Ploum)
De zaak in het kort
De passagier heeft compensatie van de vervoerder gevorderd vanwege een vertraagde vlucht. De vervoerder voert aan dat de vertraging van de vlucht het gevolg was van (de doorwerking van) buitengewone omstandigheden, namelijk de vertraging van een voorgaande vlucht en een latere opgelegde vertrektijd door de luchtverkeersleiding aan de vlucht in kwestie. Het betoog van de vervoerder slaagt. Ook heeft hij alle redelijke maatregelen getroffen om de vertraging te voorkomen en te beperken. Daarom wordt de vordering van de passagier afgewezen.
1Het procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
2.1.
De passagier heeft een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder haar op 19 en 20 december 2019 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport, via Londen, Verenigd Koninkrijk, naar Hong Kong, China, met vluchtcombinatie BA441 en BA27.
2.2.
De vervoerder heeft vlucht BA441 van Amsterdam naar Londen (hierna: de vlucht) vertraagd uitgevoerd. De passagier heeft de overstap op de aansluitende vlucht gemist. De passagier is met een vertraging van meer dan drie uur aangekomen op de eindbestemming.
2.3.
De passagier heeft daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.
2.4.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
Geschil
3.1.
De passagier vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 600,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 20 december 2019 tot aan de dag der algehele voldoening;- € 181,50 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
3.2.
De passagier baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat de vervoerder haar vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,-.
3.3.
De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de vertraging van de vlucht het gevolg was van (de doorwerking van) buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden.
Beoordeling
4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
4.2.
Vast staat dat de passagier met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming is aangekomen. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de vertraging het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. Volgens vaste rechtspraak van het Hof is een omstandigheid buitengewoon als deze niet inherent is aan de bedrijfsactiviteit van de vervoerder en hij daar ook geen invloed op kon uitoefenen.
4.3.
De vervoerder voert aan dat de vlucht in kwestie onderdeel was van de rotatievlucht Londen – Amsterdam – Londen (vluchtnummers BA440 en BA441). Vlucht BA440 van Londen naar Amsterdam werd vertraagd uitgevoerd. Deze vertraging had de volgende oorzaken:- 15 minuten vanwege de verlate binnenkomst van de bemanning;- 21 minuten vanwege een vertraagde start van het toestel (‘start up delay’);- 13 minuten vanwege een langere taxitijd;- 4 minuten vanwege een langere vluchttijd als gevolg van ‘air holding’ door de luchtverkeersleiding;- 4 minuten vanwege verkeer of werkzaamheden.
4.4.
Voor de 4 minuten vertraging vanwege verkeer of werkzaamheden doet de vervoerder geen beroep op buitengewone omstandigheden. Onderweg heeft vlucht BA440 nog 2 minuten vertraging in kunnen halen, waardoor deze uiteindelijk met 55 minuten vertraging is uitgevoerd.
4.5.
De vertraging van vlucht BA440 werkte met 43 minuten door op de vlucht in kwestie. Daarnaast kreeg de vlucht in kwestie nog een beperking opgelegd door de luchtverkeersleiding op de luchthaven van Londen. Dit heeft een aanvullende 8 minuten vertraging opgeleverd. Onderweg heeft de vlucht in kwestie nog wat vertraging in kunnen halen, waardoor de vlucht uiteindelijk met 37 minuten vertraging is uitgevoerd. Daardoor miste de passagier de overstap. Ter onderbouwing heeft de vervoerder onder meer verwezen naar vluchtrapporten. De passagier betwist dit.
4.6.
De kantonrechter oordeelt dat de vertraging van vlucht BA440 vanwege de verlate binnenkomst van de bemanning, niet het gevolg is van een buitengewone omstandigheid. Het Hof heeft immers geoordeeld dat maatregelen met betrekking tot het personeel van de normale uitoefening van de bedrijfsactiviteit van een luchtvaartmaatschappij vallen. Ook de onverwachte afwezigheid van een of meer personeelsleden die onontbeerlijk zijn om een vlucht uit te voeren, is inherent aan de normale uitoefening van de bedrijfsactiviteit van een luchtvaartmaatschappij. Dat de afwezigheid van het personeel mogelijk werd veroorzaakt door beperkingen van de luchtverkeersleiding op eerdere vluchten, maakt dit niet anders omdat het beheer van deze afwezigheid dan alsnog intrinsiek verbonden blijft met de planning van de bemanning van vlucht BA440.
4.7.
De vervoerder stelt dat de vertraging van vlucht BA440 voor de duur van 21 minuten veroorzaakt werd door een vertraagde start van het toestel (een ‘start up delay’). Deze vertraagde start werd veroorzaakt door de luchtverkeersleiding. Uit de berichten met communicatie met de luchtverkeersleiding blijkt dat het toestel pas later kon vertrekken dan gepland, aldus de vervoerder. De passagier betwist dit. Hij voert aan dat de door de vervoerder geen berichten met de luchtverkeersleiding betreffen maar communicatie tussen het toestel en het operationeel centrum van de vervoerder zelf. Daaruit blijkt niet dat het gaat om een vertraging die werd veroorzaakt door de luchtverkeersleiding. Een latere start kan immers verschillende oorzaken hebben, aldus de passagier.
4.8.
De vervoerder heeft hier tegenin gebracht dat uit de overgelegde berichten blijkt dat het toestel om 16:39 uur klaar stond om te vertrekken maar dat het pas om 17:05 uur toestemming kreeg om te vertrekken. Dit blijkt volgens de vervoerder uit de term ‘TSAT’ in de berichten; dit staat voor de door de tijd waarop het toestel van de luchtverkeersleiding mocht vertrekken.
4.9.
Het betoog van de vervoerder slaagt. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft hij met de door hem overgelegde stukken en zijn toelichting daarop voldoende onderbouwd dat vlucht BA440 21 minuten vertraging heeft opgelopen door een vertraagde start, die weer werd veroorzaakt door een verlate toestemming om te vertrekken door de luchtverkeersleiding. Als de luchtverkeersleiding een toestel een latere vertrektijd oplegt, heeft dit niet de mogelijkheid om toch eerder te vertrekken. Een dergelijke beperking is niet inherent aan de bedrijfsactiviteit van de vervoerder en hij heeft daar ook geen invloed op. Daarom was de vertraging van 21 minuten van vlucht BA440 het gevolg van een buitengewone omstandigheid.
4.10.
Verder stelt de vervoerder dat 13 minuten van de vertraging van vlucht BA440 het gevolg waren van een langere taxitijd dan gemiddeld. Ook tijdens het taxiën is de vervoerder afhankelijk van de instructies van de luchtverkeersleiding. Ter onderbouwing verwijst hij naar een rapport met gemiddelde taxitijden. De passagier betwist dit.
4.11.
Naar het oordeel van de kantonrechter heeft de vervoerder met het rapport en zijn toelichting daarop voldoende onderbouwd dat vlucht BA440 langer heeft getaxied dan gemiddeld. Daarbij heeft de vervoerder eveneens voldoende toegelicht dat hij daarbij afhankelijk is van de instructies van de luchtverkeersleiding. Gelet op hetgeen hiervoor overwogen is, zijn dergelijke beperkingen niet inherent aan de bedrijfsactiviteit van de vervoerder en heeft hij hier ook geen invloed op. Daarmee waren de 13 minuten vertraging van vlucht BA440 vanwege een langere taxitijd eveneens het gevolg van een buitengewone omstandigheid.
4.12.
Resteren de 4 minuten vertraging vanwege ‘air holding’. De vervoerder stelt dat vlucht BA440 een langere vluchttijd dan gemiddeld. De passagier betwist dit. Zij voert aan dat uit het enkele feit dat de vluchtduur langer was dan gemiddeld, niet kan worden afgeleid dat het toestel in een ‘air holding’ is geplaatst door de luchtverkeersleiding.
4.13.
De kantonrechter oordeelt dat de vervoerder onvoldoende heeft onderbouwd dat deze 4 minuten vertraging van vlucht BA440 het gevolg waren van ‘air holding’ door de luchtverkeersleiding. Zoals de passagier heeft aangevoerd, kan een langere vluchttijd verschillende oorzaken hebben. Het had op de weg van de vervoerder gelegen om aanvullende stukken of een toelichting te bieden waaruit blijkt dat dit het gevolg was van ‘air holding’. Daarom waren deze 4 minuten vertraging niet het gevolg van een buitengewone omstandigheid.
4.14.
Dit betekent dat 34 minuten van de vertraging van vlucht BA440 het gevolg waren van buitengewone omstandigheden. De vervoerder heeft voldoende onderbouwd dat deze vertraging doorwerkte op de vlucht in kwestie. Van de overige 8 minuten vertrekvertraging van de vlucht in kwestie stelt de vervoerder dat deze het gevolg waren van een beperking van de luchtverkeersleiding. Ter onderbouwing verwijst de vervoerder onder meer naar een ‘CFMU-rapport’ en het vluchtrapport.
4.15.
De kantonrechter oordeelt dat de vervoerder met door hem overgelegde rapporten en zijn toelichting daarop voldoende heeft onderbouwd dat 8 minuten van de vertraging van de vlucht in kwestie het gevolg waren van een latere vertrektijd. Gelet op het voorgaande geldt dit als een buitengewone omstandigheid. Al met al waren 42 minuten van de vertrekvertraging van de vlucht in kwestie daarmee het gevolg van buitengewone omstandigheden.
Dictum
5.1.
wijst de vordering af;
5.2.
veroordeelt de passagier tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 270,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder en veroordeelt de passagier tot betaling van € 67,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt,
vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van de algehele voldoening.
5.3.
verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Artikel 7 van de Verordening.
Artikel 5 lid 3 van de Verordening.
Zie onder meer HvJEU 22 december 2008, C-549/07, ECLI:EU:C:2008:771.
HvJEU 11 mei 2023, C-156/22, C-157/22 en C-158/22, ECLI:EU:C:2023:393.