Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-04-09
ECLI:NL:RBNHO:2025:3929
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
1,497 tokens
Inleiding
RECHTBANK
NOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Haarlem
Zaaknummer: 11307955 \ CV EXPL 24-6512
Vonnis van 9 april 2025
in de zaak van
INFOMEDICS B.V.,
te Almere,
eisende partij,
hierna te noemen: Infomedics,
gemachtigde: Bosveld Incasso en Gerechtsdeurwaarders,
tegen
[gedaagde]
,
woonachtig te [plaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
procederend in persoon.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding;- de conclusie van antwoord;- de conclusie van repliek;- de conclusie van dupliek;
- de akte van Infomedics B.V.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2Waar gaat deze zaak over?
2.1.
Op 28 maart 2024 heeft [gedaagde] een tandarts, PPI Kennemerland, bezocht. Tijdens dit bezoek is een onderzoek gedaan ten behoeve van een indicatiestelling voor implantologie. Dit kostte € 78,06. Ook zijn kaakoverzichtsfoto’s gemaakt en beoordeeld. Dit kostte € 84,48. Deze bedragen zijn gebaseerd op door de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) vastgestelde tarieven. PPI Kennemerland heeft voor totaal € 162,54 aan mondzorg verleend.
2.2
De vordering op [gedaagde] is door tandarts PPI Kennemerland aan Infomedics Finance B.V. gecedeerd. Tussen Infomedics Finance B.V. en Infomedics bestaat een lastgevingsovereenkomst. Dit betekent dat Infomedics de opdracht heeft om dergelijke vorderingen uit eigen naam te incasseren. Op 2 april 2024 is daarom een factuur ter hoogte van € 162,54 voor de genoemde mondzorg verzonden aan [gedaagde] door Infomedics.
2.3
Na ontvangst van de factuur heeft [gedaagde] niet betaald. Na een herinnering d.d. 4 mei 2024 is ook niet door [gedaagde] betaald. Tot op heden is de factuur onbetaald gebleven. In deze zaak eist Infomedics dat [gedaagde] de tandartsrekening van € 162,54 betaalt, met rente en kosten.
Beoordeling
3.1.
[gedaagde] heeft in zijn verweer aangegeven veel gebitsproblemen te hebben. [gedaagde] heeft niet betwist dat de mondzorgbehandeling op 28 maart 2024 is uitgevoerd door PPI Kennemerland. [gedaagde] heeft evenmin gesteld dat hij al voor deze behandeling heeft betaald. [gedaagde] vindt de gang van zaken -rondom de facturatie en deze procedure- met Infomedics en Bosveld Incasso bureaucratisch en onduidelijk. Hij heeft ook aangevoerd meerdere klachten te hebben ingediend en geschillen te hebben lopen bij onder andere zijn zorgverzekeraar (DSW zorgverzekering), Stichting Klachten en Geschillen Zorgverzekeringen (SKGZ) en de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa).
3.2
Infomedics staat buiten de relatie tussen [gedaagde] en zijn zorgverzekeraar. Infomedics staat ook buiten eventuele andere klachten/geschillen tussen [gedaagde] en de in 3.1 genoemde partijen. Dit geschil ziet enkel op de factuur d.d. 2 april 2024 inzake de behandeling door PPI Kennemerland, namelijk een indicatiestelling en het maken en beoordelen van een kaakoverzichtsfoto. Dit is een behandeling die [gedaagde] heeft gehad en betaald dient te worden.
3.3
De kantonrechter begrijpt dat het voor [gedaagde] mogelijk ingewikkeld en bureaucratisch kan lijken als een factuur wordt verstuurd door een andere partij dan de behandelend tandarts. Dit is echter een gebruikelijke gang van zaken. Dat Infomedics vervolgens Bosveld Incasso heeft ingeschakeld als gemachtigde om een procedure te beginnen bij de Rechtbank, is eveneens gebruikelijk.
3.4
Omdat geen inhoudelijk verweer is gevoerd ten aanzien van het daadwerkelijk plaatsvinden van de tandartsbehandeling, wijst de kantonrechter de vordering toe alsmede de wettelijke rente vanaf 13 augustus 2024.
3.2.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. De proceskosten van Infomedics B.V. worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
113,54
- griffierecht
€
130,00
- salaris gemachtigde
€
100,00
(2,5 punten × € 40,00)
Totaal
€
343,54
Dictum
De kantonrechter
4.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Infomedics B.V. te betalen een bedrag van € 162,54, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 13 augustus 2024, tot de dag van volledige betaling,
4.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 343,54, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. E. Jochem en in het openbaar uitgesproken op 9 april 2025.