Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-04-02
ECLI:NL:RBNHO:2025:3738
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
1,587 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 10866709 \ CV EXPL 24-344
Uitspraakdatum: 2 april 2025
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de vennootschap naar het recht harer vestiging
AirHelp Germany GmbH
gevestigd te Berlijn (Duitsland)
eiseres
hierna te noemen: AirHelp
gemachtigde: mr. D.E. Lof (Lof Legal Services)
tegen
de buitenlandse vennootschap
Egyptair Airlines Company
gevestigd te Caïro (Egypte)
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. T. Teke (Warendorf Advocaten)
De zaak in het kort
AirHelp heeft van de vervoerder (onder meer) compensatie gevraagd voor een meer dan drie uur vertraagde vlucht. De vervoerder voert aan dat de vertraging het gevolg was van (de doorwerking van) buitengewone omstandigheden, namelijk opgelegde beperkingen door de luchtverkeersleiding. Het verweer van de vervoerder slaagt. Daarnaast heeft hij alle redelijke maatregelen genomen. De vordering van AirHelp wordt daarom afgewezen.
1Het procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding;
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
2.1.
[betrokkene 1] en [betrokkene 2] (hierna: de passagiers) hebben een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder hen op 21 januari 2023 moest vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport via Caïro International Airport (Egypte) naar Jomo Kenyatta International Airport (Kenia), met de vluchtcombinatie MS758 en MS849.
2.2.
De vervoerder heeft vlucht MS758 van Amsterdam naar Caïro (hierna: de vlucht) vertraagd uitgevoerd. De passagiers zijn met een vertraging van meer dan drie uur aangekomen op de eindbestemming.
2.3.
De passagiers hebben hun vermeende vorderingsrecht gecedeerd aan AirHelp.
2.4.
AirHelp heeft daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.
2.5.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
Geschil
3.1.
AirHelp vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 1.200,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente;
- de nakosten.
3.2.
AirHelp baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). AirHelp stelt dat de vervoerder haar vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,00 per passagier.
3.3.
De vervoerder voert verweer. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling ingegaan.
Beoordeling
4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
4.2.
Vast staat dat de passagiers met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming zijn aangekomen. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de vertraging het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden.
4.3.
Volgens de vervoerder was de vlucht onderdeel van de rotatievlucht Caïro – Amsterdam – Caïro (vluchtnummers MS757 en MS758). Deze vluchten zijn volgens de vervoerder met hetzelfde toestel uitgevoerd. Vlucht MS757 van Caïro naar Amsterdam is met 15 minuten vertraging uitgevoerd door opgelegde beperkingen door de luchtverkeersleiding. Deze vertraging werkt door op de vlucht in kwestie. AirHelp heeft het voorgaande niet betwist, zodat dit is komen vast te staan. De kantonrechter is daarom van oordeel dat de vertraging van de vlucht voor de duur van 15 minuten het gevolg is geweest van (de doorwerking van) buitengewone omstandigheden.
4.4.
Als onbetwist staat vast dat de buitengewone omstandigheden ertoe hebben geleid dat de passagiers hun aansluitende vlucht hebben gemist. Als er geen buitengewone omstandigheden waren opgetreden hadden de passagiers de aansluitende vlucht dus kunnen halen. Daarom is de uiteindelijke vertraging van de passagiers op de eindbestemming het gevolg van (de doorwerking van) buitengewone omstandigheden.
4.5.
Vast staat dat de passagiers zijn omgeboekt en met de eerst beschikbare alternatieve vlucht naar de eindbestemming zijn vervoerd. Niet valt in te zien welke maatregelen de vervoerder nog meer of anders had kunnen nemen om de vertraging te voorkomen. Daarom heeft de vervoerder alle redelijke maatregelen genomen. De vordering van AirHelp zal daarom worden afgewezen.
4.6.
AirHelp zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal zij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt.
Dictum
De kantonrechter:
5.1.
wijst de vordering af;
5.2.
veroordeelt AirHelp tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 408,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder;
en veroordeelt AirHelp tot betaling van € 102,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt;
5.3.
verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Artikel 7 van de Verordening.
Artikel 5 lid 3 van de Verordening.