Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-03-19
ECLI:NL:RBNHO:2025:3716
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
5,502 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 8359790 \ CV EXPL 20-2134
Uitspraakdatum: 19 maart 2025
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
1
[eiser 1],
2. [eiser 2],
beiden wonende te [plaats]
eisers
hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers
gemachtigde: mr. R.A.C. Telkamp (EUclaim B.V.)
tegen
De buitenlandse vennootschap
British Airways Plc
gevestigd te Cardiff (Verenigd Koninkrijk)
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. J.J.O. Zandt (Ploum Rotterdam Law Firm)
De zaak in het kort
De passagiers hebben van de vervoerder compensatie gevraagd voor een meer dan 3 uur vertraagde vlucht. De vervoerder voert aan dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk slechte weersomstandigheden en restricties van de luchtverkeersleiding. Het betoog van de vervoerder slaagt. De vordering van de passagiers wordt afgewezen.
1Het procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek; - de akte eisers.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
2.1.
De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 23 december 2018 vervoeren van Amsterdam Schiphol-Airport via Heathrow Airport, Londen (Verenigd Koninkrijk) naar Hong Kong International Airport, met vluchtcombinatie BA437 en VS206.
2.2.
De vervoerder heeft vlucht BA437 van Amsterdam naar Londen (hierna: de vlucht) vertraagd uitgevoerd. De passagiers hebben de overstap op de aansluitende vlucht gemist. De passagiers zijn omgeboekt naar een alternatieve vlucht waarmee zij met een vertraging van meer dan drie uur zijn aangekomen op de eindbestemming.
2.3.
De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.
2.4.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
Geschil
3.1.
De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 1.200,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 24 december 2018, althans vanaf de datum ingebrekestelling dan wel vanaf de datum van betekening van deze dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;- € 181,50 dan wel begroot op € 217,80 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
3.2.
De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,00 per passagier (artikel 7 van de Verordening).
3.3.
De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de vertraging van de vlucht gevolg was van buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden (artikel 5 lid 3 van de Verordening).
Beoordeling
4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
4.2.
Vast staat dat de passagiers met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming zijn aangekomen. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de vertraging het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het nemen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden.
4.3.
Volgens de vervoerder maakte de vlucht in kwestie onderdeel uit van de rotatievlucht Rome – Londen – Amsterdam – Londen – Amsterdam - Londen (vluchtnummers BA551, BA434, BA435, BA436 en BA437). Alle vijf vluchten liepen vanwege beslissingen van het luchtverkeersbeheer vertraging op hetgeen blijkt uit de overgelegde stukken. Deze vertragingen werkten door op de vlucht in kwestie, waardoor de vlucht met 79 minuten vertraging was aangekomen. Echter duurde het taxiën naar de startbaan 19 minuten (5 minuten langer dan normaal) en ook de vliegtijd was 12 minuten langer dan gepland, hetgeen duidt op ‘air holding’. De vlucht is met een vertraging van 90 minuten bij de gate aangekomen, waardoor de passagiers onvoldoende tijd hadden om hun aansluitende vlucht te halen. Van deze vertraging is 29 minuten vertraging aan de luchtvaartmaatschappij te wijten, zo stelt de vervoerder. De rest van de vertraging is de veroorzaakt door buitengewone omstandigheden, namelijk het slechte weer en besluiten van de luchtverkeersleiding. Besluiten van de luchtverkeersleiding dienen altijd opgevolgd te worden door de vervoerder en de vervoerder kan hier geen invloed op uitoefenen.
4.4.
De passagiers betwisten dit. De kantonrechter heeft in een eerder vonnis geoordeeld over dezelfde vlucht en heeft de vervoerder veroordeeld om compensatie te betalen. Daarnaast hebben andere passagiers die vertegenwoordigd waren door EUclaim buiten rechte ook compensatie ontvangen. De vervoerder moet op basis van gelijke behandeling de passagiers de compensatie betalen. Daarnaast heeft de vervoerder met de overgelegde documenten niet aangetoond dat er sprake was van slechte weersomstandigheden en restricties van de luchtverkeersleiding. Deze documenten kunnen daarom niet als bewijs dienen voor het bestaan van buitengewone omstandigheden. Bovendien is Heathrow Airport de thuisbasis van de vervoerder. Het mag verwacht worden dat daardoor de doorwerking van de vertragingen wordt gestopt.
4.5.
De vervoerder brengt bij conclusie van dupliek het volgende tegenin. Met betrekking tot de veroordeling tot het betalen van compensatie aan een ander passagier van dezelfde vlucht voert de vervoerder aan dat de kantonrechter niet inhoudelijk had geoordeeld. De vervoerder had in tegenstelling tot de onderhavige zaak niet voldoende aangetoond wat de vertragingsoorzaken waren. Daarnaast had de passagier in de andere zaak een kortere buffertijd. Daarom kwam hij wel in aanmerking voor compensatie. In deze zaak hadden de passagiers een langere buffertijd, namelijk 50 minuten.
4.6.
De vervoerder voert vervolgens aan dat ‘slot delays’, ‘air holding’, congestie op een luchthaven, taxi-vertraging en ‘start up delays’ allemaal buitengewone omstandigheden zijn. Omdat dit besluiten van de luchtverkeersleiding zijn waar de vervoerder geen invloed op heeft en verwijst hiervoor naar uitspraken van de rechtbank. Verder heeft de vervoerder vluchtrapporten overgelegd waaruit hoort te blijken dat dit buitengewone omstandigheden zijn. Al deze vertragingen hadden een doorwerking op de vlucht in kwestie. Volgens een uitspraak van de rechtbank is er sprake van een doorwerking van buitengewone omstandigheden als die drie vluchten voorafgaand aan de vlucht in kwestie zijn begonnen.
4.7.
De kantonrechter oordeelt als volgt. De vervoerder heeft voldoende onderbouwd dat vanwege de slechte weersomstandigheden en als gevolg de besluiten van de luchtverkeersleiding vlucht BA437 hierdoor vertraagd is uitgevoerd. Dit leverde buitengewone omstandigheden op. Op deze omstandigheden kan de vervoerder immers geen invloed op uitoefenen, omdat hij deze besluiten dient op te volgen. De kantonrechter moet vervolgens beoordelen of deze buitengewone omstandigheden doorwerken op de vlucht in kwestie. Voldoende is gebleken dat de vertraging op de voorgaande vluchten direct effect hebben gehad op de uitvoering van de vlucht in kwestie. Alle vluchten zijn immers onderdeel van dezelfde rotatievlucht. De buitengewone omstandigheden die zich hebben voorgedaan tijdens de uitvoering van voorgaande vluchten werkten dan ook door naar de onderhavige vlucht. Voorts is voldoende gebleken dat de uiteindelijke vertraging van de passagiers van meer dan drie uur op de eindbestemming het directe gevolg is geweest van de vertraagde uitvoering van de onderhavige vlucht. De passagiers hebben immers door deze vertraging de aansluitende vlucht gemist. De vertraging van de passagiers is dan ook het gevolg van buitengewone omstandigheden.
4.8.
De kantonrechter oordeelt ook dat de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging te beperken. En de passagiers zo snel mogelijk naar de eindbestemming te vervoeren. De vervoerder voerde hiertoe aan dat het inzetten van reserve bemanning en een reserve toestel geen optie was, omdat ze dan ook te maken zouden krijgen met dezelfde restricties van de luchtverkeersleiding. Het inzetten van een reservetoestel zou ook betekenen dat een andere vlucht geannuleerd moet worden met alle gevolgen van dien voor de passagiers van die vlucht. Overigens werd de vertraging pas erger bij de vlucht direct voorafgaand de vlucht in kwestie. De vertraging ging van 37 minuten aankomstvertraging (vlucht BA435) op Heathrow Airport naar 79 minuten aankomstvertraging (vlucht BA436) op Schiphol Airport. Het is niet redelijk om te verwachten dat de vervoerder bij een aankomstvertraging va 37 minuten een reservetoestel inzet. Het betoog van de vervoerder slaagt. De vordering wordt afgewezen.
4.9.
De passagiers zullen in het ongelijk worden gesteld. Daarom zullen zij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt. De wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.
