Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-04-09
ECLI:NL:RBNHO:2025:4181
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,503 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 10981306 \ CV EXPL 24-1646
Uitspraakdatum: 9 april 2025
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de rechtspersoon naar buitenlands recht
AirHelp Germany GmbH
wonende te Berlijn (Duitsland)
eiseres
hierna te noemen: Airhelp
gemachtigde: mr. D.E. Lof
tegen
de commanditaire vennootschap
Transavia Airlines C.V.
gevestigd te Schiphol
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. L. Kloot
1Het procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
2.1.
[Passagier ] (hierna: de passagier) heeft bij MyTrip.com vliegtickets geboekt voor vervoer op 10 april 2023 van Tunis (Tunesië) via Parijs (Frankrijk) naar Amsterdam. Het gaat daarbij om vlucht TO8222 (van Tunis naar Parijs, uitgevoerd door Transavia France S.A.S) en vlucht HV5194 (van Parijs naar Amsterdam, uitgevoerd door de vervoerder).
2.2.
De vervoerder heeft vlucht HV5194 geannuleerd.
2.3.
De vervoerder heeft zijn eventuele vorderingsrecht overgedragen aan Airhelp.
2.4.
Airhelp heeft daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.
2.5.
De vervoerder heeft een bedrag van € 250,00 aan compensatie uitbetaald.
Geschil
3.1.
Airhelp vordert – na vermindering van eis – dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 150,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
3.2.
Airhelp baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). Airhelp stelt dat de vervoerder vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 400,- (artikel 7 van de Verordening). Transavia heeft een bedrag van € 250,00 voldaan, zodat een vordering van € 150,00 resteert.
3.3.
De vervoerder voert betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan.
Beoordeling
4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
4.2.
Het gaat in deze zaak om de vraag of sprake is van een ‘rechtstreeks aansluitende vlucht’. De kantonrechter is van oordeel dat deze vraag ontkennend moet worden beantwoord. Dat oordeel wordt hierna toegelicht.
4.3.
In de uitspraak van 6 oktober 2022 heeft het Hof van Justitie het begrip ‘rechtstreeks aansluitende vluchten’ nader uitgelegd. Het Hof heeft overwogen dat voor de kwalificatie als ‘rechtstreeks aansluitende vluchten’ van belang is dat de vluchten in één boeking zijn aangekocht en één geheel vormen. Het begrip ‘rechtstreeks aansluitende vluchten’ kan ook betrekking hebben op vluchten die door verschillende luchtvaartmaatschappijen worden uitgevoerd en waartussen geen bijzondere rechtsverhouding bestaat, wanneer deze vluchten zijn samengevoegd door een reisbureau dat voor dit vervoer een totaalprijs in rekening heeft gebracht en één enkel ticket heeft uitgereikt.
4.4.
In het onderhavige geval zijn de vluchten niet samengesteld door een reisbureau of touroperator. Er zijn slechts losse tickets gecombineerd door MyTrip, die als een totaalprijs bij de passagier in rekening zijn gebracht. MyTrip heeft voor iedere vlucht een afzonderlijk ticket met een apart reisoverzicht en een apart boekingsnummer verstrekt (RBBNFZ voor de TO8223 en G82ZHS voor de HV5194). Om die reden kunnen de vluchten niet worden beschouwd als rechtstreeks aansluitende vluchten. Het boekingsnummer van MyTrip is in dit kader van ondergeschikt belang. Bovendien staat in de boekingsbevestiging uitdrukkelijk aangegeven dat het om zelfverbinding, en dus om losse vluchten gaat. De conclusie is dan ook dat de vervoerder met de betaling van € 250,00 aan haar verplichtingen uit de Verordening heeft voldaan (de vluchtafstand van de HV5194 viel in de categorie ‘tot en met 1500 km’). De vordering van Airhelp wordt afgewezen.
4.5.
De proceskosten komen voor rekening van Airhelp, omdat zij ongelijk krijgt. Daarbij wordt zij ook veroordeeld tot betaling van nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis.
Dictum
De kantonrechter:
5.1.
wijst de vordering af;
5.2.
veroordeelt Airhelp tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 80,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder en veroordeelt Airhelp tot betaling van € 20,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis.
5.3.
verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
ECLI:EU:C:2022:762