Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-01-09
ECLI:NL:RBNHO:2025:5131
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,969 tokens
Inleiding
RECHTBANK
NOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Zaanstad
Zaaknummer: 10943047 \ CV EXPL 24-369
Vonnis van 9 januari 2025
in de zaak van
[de B.V.] B.V,
te Purmerend,
eisende partij,
hierna te noemen: [de B.V.] ,
gemachtigde: mr. C.I.M. Molenaar,
tegen
[gedaagde]
,
te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
De zaak in het kort
[de B.V.] vordert betaling van facturen wegens door haar verrichte werkzaamheden aan voertuigen van [gedaagde] . [gedaagde] voert daartegen aan dat [de B.V.] de verkeerde partij heeft gedagvaard. De kantonrechter wijst de vordering toe, omdat [de B.V.] redelijkerwijs mocht aannemen dat [gedaagde] bevoegd was om de opdrachten voor de werkzaamheden te verstrekken.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 4 april 2024
- de mondelinge behandeling van 3 december 2024, waar zijn verschenen voor [de B.V.] de heer [directeur 1] en mevrouw [directeur 2] , beiden directeur, met mr. Molenaar, en [gedaagde] , zonder gemachtigde.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
2.1.
[de B.V.] is een garagebedrijf. [gedaagde] is een handelaar in onder meer auto’s, campers en caravans. [de B.V.] en (de vader van) [gedaagde] hebben jarenlang zaken met elkaar gedaan. In 2022 en 2023 heeft [de B.V.] een aantal voertuigen van [gedaagde] gerepareerd, schade hersteld en onderhoud uitgevoerd. [de B.V.] heeft hiervoor facturen voor een totaalbedrag van € 17.293,99 naar [gedaagde] verstuurd, die hij niet heeft betaald.
2.2.
Bij brief van 22 december 2023 heeft de gemachtigde van [de B.V.] [gedaagde] gemaand om het bedrag van € 17.293,99 uiterlijk vóór 15 januari 2024 te betalen, voor de facturen met nummers 220250, 220252, 220259, 220329, 220370, 220410, 220488, 230295 en 220205. Hierbij zijn de wettelijke handelsrente en de buitengerechtelijke incassokosten aangezegd.
2.3.
[gedaagde] heeft de facturen niet betaald.
3De vordering en het verweer
3.1.
[de B.V.] vordert veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 17.293,99, vermeerderd met rente en kosten.
3.2.
[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] concludeert tot afwijzing van de vordering, omdat de verkeerde partij is gedagvaard.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
Beoordeling
4.1.
Vooropgesteld wordt dat [gedaagde] niet betwist dat de gefactureerde werkzaamheden daadwerkelijk door [de B.V.] zijn verricht. Volgens [gedaagde] hoeft hij de facturen echter niet te betalen omdat er geen sprake is van een overeenkomst tussen [de B.V.] en hemzelf. Volgens [gedaagde] heeft 4Tress Exploitatie B.V. aan [de B.V.] opdracht gegeven voor de verrichte werkzaamheden en was [de B.V.] daarmee bekend omdat alles altijd via de vennootschap is verlopen.
4.2.
De kantonrechter verwerpt het verweer van [gedaagde] , zodat hij de facturen moet betalen. Hierna wordt dit oordeel toegelicht.
4.3.
De vraag die in deze zaak voorligt is of [de B.V.] op grond van een verklaring of gedraging van [gedaagde] heeft aangenomen en redelijkerwijs mocht aannemen dat [gedaagde] op eigen naam overeenkomsten is aangegaan met [de B.V.] . Indien dit het geval is, kan op de onjuistheid van deze veronderstelling geen beroep worden gedaan. Dit is een uitwerking van artikel 3:35 van het Burgerlijk Wetboek (BW), de wilsvertrouwensleer.
4.4.
Uit de verklaringen van partijen ter zitting is gebleken dat zij ongeveer 15 jaar lang met elkaar hebben samengewerkt. [de B.V.] heeft onweersproken gesteld dat zij gedurende de samenwerking altijd contact hebben gehad met de vader van [gedaagde] en daarna gedurende meerdere jaren met [gedaagde] zelf. De facturen van [de B.V.] voor de verrichte werkzaamheden zijn steeds op naam gesteld van [gedaagde] , en niet op naam van 4Tress Exploitatie B.V. Partijen zijn het er over eens dat de facturen tot juni 2022 volledig zijn betaald. Gesteld noch gebleken is dat [gedaagde] gedurende de jarenlange samenwerking op enig moment tegenover [de B.V.] heeft medegedeeld dat de tenaamstelling van de facturen fout was en dat zij bij 4Tress Exploitatie B.V. moest zijn. De kantonrechter overweegt dat alle facturen waarvan [de B.V.] nu betaling vordert (zie ook randnummer 2.2.) ook zijn gericht aan [gedaagde] . Uit de overgelegde Whatsapp-berichten over de periode van 30 juni 2021 tot en met 8 februari 2024 blijkt dat [de B.V.] [gedaagde] herhaaldelijk om betaling van de onderhavige facturen heeft verzocht en dat [gedaagde] toen ook geen bezwaar heeft gemaakt tegen de tenaamstelling van de facturen. Daarnaast heeft de gemachtigde van [de B.V.] op de zitting de betalingstoezeggingen van [gedaagde] in de betreffende berichtenwisseling onbetwist voorgelezen met betrekking tot de openstaande facturen.
4.5.
De kantonrechter vindt dat het jarenlang betalen van de facturen op naam van [gedaagde] een gedraging is op grond waarvan [de B.V.] heeft aangenomen en redelijkerwijs mocht aannemen dat [gedaagde] in persoon met [de B.V.] overeenkomsten is aangegaan. Daarnaast oordeelt de kantonrechter dat ook het nalaten van [gedaagde] om contact op te nemen met [de B.V.] om te melden dat niet [gedaagde] maar 4Tress Exploitatie B.V. de partij is die de overeenkomsten met [de B.V.] sluit, bezien in samenhang met de betalingstoezeggingen, ertoe leidt dat [de B.V.] redelijkerwijs mocht aannemen dat zij met [gedaagde] de overeenkomsten heeft gesloten.
4.6.
Ter zitting heeft [gedaagde] nog verklaard dat de facturen van [de B.V.] altijd vanuit 4Tress Exploitatie B.V zijn betaald en dat hij daarvan betalingsbewijzen kan overleggen, en ook e-mails. Ook heeft [gedaagde] aangevoerd dat hij verzekeringspolissen heeft waaruit blijkt dat de auto’s op naam van 4Tress Exploitatie B.V. stonden. Daargelaten dat [gedaagde] deze stukken niet op tijd heeft overgelegd, doen deze omstandigheden niet af aan het vertrouwen dat [de B.V.] heeft mogen ontlenen aan de jarenlange werkwijze tussen partijen. Dat de betaling van facturen in het verleden is gedaan vanaf een bankrekening van een andere entiteit brengt op zichzelf niet mee dat [de B.V.] een andere betekenis had moeten toekennen aan de verklaringen en gedragingen van [gedaagde] .
4.7.
Verder heeft [gedaagde] nog gewezen op de akte van cessie van 28 augustus 2022, die verband houdt met het schadeherstel voor het bedrag van € 7.684,- (factuurnummer 220370 van 4 oktober 2022). De kantonrechter overweegt dat in deze akte bovenaan “4Tress Exploitatie B.V., Dhr [gedaagde] ” bij het onderdeel “ondergetekende” staan vermeld, maar dat uit de akte niet duidelijk wordt of [gedaagde] voor 4Tress Exploitatie B.V. heeft getekend of voor zichzelf. Immers, onderaan de akte staat alleen de naam [gedaagde] met daarnaast zijn handtekening. Daar staat niet bij dat hij voor 4Tress Exploitatie B.V. tekent. Hetzelfde geldt voor het aanrijdingsformulier van 11 september 2021 dat [gedaagde] heeft overgelegd. Verder vindt de kantonrechter deze twee stukken niet van doorslaggevend belang, gelet op de feiten en omstandigheden die hiervoor onder randnummer 4.4. zijn weergegeven.
4.8.
De conclusie is dat [gedaagde] zal worden veroordeeld de openstaande facturen van [de B.V.] te betalen. Het bedrag van € 17.293,99 zal daarom worden toegewezen.
4.9.
[de B.V.] vordert verder vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. [de B.V.] heeft op 22 december 2023 aan [gedaagde] een aanmaning gestuurd die voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. De hoogte van de vordering zal worden getoetst aan het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De gevorderde vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is niet hoger dan het tarief dat in het Besluit is bepaald. Daarom wordt het gevorderde bedrag van € 947,93 ook toegewezen. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke kosten is toewijsbaar, met dien verstande dat de wettelijke rente (dus geen handelsrente) wordt toegewezen. Dit vanaf 14 dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van algehele voldoening, zoals gevorderd.
4.10.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [de B.V.] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
118,32
- griffierecht
€
1.409,00
- salaris gemachtigde
€
812,00
(2 punten × € 406,00)
- nakosten
€
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
2.474,32
4.11.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
Dictum
De kantonrechter
5.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan [de B.V.] te betalen een bedrag van € 17.293,99, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over het toegewezen bedrag, vanaf de respectieve vervaldata van de onderliggende facturen, tot de dag van volledige betaling,
5.2.
veroordeelt [gedaagde] om aan [de B.V.] te betalen een bedrag van € 947,93 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van algehele voldoening,
5.3.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 2.474,32, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.4.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. F.J. Lourens en in het openbaar uitgesproken op 9 januari 2025.