Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-03-12
ECLI:NL:RBNHO:2025:4132
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
1,733 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 10958021 \ CV EXPL 24-1463
Uitspraakdatum: 12 maart 2025
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de rechtspersoon naar buitenlands recht
Delta Air Lines Inc.
gevestigd te Wilmington (Verenigde Staten)
eiseres in het verzet
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. M. Lustenhouwer
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
Airhelp GmbH
gevestigd te Berlijn (Duitsland)
gedaagde in het verzet
hierna te noemen: Airhelp
gemachtigde: mr. D.E. Lof
1Het procesverloop
1.1.
Airhelp heeft de vervoerder gedagvaard om te verschijnen ten overstaan van de kantonrechter op de zitting van 1 november 2023. De vervoerder is niet verschenen, waarna de vervoerder bij verstekvonnis van 29 december 2023 is veroordeeld. Bij dagvaarding van 26 januari 2024 is de vervoerder in verzet gekomen tegen dat verstekvonnis.
1.2.
Vervolgens heeft de vervoerder een akte overgelegd, houdende overlegging producties. Airhelp heeft schriftelijk op de verzetdagvaarding en de akte gereageerd, waarna de vervoerder een schriftelijke reactie heeft gegeven.
Feiten
2.1.
[betrokkene 1] (hierna: de passagier) heeft met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hem op 3 maart 2022 vervoeren van Amsterdam via Minneapolis (Verenigde Staten) naar Dallas (Verenigde Staten).
2.2.
De passagier is met een vertraging van 3 uur en 37 minuten aangekomen op de eindbestemming.
2.3.
De passagier heeft zijn (eventuele) vorderingsrecht aan Airhelp overgedragen.
2.4.
Airhelp heeft compensatie van de vervoerder gevorderd. De vervoerder is door de kantonrechter bij verstek veroordeeld tot betaling van het gevorderde.
Geschil
3.1.
Airhelp heeft bij inleidende dagvaarding gevorderd dat de vervoerder bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zou worden tot betaling van:- € 600,00 vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de vluchtdatum tot aan de dag der algehele voldoening;- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
3.2.
Airhelp heeft haar vordering gebaseerd op artikel 7 van de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). Airhelp stelt dat de vervoerder vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,- (artikel 7 van de Verordening).
3.3.
De vervoerder vordert, in de verzetdagvaarding, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, het verstekvonnis van 13 december 2023 te vernietigen en Airhelp te veroordelen om al hetgeen de vervoerder ter uitvoering van het bestreden vonnis heeft voldaan aan de vervoerder terug te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van betaling tot de dag der algehele voldoening, Airhelp niet-ontvankelijk te verklaren in haar vorderingen althans deze vorderingen af te wijzen en Airhelp te veroordelen in de kosten van de verzetprocedure, te vermeerderen met de wettelijke rente.
Beoordeling
4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
4.2.
De eerste vraag die voorligt is of partijen ter beëindiging van het geschil een minnelijke regeling hebben getroffen. De kantonrechter is van oordeel dat deze vraag ontkennend moet worden beantwoord. Daartoe overweegt hij dat de vervoerder voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat mr. Lof het schikkingsvoorstel van de vervoerder van € 1.089,74 op 25 januari 2024 van de hand heeft gewezen door een alternatief voorstel te doen. Hierdoor is het aanbod van de vervoerder vervallen. De aanvaarding door mevrouw [betrokkene 2] van 26 januari 2024 heeft dan ook geen rechtsgevolg gehad. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat er geen vaststellingsovereenkomst tussen partijen tot stand is gekomen.
4.3.
De kantonrechter is verder van oordeel dat de vervoerder zijn stelling dat niet is gebleken dat de passagier zich tijdig voor de vlucht(en) heeft gemeld, gelet op de betwisting door Airhelp, onvoldoende heeft onderbouwd. De kantonrechter zal hier dan ook aan voorbij gaan.
4.4.
De vervoerder doet subsidiair een beroep op artikel 7 lid 2 sub c van de Verordening. Volgens de vervoerder moet de hoogte van de compensatie met 50% worden verlaagd omdat de vertraging van de passagier op de eindbestemming weliswaar meer dan drie uur, maar minder dan vier uur bedroeg. Airhelp heeft het voorgaande niet betwist, zodat dit verweer van de vervoerder slaagt.
4.5.
De conclusie is dat het verzet van de vervoerder gegrond is. Het verstekvonnis kan niet in stand blijven. De oorspronkelijke vordering zal alsnog voor de helft worden afgewezen, en voor het overige (tot een bedrag van € 300,-) worden toegewezen. Omdat procespartijen voor een gelijk deel ongelijk krijgen, ziet de kantonrechter aanleiding om de proceskosten in de oorspronkelijke procedure te compenseren in die zin dat elke partij de eigen kosten draagt.
4.6.
Airhelp zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van zowel de verstek- als de verzetprocedure, met dien verstande dat de (betekenings)kosten van de verzetdagvaarding door de vervoerder zelf gedragen moeten worden.
Dictum
De kantonrechter:
5.1.
verklaart het verzet gegrond en vernietigt het verstekvonnis van 13 december 2023 met zaaknummer 10763937 / CV EXPL 23-6939.
5.2.
wijst de oorspronkelijke vordering van Airhelp toe tot een bedrag van € 300,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 3 maart 2022;
5.3.
veroordeelt Airhelp tot restitutie van het meerdere dat door de vervoerder is voldaan naar aanleiding van het verstekvonnis inclusief de daarbij toegewezen proceskostenveroordeling;
5.4.
veroordeelt Airhelp tot betaling van de proceskosten van de verzetprocedure, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 270,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder;
5.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
5.6.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter