Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-01-15
ECLI:NL:RBNHO:2025:3707
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
1,621 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 10938661 \ CV EXPL 24-1132
Uitspraakdatum: 15 januari 2025
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
[eiseres]
wonende te [plaats]
eiseres
hierna te noemen: de passagier
gemachtigde: mr. R. Bos (Aviclaim)
tegen
de vennootschap naar buitenlands recht
American Airlines Inc.
gevestigd te Wilmington (Verenigde Staten)
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. M. Lustenhouwer (AKD N.V.)
De zaak in het kort
De passagier heeft van de vervoerder compensatie gevraagd voor een geannuleerde vlucht. De vervoerder betwist de vordering tot compensatie niet, waardoor de gevorderde hoofdsom zal daarom worden toegewezen. De vervoerder voert aan dat deze procedure voorkomen had kunnen worden als de passagier in een eerder stadium meer informatie zou hebben gegeven over de gemaakt extra kosten. De vervoerder kon daarom niet de compensatie uitbetalen. De kantonrechter oordeelt dat het op de weg van de passagiers had gelegen om aan de verzoeken van de vervoerder te voldoen. De proceskosten worden gecompenseerd in die zin dat ieder partij de eigen kosten draagt.
1Het procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
2.1.
De passagier heeft met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder haar op 21 en 22 januari 2022 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport via Dallas/Ft. Worth International Airport (Verenigde Staten) naar Cancun Airport (Mexico), met vluchtcombinatie AA221 en AA1547.
2.2.
De vervoerder heeft een schemawijziging doorgevoerd, waardoor de vlucht is verplaatst naar 23 januari 2022. De passagiers zijn meer dan drie uur later dan oorspronkelijk gepland op de eindbestemming aangekomen.
2.3.
De passagier heeft daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.
2.4.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
Geschil
3.1.
De passagier vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 651,78, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf direct na de annulering, althans vanaf de datum van de ingebrekestelling dan wel vanaf de datum van betekening van deze dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;- € 97,77 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente;
- en de nakosten.
3.2.
De passagier baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat de vervoerder haar vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,00 (artikel 7 van de Verordening). Daarnaast vordert zij € 51,78 aan kosten voor een hotelovernachting (artikel 9 van de Verordening).
3.3.
De vervoerder voert verweer. Op zijn verweer wordt – voor zover relevant – ingegaan bij de beoordeling.
Beoordeling
4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
4.2.
De vervoerder heeft erkend de door de passagier gevorderde hoofdsom verschuldigd te zijn, zodat dit vaststaat. De door de passagier gevorderde hoofdsom zal daarom worden toegewezen.
4.3.
De vervoerder voert verweer tegen de proceskosten. In beginsel wordt de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten. Dit kan anders zijn als vast komt te staan dat deze kosten nodeloos zijn aangewend of veroorzaakt.
4.4.
De vervoerder stelt dat de passagier nodeloos deze procedure heeft opgestart omdat zij hem voorafgaand aan de procedure geen informatie over de gemaakte kosten heeft gegeven. Als zij dit wel had gedaan dan kon de vervoerder de claim uitbetalen. Na ontvangst van de aanmaning van de passagier heeft de vervoerder meerdere keren de passagiers verzocht om een bonnetje en een betaalbewijs te overleggen van de gemaakte aanvullende kosten. In de aanmaning heeft de passagier ook meer kosten gevorderd dan in deze procedure. De passagier heeft hier niet op gereageerd en heeft de dagvaardingsprocedure opgestart, aldus de vervoerder
4.5.
De kantonrechter overweegt als volgt. Uit de producties die door de vervoerder zijn overgelegd blijkt dat de vervoerder heeft verzocht om betaalbewijzen en specificaties van de door de passagier gevorderde aanvullende kosten. Hij heeft aangegeven pas na ontvangst hiervan over te kunnen gaan tot uitbetaling. Uit de stukken blijkt niet dat de passagier aan deze verzoeken heeft voldaan of waarom zij hier niet aan heeft voldaan. De kantonrechter oordeelt dat dit geen onredelijke verzoeken zijn geweest van de vervoerder. Daarom lag het op de weg van de passagier om hieraan te voldoen, zodat de vervoerder daarna zou kunnen overgaan tot uitbetaling. Nu de passagier dit heeft nagelaten, kan zij de vervoerder niet verwijten dat hij nog niet heeft uitbetaald voorafgaand aan de procedure. Zij heeft de vervoerder onvoldoende in de gelegenheid gesteld om de zaak buiten rechte af te doen. De kantonrechter ziet daarom aanleiding om de proceskosten te compenseren, in die zin dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.
Dictum
De kantonrechter:
5.1.
veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagier van € 651,78;
5.2.
compenseert de proceskosten in die zin dat ieder partij de eigen kosten draagt;
5.3.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter