Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-06-23
ECLI:NL:RBNHO:2025:6455
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
4,121 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummer: HAA 24/3786
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 juni 2025 in de zaak tussen
[eisers] , uit [plaats] , eisers
(gemachtigde: mr. S. Maachi),
en
de raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank (SVB), verweerder
(gemachtigde: mr. I. Pieterse).
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eisers. Eisers hebben een aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO) op grond van de Participatiewet (PW) aangevraagd. Eisers zijn het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Zij voeren daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de SVB de aanvraag terecht heeft afgewezen, omdat eisers onvoldoende informatie hebben verstrekt over hun inkomsten en vermogen. Ook is het besluit niet in strijd met het evenredigheidsbeginsel en hoefde de SVB geen toepassing te geven aan de hardheidsclausule. Eisers krijgen dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. Eisers hebben een aanvraag ingediend voor een AIO. De SVB heeft deze aanvraag met het besluit van 28 april 2023 afgewezen. Met het bestreden besluit van 6 mei 2024 op het bezwaar van eisers is de SVB bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
2.1.
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.2.
De SVB heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.3.
De rechtbank heeft het beroep op 12 mei 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eisers, de gemachtigde van eisers, en de gemachtigde van de SVB. [naam 1] , de dochter van eisers, heeft als tolk opgetreden.
Totstandkoming van het bestreden besluit
De aanvraag en de beoordeling daarvan
3. Eisers hebben op 4 september 2022 een aanvraag gedaan voor een AIO. In deze aanvraag hebben eisers aangegeven ieder een Grieks pensioen te ontvangen, ieder een bankrekening in Nederland te hebben en dat [naam 2] , eiser, een bankrekening in Griekenland heeft met rekeningnummer [nummer 1] . Bij de aanvraag hebben eisers bijlagen gevoegd, te weten specificaties van het pensioen van eiser, een overzicht van bijschrijvingen van het pensioen van [naam 3] , eiseres, bankafschriften van de Nederlandse bankrekeningen van eisers en bankafschriften over de periode 27 september 2021 tot 26 september 2022 van een Griekse bankrekening met nummer [nummer 2] ten name van eisers. Op de specificaties van het pensioen van eiser staat een woonadres in Griekenland vermeld.
3.1.
De SVB heeft eisers met de brief van 8 november 2022 verzocht nadere gegevens te verstrekken. De SVB heeft verzocht bankafschriften te overleggen van de Nederlandse bankrekeningen over de periode 1 januari 2022 tot en met 30 september 2022, informatie te verstrekken over de hoogte van het Griekse pensioen van eiseres en de bankrekening waarop dit wordt uitbetaald en informatie te verstrekken over het woonadres in Griekenland. Tot slot heeft de SVB een toelichting gevraagd op de werkzaamheden van eiseres in 2015, omdat zij volgens informatie van de EFKA, de Griekse uitvoerder van sociale verzekeringen, in dat jaar in Griekenland verplicht verzekerd was, terwijl eiseres volgens eigen opgave sinds 20 januari 2015 in Nederland woonachtig is. Op de brief van 8 november 2022 hebben eisers niet gereageerd. Het verzoek van de SVB is herhaald in de brief van 14 december 2022.
3.2.
Eisers hebben naar aanleiding van de brief van 14 december 2022 bankafschriften van hun Nederlandse rekeningnummers overgelegd, aangegeven dat eiseres in 2015 niet in Griekenland werkzaam was, dat het adres in Griekenland een huurwoning betreft en de hoogte van het pensioen van eiseres in de maanden mei, juni en juli 2022 weergegeven.
3.3.
Met de brief van 20 januari 2023 heeft de SVB om nadere stukken verzocht. Eisers werd gevraagd een bankafschrift van ten minste één maand te overleggen van het Griekse rekeningnummer waarop het pensioen wordt uitbetaald. Ook is verzocht toe te lichten waarom het pensioen van eiseres in juni 2022 is verlaagd en waarom eiseres in de periode 2015 tot en met 2018 pensioenrechten heeft opgebouwd in Griekenland, terwijl zij in Nederland woonachtig was.
3.4.
Eisers hebben naar aanleiding van dit verzoek bankafschriften overgelegd over de periode 1 februari 2022 tot 6 februari 2023 van een Griekse rekening met rekeningnummer [nummer 3] . Daarnaast is aangegeven dat onbekend is waarom het pensioen van eiseres sinds juni 2022 lager is en dat de opbouw van het Griekse ouderdomspensioen in de periode 2016 tot en met 2018 via eigen inleg heeft plaatsgehad.
3.5.
De SVB heeft eisers met de brief van 4 april 2023 verzocht informatie te verstrekken over verblijven in Griekenland in de periode 2022 en 2023, voorzien van bewijsstukken. Daarnaast heeft de SVB in de overgelegde bankafschriften bijschrijvingen met de omschrijving ‘lening’ gezien en verzocht zo mogelijk met bewijsstukken te onderbouwen wat voor soort leningen dit zijn. Tot slot heeft de SVB nadere informatie over de woning in Griekenland verzocht en gevraagd om onder meer de huurovereenkomst. Op dit verzoek hebben eisers niet gereageerd.
3.6.
De SVB heeft de aanvraag op 28 april 2023 afgewezen omdat te weinig informatie beschikbaar was om de hoogte van de AIO vast te stellen.
De bezwaarfase
3.7.
In de bezwaarprocedure heeft op 11 oktober 2023 een hoorzitting plaatsgevonden. In de hoorzitting hebben eisers toegelicht dat zij sinds 2015 in Nederland wonen en dat het adres in Griekenland hun oude huurwoning betreft. Zij zijn in 2023 in Griekenland geweest, maar niet in 2021 en 2022. Eiser heeft tijdens de hoorzitting de bankpas getoond van de rekening met rekeningnummer [nummer 1] . Eiseres heeft toegelicht dat zij een nieuwe bankrekening in Griekenland heeft met rekeningnummer [nummer 4] . Het rekeningnummer dat eiseres eerder had, is opgeheven. Van die rekening bestaan geen bankafschriften, maar alleen bankboekjes en eisers hebben toegezegd die boekjes aan de SVB op te sturen.
3.8.
Naar aanleiding van de hoorzitting heeft de SVB met de brief van 19 oktober 2023 verzocht te bevestigen dat eisers beschikken over twee Nederlandse bankrekeningen, een Griekse bankrekening met nummer [nummer 1] ten name van eiser, rekening [nummer 2] ten name van eisers waarop het pensioen van eiser wordt gestort en rekening [nummer 3] ten name van eiseres waarop het pensioen van eiseres wordt gestort. Ook is verzocht toe te lichten waarom de hoogte van het pensioen van eiseres wisselt, in welke periode eisers in het buitenland zijn verbleven van 2022 tot 19 oktober 2023 en om de bankboekjes toe te sturen zoals tijdens de hoorzitting was toegezegd.
3.9.
In reactie hierop hebben eisers toegelicht dat de bankrekening met nummer [nummer 1] ten onrechte op de aanvraag is vermeld omdat de rekening niet meer bestaat. De eerder toegezegde bankboekjes horen bij deze rekening en zijn dus niet meer relevant. De rekening met nummer [nummer 2] staat op naam van eiser en daarop wordt zijn pensioen gestort. Op de rekening met nummer [nummer 3] wordt alleen het pensioen van eiseres gestort. De wisselende bedragen hebben waarschijnlijk te maken met het aantal dagen in de maand, aldus de toelichting van eisers. Eisers zijn niet in het buitenland geweest sinds 2022.
3.10.
Naar aanleiding van deze reactie heeft de SVB met de brief van 25 januari 2024 verzocht bewijs te sturen van de opheffing van de rekeningen met nummers [nummer 1] en [nummer 3] en toe te lichten wat er met het saldo op die rekeningen is gebeurd. Voor zover deze rekeningen zijn opgeheven na september 2022, dienden eisers bankafschriften te overleggen. De SVB verzocht voorts toe te lichten op welke rekening het pensioen van eiseres na het opheffen van haar rekening is gestort. Ten aanzien van het nieuwe rekeningnummer van eiseres met nummer [nummer 4] is verzocht op te geven sinds wanneer zij over die rekening beschikt en als dat voor oktober 2022 is, de bankafschriften daarvan te overleggen.
3.11.
Met de brief van 20 maart 2024 hebben eisers toegelicht dat de rekeningen met nummers [nummer 1] en [nummer 4] subrekeningen zijn die behoren bij respectievelijk de rekening [nummer 2] op naam van eiser en [nummer 3] op naam van eiseres. Omdat dit subrekeningen betreft zijn er geen aparte bankafschriften beschikbaar.
3.12.
Daarna is het procesverloop geweest zoals hiervoor onder 2 beschreven.
Standpunten van partijen
4. Eisers voeren aan dat de aanvraag ten onrechte is afgewezen. Eisers hebben voldoende stukken aangeleverd.
Beoordeling
5. Bij de beoordeling geldt als uitgangspunt dat een AIO wordt verstrekt aan gehuwden die de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt en die in zodanige omstandigheden verkeren of dreigen te geraken dat zij niet over de middelen beschikken om in de noodzakelijke kosten van bestaan te voorzien. Dat volgt uit artikel 47a, eerste lid, van de PW. Het ligt op de weg van de aanvrager om die gegevens en bescheiden te verstrekken die voor de aanvraag nodig zijn en waarover de aanvrager redelijkerwijs de beschikking kan krijgen, aldus artikel 4:2, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De SVB bepaalt op grond van artikel 53a, eerste lid, in samenhang met artikel 47b van de PW welke gegevens moeten worden verstrekt ten behoeve van de verlening van bijstand. Verder bepaalt artikel 16, eerste lid, van de PW dat bijstand kan worden verleend aan een persoon die daar geen recht op heeft, wanneer zeer dringende redenen daartoe noodzaken. Tot slot volgt uit artikel 3:4, tweede lid, van de Awb dat de nadelige gevolgen van een besluit voor een belanghebbende niet onevenredig mogen zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen.
5.1.
De rechtbank oordeelt als volgt. Tussen partijen staat niet ter discussie dat eisers niet alle gegevens hebben aangeleverd die de SVB heeft opgevraagd. Zo hebben eisers geen bewijs van uitschrijving uit Griekenland overgelegd en hebben zij evenmin alle opgevraagde bankafschriften aangeleverd. De rechtbank volgt eisers niet in hun standpunt dat deze informatie voor de beoordeling niet nodig zou zijn. Zonder deze informatie is ook voor de rechtbank niet duidelijk geworden of eisers ieder een eigen rekening op naam hebben in Griekenland, of dat wellicht ook sprake is van een en/of-rekening. Het is niet duidelijk welke rekeningen nu nog wel en nu niet meer bestaan en het is niet duidelijk wat er met de saldi van die rekeningen is gebeurd. Ook is onduidelijk gebleven of eisers nu wel of niet een huurwoning in Griekenland hebben. Door het ontbreken van deze informatie hebben eisers naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende aangetoond dat zij in bijstandbehoevende omstandigheden verkeerden, terwijl zij daar als aanvragers van de AIO wel toe verplicht zijn. Om te kunnen beoordelen of sprake is van bijstandbehoevende omstandigheden, moet in elk geval inzichtelijk zijn over welke bankrekeningen eisers beschikken en wat daarvan het saldo is. De SVB heeft ter zitting toegelicht dat ook duidelijk moet worden of eisers een huurwoning in Griekenland hebben, omdat moet worden uitgesloten dat die huurwoning wordt onderverhuurd. De informatie die de SVB bij eisers heeft opgevraagd, is daarom noodzakelijk voor de beoordeling.
5.2.
De rechtbank volgt eisers evenmin in het standpunt dat de SVB de benodigde informatie bij de Griekse autoriteiten kan opvragen. De gemachtigde van de SVB heeft ter zitting toegelicht dat de SVB enkel bij EFKA kan nagaan of eisers recht hebben op een Grieks ouderdomspensioen. Dat de SVB ook elders informatie kan verkrijgen, zoals eisers hebben gesteld, is door hen niet nader toegelicht en onderbouwd en is door de SVB uitdrukkelijk betwist. Eisers kunnen de benodigde informatie bovendien zelf aanleveren. Zo is ter zitting door eisers aangegeven dat zij beschikken over bankafschriften van de Griekse bankrekeningen van een langere periode dan eerder aan de SVB is verstrekt. Ook het overleggen van een bewijs van uitschrijving uit Griekenland en het bewijs van opzegging van de huurovereenkomst in Griekenland is informatie waarover eisers naar het oordeel van de rechtbank kunnen beschikken. Het lag daarom op de weg van eisers om deze informatie aan de SVB te verstrekken.
5.3.
Ook het beroep van eisers op het evenredigheidsbeginsel en de hardheidsclausule slaagt niet. In de kern verzoeken eisers hun aanvraag pragmatisch te behandelen en de menselijke maat toe te passen, nu zij menen niet te kunnen voldoen aan de aan hen opgelegde last om de gevraagde gegevens aan de SVB te verschaffen en zij daardoor ernstig worden geschaad. De rechtbank volgt eisers hierin niet. De SVB heeft, zoals overwogen, op goede gronden gevraagd om de gegevens en heeft voldoende rekening gehouden met de omstandigheden van eisers door hen schriftelijk en telefonisch aan te geven welke informatie nog noodzakelijk was en hen herhaaldelijk in de gelegenheid te stellen die informatie te verschaffen. Eisers hebben dat nagelaten. Ook hoefde de SVB niet actief over te gaan tot toekenning van een voorschot in afwachting van verder onderzoek.. Gelet op vorengaande geven de door eisers aangedragen argumenten geen aanleiding om te concluderen dat de voor hen nadelige gevolgen van het genomen besluit onevenredig zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doel. Voor zover eisers met een beroep op de hardheidsclausule hebben bedoeld een beroep te doen op artikel 16, eerste lid, van de PW, is de rechtbank van oordeel dat eisers niet aannemelijk hebben gemaakt dat sprake is van zeer dringende redenen om bijstand te verlenen. Zo hebben eisers niet gesteld dat sprake is van een acute noodsituatie en hebben zij dat ook niet met stukken onderbouwd. Het enkele verzoek om de aanvraag pragmatisch te behandelen en de menselijke maat toe te passen volstaat daarvoor niet.
Conclusie
6. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de SVB de aanvraag terecht heeft afgewezen. Eisers krijgen daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgen ook geen vergoeding van hun proceskosten.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.M. Mons, rechter, in aanwezigheid van mr. M.E. Kleijn, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 23 juni 2025.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Zie ook Centrale Raad van Beroep 19 november 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:2238.