Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-05-08
ECLI:NL:RBNHO:2025:5520
Civiel recht; Insolventierecht
Rekestprocedure
1,561 tokens
Inleiding
BESCHIKKING VOORLOPIGE VOORZIENING
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
zittingsplaats: Alkmaar
afdeling: Handel, Kanton en Insolventie
zaaknummer: 15/364939 FT RK 25/299
naam rechter: mr. M.P. de Valk
uitspraakdatum: 7 mei 2025
in de zaak van: [schuldenaar] (hierna: schuldenaar)geboren op: [geboortedatum] 1978 te [plaats]wonende te: [adres]
schuldhulpverlener: Zaffier
tegen
verhuurder: Flexwonen NH
gevestigd te: Hoorn
vertegenwoordigd door: Deurwaarderskantoor Holland
Op de zitting van 7 mei 2025 zijn verschenen: Schuldenaar vergezeld door zijn vader, [betrokkene 1]. De schuldhulpverlener van Zaffier, [betrokkene 2]. Namens Flexwonen NH is van het deurwaarderskantoor, [betrokkene 3], verschenen.
1Samenvatting
Schuldenaar wil proberen een minnelijke schuldregeling met zijn schuldeisers te treffen, maar de verhuurder dreigt de woning van schuldenaar te ontruimen. De rechtbank heeft eerder al het ontruimingsvonnis geschorst voor een periode van 6 maanden tot 29 april 2025. Schuldenaar heeft de rechtbank op 6 mei 2025 opnieuw verzocht het ontruimingsvonnis te schorsen.
Dictum
De rechtbank schorst de uitvoering van het ontruimingsvonnis voor een periode van 3 maanden tot 8 augustus 2025. Dit betekent dat schuldenaar de komende tijd nog in zijn woning kan blijven wonen.
3Gevolgen voor schuldenaar
Schuldenaar hoeft de woning de komende drie maanden niet te ontruimen.
Deze schorsing heeft als voorwaarde dat schuldenaar de lopende huur steeds volledig en tijdig (dus vóór de eerste van de maand) betaalt. Als schuldenaar zich niet aan deze voorwaarde houdt, vervalt de schorsing. De verhuurder kan schuldenaar dan weer tot ontruiming van de woning dwingen.
De rechtbank verlengt de huurovereenkomst gedurende de schorsing.
De rechtbank zal het verzoek voor de behandeling van het verzoekschrift tot toelating tot de WSNP (ex. artikel 284 Fw.) op 29 juli 2025 om 9.30 uur behandelen. Schuldenaar zal daarvoor een uitnodiging ontvangen.
4Redenen voor deze beslissing
Schuldenaar moet op grond van een vonnis wegens een huurachterstand zijn woning ontruimen. Schuldenaar wil proberen een minnelijke schuldregeling met al zijn schuldeisers te treffen, maar heeft daarvoor meer tijd nodig dan eerst gedacht. De reden hiervoor is dat er nog geen duidelijkheid is verkregen over de hoogte van de vorderingen van de belastingdienst en UWV. Schuldenaar heeft eind maart aangifte gedaan over de afgelopen jaren. Dat heeft zo lang geduurd omdat het doen van aangifte voor schuldenaar heel lastig is gebleken. Wel bestaat thans de verwachting dat nu snel duidelijkheid komt over de hoogte van de schulden. Dan kan schuldenaar bezien of een aanbod kan worden gedaan aan schuldeisers voor een minnelijke regeling.
Namens de verhuurder is aangegeven dat de lopende huurverplichtingen worden voldaan maar dat er nog geen aflossing heeft plaatsgevonden van de oude huurschuld. De verhuurder vindt dat schuldenaar daar voldoende tijd voor heeft gekregen en wil thans tot ontruiming overgaan op 8 mei 2025.
De rechtbank overweegt als volgt. Schuldenaar heeft al eerder in oktober 2024 zes maanden de tijd gekregen om tot een regeling te komen met schuldeisers. De rechtbank staat thans voor de vraag of zij voor een tweede keer een schorsing van het ontruimingsvonnis zal opleggen. De rechtbank overweegt dat in beginsel een termijn van 6 maanden voldoende moet zijn om het minnelijke traject af te ronden en zonodig tot een dwangakkoord en/of toelating tot de wsnp te komen. In de onderhavige situatie is niet duidelijk of de trage aangifte bij de belasting geheel aan schuldenaar verweten kan worden. Weliswaar zeggen schuldhulpverlener en de beschermingsbewindvoerder dat het contact met schuldenaar moeizaam verloopt, anderzijds is duidelijk dat het doen van aangifte voor schuldenaar een moeilijke opgave is doordat hij de regelgeving complex vindt en doordat hij ook lichamelijke- en psychische klachten heeft. De rechtbank zal bij weging van alle omstandigheden schuldenaar het voordeel van de twijfel gunnen en alsnog een schorsing voor de periode van 3 maanden opleggen. Daarbij is ook van belang dat schuldenaar tot nu toe aan zijn lopende huurverplichtingen heeft voldaan. Schuldenaar dient alles op alles te zetten om in de komende periode tot een afgerond minnelijk traject te komen, dat wil zeggen een tot stand gebracht akkoord dan wel een met redenen omklede verklaring dat er geen reële mogelijkheden zijn om tot een zo’n akkoord te komen, een en ander zoals omschreven in artikel 285, eerste lid onder f van de Faillissementswet.
Daarom zal de rechtbank met deze voorlopige maatregel de verhuurder verbieden de woning van schuldenaar te ontruimen gedurende een termijn van drie maanden tot 8 augustus 2025.
5Stukken waarop deze beschikking is gebaseerd
verzoekschrift van schuldenaar met bijlagen.
6Gevolgen van deze beschikking
De rechtbank schorst de uitvoering het ontruimingsvonnis voor een periode van drie maanden en verlengt overeenkomstig de huurovereenkomst tussen partijen. De verhuurder mag de woning dus niet ontruimen.
De rechtbank bepaalt dat de schorsing alleen geldt zolang schuldenaar de lopende huur tijdig en volledig betaalt.
De rechtbank bepaalt dat de schorsing in ieder geval vervalt op het moment dat het verzoek tot toelating tot de WSNP is behandeld en dat een beslissing daarover is gegeven.
De rechtbank verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
7Mogelijkheden om deze beschikking aan te vechten
Deze uitspraak kan binnen drie maanden na de uitspraakdatum worden aangevochten bij het gerechtshof Amsterdam. Dit kan alleen met behulp van een advocaat.
De griffier De rechter