Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-06-05
ECLI:NL:RBNHO:2025:6545
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,017 tokens
Inleiding
RECHTBANK
NOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Zaanstad
Zaaknummer: 11424085 \ CV EXPL 24-3229
Vonnis van 5 juni 2025
in de zaak van
[naam VOF]
,
te Zaandam,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: P. de Ruijter,
tegen
[naam Eenmanszaak]
,
te Zaandam,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
De zaak in het kort
Gedaagde zegde kort na het sluiten van een aannemingsovereenkomst met eiser de opdracht tot reparatie en bestelling van auto-onderdelen op. De kantonrechter oordeelt dat eiser onvoldoende heeft aangetoond dat de kosten voor een besteld auto-onderdeel niet bespaard hadden kunnen worden, en wijst de vordering daarom af.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding van 14 november 2024,
de aantekeningen van de mondelinge conclusie van antwoord van 19 december 2024,
de akte met aanvullend antwoord van 16 januari 2025,
de mondelinge behandeling van 1 mei 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
2.1.
[eiser] is een garagebedrijf. [gedaagde] exploiteert een rijschool.
2.2.
Partijen spreken via Whatsapp op 8 februari 2024 om 13:44 af dat [eiser] de auto van het merk Volvo van [gedaagde] repareert en voor deze reparatie enkele auto-onderdelen bestelt.
2.3.
Later op 8 februari 2024, om 17:24, stuurt [gedaagde] een audiobericht aan [eiser] om de bestelling van de onderdelen te annuleren. [eiser] geeft om 17:58 diezelfde dag aan dat hij de bestelling voor de auto-onderdelen al had geplaatst, maar dat hij zou proberen om de bestelling te annuleren.
2.4.
Op 12 februari 2024 bericht [eiser] aan [gedaagde] dat het niet is gelukt om de bestelling voor het onderdeel kleppendeksel te annuleren.
Geschil
3.1.
[eiser] vordert - samengevat - dat de kantonrechter [gedaagde] veroordeelt tot betaling van € 326,70, te vermeerderen met wettelijke rente, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten. [eiser] legt aan de vordering ten grondslag dat [gedaagde] niet heeft betaald voor een kleppendeksel dat [eiser] voor [gedaagde] heeft besteld en ontvangen.
3.2.
[gedaagde] voert verweer en stelt dat [eiser] geen kosten zou hebben hoeven maken voor het kleppendeksel.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
Beoordeling
Soort overeenkomst
4.1.
[eiser] stelt dat partijen een overeenkomst van opdracht hebben gesloten en beroept zich op nakoming van die overeenkomst. [gedaagde] voert geen verweer tegen deze kwalificatie van de overeenkomst. De kantonrechter moet de rechtsverhouding echter zelfstandig correct kwalificeren wanneer partijen het niet bij het juiste eind hebben, ook wanneer zij hier niet over twisten. De door partijen gestelde feiten geven daartoe aanleiding. Van de uitzondering dat de eisende partij de vordering uitsluitend op basis van de kwalificatie van de rechtsverhouding beoordeeld wil zien, is in dit geval geen sprake.
4.2.
De kantonrechter is van oordeel dat er in dit geschil tussen partijen sprake is van een aannemingsovereenkomst, en niet van een overeenkomst van opdracht. De werkzaamheden die [eiser] op grond van de overeenkomst zou verrichten, bestonden uit meer dan alleen het bestellen van een auto-onderdeel voor [gedaagde] . [eiser] zou de auto namelijk repareren omdat er sprake was van een motorstoring, en voor die reparatie enkele onderdelen bestellen. Tussen partijen is niet in geschil dat de reparatie van de auto het eigenlijke doel van de overeenkomst was. Een reparatie van een auto valt onder het tot stand brengen van een werk van stoffelijke aard. Als het nodig is om daarvoor generieke onderdelen te bestellen, dat wil zeggen onderdelen die ook voor andere auto’s van hetzelfde model kunnen worden gebruikt, valt dit ook aan te merken als aannemingswerkzaamheden.
Grondslag van de vordering
4.3.
De opdrachtgever van de aannemingsovereenkomst mag de overeenkomst te allen tijde opzeggen. Dit heeft [gedaagde] als opdrachtgever ook gedaan enkele uren nadat partijen de overeenkomst hadden gesloten. Door de opzegging kan nakoming van de overeenkomst dus niet langer als grondslag dienen voor de vordering. De kantonrechter moet ambtshalve nagaan of de feiten en omstandigheden van deze zaak ertoe leiden dat er een andere rechtsregel is die maakt dat [gedaagde] de gevorderde kosten voor de kleppendeksel moet betalen.
4.4.
In dit kader is het volgende van belang. Wanneer een opdrachtgever de overeenkomst opzegt, moet hij de voor het gehele werk geldende prijs betalen, verminderd met de besparingen die voor de aannemer uit de opzegging voortvloeien. Omdat [gedaagde] heeft opgezegd, rust in beginsel op hem de verplichting om de besparingen aan te tonen. Tegelijkertijd rust op [eiser] een verzwaarde motiveringsplicht omdat zij (als degene die de contacten heeft gedaan over de bestelling en de annulering) de toegang heeft tot de informatie over besparingen. Dit houdt in dat [eiser] haar standpunt tegenover het verweer van [gedaagde] goed moet onderbouwen.
Besparing
4.5.
[gedaagde] stelt dat de kosten voor het kleppendeksel bespaard hadden kunnen worden omdat een bestelling van auto-onderdelen binnen twee weken kosteloos geannuleerd kan worden bij een Volvo-dealer, of dat geleverde onderdelen geretourneerd kunnen worden met terugbetaling van de koopprijs. [eiser] betwist dat de kosten bespaard hadden kunnen worden en voert aan dat zij de bestelling heeft geplaatst bij een tussenpersoon, en deze tussenpersoon geen annuleringen accepteert. De kantonrechter volgt [eiser] niet in dit verweer, omdat zij geen bewijsstukken overlegt waaruit blijkt dat de bestelling niet geannuleerd of teruggezonden zou kunnen worden. Ook is er geen factuur waaruit de door [eiser] gestelde betaling voor de bestelling blijkt. Omdat [eiser] haar betoog ook verder niet concreet onderbouwt, gaat de kantonrechter uit van de juistheid van de gemotiveerde stelling van [gedaagde] dat de kosten voor het kleppendeksel bespaard hadden kunnen worden. Hierom zal de vordering worden afgewezen.
4.6.
Als de in het ongelijk gestelde partij wordt [eiser] in de kosten veroordeeld. Omdat [gedaagde] in persoon procedeert, en niet is gebleken dat hij kosten heeft gemaakt voor het voeren van dit geding, worden deze kosten begroot op nihil.
Dictum
De kantonrechter
5.1.
wijst de vorderingen van [eiser] af,
5.2.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten tot heden begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. N. Ćulafić en in het openbaar uitgesproken op 5 juni 2025.
Vergelijk Hoge Raad 26 november 2010, ECLI:NL:HR:2010:BN6125 (https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2010:BN6125), r.o. 3.6.
Artikel 7:750 lid 1 Burgerlijk Wetboek (BW).
Artikel 7:764 lid 1 BW.
Artikel 25 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
Artikel 7:764 lid 2 BW
Hoge Raad 12 april 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY8728 (https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2013:BY8728), r.o. 3.4.2.