Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-04-25
ECLI:NL:RBNHO:2025:4593
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
956 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Haarlem
Zaaknummer: 11081940 BM VERZ 24-1109 sc
Uitspraakdatum: 25 april 2025
Beschikking van de kantonrechter
op verzoek van:
[verzoeker],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
van wie het adres bekend is bij deze rechtbank,
hierna ook te noemen: verzoeker,
van wie de bewindvoerder is:
Koning Bewindvoering en Budgetbeheer B.V.,
gevestigd te Zaandam
hierna ook te noemen: bewindvoerder.
procedure
De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
het verzoek, ter griffie ingekomen op 19 april 2024;
het verweer met bijlage van de bewindvoerder, ter griffie ingekomen op 8 mei 2024;
de reactie op het verweer, ter griffie ingekomen op 26 juli 2024.
Op 16 september 2024 en 24 maart 2025 heeft een mondelinge behandeling van het verzoek plaatsgevonden.
Beoordeling
Het verzoek strekt tot opheffing van het bij beschikking van 27 oktober 2022 ingestelde bewind over de goederen die aan verzoeker (zullen) toebehoren.
Verzoeker stelt dat zij na anderhalf jaar bewind haar geldzaken weer goed zelf kan regelen. Zij stelt dat dat zij wel eens extra geld vroeg omdat zij dat op dat moment nodig had, maar dat de bewindvoerder niet had verteld hoeveel zij per maand kon opnemen. Verzoeker wil haar geld weer in eigen beheer zodat zij kan zien wat zij wel of niet kan uitgeven en sparen. Zij is meer gaan verdienen en kan nu beter de maand doorkomen.
De bewindvoerder voert aan dat verzoeker een gat in haar hand heeft. De bewindvoerder betwijfelt of er veel verbetering is gekomen om niet teveel geld uit te geven en een goed inzicht hierin te hebben, omdat verzoeker teveel extra geld vraagt.
Op de zitting van 16 september 2024 heeft de kantonrechter de behandeling van het verzoek aanhouden voor een periode van zes maanden, om verzoeker de gelegenheid te geven een zelfredzaamheidstraject te volgen.
Vervolgens heeft op 24 maart 2024 een zitting plaatsgevonden. De bewindvoerder heeft ter zitting aangegeven dat het traject naar zelfredzaamheid goed is verlopen. Het traject is gestart in september 2024 en vanaf januari 2025 heeft verzoeker haar huur en zorgverzekering ook zelf betaald. Ook heeft verzoeker minder vaak extra geld gevraagd en voor minder hoge bedragen. Er zijn geen nieuwe schulden ontstaan. De bewindvoerder heeft geen bezwaar tegen de opheffing van het bewind. De verzoeker heeft aangegeven dat zij waar nodig hulp krijgt van haar moeder.
Omdat het uitstroomtraject succesvol is verlopen, is de kantonrechter van oordeel dat verzoeker voldoende heeft aangetoond in staat te zijn haar financiële belangen zelf (al dan niet met hulp van familie) te behartigen. De kantonrechter zal het bewind opheffen, nu de noodzaak daartoe niet meer bestaat.
Dictum
De kantonrechter:
heft op, met ingang van twee weken na heden, het bij beschikking van 27 oktober 2022 ingestelde bewind over de goederen toebehorende aan [verzoeker];
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
stelt vast dat de beloning die de bewindvoerder eenmalig voor de werkzaamheden betreffende het opmaken van de eindrekening en verantwoording in rekening mag brengen (thans) € 248,00 (exclusief btw) bedraagt.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.P. de Valk, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter