Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-06-12
ECLI:NL:RBNHO:2025:6490
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - meervoudig
6,161 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Familie en Jeugd
locatie Haarlem
vervangende toestemming verhuizing, vervangende toestemming verschillende instanties, zorgregeling, hoofdverblijfplaats
zaak-/rekestnr.: C/15/362770 / FA RK 25-1161
Beschikking van de meervoudige kamer voor familiezaken van 12 juni 2025
in de zaak van:
[de moeder]
,
wonende te [plaats] ,
hierna te noemen: de moeder,
advocaat mr. P.P. Hoyng, kantoorhoudende te Haarlem,
tegen
[de vader]
,
wonende te [plaats] ,
hierna te noemen: de vader,
advocaat mr. M.C. Tijsterman, kantoorhoudende te Hoofddorp,
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoek van de moeder ingekomen op 7 maart 2025;
- het verweer met zelfstandig verzoek van de vader van 8 mei 2025,
- het bericht namens de moeder van 9 mei 2025.
1.2.
De behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op de zitting van 15 mei 2025 in aanwezigheid van partijen, de moeder bijgestaan door mr. P.P. Hoyng en de vader door mr. M.C. Tijsterman. Daarnaast was op de zitting als informant aanwezig [vertegenwoordiger van de raad] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna te noemen: de Raad). Tijdens de zitting heeft de advocaat van de moeder pleitnotities overlegd.
Feiten
2.1.
Partijen kregen in 2020 een relatie met elkaar en zijn op [huwelijksdatum] in [plaats] gehuwd.
2.2.
De minderjarige kinderen van partijen zijn:
- [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] in de gemeente [gemeente] ;
- [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] in de gemeente [gemeente] .
De ouders zijn gezamenlijk belast met het gezag over de kinderen.
2.3.
Partijen zijn sinds oktober 2024 uit elkaar. De moeder staat sinds 22 november 2024 ingeschreven in [plaats] .
2.4.
Bij beschikking van de voorzieningenrechter van 15 januari 2025 zijn de kinderen voorlopig toevertrouwd aan de vader en is een voorlopige regeling ter verdeling van de zorg- en opvoedingstaken vastgesteld, die inhoudt dat [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] afwisselend vijf dagen bij de vader en vervolgens vijf dagen bij de moeder verblijven
2.5.
De vader heeft op 21 januari 2025 een verzoek tot echtscheiding ingediend, bij de rechtbank bekend onder de zaaknummers C/15/361189 / FA RK 25-329 en C/15/364317 / FA RK 25-1953.
2.6.
De vader heeft vervolgens bij kort geding gevorderd de moeder te bevelen terug te verhuizen en de zorgregeling uit te voeren in de omgeving van [plaats] of in de woning in [plaats] en de moeder te verbieden de zorgregeling uit te voeren in of vanuit [plaats] of [plaats] . Bij vonnis van deze rechtbank van 2 april 2025 is de vader -kort gezegd- niet-ontvankelijk verklaard in zijn vorderingen. In reconventie is de vader veroordeeld om de kinderen iedere dag dat zij bij hem zijn via facetime te laten bellen met de moeder.
3Het verzoek
Vervangende toestemming verhuizing
3.1.
De moeder heeft verzocht haar vervangende toestemming te verlenen om met de kinderen naar [plaats] te verhuizen.
Zij legt aan dit verzoek ten grondslag dat zij het recht heeft om haar leven na de echtscheiding opnieuw in het richten en zich te vestigen waar zij wil. Nu de relatie van partijen over is, heeft de moeder niets meer over in Noord-Holland. Zij heeft er geen netwerk en voelt zich ongelukkig daar. Tot eind november 2024 verbleef de moeder in een recreatiewoning van haar stiefvader in [plaats] , maar die woning was te klein en aan het water en daardoor ongeschikt om te wonen met de kinderen. Daarbij komt dat deze woning niet geschikt is voor permanente bewoning. De moeder heeft in eerste instantie gezocht naar huurwoningen rondom [plaats] , maar dit bleek vanwege de huidige woningmarkt onmogelijk. De moeder heeft geluk gehad met het vinden van haar huidige woning in [plaats] . Bovendien heeft de moeder, om de vader te ontlasten, aangeboden om bij het halen en brengen van de kinderen halverwege [plaats] en [plaats] af te spreken. Verder zijn de kinderen niet geworteld in [plaats] en vanwege hun jonge leeftijd kunnen ze zich gemakkelijk aanpassen aan een nieuwe omgeving. Tot slot verlopen de communicatie tussen partijen en de wisselmomenten van de voorlopige zorgregeling goed.
Vervangende toestemming verschillende instanties
3.2.
De moeder heeft ook verzocht om aan haar vervangende toestemming te verlenen om de kinderen in te schrijven bij een school, huisarts, tandarts en zwemlessen. Aangezien de kinderen vanaf vier jaar -per april 2026- naar school gaan en scholen vaak wachtlijsten hebben, moet de moeder bij het krijgen van vervangende toestemming voor de verhuizing naar [plaats] de kinderen per direct inschrijven bij verschillende scholen. Ook moet zij de kinderen dan inschrijven bij een huisarts, tandarts en zwemlessen.
Zorgregeling
3.3.
De moeder heeft daarnaast verzocht de volgende zorgregeling vast te stellen:
vanaf het moment van inschrijving van de kinderen op het adres van de moeder tot 1 april 2026:
- de kinderen verblijven de ene week vanaf zondag 17.00 uur bij de vader en de andere week vanaf zondag 17.00 uur bij de moeder, waarbij geldt dat 1 maal per 10 weken in overeenstemming met het ploegenschema van de vader het wisselmoment op zaterdag 17:00 uur plaats zal vinden, althans een dusdanige regeling te treffen die de rechtbank juist acht;
vanaf 1 april 2026:
- de kinderen verblijven bij de vader volgens een door de moeder per week/weekend gespecificeerd jaarschema.
Volgens de moeder doet de door haar verzochte zorgregeling recht aan het belang van de kinderen en aan gelijkwaardig ouderschap. De moeder meent dat van doorslaggevend belang moet zijn de zogenoemde ‘kwaliteitstijd’, zijnde de zorgtijd die een ouder daadwerkelijk met de kinderen kan doorbrengen. Daarnaast wordt er rekening gehouden met het werkschema van zowel de vader als de moeder. Volgens de moeder zorgt een zevendaagse week-op-week-af-zorgregeling voor rust, regelmaat en stabiliteit voor de kinderen, hetgeen essentieel is gelet op hun jonge leeftijd. Daarnaast heeft de zevendaagse zorgregeling tot gevolg dat er minder wisselmomenten zijn en dat er een betere balans is tussen de werktijden van partijen. Als de kinderen vier jaar oud zijn en in [plaats] naar school gaan, verblijven zij volgens het voorstel van de moeder 116 dagen per jaar bij de vader, ongeveer 1/3e deel van het jaar. Het schema volgt het ploegenrooster van de vader. De moeder zal dan vijf dagen van 9.00 tot 14.00 uur gaan werken. In het scenario waarbij de kinderen hun hoofdverblijfplaats bij de vader hebben en in [plaats] naar school gaan, heeft de moeder een voorstel gedaan waarbij de kinderen 145 dagen per jaar bij de moeder verblijven. De kinderen verblijven dan 220 dagen per jaar bij de vader, waarvan de kinderen volgens de moeder 129 dagen bij de oppas of grootouders verblijven. Dit vindt de moeder niet in het belang van de kinderen omdat er in deze regeling er sprake is van meer onregelmatigheid en minder directe zorg en kwaliteitstijd door de vader.
Hoofdverblijfplaats
3.4.
Tot slot verzoekt de moeder de rechtbank te bepalen dat de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij haar zal zijn als zij toestemming krijgt om te verhuizen.
3.5.
Door en namens de moeder is tijdens de zitting aanvullend naar voren gebracht dat de moeder altijd het grootste deel van de zorg voor de kinderen heeft gedragen. Ook is aangevoerd dat de moeder een noodzaak had om te verhuizen omdat zij structureel ongelukkig en emotioneel onveilig was. De moeder voelde zich in [plaats] jarenlang sociaal geïsoleerd en psychisch mishandeld door de vader, hetgeen negatieve effecten kan hebben op de kinderen. Door de verhuizing naar een vertrouwde en ondersteunende omgeving in [plaats] is de moeder weer in staat om de zorg voor de kinderen te dragen, aldus de moeder
4
4. Verweer en zelfstandig verzoek
Vervangende toestemming verhuizing
4.1.
De vader heeft daartegen gemotiveerd verweer gevoerd. Hij is van mening dat de verzoeken van de moeder moeten worden afgewezen.
Beoordeling
vervangende toestemming verhuizing
6.1.
Ingevolge artikel 1:253a lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kunnen geschillen omtrent de gezamenlijke uitoefening van het gezag aan de rechter worden voorgelegd. De rechtbank kan op verzoek van de ouders of een van hen vervangende toestemming verlenen voor de verhuizing van de kinderen. De rechtbank neemt daarover een beslissing met inachtneming van de in de rechtspraak ontwikkelde verhuiscriteria naar aanleiding van de uitspraak van de Hoge Raad van 25 april 2008 (ECLI:NL:HR:2008:BC5901). De rechtbank dient daarbij alle omstandigheden van het geval in ogenschouw te nemen en de belangen af te wegen. Het belang van de kinderen is daarbij een factor van groot belang. Uit vaste jurisprudentie volgt dat, hoezeer het belang van de kinderen een overweging van de eerste orde dient te zijn bij de belangenafweging, andere belangen zwaarder kunnen wegen.
6.2.
Volgens vaste jurisprudentie is voorts uitgangspunt dat ouders na een echtscheiding de mogelijkheid moeten hebben zelfstandig een eigen leven op te bouwen. Zij dienen echter bij het maken van die nieuwe start niet alleen rekening te houden met de belangen van hun minderjarige kinderen, maar ook met die van hun gewezen partner, met name met het oog op de aard en de omvang van diens zorgtaken jegens de kinderen. Het is immers een feit van algemene bekendheid dat verbreking van de continuïteit van de woonomgeving en beperking van de contacten met de andere ouder voor de kinderen heel ingrijpend kunnen zijn.
6.3.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft de moeder de noodzaak om te verhuizen onvoldoende onderbouwd. De moeder stelt dat zij al lang ongelukkig was in [plaats] omdat haar netwerk ver weg (omgeving [plaats] ) was en de vader haar psychisch mishandelde. Uit de stukken en hetgeen tijdens de zitting is besproken, is onvoldoende vast komen te staan dat de situatie in [plaats] voor de moeder dermate onhoudbaar was dat zij genoodzaakt was te verhuizen. Evenmin is gebleken dat de moeder de zorg voor de kinderen niet kon dragen of onvoldoende beschikbaar was omdat ze zo ongelukkig was in [plaats] . Dit geldt temeer nu de moeder drie maanden voor het verbreken van de relatie met de vader nog een whatsApp-bericht naar de vader heeft gestuurd waarin ze zegt dat het gelukkig weer beter gaat tussen hen en dat het feit dat ze zich niet goed voelde niets te maken had met het gezin. Dat sprake is van een sociaal isolement is evenmin gebleken. De moeder had daar werk en vrienden. De stelling van de moeder dat zij zich door de houding en controledwang van de vader zo onveilig voelde dat zij niet langer in de omgeving van [plaats] kon blijven, is tegenover de betwisting van de vader onvoldoende onderbouwd. Bovendien is onvoldoende gebleken dat de moeder geen andere keuze had dan naar [plaats] te verhuizen. De moeder had namelijk via haar stiefvader de mogelijkheid om in [plaats] en dus de omgeving van de kinderen te verblijven en heeft daar ook enige tijd gebruik van gemaakt. De rechtbank begrijpt dat het omliggende water van de recreatiewoning in [plaats] en het feit dat het een recreatiewoning is, maakten dat deze woning geen permanente oplossing was, maar de moeder beschikte met deze (tijdelijke) woning over de mogelijkheid om vandaaruit te zoeken naar permanente woonruimte in de omgeving van de kinderen. Dat de moeder kort na de verbreking van de relatie zonder overleg en zonder toestemming van de vader en vooruitlopend op deze procedure naar [plaats] is verhuisd en in die omgeving een baan heeft geaccepteerd, is een situatie die zij zelf heeft gecreëerd en kan ook niet tot de conclusie leiden dat er een noodzaak was om te verhuizen.
6.4.
Daarbij is de rechtbank van oordeel dat de moeder de verhuizing niet op de juiste wijze heeft voorbereid, niet goed heeft doordacht en dat zij onvoldoende heeft stilgestaan bij de gevolgen van haar verhuizing voor de kinderen en de vader. Een verhuizing van de moeder en de kinderen naar [plaats] zou meebrengen dat het contact tussen de kinderen en de vader drastisch zou verminderen. Uitvoering van een 50/50 co-ouderschap zou dan namelijk niet meer mogelijk zijn vanaf het moment dat [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] naar school gaan, in het voorjaar van 2026. Daarnaast is de grote afstand die de kinderen elke keer moeten afleggen als ze van de ene ouder naar de andere ouder gaan een zware last voor de kinderen, die nog zo jong (nog geen 4 jaar) zijn. Bovendien hebben zowel de vader als de moeder de wens dat er een zorgregeling komt die recht doet aan een gelijkwaardig ouderschap. De keuze van de moeder om naar [plaats] te verhuizen met de kinderen staat haaks op deze wens.
6.5.
Gelet op het voorgaande en na afweging van alle betrokkenbelangen, is de rechtbank van oordeel dat het belang van de kinderen bij onverminderd contact met de vader en hun belang om in hun vertrouwde omgeving te blijven wonen, prevaleren boven het belang en de wens van de moeder om naar [plaats] te verhuizen. De rechtbank wijst daarom het verzoek van de moeder om haar vervangende toestemming te verlenen om met de kinderen naar [plaats] te verhuizen af.
Hoofdverblijfplaats
6.6.
Nu het verzoek van de moeder om haar vervangende toestemming te verlenen om met de kinderen naar [plaats] te verhuizen is afgewezen, zal ook haar verzoek om de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij haar te bepalen worden afgewezen. Tevens brengt dit mee dat het verzoek van de vader om de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij hem te bepalen zal worden toegewezen.
Vervangende toestemming school, huisarts, tandarts en zwemlessen
6.7.
De moeder heeft verzocht om vervangende toestemming voor inschrijving van de kinderen bij een school, huisarts, tandarts en zwemlessen in [plaats] . Nu het verzoek van de moeder om vervangende toestemming tot verhuizing wordt afgewezen, komt de rechtbank niet toe aan de beoordeling van deze verzoeken.
6.8.
De vader heeft verzocht om vervangende toestemming voor inschrijving van de kinderen op de basisschool [basisschool] in [plaats] . Niet is gebleken dat deze school ongeschikt of niet passend is of dat er weerstand tegen deze school is bij een van de ouders. Bovendien heeft de moeder in april 2024 zelf geprobeerd de kinderen bij deze school in te schrijven. Gelet op het voorgaande en de hierboven genomen beslissing van de rechtbank om de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de vader vast te stellen, zal de rechtbank het verzoek van de vader om vervangende toestemming voor inschrijving op de basisschool [basisschool] in [plaats] toewijzen.
6.9.
Verder heeft de vader verzocht om hem vervangende toestemming te verlenen voor de inschrijving van de kinderen bij een tandarts, zwemlessen en overige voor de kinderen van belang zijnde instanties. De rechtbank vindt dat deze verzoeken onvoldoende concreet zijn geformuleerd. Bovendien is uit de stukken en tijdens de zitting niet gebleken dat partijen hierover onderling overleg hebben gehad terwijl de ouders in het kader van de gezamenlijke gezagsuitoefening daar wel toe gehouden zijn. De rechtbank gaat er vanuit dat de ouders, rekening houdend met de hierna vermelden beslissingen hierover gaan overleggen om tot afspraken te komen die in het belang zijn van de kinderen. Het verzoek van de vader om hem vervangende toestemming te verlenen voor de inschrijving van de kinderen bij diverse instanties wordt daarom afgewezen.
zorgregeling
6.10.
Bij beschikking van 15 januari 2025 is een tijdelijke zorgregeling vastgesteld waarbij de kinderen afwisselend vijf dagen bij de vader en vijf dagen bij de moeder verblijven, waarbij het wisselmoment om 13.00 uur is. Partijen waren deze zorgregeling op 22 november 2024 overeengekomen en hebben daaraan sindsdien uitvoering gegeven.
Dictum
De rechtbank:
7.1.
wijst de verzoeken van de moeder af;
7.2.
bepaalt dat de hoofdverblijfplaats van de minderjarigen:
- [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] ,
- [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] ,
bij de vader zal zijn;
7.3.
verleent de vader vervangende toestemming om de minderjarigen:
- [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] ,
- [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] ,
in te schrijven op de basisschool [basisschool] in [plaats] ;
7.4.
stelt de volgende verdeling van de zorg- en opvoedingstaken vast:
de minderjarigen:
- [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] in de gemeente [gemeente] ,
- [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] in de gemeente [gemeente] ;
verblijven:
- totdat zij naar school gaan:
vijf dagen bij de vader en vijf dagen bij de moeder, waarbij wordt aangesloten bij het werkrooster van de vader en rekening wordt gehouden met de jaarlijkse verspringing in zijn rooster door de schrikkeldag en waarbij de kinderen twee keer videobellen met de andere ouder;
- vanaf het moment dat zij naar school gaan:de eerste drie weekenden van de vier weken bij de moeder, van vrijdag 15.00 uur tot zondag 17.00 uur, waarbij de vader de kinderen naar de moeder brengt en de moeder de kinderen terugbrengt naar de vader.
De vakantie- en feestdagen worden in onderling overleg bij helfte verdeeld;
7.5.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
7.6.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.C.M. Swinkels, voorzitter, en mr. T.M. van Wassenaer-Westgeest en mr. S.A. van Hoorn, leden van deze kamer, allen tevens kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. R.E. Vogel als griffier en in het openbaar uitgesproken op 12 juni 2025.
Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De verzoekende partij en/of de zich verwerende partij dient het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen.
Feiten
Daartoe heeft de vader – kort samengevat – betoogd dat niet voldaan is aan de door de Hoge Raad gehanteerde criteria voor verlening van vervangende toestemming voor een verhuizing.
4.2.
Daarnaast heeft de vader via zelfstandige verzoeken de rechtbank verzocht:
I te bepalen dat de kinderen hun hoofdverblijfplaats houden bij de vader, zoals ook in de echtscheidingsprocedure is verzocht;
II aan de vader vervangende toestemming te verlenen om de kinderen in te schrijven op basisschool [basisschool] in [plaats] , bij de tandarts, voor zwemlessen en bij overige voor de kinderen van belang zijnde instanties;
III te bepalen dat de huidige zorgregeling van vijf om vijf dagen wordt gecontinueerd tot januari 2026, rekening houdend met de verspringing/schrikkeldag in het werkrooster van de vader, waarbij de moeder de kinderen naar de vader brengt om 13.00 uur na zijn laatste nachtdienst en hen ook daar weer ophaalt om 13.00 voor zijn eerste middagdienst.
IV te bepalen dat de kinderen van de vijf dagen dat zij bij de ene ouder zijn (tot januari 2026) tweemaal met de andere ouder bellen.
V na de kerstvakantie 2025-2026, dus vanaf januari 2026, een regeling vast te stellen van eenmaal per veertien dagen een weekend van vrijdagmiddag 15.00 uur tot zondagmiddag 15.00 uur, voor de situatie dat de moeder in [plaats] blijft wonen en de kinderen bij de vader hun hoofdverblijfplaats in [plaats] hebben. Daarbij dient rekening te worden gehouden met het feit dat de kinderen vanaf april 2026 naar school zullen gaan. De vader wil voorkomen dat de kinderen zowel aan een nieuwe omgangsregeling als school moeten wennen.. De vader gaat er daarbij vanuit dat de moeder dan de zorgregeling uitvoert vanuit [plaats] , om te voorkomen dat de kinderen te veel reistijd hebben.
De vader heeft de verzoeken – samengevat – als volgt onderbouwd. De huidige zorgregeling (5/5) sluit beter aan bij het ploegenrooster van de vader. Bovendien acht de vader een week op week af zorgregeling niet in het belang van de kinderen, omdat de kinderen in dat geval de andere ouder een week niet zien. Dit is volgens de vader te lang gelet op de jonge leeftijd van de kinderen.
Wanneer de kinderen naar school gaan, kan de huidige zorgregeling niet meer plaatsvinden. Door de ploegendiensten van de vader is het niet mogelijk een weekendregeling tussen de vader en de kinderen af te spreken. Evenmin is de regeling mogelijk die de moeder voorstelt. Volgens de vader dienen de kinderen bij hem te blijven wonen en naar school te gaan. De moeder is in de weekenden vrij en zij zou dan in [plaats] kunnen verblijven om tijd met de kinderen door te brengen. Juist de ploegendiensten maken het voor de vader mogelijk om er voor de kinderen te zijn overdag. In de avond- en nachtdiensten liggen de kinderen om 19 uur in bed (geregeld door oma vz). Tot slot heeft de vader aangegeven dat hij altijd degene is geweest die het grootste deel van de zorg voor de kinderen op zich nam.
4.3.
Door en namens de vader is tijdens de zitting aanvullend naar voren gebracht dat het niet goed gaat met de kinderen. Ze hebben nachtmerries en een terugval in zindelijkheid. Ook hebben de kinderen last van het vele reizen tussen de ouders. Verder is door en namens de vader uitdrukkelijk betwist dat sprake is geweest van psychische mishandeling van de moeder door hem.
5
5. Visie van de Raad
De Raad heeft tijdens de zitting naar voren gebracht dat het in het belang van de kinderen is dat op korte termijn een duurzame zorgregeling wordt vastgelegd en dat er duidelijkheid komt over de hoofdverblijfplaats van de kinderen. Dit geldt temeer nu de kinderen op korte termijn moeten worden ingeschreven voor een school en andere instanties. De Raad zou een onderzoek kunnen doen om te bepalen bij welke ouder de kinderen hun hoofdverblijfplaats zullen hebben, maar acht dit niet in het belang van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] omdat dit te lang duurt. De Raad acht het nu vastleggen van een duurzame zorgregeling meer in het belang van de kinderen. Bij het bepalen van de zorgregeling is het volgens de Raad evident dat er onderscheid wordt gemaakt tussen de periode totdat de kinderen naar school gaan en de periode daarna.