Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-01-03
ECLI:NL:RBNHO:2025:455
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
5,874 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Alkmaar
Zaaknummer: C/15/359679 / JU RK 24-1812
Datum uitspraak: 3 januari 2025
Beschikking over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling De Jeugd- & Gezinsbeschermers,
hierna te noemen de GI,
gevestigd in Alkmaar,
over
[de minderjarige 1]
, geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [de minderjarige 1] ,
[de minderjarige 2]
, geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [de minderjarige 2] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder]
,
hierna te noemen de moeder,
zonder bekende vaste woon- of verblijfplaats,
[de vader]
,
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats] .
1Het verloop van de procedure
1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 5 december 2024.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 3 januari 2025. Daarbij waren aanwezig:
- de vader, bijgestaan door een tolk in de [taal] taal, [tolk] ,
- [vertegenwoordiger van de GI] , namens de GI.
1.3.
De moeder is, hoewel opgeroepen, zonder afbericht niet verschenen.
Feiten
2.1.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] .
2.2.
[de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] wonen bij de vader.
2.3.
Bij beschikking van 15 januari 2024 zijn [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] onder toezicht gesteld tot 15 januari 2025.
3Het verzoek
3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] te verlengen met vier maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
[de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] zijn onder toezicht gesteld omdat zij werden belast met de verstoorde verstandhouding tussen hun ouders. De ouders uitten over en weer zorgen over elkaar en er vonden tussen hen escalaties plaats waar de kinderen getuige van waren. Daarnaast hadden de kinderen op onregelmatige basis contact met de moeder omdat de vader zich zorgen maakte over de opvoedsituatie bij de moeder, onder meer vanwege haar verslavingen. Ook waren er zorgen over de schoolgang van de kinderen en hun taalontwikkeling.
De afgelopen periode heeft de GI getracht goed zicht te krijgen op de veiligheid en de ontwikkeling van de kinderen, maar omdat de ingezette hulpverlening (te) lang op zich heeft laten wachten, is dit onvoldoende gelukt. Wel is gebleken dat er geen zorgen zijn over de opvoedsituatie bij de vader thuis en dat hij zorgdraagt voor de momenten waarop de moeder de kinderen wil zien. De vader let daarbij goed op de veiligheid van de kinderen en laat ze niet alleen met de moeder. Als hij het vermoeden heeft dat de moeder onder invloed is van alcohol en of drugs, stuurt hij haar weg. Vanuit school en de kinderopvang zijn er geen zorgen over [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] . Het Nederlands van [de minderjarige 1] gaat de goede kant op, hij ziet er altijd verzorgd uit en hij heeft genoeg aansluiting bij andere kinderen in de klas. Ook [de minderjarige 2] doet het goed op school. Hij is iedere dag aanwezig en hij is blij, behulpzaam en leergierig. Hij spreekt nog veel [taal] , maar kan ook dingen duidelijk maken in het Nederlands. Het contact tussen school/de kinderopvang en de vader is goed, behalve dat de communicatie soms lastig is vanwege de taalbarrière. Er is geen contact tussen de GI en de moeder. Zij had zich in mei 2024 bij het Leger des Heils gemeld om vanuit de opvang te werken aan een stabiele woonsituatie en van daaruit het contact met de kinderen op te bouwen. In november 2024 is echter gebleken dat de moeder bij de opvang is weggestuurd en dat het niet bekend is waar zij verblijft.
Om meer structuur en voorspelbaarheid te realiseren in het contact tussen de moeder en de kinderen en om meer duidelijkheid te krijgen over de rol van de moeder, is hulpverlening van [hulpverleningsorganisatie] ingezet.
3.3.
De GI heeft het verzoek op de zitting gehandhaafd en toegelicht. Over de opvoedsituatie bij de vader thuis zijn geen zorgen. [hulpverleningsorganisatie] is ingezet om te onderzoeken welke zorgsignalen uit het verleden nog actueel zijn en welke rol de moeder in het leven van de kinderen kan en wil spelen. De gevraagde verlenging van de ondertoezicht-stelling is bedoeld ter borging van de hulpverlening van [hulpverleningsorganisatie] om vervolgens de ondertoezichtstelling af te sluiten. Indien blijkt dat de moeder plotseling weer voor de deur staat en er is hulpverlening nodig ter ondersteuning van de vader en/of de kinderen, kan die hulpverlening ook in het vrijwillig kader plaatsvinden.
4De standpunten
4.1.
De vader vraagt het verzoek van de GI af te wijzen. Hij begrijpt niet waarom het verzoek is gedaan, omdat het in alle opzichten goed gaat met de kinderen. Toen ze jonger waren en de vader werkloos was, was het lastig. Toen kreeg de vader echter geen hulp en heeft hij alles zelf moeten regelen. Nu de kinderen ouder zijn gaat het prima en is een ondertoezichtstelling niet nodig. De vader begrijpt niet waarom hij nog gesprekken moet hebben met [hulpverleningsorganisatie] . Hij moet er vrij voor nemen en hij vindt de gesprekken zinloos. Een ondertoezichtstelling zorgt alleen maar voor veel spanning bij de vader. De kinderen gaan naar school en naar de opvang als hij moet werken. Er is geen sprake meer van een taalachterstand, ze hebben logopedie gehad en gaan naar zwemles. Als blijkt dat er toch hulpverlening nodig is dan weet de vader de hulporganisaties zelf te vinden.
Met de moeder heeft hij geen contact, behalve dat zij soms sms’jes stuurt en één keer in de drie maanden even langskomt om de kinderen te zien. De vader vindt dat het slecht gaat met de moeder en als zij langs komt, laat hij haar niet alleen met de kinderen. Het is de wens van de vader dat de kinderen contact hebben met hun moeder en hij heeft dit contact ook steeds mogelijk gemaakt, maar hij kan haar niet dwingen om langs te komen.
4.2.
De mening van de moeder is onbekend.
Beoordeling
5.1.
Op grond van de inhoud van de overgelegde stukken en in wat op de zitting naar voren is gekomen, ziet de kinderrechter onvoldoende gronden die het voortduren van de ondertoezichtstelling rechtvaardigen. De kinderrechter overweegt daartoe als volgt.
5.2.
Ten tijde van de ondertoezichtstelling van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] bestonden de ontwikkelingsbedreigingen uit de verstoorde verstandhouding tussen de ouders, de zorgen over de opvoedsituatie bij de moeder, het onregelmatige contact tussen de kinderen en de moeder en de zorgen over hun schoolgang en taalontwikkeling. [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] wonen inmiddels al langere tijd bij de vader en gebleken is dat er over de opvoedsituatie thuis bij de vader geen zorgen zijn bij de GI. Ook vanuit school en vanuit de kinderopvang zijn er geen zorgen om de kinderen. Ze gaan vijf dagen per week naar school en naar de opvang, waar dus goed zicht is op de kinderen en gezien wordt dat zij zich goed ontwikkelen, ook wat betreft hun taal.
Verder is de relatie tussen de ouders inmiddels al geruime tijd voorbij en blijkt de moeder al langere tijd niet meer betrokken te zijn bij de opvoeding en verzorging van de kinderen. Gelet op de stukken en wat op de zitting naar voren is gekomen, verwacht de kinderrechter niet dat daar op korte termijn verandering in zal komen. De problematiek van de moeder lijkt chronisch te zijn. Het is onduidelijk waar zij op dit moment verblijft en er is geen zicht op dat de moeder op korte termijn een stabieler leven zal leiden. Het is positief dat de vader, ondanks zijn zorgen om de moeder, altijd achter het contact tussen de kinderen en de moeder heeft gestaan en dit ook heeft gefaciliteerd, maar daarbij wel steeds goed zicht heeft gehouden op de veiligheid van de kinderen. De vader verdient hiervoor een compliment en de kinderrechter heeft mede hierdoor niet de verwachting dat indien de moeder weer in beeld komt, de vader daar op een onverstandige manier mee om zal gaan.
Gelet op het voorgaande is de kinderrechter van oordeel dat er geen sprake meer is van een ernstige ontwikkelingsbedreiging van de kinderen die een ondertoezichtstelling rechtvaardigt. Een zorg blijft dat de moeder op enig moment weer in het leven van de kinderen verschijnt, terwijl zij nog kampt met haar problematiek. Daar lijkt de vader echter tegen opgewassen te zijn en de juiste keuzes in te maken. Verder heeft de kinderrechter er vertrouwen in dat de vader als het nodig is om hulp zal vragen, wat maakt dat ook een dwangkader zoals dat van een ondertoezichtstelling niet langer noodzakelijk is.
5.3
Gelet op het voorgaande zal de kinderrechter, nu niet langer wordt voldaan aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling, het verzoek van de GI afwijzen.
Dictum
De kinderrechter:
6.1.
Wijst af het verzoek van de GI tot verlenging van de ondertoezichtstelling van de minderjarigen:
- [de minderjarige 1]geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ,
- [de minderjarige 2]geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] .
Deze beschikking is gegeven door mr. C. Maat, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 3 januari 2025, in aanwezigheid van M. Woudman als griffier en op schrift gesteld op 16 januari 2025.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Amsterdam.
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Alkmaar
Zaaknummer: C/15/359679 / JU RK 24-1812
Datum uitspraak: 3 januari 2025
Beschikking over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling De Jeugd- & Gezinsbeschermers,
hierna te noemen de GI,
gevestigd in Alkmaar,
over
[de minderjarige 1]
, geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [de minderjarige 1] ,
[de minderjarige 2]
, geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [de minderjarige 2] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder]
,
hierna te noemen de moeder,
zonder bekende vaste woon- of verblijfplaats,
[de vader]
,
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats] .
1Het verloop van de procedure
1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 5 december 2024.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 3 januari 2025. Daarbij waren aanwezig:
- de vader, bijgestaan door een tolk in de [taal] taal, [tolk] ,
- [vertegenwoordiger van de GI] , namens de GI.
1.3.
De moeder is, hoewel opgeroepen, zonder afbericht niet verschenen.
Feiten
2.1.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] .
2.2.
[de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] wonen bij de vader.
2.3.
Bij beschikking van 15 januari 2024 zijn [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] onder toezicht gesteld tot 15 januari 2025.
3Het verzoek
3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] te verlengen met vier maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
[de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] zijn onder toezicht gesteld omdat zij werden belast met de verstoorde verstandhouding tussen hun ouders. De ouders uitten over en weer zorgen over elkaar en er vonden tussen hen escalaties plaats waar de kinderen getuige van waren. Daarnaast hadden de kinderen op onregelmatige basis contact met de moeder omdat de vader zich zorgen maakte over de opvoedsituatie bij de moeder, onder meer vanwege haar verslavingen. Ook waren er zorgen over de schoolgang van de kinderen en hun taalontwikkeling.
De afgelopen periode heeft de GI getracht goed zicht te krijgen op de veiligheid en de ontwikkeling van de kinderen, maar omdat de ingezette hulpverlening (te) lang op zich heeft laten wachten, is dit onvoldoende gelukt. Wel is gebleken dat er geen zorgen zijn over de opvoedsituatie bij de vader thuis en dat hij zorgdraagt voor de momenten waarop de moeder de kinderen wil zien. De vader let daarbij goed op de veiligheid van de kinderen en laat ze niet alleen met de moeder. Als hij het vermoeden heeft dat de moeder onder invloed is van alcohol en of drugs, stuurt hij haar weg. Vanuit school en de kinderopvang zijn er geen zorgen over [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] . Het Nederlands van [de minderjarige 1] gaat de goede kant op, hij ziet er altijd verzorgd uit en hij heeft genoeg aansluiting bij andere kinderen in de klas. Ook [de minderjarige 2] doet het goed op school. Hij is iedere dag aanwezig en hij is blij, behulpzaam en leergierig. Hij spreekt nog veel [taal] , maar kan ook dingen duidelijk maken in het Nederlands. Het contact tussen school/de kinderopvang en de vader is goed, behalve dat de communicatie soms lastig is vanwege de taalbarrière. Er is geen contact tussen de GI en de moeder. Zij had zich in mei 2024 bij het Leger des Heils gemeld om vanuit de opvang te werken aan een stabiele woonsituatie en van daaruit het contact met de kinderen op te bouwen. In november 2024 is echter gebleken dat de moeder bij de opvang is weggestuurd en dat het niet bekend is waar zij verblijft.
Om meer structuur en voorspelbaarheid te realiseren in het contact tussen de moeder en de kinderen en om meer duidelijkheid te krijgen over de rol van de moeder, is hulpverlening van [hulpverleningsorganisatie] ingezet.
3.3.
De GI heeft het verzoek op de zitting gehandhaafd en toegelicht. Over de opvoedsituatie bij de vader thuis zijn geen zorgen. [hulpverleningsorganisatie] is ingezet om te onderzoeken welke zorgsignalen uit het verleden nog actueel zijn en welke rol de moeder in het leven van de kinderen kan en wil spelen. De gevraagde verlenging van de ondertoezicht-stelling is bedoeld ter borging van de hulpverlening van [hulpverleningsorganisatie] om vervolgens de ondertoezichtstelling af te sluiten. Indien blijkt dat de moeder plotseling weer voor de deur staat en er is hulpverlening nodig ter ondersteuning van de vader en/of de kinderen, kan die hulpverlening ook in het vrijwillig kader plaatsvinden.
4De standpunten
4.1.
De vader vraagt het verzoek van de GI af te wijzen. Hij begrijpt niet waarom het verzoek is gedaan, omdat het in alle opzichten goed gaat met de kinderen. Toen ze jonger waren en de vader werkloos was, was het lastig. Toen kreeg de vader echter geen hulp en heeft hij alles zelf moeten regelen. Nu de kinderen ouder zijn gaat het prima en is een ondertoezichtstelling niet nodig. De vader begrijpt niet waarom hij nog gesprekken moet hebben met [hulpverleningsorganisatie] . Hij moet er vrij voor nemen en hij vindt de gesprekken zinloos. Een ondertoezichtstelling zorgt alleen maar voor veel spanning bij de vader. De kinderen gaan naar school en naar de opvang als hij moet werken. Er is geen sprake meer van een taalachterstand, ze hebben logopedie gehad en gaan naar zwemles. Als blijkt dat er toch hulpverlening nodig is dan weet de vader de hulporganisaties zelf te vinden.
Met de moeder heeft hij geen contact, behalve dat zij soms sms’jes stuurt en één keer in de drie maanden even langskomt om de kinderen te zien. De vader vindt dat het slecht gaat met de moeder en als zij langs komt, laat hij haar niet alleen met de kinderen. Het is de wens van de vader dat de kinderen contact hebben met hun moeder en hij heeft dit contact ook steeds mogelijk gemaakt, maar hij kan haar niet dwingen om langs te komen.
4.2.
De mening van de moeder is onbekend.
Beoordeling
5.1.
Op grond van de inhoud van de overgelegde stukken en in wat op de zitting naar voren is gekomen, ziet de kinderrechter onvoldoende gronden die het voortduren van de ondertoezichtstelling rechtvaardigen. De kinderrechter overweegt daartoe als volgt.
5.2.
Ten tijde van de ondertoezichtstelling van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] bestonden de ontwikkelingsbedreigingen uit de verstoorde verstandhouding tussen de ouders, de zorgen over de opvoedsituatie bij de moeder, het onregelmatige contact tussen de kinderen en de moeder en de zorgen over hun schoolgang en taalontwikkeling. [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] wonen inmiddels al langere tijd bij de vader en gebleken is dat er over de opvoedsituatie thuis bij de vader geen zorgen zijn bij de GI. Ook vanuit school en vanuit de kinderopvang zijn er geen zorgen om de kinderen. Ze gaan vijf dagen per week naar school en naar de opvang, waar dus goed zicht is op de kinderen en gezien wordt dat zij zich goed ontwikkelen, ook wat betreft hun taal.
Verder is de relatie tussen de ouders inmiddels al geruime tijd voorbij en blijkt de moeder al langere tijd niet meer betrokken te zijn bij de opvoeding en verzorging van de kinderen. Gelet op de stukken en wat op de zitting naar voren is gekomen, verwacht de kinderrechter niet dat daar op korte termijn verandering in zal komen. De problematiek van de moeder lijkt chronisch te zijn. Het is onduidelijk waar zij op dit moment verblijft en er is geen zicht op dat de moeder op korte termijn een stabieler leven zal leiden. Het is positief dat de vader, ondanks zijn zorgen om de moeder, altijd achter het contact tussen de kinderen en de moeder heeft gestaan en dit ook heeft gefaciliteerd, maar daarbij wel steeds goed zicht heeft gehouden op de veiligheid van de kinderen. De vader verdient hiervoor een compliment en de kinderrechter heeft mede hierdoor niet de verwachting dat indien de moeder weer in beeld komt, de vader daar op een onverstandige manier mee om zal gaan.
Gelet op het voorgaande is de kinderrechter van oordeel dat er geen sprake meer is van een ernstige ontwikkelingsbedreiging van de kinderen die een ondertoezichtstelling rechtvaardigt. Een zorg blijft dat de moeder op enig moment weer in het leven van de kinderen verschijnt, terwijl zij nog kampt met haar problematiek. Daar lijkt de vader echter tegen opgewassen te zijn en de juiste keuzes in te maken. Verder heeft de kinderrechter er vertrouwen in dat de vader als het nodig is om hulp zal vragen, wat maakt dat ook een dwangkader zoals dat van een ondertoezichtstelling niet langer noodzakelijk is.
5.3
Gelet op het voorgaande zal de kinderrechter, nu niet langer wordt voldaan aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling, het verzoek van de GI afwijzen.
Dictum
De kinderrechter:
6.1.
Wijst af het verzoek van de GI tot verlenging van de ondertoezichtstelling van de minderjarigen:
- [de minderjarige 1]geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ,
- [de minderjarige 2]geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] .
Deze beschikking is gegeven door mr. C. Maat, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 3 januari 2025, in aanwezigheid van M. Woudman als griffier en op schrift gesteld op 16 januari 2025.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Amsterdam.