Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-05-09
ECLI:NL:RBNHO:2025:5583
Bestuursrecht; Belastingrecht
Eerste aanleg - meervoudig
7,545 tokens
Inleiding
Rechtbank noord-holland
Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummer: HAA 25/1913
uitspraak van de meervoudige kamer van 9 mei 2025 in de zaak tussen
[eiseres] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , eiseres
(gemachtigde: mr. J.A. Biermasz),
en
de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp, verweerder.
Inleiding
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de beslissing op bezwaar van verweerder van 24 maart 2025.
Verweerder heeft bij besluit van 20 december 2024 een vergunningaanvraag van eiseres voor de uitvoer van afsluiters naar een afnemer in China afgewezen.
Bij de beslissing op bezwaar van 24 maart 2025 heeft verweerder het bezwaar van eiseres tegen voornoemd besluit ongegrond verklaard.
Eiseres heeft daartegen beroep ingesteld. Zij heeft verzocht om versnelde behandeling van de zaak op grond van artikel 8:52 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De rechtbank heeft dat verzoek ingewilligd, omdat de zaak spoedeisend is.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Eiseres heeft vóór de zitting nadere stukken ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 mei 2025.
Namens eiseres zijn verschenen [naam 1] en [naam 2] , bijgestaan door gemachtigde en haar kantoorgenote mr. [naam 3] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door
mr. drs. [naam 4] , mr. [naam 5] en [naam 6] MSc.
De onderhavige zaak is gelijktijdig behandeld met de zaak met het nummer HAA 25/1851. Alles wat in die zaak is verklaard en overgelegd, wordt geacht ook te zijn verklaard en overgelegd in deze zaak.
Feiten
1. Op 11 november 2024 heeft eiseres bij de Centrale Dienst voor In- en Uitvoer (hierna: CDIU) een individuele vergunning aangevraagd voor de uitvoer van afsluiters van SG-post 2B350.g.1, en GN-onderverdeling 8481 8081. Eiseres heeft het eindgebruik van de afsluiters als volgt omschreven: “The Products are used for device connection and media conveying. (see EUS)".
2. De afsluiters werden geleverd aan [bedrijf 1] Ltd ( [bedrijf 1] ), onder de leveringsconditie “EXW”. De eindgebruiker in China is [eindgebruiker] , Ltd., gevestigd te [stad] in China (hierna: [eindgebruiker] of eindgebruiker). De rechtstreekste levering aan [eindgebruiker] wordt verzorgd door [bedrijf 1] .
3. Tot de stukken van het geding behoren drie end-userverklaringen:- een verklaring BISIEC, MOFCOM, P.R. China van 8 november 2024: “The importer and end-user have undertaken that commodities listed below are for the stated end-use, and will not divert, transship or reexport them to another destination without approval of the Ministry of Commerce of the People’s Republic of China.”
- een verklaring [eindgebruiker] van 23 februari 2025: “We certify that the [eiseres] B.V. produced valves being ultimately supplied to [eindgebruiker] , Ltd (…) will exclusively be used by [eindgebruiker] , Ltd for civil purposes (specifically processing of styrene). The valves will not be used directly or indirectly in the manufacture of munitions, or for any other military end uses.
(…) The supplied check and gate valves will exclusively be used for high-temperature steam pipelines of styrene. The styrene unit are part of a refining and chemical integration project with production capacity of 15 million tons/year of oil refining, 1.65 million tons/year of ethylene and 2 million tons/year of p-xylene.”
- een verklaring van [eindgebruiker] , op briefpapier van [bedrijf 2] (het concern waartoe eiseres behoort) van 23 januari 2025: “…products acquired from and/or products serviced by [bedrijf 2] , or any of the applicable technology, will not be exported, re-exported, sold, transferred, diverted, or otherwise disposed of in violation of any (a) export or re-export regulations specific to the U.S., E.U., U.K., or other country; (…) (f) laws associated with “dual-use” items that may have military and civilian applications (…). I certify that the products will not be used in any government, military, and educational institution, or in nuclear weapons, missiles, chemical or biological weapons, or in electronic or information warfare.”