Dictum
De kantonrechter:
5.1.
wijst de vordering af;
5.2.
veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 408,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 102,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van de algehele voldoening;
5.3.
verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 8359790 \ CV EXPL 20-2134
Uitspraakdatum: 19 maart 2025
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
1
[eiser 1],
2. [eiser 2],
beiden wonende te [plaats]
eisers
hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers
gemachtigde: mr. R.A.C. Telkamp (EUclaim B.V.)
tegen
De buitenlandse vennootschap
British Airways Plc
gevestigd te Cardiff (Verenigd Koninkrijk)
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. J.J.O. Zandt (Ploum Rotterdam Law Firm)
De zaak in het kort
De passagiers hebben van de vervoerder compensatie gevraagd voor een meer dan 3 uur vertraagde vlucht. De vervoerder voert aan dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk slechte weersomstandigheden en restricties van de luchtverkeersleiding. Het betoog van de vervoerder slaagt. De vordering van de passagiers wordt afgewezen.
1Het procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek; - de akte eisers.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
2.1.
De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 23 december 2018 vervoeren van Amsterdam Schiphol-Airport via Heathrow Airport, Londen (Verenigd Koninkrijk) naar Hong Kong International Airport, met vluchtcombinatie BA437 en VS206.
2.2.
De vervoerder heeft vlucht BA437 van Amsterdam naar Londen (hierna: de vlucht) vertraagd uitgevoerd. De passagiers hebben de overstap op de aansluitende vlucht gemist. De passagiers zijn omgeboekt naar een alternatieve vlucht waarmee zij met een vertraging van meer dan drie uur zijn aangekomen op de eindbestemming.
2.3.
De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.
2.4.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
Geschil
3.1.
De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 1.200,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 24 december 2018, althans vanaf de datum ingebrekestelling dan wel vanaf de datum van betekening van deze dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;- € 181,50 dan wel begroot op € 217,80 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
3.2.
De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,00 per passagier (artikel 7 van de Verordening).
3.3.
De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de vertraging van de vlucht gevolg was van buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden (artikel 5 lid 3 van de Verordening).
Beoordeling
4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
4.2.
Vast staat dat de passagiers met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming zijn aangekomen. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de vertraging het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het nemen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden.
4.3.
Volgens de vervoerder maakte de vlucht in kwestie onderdeel uit van de rotatievlucht Rome – Londen – Amsterdam – Londen – Amsterdam - Londen (vluchtnummers BA551, BA434, BA435, BA436 en BA437). Alle vijf vluchten liepen vanwege beslissingen van het luchtverkeersbeheer vertraging op hetgeen blijkt uit de overgelegde stukken. Deze vertragingen werkten door op de vlucht in kwestie, waardoor de vlucht met 79 minuten vertraging was aangekomen. Echter duurde het taxiën naar de startbaan 19 minuten (5 minuten langer dan normaal) en ook de vliegtijd was 12 minuten langer dan gepland, hetgeen duidt op ‘air holding’. De vlucht is met een vertraging van 90 minuten bij de gate aangekomen, waardoor de passagiers onvoldoende tijd hadden om hun aansluitende vlucht te halen. Van deze vertraging is 29 minuten vertraging aan de luchtvaartmaatschappij te wijten, zo stelt de vervoerder. De rest van de vertraging is de veroorzaakt door buitengewone omstandigheden, namelijk het slechte weer en besluiten van de luchtverkeersleiding. Besluiten van de luchtverkeersleiding dienen altijd opgevolgd te worden door de vervoerder en de vervoerder kan hier geen invloed op uitoefenen.
4.4.
De passagiers betwisten dit. De kantonrechter heeft in een eerder vonnis geoordeeld over dezelfde vlucht en heeft de vervoerder veroordeeld om compensatie te betalen. Daarnaast hebben andere passagiers die vertegenwoordigd waren door EUclaim buiten rechte ook compensatie ontvangen. De vervoerder moet op basis van gelijke behandeling de passagiers de compensatie betalen. Daarnaast heeft de vervoerder met de overgelegde documenten niet aangetoond dat er sprake was van slechte weersomstandigheden en restricties van de luchtverkeersleiding. Deze documenten kunnen daarom niet als bewijs dienen voor het bestaan van buitengewone omstandigheden. Bovendien is Heathrow Airport de thuisbasis van de vervoerder. Het mag verwacht worden dat daardoor de doorwerking van de vertragingen wordt gestopt.
4.5.
De vervoerder brengt bij conclusie van dupliek het volgende tegenin. Met betrekking tot de veroordeling tot het betalen van compensatie aan een ander passagier van dezelfde vlucht voert de vervoerder aan dat de kantonrechter niet inhoudelijk had geoordeeld. De vervoerder had in tegenstelling tot de onderhavige zaak niet voldoende aangetoond wat de vertragingsoorzaken waren. Daarnaast had de passagier in de andere zaak een kortere buffertijd. Daarom kwam hij wel in aanmerking voor compensatie. In deze zaak hadden de passagiers een langere buffertijd, namelijk 50 minuten.
4.6.
De vervoerder voert vervolgens aan dat ‘slot delays’, ‘air holding’, congestie op een luchthaven, taxi-vertraging en ‘start up delays’ allemaal buitengewone omstandigheden zijn. Omdat dit besluiten van de luchtverkeersleiding zijn waar de vervoerder geen invloed op heeft en verwijst hiervoor naar uitspraken van de rechtbank. Verder heeft de vervoerder vluchtrapporten overgelegd waaruit hoort te blijken dat dit buitengewone omstandigheden zijn. Al deze vertragingen hadden een doorwerking op de vlucht in kwestie. Volgens een uitspraak van de rechtbank is er sprake van een doorwerking van buitengewone omstandigheden als die drie vluchten voorafgaand aan de vlucht in kwestie zijn begonnen.
4.7.
De kantonrechter oordeelt als volgt. De vervoerder heeft voldoende onderbouwd dat vanwege de slechte weersomstandigheden en als gevolg de besluiten van de luchtverkeersleiding vlucht BA437 hierdoor vertraagd is uitgevoerd. Dit leverde buitengewone omstandigheden op. Op deze omstandigheden kan de vervoerder immers geen invloed op uitoefenen, omdat hij deze besluiten dient op te volgen. De kantonrechter moet vervolgens beoordelen of deze buitengewone omstandigheden doorwerken op de vlucht in kwestie. Voldoende is gebleken dat de vertraging op de voorgaande vluchten direct effect hebben gehad op de uitvoering van de vlucht in kwestie. Alle vluchten zijn immers onderdeel van dezelfde rotatievlucht. De buitengewone omstandigheden die zich hebben voorgedaan tijdens de uitvoering van voorgaande vluchten werkten dan ook door naar de onderhavige vlucht. Voorts is voldoende gebleken dat de uiteindelijke vertraging van de passagiers van meer dan drie uur op de eindbestemming het directe gevolg is geweest van de vertraagde uitvoering van de onderhavige vlucht. De passagiers hebben immers door deze vertraging de aansluitende vlucht gemist. De vertraging van de passagiers is dan ook het gevolg van buitengewone omstandigheden.
4.8.
De kantonrechter oordeelt ook dat de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging te beperken. En de passagiers zo snel mogelijk naar de eindbestemming te vervoeren. De vervoerder voerde hiertoe aan dat het inzetten van reserve bemanning en een reserve toestel geen optie was, omdat ze dan ook te maken zouden krijgen met dezelfde restricties van de luchtverkeersleiding. Het inzetten van een reservetoestel zou ook betekenen dat een andere vlucht geannuleerd moet worden met alle gevolgen van dien voor de passagiers van die vlucht. Overigens werd de vertraging pas erger bij de vlucht direct voorafgaand de vlucht in kwestie. De vertraging ging van 37 minuten aankomstvertraging (vlucht BA435) op Heathrow Airport naar 79 minuten aankomstvertraging (vlucht BA436) op Schiphol Airport. Het is niet redelijk om te verwachten dat de vervoerder bij een aankomstvertraging va 37 minuten een reservetoestel inzet. Het betoog van de vervoerder slaagt. De vordering wordt afgewezen.
4.9.
De passagiers zullen in het ongelijk worden gesteld. Daarom zullen zij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt. De wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.
Dictum
De kantonrechter:
5.1.
wijst de vordering af;
5.2.
veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 408,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 102,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van de algehele voldoening;
5.3.
verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter