Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-04-23
ECLI:NL:RBNHO:2025:6765
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
1,839 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 10864645 \ CV EXPL 24-283
Uitspraakdatum: 23 april 2025
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de vennootschap naar het recht harer vestiging
AirHelp Germany GmbH
gevestigd te Berlijn (Duitsland)
eiseres
hierna te noemen: AirHelp
gemachtigde: mr. D.E. Lof (Lof Legal Services)
tegen
de buitenlandse vennootschap
Turk Havayollari A.O., mede h.o.d.n. Turkish Airlines
gevestigd te Ankara (Turkije)
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. L. Kloot (LVH Advocaten)
De zaak in het kort
AirHelp heeft van de vervoerder (onder meer) compensatie gevraagd voor een drie uur vertraagde vlucht. De vervoerder voert aan dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk een opgelegde beperking door de luchtverkeersleiding in verband met een vertraagde pushback. Dit betoog van de vervoerder slaagt. Na aftrek van de daardoor ontstane vertraging resteert een vertraging van minder dan drie uur. De vordering van AirHelp wordt daarom afgewezen.
1Het procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding;
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
2.1.
[betrokkene] (hierna: de passagier) heeft een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder hem op 2 juli 2023 moest vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport via Istanbul Sabiha Gokcen International Airport (Turkije) naar Adnan Menderes Airport (Izmir, Turkije), met de vluchtcombinatie TK7823 en TK7490.
2.2.
De vervoerder heeft vlucht TK7490 van Istanbul naar Izmir (hierna: de vlucht) vertraagd uitgevoerd. De passagier is met een vertraging van drie uur aangekomen op de eindbestemming.
2.3.
De passagier heeft zijn vermeende vorderingsrecht middels cessie overgedragen aan AirHelp.
2.4.
AirHelp heeft daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.
2.5.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
Geschil
3.1.
AirHelp vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 400,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente;
- de nakosten.
3.2.
AirHelp baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). AirHelp stelt dat de vervoerder haar vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 400,00.
3.3.
De vervoerder voert verweer. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling ingegaan.
Beoordeling
4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat zij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
4.2.
Vast staat dat de passagier met een vertraging van drie uur op de eindbestemming is aangekomen. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de vertraging het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden.
4.3.
De vervoerder stelt in dit verband dat de vlucht onder meer met 11 minuten vertraging is uitgevoerd door een opgelegde beperking door de luchtverkeersleiding in verband met een vertraagde pushback. Ter onderbouwing van zijn verweer heeft hij onder meer het vluchtrapport overgelegd. De luchtverkeersleiding heeft de opgelegde beperkingen namelijk alleen gecommuniceerd via het radioverkeer op de luchthaven. Ten aanzien van de overige vertragingsoorzaak van de vlucht doet de vervoerder geen beroep op buitengewone omstandigheden. AirHelp betwist dit en voert aan dat het toestel niet tijdig gereed stond voor vertrek door operationele problemen. Derhalve is het aannemelijk dat de vervoerder zelf om een nieuwe vertrektijd heeft verzocht. Bovendien zijn er ook geen berichten van de luchtverkeersleiding overgelegd, aldus AirHelp.
4.4.
De kantonrechter oordeelt echter dat de vervoerder, met de door hem overgelegde stukken en zijn toelichting daarop, voldoende heeft onderbouwd dat de luchtverkeersleiding aan de vlucht een beperking heeft opgelegd en dat een vertraging in de pushback clearance uitsluitend wordt opgelegd door middel van radioverkeer op de luchthaven. Een dergelijke vertraging is een omstandigheid die niet inherent is aan de uitoefening van de bedrijfsactiviteit van de vervoerder en deze heeft daar ook geen invloed op. De kantonrechter is daarom van oordeel dat het beroep op buitengewone omstandigheden slaagt. De stelling van AirHelp dat er wellicht ook nog een andere oorzaak aan de vertraging van de vlucht ten grondslag heeft gelegen doet daar niet aan af, nu de vervoerder eveneens voldoende heeft onderbouwd dat het toestel tijdig klaar stond voor vertrek.
4.5.
Bij een vertraging die niet alleen is veroorzaakt door een buitengewone omstandigheid maar ook door andere omstandigheden, moet de vertraging die valt toe te rekenen aan de buitengewone omstandigheid worden afgetrokken van de totale duur van de aankomstvertraging van de vlucht. Gelet op het voorgaande moet de totale aankomstvertraging van 3 uur worden verminderd met de tijd die aan de buitengewone omstandigheid te wijten is, namelijk 11 minuten. Na aftrek resteert een vertraging van minder dan drie uur. De vordering van AirHelp zal daarom worden afgewezen.
4.6.
AirHelp zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal zij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening plaatsvindt, met de kosten van betekening van dit vonnis.
Dictum
De kantonrechter:
5.1.
wijst de vordering af;5.2. veroordeelt AirHelp tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 164,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder; en veroordeelt AirHelp tot betaling van € 41,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening plaatsvindt, met de kosten van betekening van dit vonnis;5.3. verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.Dit vonnis is gewezen door mr. S. Kleij, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Artikel 7 van de Verordening.
Artikel 5 lid 3 van de Verordening.
HvJEU 4 mei 2017, C-315/15, ECLI:EU:C:2017:342.