4. Tot de stukken van het geding behoren verwijzingen naar diverse internetsites waarop de samenwerking tussen westerse ondernemingen en [eindgebruiker] wordt genoemd:- [website 1] , een bericht van 18 mei 2021: “[ [eindgebruiker] ] has signed contracts with [bedrijf 4] , LLC, a subsidiary of [bedrijf 5] ( [bedrijf 5] ) for the license, basic engineering, and technical services for a new combined IsoTherming® kerosene/diesel hydrotreater (KDHT). The grassroots hydrotreater is one of many units included as part of the greenfield fully integrated refining and petrochemical complex that will be located in [district] , [stad] , [provincie] , China.” Een gelijkluidend bericht van dezelfde datum is opgenomen op de site van [bedrijf 5] .- [website 2] , een bericht van 29 juli 2021: “[ [eindgebruiker] ] has let contracts to [bedrijf 6] LLC and [bedrijf 7] ( [bedrijf 7] ) – a [bedrijf 8] Inc.- [bedrijf 6] JV – to license process technologies for two new plants to be installed as part of the operator’s proposed grassroots integrated refining and petrochemical complex in [district] , [stad] , [provincie] , China”- [website 3] , een bericht 30 juli 2021: “ [bedrijf 6] and [bedrijf 7] LLC ( [bedrijf 7] ) has announced multiple technology contracts from [eindgebruiker] , Ltd. for a grassroots refinery and petrochemical complex in [provincie] , China.”- [website 4] , een bericht van 10 maart 2022: "..." has taken the final investment decision to participate in the development of a major integrated refinery and petrochemical complex in Northeast China. [bedrijf 9] ( [bedrijf 9] ), a joint venture between [bedrijf 9] , [bedrijf 29] and [bedrijf 12] , will develop the liquids-to-chemicals complex.”
- [bedrijf 21] , een bericht van 5 november 2024: "..." has entered into an agreement to license its leading-edge hydrogen peroxide technology to [eindgebruiker] ( [eindgebruiker] ) for the manufacturing of 300 kilotons of propylene oxide per year in its [stad] ( [provincie] , China) facility, with a planned launch in 2026.”
5. Tot de stukken van het geding behoren verder verklaringen van [bedrijf 7] LLC, [bedrijf 13] , [bedrijf 14] GmbH, [bedrijf 15] GmbH, [bedrijf 28] , [bedrijf 16] , [bedrijf 17] , [bedrijf 18] ., Ltd., [bedrijf 19] , LLC, en [bedrijf 20] , INC aan [eindgebruiker] . Deze verklaringen gaan telkens over specifieke leveringen en daarin wordt verklaard dat voor die leveringen geen uitvoervergunning vereist is, hetzij in algemene zin, hetzij onder verwijzing naar nationale regelgeving.
6. De concernstructuur waar [eindgebruiker] deel van uitmaakt, is voor zover hier van belang als volgt.
[bedrijf 22] ., Ltd. ( [bedrijf 22] ) houdt 70,24% van de aandelen in [bedrijf 29] , die vervolgens 51% van de aandelen in [bedrijf 9] . , Ltd. houdt. [bedrijf 9] , Ltd. houdt 100% van de aandelen in [eindgebruiker] . Van de aandelen in [bedrijf 9] , Ltd, wordt 30% gehouden door [bedrijf 23] B.V. en 19% door [bedrijf 12] ., Ltd.
7. Tot de stukken van het geding behoort een deel van een overeenkomst (hierna: JV overeenkomst) waarin (de hiervoor genoemde) [bedrijf 29] , [bedrijf 23] B.V., [bedrijf 12] . Ltd., een joint venture aangaan in de vorm van [bedrijf 9] . Ltd.. In dit deel van de overeenkomst is onder meer (in artikel 12.1) bepaald, dat [bedrijf 29] . zes van de negen bestuursleden van [bedrijf 9] voordraagt. Daar is ook opgenomen dat de voorzitter van het bestuur altijd door [bedrijf 29] . wordt voorgedragen. In de overeenkomst is ook opgenomen dat de bepalingen uit de overeenkomst gelden voor alle dochterondernemingen van de joint venture. Achter de overeenkomst zijn verklaringen opgenomen, onder meer van [bedrijf 9] ., Ltd., waarin onder andere is vermeld:
“The Company will comply with all applicable:
a. Export control regulations which restrict the transfer, sale, or release of certain goods, products, software, technology and services; (…)”.In artikel 10.8 van de JV overeenkomst is vastgelegd dat geen van de partijen, naar Chinees recht, activiteiten zal ontplooien die in strijd komen met enige sanctie of op enige andere manier een beëindiging van de overeenkomst zullen veroorzaken (“Special AOC Termination Event”).
8. Tot de stukken van het geding behoren verder constructietekeningen van de drie soorten afsluiters. Op deze constructietekeningen is inzichtelijk gemaakt welke delen van de afsluiters in aanraking komen met de chemische stoffen die door de afsluiters stromen. De samenstelling van deze onderdelen is geanalyseerd door het Italiaanse Acciaierie Valbruna S.p.A, waarvan de uitslag is opgenomen in inspectiecertificaten. De geteste delen zijn vervaardigd uit legeringen van nikkel en chroom en in de inspectiecertificaten is onder meer het nikkelgehalte en chroomgehalte van de legeringen vermeld:Certificaat nikkelgehalte chroomgehalte061468 31,47% 19,92%061469 30,53% 20,23%061470 30,85% 20,38%061471 31,00% 20,06%061472 30,66% 19,76%
9. Bij besluit van 20 december 2024 heeft verweerder de vergunningaanvraag afgewezen. Op basis van openbare informatie constateert verweerder een risico op ongewenst eindgebruik van de chemische goederen. Uit die openbare informatie blijkt volgens verweerder een nauwe directe en indirecte zeggenschapsband tussen eindgebruiker en [bedrijf 22] , een Chinees staatsbedrijf. Vanwege proliferatiegevoelige projecten en zorgen omtrent defensieontwikkelingen in het chemisch domein was [bedrijf 22] volgens verweerder op diverse lijsten van bevriende autoriteiten geplaatst.
Geschil
16. In geschil is of de onderhavige afsluiters vallen onder SG-post 2B350.g.1. In het geval de afsluiters onder die SG-post vallen, is in geschil of verweerder de gevraagde vergunning terecht heeft geweigerd.
17. Eiseres is primair van mening dat zij ten onrechte een uitvoervergunning heeft aangevraagd voor deze afsluiters. Een uitvoervergunning is niet nodig, omdat de afsluiters niet onder SG-post 2B350.g.1 vallen en geen goederen voor tweeërlei gebruik zijn. Uit de inspectiecertificaten voor het geleverde materiaal voor de afsluiters blijkt dat een deel van het oppervlak dat in aanraking komt met de ingesloten chemische stof een chroomgehalte heeft van minder dan 20%. Dit betekent dat niet alle oppervlakken die in direct contact komen met de chemicaliën zijn gemaakt van corrosiebestendig materiaal in de zin van de technische noot op SG-post 2B350.g.1. Subsidiair betoogt eiseres dat verweerder de vergunning ten onrechte heeft geweigerd. Verweerder heeft de weigering van de vergunning en de beslissing op bezwaar onvoldoende gemotiveerd. De afsluiters zijn bestemd om te worden gebruikt in een evident civiel project. Ook is geen sprake van een zorgvuldige en concreet gemotiveerde besluitvorming en evenmin van een zorgvuldige, kenbare belangenafweging.
De afsluiters worden geleverd in het kader van een uitsluitend civiel energieproject (petrochemische raffinaderij). In de door eiseres overgelegde end-useverklaringen wordt uitdrukkelijk verklaard dat de afsluiters niet direct of indirect zullen worden gebruikt bij de vervaardiging van munitie of voor enig ander militair doel. De afsluiters zullen door de eindgebruiker uitsluitend voor civiele doeleinden worden gebruikt, namelijk bij de productie van styreen.
Eiseres concludeert tot gegrondverklaring van het beroep, vernietiging van de beslissing op bezwaar van 24 maart 2025 en het onderliggende negatieve besluit op de aanvraag voor de vergunning. Eiseres verzoekt te bepalen dat verweerder de uitvoervergunning wel had moeten verlenen en verweerder te gelasten de vergunning alsnog met spoed te verlenen, met veroordeling van verweerder in de proceskosten in bezwaar en beroep. Tevens verzoekt eiseres te bepalen dat verweerder de schade die zij heeft geleden, althans nog zal lijden, door de negatieve beslissing op de vergunningaanvraag, dient te vergoeden.
18. Verweerder is van mening dat voor de ingevoerde afsluiters een vergunning vereist is en dat hij de aangevraagde vergunning terecht heeft geweigerd.De afsluiters bestaan uit verschillende onderdelen, die zijn vervaardigd uit materiaal met verschillende chroomgehaltes. Voor het bepalen van het chroomgehalte in de zin van SG-post 2B350.g.1 moet worden berekend wat het gemiddelde chroomgehalte is van de verschillende onderdelen die in direct contact komen met de chemicaliën. Het aldus berekende gemiddelde ligt bij de onderhavige afsluiters boven 20%, zodat de afsluiters vallen onder de definitie van ‘corrosiewerend materiaal’ in de zin van de technische noot. De uitleg van eiseres, dat álle oppervlakken een chroomgehalte van meer dan 20% moeten hebben zou leiden tot een moeilijk te controleren situatie, niet overeenkomen met de bedoeling van de Dual-use Verordening en misbruik in de hand werken. Bovendien garandeert eiseres een chroomgehalte tussen 19% en 23%, zodat zij zelf ook gemiddeld een chroomgehalte van meer dan 20% nastreeft. Uitgaande van een vergunningplicht voor de afsluiters betoogt verweerder dat hij de vergunning terecht heeft geweigerd, gelet op het risico van ongewenst eindgebruik van de afsluiters, dan wel van de chemische goederen die met behulp van de afsluiters worden vervaardigd. Naar de mening van verweerder is er geen garantie op civiel eindgebruik gezien de aanwezigheid van [bedrijf 22] in het concern dat een Chinees staatsbedrijf is dat betrokken is bij diverse militaire en gevoelige projecten op het gebied van massavernietigingswapens. Nu er een niet-verwaarloosbaar risico bestaat, weegt het bedrijfsbelang van eiseres minder zwaar dan het veiligheidsbelang. Verweerder is niet overtuigd van het zuiver civiele karakter van het project. Hij baseert zich op de door eiseres aangeleverde informatie en op openbare bronnen.
Verweerder concludeert tot ongegrondverklaring van het beroep. Voor schadevergoeding ziet verweerder geen aanleiding.
Juridisch kader
19. Artikel 2 van de Dual-use Verordening luidt, voor zover hier van belang:
“In deze verordening wordt verstaan onder:
1) “producten voor tweeërlei gebruik” (dual-use items): producten, met inbegrip van programmatuur en technologie, die zowel een civiele als een militaire bestemming kunnen hebben, met inbegrip van producten die kunnen worden gebruikt voor het ontwerp, de ontwikkeling, de productie of het gebruik van nucleaire, chemische of biologische wapens of hun overbrengingsmiddelen, met inbegrip van alle producten die voor niet-explosieve doeleinden kunnen worden gebruikt en op enige manier bijdragen aan de vervaardiging van nucleaire wapens of andere nucleaire explosiemiddelen;
(…)
12) “individuele uitvoervergunning”: vergunning die aan één specifieke exporteur voor één eindgebruiker of ontvanger in een derde land wordt verleend en betrekking heeft op één of meer producten voor tweeërlei gebruik;
(…)”
20. Artikel 3 van de Dual-use Verordening luidt:
“1. Voor de uitvoer van producten voor tweeërlei gebruik die voorkomen op de lijst in bijlage 1 is een vergunning vereist.
2. Op grond van artikel 4, 5, 9 of 10 kan ook een vergunning worden geëist voor de uitvoer naar alle of bepaalde bestemmingen van bepaalde producten voor tweeërlei gebruik die niet op de lijst van bijlage 1 voorkomen.”.
21. Artikel 15, eerste lid, van de Dual-use Verordening luidt:
“1. Bij hun besluit om al dan niet een vergunning te verlenen of een doorvoer te verbieden uit hoofde van deze verordening, houden de lidstaten rekening met alle ter zake dienende overwegingen, waaronder:
a. a) de internationale verplichtingen en verbintenissen van de Unie en de lidstaten, en met name de verplichtingen en verbintenissen waarmee ieder van hen heeft ingestemd als partij bij de internationale regimes inzake non-proliferatie en uitvoercontrole of door de bekrachtiging van de desbetreffende internationale verdragen;
b) hun verplichtingen uit hoofde van sancties uit hoofde van een door de Raad vastgesteld besluit of gemeenschappelijk standpunt of uit hoofde van een besluit van de OVSE, dan wel krachtens een bindende resolutie van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties;
c) overwegingen van nationaal buitenlands en veiligheidsbeleid, met inbegrip van overwegingen uit hoofde van Gemeenschappelijk Standpunt 2008/944/GBVB;
d) overwegingen omtrent het voorgenomen eindgebruik en het onttrekkingsgevaar.
22. Bijlage 1 van de Dual-use Verordening luidt, voor zover van belang, als volgt:
“In artikel 3 van deze verordening bedoelde lijst van producten voor tweeërlei gebruik
(…)
2B350 Chemische productie-installaties, productieapparatuur en onderdelen daarvan, als hieronder:
(…)
g. kleppen en onderdelen, als hieronder:
1. kleppen, met beide volgende eigenschappen:
a. een ‘nominale afmeting’ groter dan DN 10 of NPS 3/8, en
b. alle oppervlakken die in direct contact komen met de chemicaliën die worden geproduceerd, verwerkt of ingesloten, zijn gemaakt van ‘corrosiebestendig materiaal’;
(…)
Technische noten:
Voor de toepassing van 2B350.g. wordt onder ‘corrosiebestendige materialen één van de volgende materialen verstaan:
(…)
b. legeringen met meer dan 25 gewichtsprocent nikkel en meer dan 20 gewichtsprocent chroom; (…)”
Overwegingen
23. In zijn arrest van 3 maart 2023, ECLI:NL:HR:2023:329, r.o. 4.3. heeft de Hoge Raad geoordeeld dat bij de kwalificatie van een goed als militair goed de Minister niet een door de rechter in beginsel te respecteren boordelingsvrijheid heeft. Dit betekent dat de rechter de kwalificatie als militair goed vol moet toetsen en niet slechts marginaal. De rechtbank acht buiten redelijke twijfel dat hetzelfde geldt voor de kwalificatie van een product als dual-use product. De rechtbank zal dus vol toetsen of verweerder de afsluiters terecht heeft aangemerkt als goederen van SG-post 2B350.g.1.
24. Tussen partijen is niet in geschil dat sommige onderdelen van de afsluiters die in aanraking komen met de chemicaliën een chroomgehalte hebben van minder dan 20%. Verder heeft eiseres onweersproken gesteld dat de binnenkant van de afsluiters niet zijn gecoat. De rechtbank ziet geen aanleiding daar niet bij aan te sluiten.
25. In SG-post 2B350.g.1 wordt als één van de relevante eigenschappen beschreven dat alle oppervlakken die in direct contact komen met de chemicaliën die worden geproduceerd, verwerkt of ingesloten, zijn gemaakt van ‘corrosiebestendig materiaal’.
De vraag wat moet worden verstaan onder ‘corrosiebestendig materiaal’ wordt beantwoord in de daaropvolgende technische noot. Voor zover hier van belang is daar bepaald dat sprake moet zijn van legeringen met meer dan 25 gewichtspercent nikkel en meer dan 20 gewichtspercent chroom.
26. Uitgaande van deze technische noot moeten van afsluiters alle oppervlakken die in direct contact komen met de chemicaliën dus meer dan 20 gewichtsprocent chroom bevatten. De onderdelen van certificaten 061468 en 061472, die blijkens de constructietekening in direct contact komen met de chemicaliën, bevatten minder dan 20 gewichtsprocent chroom (zie overweging 8). De lezing van verweerder, dat moet worden uitgegaan van het gemiddelde chroompercentage van alle oppervlakken (die in direct contact staan met de chemicaliën) volgt niet uit SG-post 2B350.g.1 of de technische noot en is ook overigens niet logisch. Een onderdeel met een hoog percentage chroom kan immers een onderdeel met een laag percentage chroom niet compenseren in zijn – gebrek aan – corrosiebestendige kwaliteit. Volgens de SG-post moeten ‘álle oppervlakken’ van corrosiebestendig materiaal zijn gemaakt, en niet ‘het gemíddelde van alle oppervlakken’. De onderhavige SG-post is technisch vormgegeven, met precieze minimale en maximale technische waarden en afmetingen. De rechtbank gaat er daarom niet van uit, dat de SG-post ook van toepassing is op goederen die net niet voldoen aan de tekst van deze post.
27. Hieruit volgt dat de onderhavige afsluiters niet vallen onder SG-post 2B350.g.1 en dat voor de uitvoer van deze afsluiters geen vergunning in de zin van artikel 3 van de Dual-use Verordening vereist is. Gesteld noch gebleken is dat de afsluiters onder een andere SG-post vallen.
28. Uit het voorgaande volgt dat eiseres ten onrechte een uitvoervergunning heeft aangevraagd. Verweerder heeft de vergunning dus terecht geweigerd, maar op verkeerde gronden. De weigering door verweerder had een zogenoemde ‘positieve weigering’ moeten zijn. Eiseres heeft belang bij een verbetering van de gronden. In het kader van de finale geschilbeslechting en ten behoeve van het nog steeds bestaande belang van eiseres bij een snelle definitieve beslissing zal de rechtbank de beslissing op bezwaar bevestigen met verbetering van gronden, te weten dat voor de uitvoer van de onderhavige afsluiters geen vergunning in de zin van artikel 3 van de Dual-use Verordening vereist is.
Conclusie
29. Gelet op het voorgaande heeft verweerder terecht maar op verkeerde gronden geweigerd een vergunning af te geven. Het beroep dient ongegrond te worden verklaard en de beslissing op bezwaar dient te worden bevestigd onder verbetering van gronden.
Proceskosten en griffierecht
30. De rechtbank ziet aanleiding verweerder op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht te veroordelen in de proceskosten van eiseres, nu eiseres genoodzaakt was beroep in te stellen om tot een verbetering van gronden te komen. De rechtbank stelt de proceskosten vast op een bedrag van € 1.814 (1 punt voor het beroep, 1 punt voor de zitting, met een waarde per punt van € 907 en een wegingsfactor 1).
Vanwege de samenhang met het beroep in de zaak HAA 25/1851 is in de onderhavige zaak geen griffierecht geheven. In de uitspraak van vandaag in die zaak heeft de rechtbank verweerder opgedragen het griffierecht te vergoeden.
Schadevergoeding
31. De rechtbank wijst het verzoek van eiseres om vergoeding van schade op grond van artikel 8:88 van de Awb af, omdat geen sprake is van onrechtmatigheid in de zin van die bepaling.
Dictum
De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- bevestigt de beslissing op bezwaar met verbetering van gronden zoals vermeld onder overweging 28;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres voor een bedrag van € 1.814;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.M.C. Schipper, voorzitter, en mr. G.J. Ebbeling en mr. S.J. Richters, leden, in aanwezigheid van mr. W.G. van Gastelen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 9 mei 2025.
griffier voorzitter
Een afschrift van deze uitspraak is per post verzonden op:
Rechtsmiddel
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de douanekamer van het gerechtshof Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam, waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Amsterdam vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Bijlage I bij Verordening (EU) nr. 2021/821 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2021 tot instelling van een Unieregeling voor controle op de uitvoer, de tussenhandel, de technische bijstand, de doorvoer en de overbrenging van producten voor tweeërlei gebruik (ook wel: Dual-use Verordening).
Bureau of Industry, Security, Import and Export Control, Ministry of Commerce, People’s Republic of China.
Zie onder andere Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, 17 januari 2024, 202300665/1/R2, ECLI:NL:RVS:2024:129, r.o. 2.
Zie ECLI:NL:HR:2024:1297, r.o. 6.1. na ECLI:NL:PHR:2023:1197, onder 1.11.
Feiten
Dit leidde bij verweerder tot extra zorgen over de mogelijke inzet van de uit te voeren afsluiters bij proliferatiegevoelige projecten. Verweerder verwijst daartoe naar een bronvermelding die echter in het besluit ontbreekt. Vanwege de zeggenschapsband (en financiële verwevenheid) tussen [bedrijf 22] en de eindgebruiker zouden onvoldoende waarborgen bestaan dat de goederen uitsluitend civiel worden ingezet.
10. Per e-mail van 6 januari 2025 heeft de CDIU alsnog de openbare bronnen waarnaar in het besluit van 20 december 2024 werd verwezen aan eiseres verstrekt. Het betreft:- van de internetsite “ [website 5] ” een lijst van 670 ondernemingen, waarop [bedrijf 22] is opgenomen. De lijst bevat een kolom “Type of WMD”, waarin achter [bedrijf 22] staat vermeld: “C, M”- van de internetsite “ [website 6] / [datum 1] een lijst van “Entities Identified as Chinese Military Companies Operating in the United States in Accordance with Section 1260H of the William M. (“Mac”) Thornberry National Defense Authorization Act for Fiscal Year 2021 (PUBLIC LAW 116-283). [bedrijf 22] staat vermeld op deze lijst.- van de internetsite “ [website 6] [datum 2] , een lijst van “Qualifying Entities Prepared in Response to Section 1237 of the National Defense Authorization Act for Fiscal Year 1999 (PUBLIC LAW 105-261). [bedrijf 22] staat vermeld op deze lijst. Onderaan de lijst is de volgende tekst opgenomen “As of [datum 1] , the Secretary of Defense has removed the entities listed here from the CCMC list.”.
11. Tot de stukken van het geding behoort een verwijzing naar de internetsite van [bedrijf 22] , waarop als “Main Industries” worden genoemd: “- [omschrijving 1]- [omschrijving 2]- [omschrijving 3]- [omschrijving 4]- [omschrijving 5] ”Op de internetsite staat ook het volgende vermeld: “ [bedrijf 22] is the key component of the petrochemical industry chain of the [bedrijf 26] . [bedrijf 22] is a shareholder in [bedrijf 9] Group. As a crude oil supplier, it works closely with [bedrijf 9] Group to ensure stable supply of refineries and help reduce procurement cost optimization.”
12. Tot de stukken van het geding behoort verder een artikel van de website “ [website 7] ” van 28 oktober 2019, waar de [bedrijf 22] Group wordt genoemd als zeer hoge risicocategorie: “ [bedrijf 22] ( [bedrijf 22] Group) is designated very high risk for its work developing a wide range of armaments.
[bedrijf 22] Group was established in 1999 as a state-owned defence conglomerate devoted to the development and production of armaments for Chinese and foreign defence customers. (…) Bloomberg reports that [bedrijf 22] Group’s civilian products include various engineering services and heavy-duty construction equipment. [bedrijf 22] Group employs over 210,000 personnel, has revenues exceeding US$68.8 billion and is listed on the Fortune 500.
[bedrijf 22] Group has hundreds of subsidiaries. (…)[bedrijf 22] , the export-import wing of [bedrijf 22] Group, has provided armaments to dictatorships around the world. [bedrijf 22] has been sanctioned by the United States for providing missile components to Iran. [bedrijf 22] has also supplied VN-4 armed personnel carriers to [staat] , which drew criticism after 72 were killed during demonstrations.”
13. Tot de stukken van het geding behoort een door verweerder opgesteld document waarin de resultaten zijn opgenomen van het onderzoek in openbare bronnen dat verweerder naar [bedrijf 22] heeft uitgevoerd. Verweerder heeft in dit document niet de bronnen zelf of benaderbare verwijzingen naar die bronnen opgenomen, maar doet wel verslag van de resultaten van het onderzoek. In dat verslag is onder meer het volgende opgenomen:
“The investment and construction unit of [bedrijf 22] ., Ltd. is [bedrijf 27] , whose registered address is located in the officebuilding of the Command Headquarters of the Fine Chemical and Raw Materials Engineering Project of [ [bedrijf 22] ] (…).”
In dit document staat onder de conclusie dat [bedrijf 22] in Japan en de Verenigde Staten op een blacklist staat vanwege “WMD chemisch risico”.
14. In bezwaar heeft eiseres primair gesteld dat zij ten onrechte een uitvoervergunning heeft aangevraagd. Uit de inspectiecertificaten blijkt dat in sommige onderdelen van de afsluiters het chroomgehalte minder is dan 20%. Deze onderdelen komen in contact met de chemische goederen. Dit betekent volgens eiseres dat niet alle oppervlakken die in direct contact komen met de chemicaliën die worden geproduceerd, verwerkt of ingesloten zijn gemaakt van corrosiebestendig materiaal. Dat betekent dat de afsluiters niet onder SG-post 2B350.g.1 vallen en niet kwalificeren als goederen voor tweeërlei gebruik.
Subsidiair heeft eiseres betoogd dat het in bezwaar bestreden besluit niet in stand kan blijven vanwege strijd met het motiverings- en zorgvuldigheidsbeginsel. De afsluiters worden volgens eiseres geleverd in het kader van een uitsluitend civiel project. Er zou geen sprake zijn van een relevant risico op ongewenst eindgebruik.
15. In de beslissing op bezwaar van 24 maart 2025 heeft verweerder het bezwaar ongegrond verklaard. Volgens verweerder kwalificeren de afsluiters als goederen van SG-post 2B350.g.1. Voor de uitvoer hiervan is daarom een vergunning vereist en die vergunning wordt niet verstrekt vanwege het risico op ongewenst eindgebruik.