Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-03-12
ECLI:NL:RBNHO:2025:3352
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
903 tokens
Inleiding
RECHTBANK
NOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Alkmaar
Zaaknummer: 11156783 \ CV EXPL 24-1919
Vonnis van 12 maart 2025
in de zaak van
DGB ENERGIE B.V.,
te Hardenberg,
eisende partij,
hierna te noemen: DGB Energie,
procederend in persoon,
tegen
[gedaagde]
,
te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 20 november 2024- de akte van DGB Energie.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De verdere beoordeling
2.1.
Bij het tussenvonnis van 20 november 2024 is DGB Energie in de gelegenheid gesteld om toe te lichten op grond van welke gegevens het verbruik van [gedaagde] in de offerte op 200 m³ gas per jaar is geschat, het stroomgebruik op 350 kWh per jaar en hoe deze schattingen zich verhouden tot het gemiddelde gebruik van een eenpersoonshuishouden in een appartement in 2022.
2.2.
DGB Energie heeft in de akte toegelicht dat het verbruik dat in de overeenkomst staat vermeld een geschat verbruik is, pas op het moment dat een afnemer als klant wordt geregistreerd krijgt DGB Energie inzicht in het historisch jaarverbruik van de gas- en elektriciteitsaansluiting. Verder heeft DGB Energie toegelicht waar de kosten van gas en elektriciteit uit bestaan en dat wat de afnemer uiteindelijk betaalt afhankelijk is van het verbruik. [gedaagde] heeft daarop niet gereageerd.
2.3.
De kantonrechter blijft bij wat in het tussenvonnis is overwogen en beslist. Er bestaat geen aanleiding om daarop terug te komen.
2.4.
De kantonrechter overweegt als volgt. In de akte heeft DGB Energie, hoewel zij daartoe in de gelegenheid is gesteld, niet toegelicht op grond van welke gegevens het verbruik in de offerte is geschat en hoe deze schatting zich verhoudt tot het gemiddelde verbruik van een eenpersoonshuishouden in een appartement. De kantonrechter begrijpt hieruit dat DGB Energie niet kan toelichten waarom de uiteindelijk gefactureerde kosten zoveel hoger zijn dan de vooraf geschatte kosten in de offerte en hoe DGB Energie deze schatting heeft gemaakt. Gelet op het voorgaande oordeelt de kantonrechter dat DGB Energie zich schuldig heeft gemaakt aan misleidende handelspraktijken als bedoeld in artikel 6:193b lid 3 sub a jo. 6:193c lid 1 sub d BW. Gezien artikel 6:193j lid 3 BW is de overeenkomst die als gevolg van een oneerlijke handelspraktijk tot stand is gekomen, vernietigbaar. De overeenkomst wordt daarom vernietigd.
2.5.
De conclusie is dat de kantonrechter de vorderingen van DGB Energie zal afwijzen.
2.6.
DGB Energie is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. Deze worden aan de kant van [gedaagde] tot en met vandaag vastgesteld op nihil.
Dictum
De kantonrechter
3.1.
wijst de vorderingen van DGB Energie af,
3.2.
veroordeelt DGB Energie tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor [gedaagde] worden vastgesteld op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.S. Reid en in het openbaar uitgesproken op 12 maart 2025.