Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-04-09
ECLI:NL:RBNHO:2025:5490
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
879 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 10693935 \ CV EXPL 23-5879
Uitspraakdatum: 9 april 2025
Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
GVB Exploitatie B.V.
te Amsterdam
de eisende partij
gemachtigde: Trust Krediet Beheer B.V.
tegen
[gedaagde]
te [plaats]
de gedaagde partij
niet verschenen
1De verdere procedure
1.1.
Bij tussenvonnis van 14 februari 2024 (hierna: het tussenvonnis) heeft de kantonrechter de eisende partij in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over de eventuele (on-) eerlijkheid van een in de Productvoorwaarden opgenomen beding die verband houdt met de vordering. Ter uitvoering van het tussenvonnis heeft de eisende partij op 13 maart 2024 een akte (hierna: de akte) genomen. Vervolgens is een datum voor vonnis bepaald.
2De verdere beoordeling
Ambtshalve toetsing van de algemene voorwaarden
2.1.
In de akte na tussenvonnis heeft de eisende partij zich uitgelaten over de eventuele (on)eerlijkheid van een in die voorwaarden opgenomen beding die verband houdt met de vordering.
2.2.
De eisende partij heeft zich in de akte op het standpunt gesteld dat artikel 6.7 van de Productvoorwaarden in samenhang moet worden gelezen met artikel 6.8 van de Productvoorwaarden. De kantonrechter volgt dat standpunt. Daarom is de kantonrechter van oordeel dat beding niet oneerlijk is.
Conclusie
2.3.
Voor het overige blijft de kantonrechter bij wat in het tussenvonnis is overwogen en beslist.
2.4.
Gelet op het voorgaande is van de hoofdsom een bedrag van € 506,33 (€ 510,83 -€ 4,50) toewijsbaar.
2.5.
De buitengerechtelijke kosten zijn toewijsbaar over deze hoofdsom, tot een bedrag van € 75,95.
2.6.
De vordering tot vergoeding van de verschenen rente zal worden afgewezen, omdat de eisende partij die rente (gelet op de toewijsbare hoofdsom) over een te hoog bedrag heeft berekend. De wettelijke rente zal worden toegewezen over de toewijsbare hoofdsom vanaf de dag van de dagvaarding.
2.7.
De gedaagde partij wordt (grotendeels) in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld.
Dictum
De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 582,28, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 506,33 vanaf 28 augustus 2023 tot aan de dag van de gehele betaling;
3.2.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:
dagvaarding € 107,84;
griffierecht € 322,00;
salaris gemachtigde € 132,00;
3.3.
verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst de vordering voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Woerdman en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter