Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-04-16
ECLI:NL:RBNHO:2025:4408
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,068 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer: 11463032 BZ VERZ 24-5999 JM
Uitspraakdatum: 16 april 2025
Beschikking van de kantonrechter
op verzoek van:
[bewindvoerder],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
van wie het adres bekend is bij deze rechtbank,
hierna ook te noemen: de bewindvoerder.
in het bewind van:
[betrokkene],
geboren te [geboorteplaats], op [geboortedatum],
van wie het adres bekend is bij deze rechtbank,
hierna ook te noemen: betrokkene,
procedure
De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
het verzoekschrift met bijlagen, ter griffie ingekomen op 24 december 2024;
aanvullende informatie, ter griffie ingekomen op 19 februari 2025 en 11 maart 2025.
Een mondelinge behandeling van het verzoekschrift heeft plaatsgevonden op 10 februari 2025. Ter zitting is de bewindvoerder verschenen.
Beoordeling
Door de bewindvoerder wordt machtiging verzocht voor het doen van een schenking ter hoogte van € 434.000 aan de erfgenaam van de enige [zoon], van betrokkene. [zoon] is op 5 augustus 2024 overleden met achterlating van zijn [levenspartner]. De bewindvoerder voert aan dat [zoon] voor zijn overlijden handelde op basis van het levenstestament van betrokkene. Op grond van dit levenstestament was [zoon] bevoegd om giften te doen aan zichzelf, alsmede aan anderen, op voorwaarde dat betrokkene voldoende middelen overhoudt om in haar levensonderhoud te voorzien en om de kosten van haar verzorging te kunnen blijven betalen. [zoon] heeft, door zijn snel verslechterde gezondheidstoestand, de uitvoering van de schenkingsovereenkomst niet volledig meer kunnen uitvoeren. De bewindvoerder verwijst de kantonrechter naar de door haar bijgevoegde bijlagen en aanvullende informatie waaruit volgens haar moet blijken dat [zoon] voornemens was deze schenking uit te voeren.
Bij beoordeling van het verzoek hanteert de kantonrechter de Aanbevelingen Meerderjarigenbewind. In die aanbevelingen geldt als uitgangspunt dat een verzoek tot het doen van een schenking namens betrokkene die zijn of haar wil niet kan bepalen wordt afgewezen indien er geen schenkingstraditie wordt aangetoond.
Vooreerst dient te worden beoordeeld of betrokkene in staat is om haar wil (nog) zodanig te bepalen dat zij weet wat de consequenties zijn van de schenking waarvoor machtiging wordt gevraagd. Uit de stukken en het dossier is gebleken dat betrokkene niet in staat is haar wil zelf te bepalen.
In dat geval is vervolgens conform de Aanbevelingen Meerderjarigenbewind de hoofdregel dat een verzoek om te worden gemachtigd tot het doen van een schenking namens betrokkene dient te worden afgewezen indien niet wordt aangetoond dat er vóór de instelling van het bewind sprake is geweest van een schenkingstraditie. Op grond van de inhoud van de door de bewindvoerder gegeven nadere toelichting is van een schenkingstraditie ter hoogte van een bedrag van € 434.000,00 niet gebleken. Wel is gebleken dat er een schenkingstraditie is van een bedrag ter hoogte van € 120.000,00 bestaat.
Het vorenstaande leidt tot de slotsom dat het verzoek om een bedrag van € 434.000,00 te mogen schenken aan [levenspartner] dient te worden afgewezen. Nu het voor de kantonrechter wel vast is komen te staan dat er een schenkingstraditie bestaat van een bedrag ter hoogte van € 120.000,00, verleent de kantonrechter de bewindvoerder machtiging om een bedrag van € 120.000,00 te schenken aan [levenspartner], erfgenaam van wijlen zoon van betrokkene.
Dictum
De kantonrechter:
wijst het verzoek om € 434.000,00 te mogen schenken af;
verleent machtiging aan [bewindvoerder] om een bedrag ter hoogte van €120.000,00 te schenken aan [levenspartner].
Deze beschikking is gegeven door mr. M.C. van Rijn, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter