Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-01-09
ECLI:NL:RBNHO:2025:714
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
861 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Zaanstad
Zaaknr./rolnr.: 11402329 \ CV EXPL 24-3071
Uitspraakdatum: 9 januari 2025
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de besloten vennootschap Meerlanden B.V.
gevestigd te gemeente Haarlemmermeer en kantoorhoudende te Rijsenhout
eiseres
gemachtigde: mr. E. Holthuizen
tegen
[gedaagde]
wonende te [woonplaats]
gedaagde
verschenen in persoon
1Het procesverloop
1.1.
Eiseres heeft bij dagvaarding van 7 november 2024 een vordering tegen gedaagde ingesteld. Gedaagde heeft op de rolzitting van 28 november 2024 mondeling geantwoord en de vordering erkend.
2De vordering en het verweer
2.1.
Eiseres vordert dat de kantonrechter gedaagde veroordeelt tot betaling van € 1.572,41 (bestaande uit de hoofdsom van € 1.536,84 en de reeds verschenen wettelijke rente van € 35,57), te vermeerderen met de verdere wettelijke rente en de proceskosten.
2.2.
Gedaagde erkent de vordering. De reden dat gedaagde de hoofdsom niet heeft betaald komt door persoonlijke omstandigheden. Hierdoor is hij gestopt met werken en later is hij zijn baan kwijtgeraakt. Sinds ongeveer zes à acht weken werkt gedaagde weer en probeert hij alles weer recht te trekken.
Beoordeling
3.1.
Nu gedaagde de verschuldigdheid van de gevorderde bedragen ten aanzien van de eindafrekening nadat hij uit dienst is getreden en de rente heeft erkend dan wel niet heeft weersproken, zal de vordering worden toegewezen.
3.2.
Voor zover gedaagde verzoekt om een betalingsregeling, geeft de wet de kantonrechter niet de mogelijkheid om een betalingsregeling op te leggen. Hiervoor moet gedaagde – zoals op de rolzitting van 28 november 2024 al door de kantonrechter is aangegeven – zelf contact opnemen met eiseres.
3.3.
Gedaagde is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief de nakosten) betalen. De proceskosten van eiseres worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding € 113,54
- griffierecht € 372,00
- salaris gemachtigde € 204,00 (1 punt x € 204,00)
- nakosten € 102,00 (plus de kosten van betekening
zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 791,54
Dictum
De kantonrechter:
4.1.
Veroordeelt gedaagde tot betaling aan eiseres van € 1.572,41, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 1.536,84 vanaf 31 oktober 2024 tot aan de dag van de gehele betaling;
4.2.
veroordeelt gedaagde tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor eiseres worden vastgesteld op € 791,54, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als gedaagde niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
4.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S. Slijkhuis en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter