Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-04-09
ECLI:NL:RBNHO:2025:3914
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,045 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBNHO:2025:3914 text/xml public 2026-02-13T12:18:41 2025-04-09 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2025-04-09 C/15/332086 / FA RK 22-4384 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Haarlem Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:3914 text/html public 2026-02-13T12:18:27 2026-02-13 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2025:3914 Rechtbank Noord-Holland , 09-04-2025 / C/15/332086 / FA RK 22-4384 Afwijzing verzoek vader gezamenlijk gezag wegens ontbreken minimale basis voor overleg en gezamenlijke beslissingen, ondanks hulpverlening in afgelopen jaren. Onaanvaardbaar risico klem en verloren raken van de minderjarige. RECHTBANK NOORD-HOLLAND Familie en Jeugd locatie Haarlem gezag zaak-/rekestnr.: C/15/332086 / FA RK 22-4384 Beschikking van de enkelvoudige kamer voor familiezaken van 9 april 2025 in de zaak van: [de vader] , wonende te [plaats] , hierna te noemen: de vader, advocaat mr. M. Raaijmakers, kantoorhoudende te Hoofddorp, tegen [de moeder] , wonende op een bij de rechtbank bekend adres hierna te noemen: de moeder, advocaat mr. F. Heidinga, kantoorhoudende te Hilversum, --betreffende-- [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] , hierna mede te noemen: [de minderjarige] . 1 De procedure 1.1. Het verdere verloop van de procedure blijkt uit: - de beschikking van deze rechtbank van 9 februari 2023; - het F- bericht van de moeder van 6 juli 2023; - het F- bericht van de vader ingekomen op 13 februari 2024; - het F- bericht van de vader ingekomen op 12 september 2024; - het F- bericht van de moeder ingekomen op 17 februari 2025. 1.2. De voortgezette behandeling van de zaak is geweest op de zitting van 4 maart 2025. Daarbij waren aanwezig; partijen, de vader met zijn advocaat mr. M. Raaijmakers en de moeder met haar advocaat mr. F. Heidinga en een tolk Engels. Ook waren op de zitting als informant aanwezig: [vertegenwoordiger van de raad] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna te noemen: de Raad); [vertegenwoordiger van de GI] namens SAVE Jeugdbescherming (hierna: de GI); [vertegenwoordiger van de jeugdzorginstelling] namens [jeugdzorginstelling] (hierna: [jeugdzorginstelling] ). 1.3. Bij beschikking van 4 januari 2023, is [de minderjarige] onder toezicht gesteld, welke ondertoezichtstelling daarna is verlengd en nu nog duurt tot 4 januari 2026. 2 De verdere beoordeling 2.1. Bij beschikking van deze rechtbank van 9 februari 2023 is de beslissing op het verzoek van de vader aangehouden voor zes maanden omdat dit naar verwachting minimaal nodig was voor de ouders om met hulp in het kader van de ondertoezichtstelling te werken aan herstel van het onderlinge vertrouwen en verbetering van hun onderlinge communicatie. 2.2. Namens de moeder is op 6 juli 2023 opnieuw om aanhouding voor zes maanden verzocht omdat er nog geen uitvoering is gegeven aan de ondertoezichtstelling. 2.3. Namens de vader is op 13 februari 2024 en 12 september 2024 verzocht om een mondelinge behandeling van de zaak te plannen omdat [de minderjarige] haar vader nog steeds (bijna) niet ziet. 2.4. Door en namens de vader is tijdens de zitting naar voren gebracht dat niets het gezamenlijk gezag in de weg staat. Weliswaar is de relatie tussen de ouders verstoord maar volgens de vader kunnen partijen op een zakelijke manier en in het belang van [de minderjarige] communiceren via de mail. De vader heeft meegewerkt met alle hulpverlening en houdt zich aan de gemaakte afspraken. Dat de vader gezagsbeslissingen zal tegenwerken blijkt nergens uit. Het gezamenlijk gezag zou ervoor zorgen dat de vader (anders dan nu) informatie krijgt over de ontwikkeling [de minderjarige] . 2.5. Door en namens de moeder is tijdens de zitting naar voren gebracht dat er geen communicatie op ouderniveau mogelijk is tussen partijen en dat [de minderjarige] daardoor klem en verloren zal raken. Volgens de moeder is voor de uitoefening van gezamenlijk gezag essentieel dat eerst het vertrouwen tussen partijen wordt hersteld. Er zijn de afgelopen jaren veel instanties betrokken geweest om partijen nader tot elkaar te brengen, maar dit is tot nu toe niet gelukt. De moeder zorgt sinds 2022 alleen voor [de minderjarige] en heeft hierbij geen hulp gekregen van de vader en zij heeft nog veel moeite met wat er in het verleden is gebeurd. Ze zet zich in voor het Parallel Solo Ouderschapsplan (hierna: PSO), maar een normale communicatie tussen de ouders zal op korte termijn niet mogelijk zijn. Tot slot is er in 2023 een informatieregeling vastgesteld en de moeder kwam deze informatieregeling destijds na omdat de vader [de minderjarige] toen nog maar een keer in de twee weken zag. Dat is een korte periode niet gelukt maar inmiddels doet ze dat weer. 2.6. De Raad heeft tijdens de zitting naar voren gebracht dat er enerzijds wel een risico is dat [de minderjarige] bij gezamenlijk gezag klem of verloren zal raken omdat er nu nauwelijks communicatie mogelijk is tussen de ouders, maar anderzijds zal het gezamenlijk gezag meer gelijkwaardig ouderschap brengen omdat de betrokken instanties dan ook de vader moeten informeren. Daarmee wordt de informatieplicht van de moeder ook verlicht. Het is in het belang van partijen dat er een beslissing word genomen om deze procedure te beëindigen. 2.7. De GI heeft tijdens de zitting naar voren gebracht dat het herstel van het vertrouwen en de communicatie van partijen niet goed verloopt. Vooral de moeder heeft geen vertrouwen in de vader. Alle communicatie tussen de ouders loopt nu via een derde partij. De moeder wil niet met de vader om de tafel. Verder verloopt de informatieregeling door de moeder aan de vader moeizaam en de GI heeft de moeder erop gewezen dat ze één keer per maand de vader rechtstreeks per mail moet informeren met een beschrijving van de belangrijke ontwikkelingen van [de minderjarige] en een foto. De omgang tussen de vader en [de minderjarige] zal worden uitgebreid. Ook wordt onderzocht of PSO mogelijk is. 2.8. Volgens [jeugdzorginstelling] kan, als beide partijen meewerken, het PSO traject in april starten. 2.9. De rechtbank overweegt als volgt. 2.10. Ingevolge artikel 1:253c van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de tot het gezag bevoegde vader van het kind, die nooit het gezag gezamenlijk met de moeder heeft uitgeoefend, de rechtbank verzoeken de ouders met het gezamenlijk gezag over het kind te belasten. Uit het tweede lid van dat artikel volgt dat indien dit verzoek ertoe strekt de ouders gezamenlijk met het gezag te belasten en de andere ouder met dit gezamenlijk gezag niet instemt, het verzoek slechts wordt afgewezen indien er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen of afwijzing anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is. 2.11. Gezamenlijk gezag vereist dat de ouders in staat zijn tot enige vorm van communicatie met elkaar en dat zij beslissingen van enig belang over de [de minderjarige] in gezamenlijk overleg kunnen nemen, althans tenminste in staat zijn vooraf afspraken te maken over situaties die zich rond [de minderjarige] kunnen voordoen. 2.12. De rechtbank is van oordeel dat het gezamenlijk gezag op dit moment niet in het belang is van [de minderjarige] . Uit de stukken en wat tijdens de zitting is besproken is gebleken dat de afgelopen jaren verschillende instanties bij partijen betrokken zijn geweest om hun onderlinge verstandhouding te verbeteren. Zo heeft de GI geprobeerd om met partijen gezamenlijk in gesprek te gaan, maar de moeder heeft deze gesprekken stopgezet. Het advies van de GI en [jeugdzorginstelling] is dat partijen nu een PSO-traject volgen. Ter zitting is echter gebleken dat nog onduidelijk is of beide partijen daaraan zullen meewerken. Er is dus nog geen concreet zicht op de start van het PSO-traject, nog daargelaten of dit een positief resultaat zal hebben. Helaas moet daarom vastgesteld worden dat partijen nu niet in staat zijn tot enige vorm van communicatie en dat zij dus geen beslissingen van enig belang over het [de minderjarige] samen kunnen nemen.