Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-06-25
ECLI:NL:RBNHO:2025:7348
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
1,895 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11165922 \ CV EXPL 24-4006
Uitspraakdatum: 25 juni 2025
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de rechtspersoon naar buitenlands recht
AirHelp Germany GmbH
gevestigd te Berlijn, Duitsland
eiseres
hierna te noemen: AirHelp
gemachtigde: mr. D.E. Lof (Lof Legal Services)
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
Turk Havayollari A.O.
gevestigd te Ankara, Turkije
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. L. Kloot (LVH Advocaten)
De zaak in het kort
AirHelp heeft compensatie van de vervoerder gevorderd vanwege een vertraagde vlucht. Bij dagvaarding stelt zij dat de passagier door deze vertraging haar aansluitende vlucht heeft gemist. Bij conclusie van repliek heeft zij haar betoog gewijzigd en heeft zij gesteld dat de passagier alsnog voldoende overstaptijd had en dat de passagier de overstap heeft gemist omdat zij tijdens de overstap lang in de rij moest wachten voor een instapkaart. De vervoerder heeft dit gemotiveerd betwist. De kantonrechter oordeelt dat niet vast is komen te staan waarom de passagier de aansluitende vlucht heeft gemist maar wel dat zij voldoende overstaptijd had. Van passagiers mag worden verwacht dat zij hun best doen om hun overstap te halen. Daarom wordt de vordering van AirHelp afgewezen.
1Het procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
2.1.
[betrokkene] (hierna: de passagier) heeft met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder haar op 6 augustus 2023 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport, via Istanbul, Turkije, naar Singapore, met vluchtcombinatie TK1952 en TK208.
2.2.
De vervoerder heeft vlucht TK1952 van Amsterdam naar Istanbul (hierna: de vlucht) vertraagd uitgevoerd. De passagier heeft de aansluitende vlucht naar de eindbestemming gemist. De passagier is omgeboekt naar een alternatieve vlucht waarmee zij met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming is aangekomen.
2.3.
De passagier heeft haar eventuele vorderingsrecht overgedragen aan AirHelp.
2.4.
AirHelp heeft daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.
2.5.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
Geschil
3.1.
AirHelp vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 600,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
3.2.
AirHelp baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). AirHelp stelt dat de vervoerder haar vanwege de vertraging van de vlucht de compensatie moet voldoen van € 600,-.
3.3.
De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de vertraging van de vlucht het gevolg was van buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden.
Beoordeling
4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
4.2.
De vervoerder stelt – samengevat – dat de vertraging van de vlucht het gevolg was van de doorwerking van de vertraging van een eerdere vlucht en van een latere opgelegde vertrektijd door de luchtverkeersleiding. Dit waren buitengewone omstandigheden. Door deze vertraging heeft de passagier de aansluitende vlucht gemist, aldus de vervoerder.
4.3.
AirHelp betwist dit. Zij voert onder meer aan dat de aansluitende vlucht ook met vertraging is vertrokken. Daardoor had de passagier, ook na de vertraging van de vlucht in kwestie, alsnog ruim voldoende overstaptijd om de aansluitende vlucht te halen. De passagier heeft deze vlucht echter niet gehaald omdat zij in de rij moest gaan staan om een nieuwe boarding pass te verkrijgen voor de aansluitende vlucht. Het was aan de vervoerder om de passagier daarbij voorrang te geven, aldus AirHelp.
4.4.
De vervoerder betwist dit. Volgens hem blijkt uit het betoog van AirHelp dat de passagier de vlucht vanwege persoonlijke omstandigheden niet gehaald heeft. De passagier had een boeking voor twee aansluitende vluchten. Daarbij is het niet nodig om een tweede keer in te checken. Dit heeft de vervoerder haar ook niet geïnstrueerd. Ook kan van tevoren online worden ingecheckt, aldus de vervoerder.
4.5.
De kantonrechter overweegt dat AirHelp bij dagvaarding heeft gesteld dat de passagier de overstap op de aansluitende vlucht heeft gemist vanwege de vertraging van de vlucht in kwestie. Eerst bij conclusie van repliek heeft zij haar betoog gewijzigd en gesteld dat het missen van de overstap het gevolg was van het in de rij (moeten) staan voor een instapkaart bij de overstap. De vervoerder heeft gemotiveerd betwist dat dit noodzakelijk was. Daarom blijft onduidelijk waarom de passagier zich niet tijdig bij de gate heeft gemeld voor de aansluitende vlucht. Vast staat in ieder geval dat de passagier voldoende overstaptijd had om de aansluitende vlucht te halen. De kantonrechter is van oordeel dat van de passagier mocht worden verwacht dat zij de aansluiting probeerde te halen en zich zo snel mogelijk naar de betreffende gate begaf om zich te melden. In ieder geval staat niet vast dat het missen van de aansluitende vlucht door de passagier een gevolg is geweest van de vertraging van de vlucht in kwestie. De kantonrechter wijst de vordering van AirHelp dan ook af.
4.6.
AirHelp zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal zij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening plaatsvindt, met de kosten van betekening van dit vonnis.
Dictum
De kantonrechter:
5.1.
wijst de vordering af;
5.2.
veroordeelt AirHelp tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 270,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder
en veroordeelt de passagier tot betaling van € 67,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt,te vermeerderen, indien betekening plaatsvindt, met de kosten van betekening van dit vonnis;
5.3.
verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Artikel 7 van de Verordening.
Artikel 5 lid 3 van de Verordening.