Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-02-12
ECLI:NL:RBNHO:2025:3711
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
4,908 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 10343499 \ CV EXPL 23-1035
Uitspraakdatum: 12 februari 2025
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
1
[eiser 1], wonende te [plaats 1]
2. [eiser 2], wonende te [plaats 2]
eisers
hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers
gemachtigde: [gemachtigde] (Yource B.V.)
tegen
de vennootschap naar buitenlands recht
British Airways Plc
gevestigd te Cardiff (Verenigd Koninkrijk)
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. J.J.O. Zandt (Ploum advocaten)
De zaak in het kort
De passagiers hebben van de vervoerder vergoeding gevraagd van de ticketprijs voor een zelf geboekte alternatieve vlucht vanwege een annulering. De vervoerder voert aan dat hij een alternatieve vlucht had aangeboden aan de passagiers, maar dat zij deze hebben afgewezen. Het betoog van de vervoerder slaagt niet. De vordering van de passagiers wordt toegewezen.
1Het procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
2.1.
De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 29 en 30 januari 2022 vervoeren van Cancun (Mexico) via Philadelphia (Verenigde Staten) en Heathrow International Airport (Verenigd Koninkrijk) naar Amsterdam-Schiphol Airport, met vluchtcombinatie BA6784, BA66 en BA430.
2.2.
De vervoerder heeft vlucht BA66 geannuleerd. De passagiers hebben een vervangende vlucht aangeboden gekregen, maar deze was niet geschikt voor de passagiers door werkverplichtingen op 31 januari 2022. Zij hebben daarom zelf een vervangende vlucht geboekt.
2.3.
De passagiers hebben daarom terugbetaling van de nieuwe vliegtickets van de vervoerder gevorderd.
2.4.
De vervoerder heeft wel uitbetaald.
Geschil
3.1.
De passagiers vorderen, na vermindering van eis, dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 997,11 primair en € 490,76 subsidiair, te vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 13 juni 2020 tot aan de dag der algehele voldoening;- € 456,75 primair dan wel 398,76 subsidiair, aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
3.2.
De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat zij als gevolg van de annulering van de vlucht en het gebrek aan een (redelijk) alternatief vervoer georganiseerd door de vervoerder, genoodzaakt waren om extra kosten te maken, namelijk de meerkosten voor de vervangende vluchten van € 997,11. Volgens de passagier is de vervoerder op grond van de Verordening dan wel van artikel 19 van het Verdrag tot het brengen van eenheid in enige bepalingen inzake het internationale luchtvervoer van 28 mei 1999, Trb. 2001/91 (hierna: het Verdrag van Montreal) gehouden deze kosten te voldoen.
3.3.
Ook verzoekt de passagier de kantonrechter om een certificaat af te geven als bedoeld in artikel 53 van de herziene EEX-Verordening 1215/2012 (hierna: de Brussel I bis-Verordening).
3.4.
De vervoerder betwist dit. Op zijn verweer wordt – voor zover relevant – ingegaan bij de beoordeling.
Beoordeling
4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
4.2.
De vervoerder voert verweer. Hij heeft meer dan 14 dagen voor de uitvoering van de vlucht de passagiers ingelicht dat de vlucht is geannuleerd. Hij heeft de passagiers op de eerst volgende vlucht omgeboekt, namelijk één dag later.
4.3.
De passagiers vorderen vergoeding voor de meerkosten die zij hebben gemaakt voor een zelf geboekte alternatieve vlucht. De alternatieve vlucht die werd aangeboden door de vervoerder voldeed niet aan de bevredigende voorwaarden als bedoeld in overweging 13 van de Verordening. De passagiers zouden ten eerste een overstaptijd hebben van 29 uur in Philadelphia. Ten tweede zou hun aansluitende vlucht van Londen naar Amsterdam al vertrokken zijn wanneer zij zouden aankomen in Londen. Daarom hebben de passagiers zelf een alternatieve vlucht geboekt.
4.4.
De vervoerder heeft in dit verband aangevoerd dat de passagiers geen recht hebben op vergoeding onder artikel 19 van het Verdrag van Montreal. De vervoerder heeft aan de passagiers een alternatief vluchtplan aangeboden, maar deze hebben zij geweigerd. Op het moment van annuleren heeft de vervoerder de passagiers met behulp van een geautomatiseerd boekingssysteem omgeboekt naar de eerst beschikbare vlucht. Er waren geen eerdere vluchten beschikbaar. Daarnaast is de vervoerder niet gehouden om met alle luchtvaartmaatschappijen een overeenkomst te hebben met betrekking tot omboekingen, aldus de vervoerder. Daarnaast rust de bewijslast op de passagiers om aan te tonen dat er andere vluchten beschikbaar waren en zij hebben niet onderbouwd dat de vervoerder een andere alternatieve vlucht had kunnen aanbieden. Nadat de passagiers de alternatieve vlucht hadden geweigerd, heeft hij het bedrag van de tickets aan de passagiers terugbetaald.
4.5.
De kantonrechter oordeelt dat de vordering van de passagiers wordt toegewezen. Weliswaar heeft de vervoerder de passagiers omgeboekt naar een alternatieve vlucht, hij heeft hen niet een alternatieve vlucht aangeboden voor een aansluitende vlucht naar de eindbestemming. De vervoerder heeft ook niet uitgelegd waarom hij dit niet heeft aangeboden aan de passagiers. Het feit dat de vervoerder niet met elke luchtvaartmaatschappij een overeenkomst heeft voor omboekingen betekent niet dat hij niet de verplichting heeft om de passagiers om te boeken op een andere rechtstreekse of indirecte vlucht van de vervoerder dan wel een andere vervoerder. Nu de passagiers zelf een alternatieve vlucht hebben geboekt is aangetoond dat er wel een eerdere alternatieve vlucht beschikbaar was. De vervoerder wordt veroordeelt tot het betalen van de meerkosten van de door de passagiers zelf geboekte vliegtickets. Het terugbetaalde bedrag door de vervoerder aan de passagiers moet daarop in mindering worden gebracht.
4.6.
Resteert de vraag of de gevorderde vergoeding, gelet op de specifieke omstandigheden van dit geval, noodzakelijk, passend en redelijk is om het verzuim van de vervoerder goed te maken. De kantonrechter is van oordeel dat aan deze voorwaarden is voldaan. De gevorderde meerkosten voor de alternatieve vliegtickets van de passagier zullen daarom worden toegewezen.
4.7.
De passagiers hebben een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van toepassing is. Daarom moet de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn, toetsen aan het rapport Voorwerk II. De passagiers hebben onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de verrichte werkzaamheden meer hebben omvat dan de verzending van een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten (en de daarover gevorderde rente) moet daarom worden afgewezen.
4.8.
De gevorderde afgifte van het certificaat als bedoeld in artikel 53 van de Brussel I bis-Verordening wordt bij gebrek aan belang afgewezen. Een dergelijk certificaat is bedoeld voor de tenuitvoerlegging van beslissingen in een EU-lidstaat en de vervoerder is niet in een lidstaat gevestigd.
4.9.
De vervoerder zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal hij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagiers worden gemaakt.
Dictum
De kantonrechter:
5.1.
veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagiers van € 544,47, te vermeerderen met de wettelijke rente over het bedrag vanaf 29 januari 2022, tot aan de dag van voldoening van dit bedrag;
5.2.
veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagiers tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:
dagvaarding € 125,86;griffierecht € 244,00;salaris gemachtigde € 270,00;
5.3.
veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 67,50 aan nakosten, voor zover de passagiers daadwerkelijk nakosten zullen maken;
5.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
5.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 10343499 \ CV EXPL 23-1035
Uitspraakdatum: 12 februari 2025
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
1
[eiser 1], wonende te [plaats 1]
2. [eiser 2], wonende te [plaats 2]
eisers
hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers
gemachtigde: [gemachtigde] (Yource B.V.)
tegen
de vennootschap naar buitenlands recht
British Airways Plc
gevestigd te Cardiff (Verenigd Koninkrijk)
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. J.J.O. Zandt (Ploum advocaten)
De zaak in het kort
De passagiers hebben van de vervoerder vergoeding gevraagd van de ticketprijs voor een zelf geboekte alternatieve vlucht vanwege een annulering. De vervoerder voert aan dat hij een alternatieve vlucht had aangeboden aan de passagiers, maar dat zij deze hebben afgewezen. Het betoog van de vervoerder slaagt niet. De vordering van de passagiers wordt toegewezen.
1Het procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
2.1.
De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 29 en 30 januari 2022 vervoeren van Cancun (Mexico) via Philadelphia (Verenigde Staten) en Heathrow International Airport (Verenigd Koninkrijk) naar Amsterdam-Schiphol Airport, met vluchtcombinatie BA6784, BA66 en BA430.
2.2.
De vervoerder heeft vlucht BA66 geannuleerd. De passagiers hebben een vervangende vlucht aangeboden gekregen, maar deze was niet geschikt voor de passagiers door werkverplichtingen op 31 januari 2022. Zij hebben daarom zelf een vervangende vlucht geboekt.
2.3.
De passagiers hebben daarom terugbetaling van de nieuwe vliegtickets van de vervoerder gevorderd.
2.4.
De vervoerder heeft wel uitbetaald.
Geschil
3.1.
De passagiers vorderen, na vermindering van eis, dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 997,11 primair en € 490,76 subsidiair, te vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 13 juni 2020 tot aan de dag der algehele voldoening;- € 456,75 primair dan wel 398,76 subsidiair, aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
3.2.
De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat zij als gevolg van de annulering van de vlucht en het gebrek aan een (redelijk) alternatief vervoer georganiseerd door de vervoerder, genoodzaakt waren om extra kosten te maken, namelijk de meerkosten voor de vervangende vluchten van € 997,11. Volgens de passagier is de vervoerder op grond van de Verordening dan wel van artikel 19 van het Verdrag tot het brengen van eenheid in enige bepalingen inzake het internationale luchtvervoer van 28 mei 1999, Trb. 2001/91 (hierna: het Verdrag van Montreal) gehouden deze kosten te voldoen.
3.3.
Ook verzoekt de passagier de kantonrechter om een certificaat af te geven als bedoeld in artikel 53 van de herziene EEX-Verordening 1215/2012 (hierna: de Brussel I bis-Verordening).
3.4.
De vervoerder betwist dit. Op zijn verweer wordt – voor zover relevant – ingegaan bij de beoordeling.
Beoordeling
4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
4.2.
De vervoerder voert verweer. Hij heeft meer dan 14 dagen voor de uitvoering van de vlucht de passagiers ingelicht dat de vlucht is geannuleerd. Hij heeft de passagiers op de eerst volgende vlucht omgeboekt, namelijk één dag later.
4.3.
De passagiers vorderen vergoeding voor de meerkosten die zij hebben gemaakt voor een zelf geboekte alternatieve vlucht. De alternatieve vlucht die werd aangeboden door de vervoerder voldeed niet aan de bevredigende voorwaarden als bedoeld in overweging 13 van de Verordening. De passagiers zouden ten eerste een overstaptijd hebben van 29 uur in Philadelphia. Ten tweede zou hun aansluitende vlucht van Londen naar Amsterdam al vertrokken zijn wanneer zij zouden aankomen in Londen. Daarom hebben de passagiers zelf een alternatieve vlucht geboekt.
4.4.
De vervoerder heeft in dit verband aangevoerd dat de passagiers geen recht hebben op vergoeding onder artikel 19 van het Verdrag van Montreal. De vervoerder heeft aan de passagiers een alternatief vluchtplan aangeboden, maar deze hebben zij geweigerd. Op het moment van annuleren heeft de vervoerder de passagiers met behulp van een geautomatiseerd boekingssysteem omgeboekt naar de eerst beschikbare vlucht. Er waren geen eerdere vluchten beschikbaar. Daarnaast is de vervoerder niet gehouden om met alle luchtvaartmaatschappijen een overeenkomst te hebben met betrekking tot omboekingen, aldus de vervoerder. Daarnaast rust de bewijslast op de passagiers om aan te tonen dat er andere vluchten beschikbaar waren en zij hebben niet onderbouwd dat de vervoerder een andere alternatieve vlucht had kunnen aanbieden. Nadat de passagiers de alternatieve vlucht hadden geweigerd, heeft hij het bedrag van de tickets aan de passagiers terugbetaald.
4.5.
De kantonrechter oordeelt dat de vordering van de passagiers wordt toegewezen. Weliswaar heeft de vervoerder de passagiers omgeboekt naar een alternatieve vlucht, hij heeft hen niet een alternatieve vlucht aangeboden voor een aansluitende vlucht naar de eindbestemming. De vervoerder heeft ook niet uitgelegd waarom hij dit niet heeft aangeboden aan de passagiers. Het feit dat de vervoerder niet met elke luchtvaartmaatschappij een overeenkomst heeft voor omboekingen betekent niet dat hij niet de verplichting heeft om de passagiers om te boeken op een andere rechtstreekse of indirecte vlucht van de vervoerder dan wel een andere vervoerder. Nu de passagiers zelf een alternatieve vlucht hebben geboekt is aangetoond dat er wel een eerdere alternatieve vlucht beschikbaar was. De vervoerder wordt veroordeelt tot het betalen van de meerkosten van de door de passagiers zelf geboekte vliegtickets. Het terugbetaalde bedrag door de vervoerder aan de passagiers moet daarop in mindering worden gebracht.
4.6.
Resteert de vraag of de gevorderde vergoeding, gelet op de specifieke omstandigheden van dit geval, noodzakelijk, passend en redelijk is om het verzuim van de vervoerder goed te maken. De kantonrechter is van oordeel dat aan deze voorwaarden is voldaan. De gevorderde meerkosten voor de alternatieve vliegtickets van de passagier zullen daarom worden toegewezen.
4.7.
De passagiers hebben een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van toepassing is. Daarom moet de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn, toetsen aan het rapport Voorwerk II. De passagiers hebben onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de verrichte werkzaamheden meer hebben omvat dan de verzending van een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten (en de daarover gevorderde rente) moet daarom worden afgewezen.
4.8.
De gevorderde afgifte van het certificaat als bedoeld in artikel 53 van de Brussel I bis-Verordening wordt bij gebrek aan belang afgewezen. Een dergelijk certificaat is bedoeld voor de tenuitvoerlegging van beslissingen in een EU-lidstaat en de vervoerder is niet in een lidstaat gevestigd.
4.9.
De vervoerder zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal hij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagiers worden gemaakt.
Dictum
De kantonrechter:
5.1.
veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagiers van € 544,47, te vermeerderen met de wettelijke rente over het bedrag vanaf 29 januari 2022, tot aan de dag van voldoening van dit bedrag;
5.2.
veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagiers tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:
dagvaarding € 125,86;griffierecht € 244,00;salaris gemachtigde € 270,00;
5.3.
veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 67,50 aan nakosten, voor zover de passagiers daadwerkelijk nakosten zullen maken;
5.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
5.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter