Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-03-13
ECLI:NL:RBNHO:2025:2789
Civiel recht
Wraking
1,414 tokens
Dictum
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
[jw.sys.1.zaaknr] / [jw.sys.1.rolnummer_rekestnr][datum_beslissing]
Wrakingskamer
zaaknummer / rekestnummer: C/15/362319 HA RK 25-28
Dictum
Op het verzoek tot wraking ingediend door:
[verzoeker]
wonende te [woonplaats] ,
verzoeker,
Het verzoek is gericht tegen:
mr. J.C.M. Swinkels,
hierna te noemen: de kinderrechter.
Procesverloop
1.1
Verzoeker heeft op 20 februari 2025 schriftelijk de wraking verzocht van de kinderrechter in de bij deze rechtbank, team F&J Haarlem, locatie Haarlem, aanhangige zaak met als zaaknummer C/15/360344 / JU RK 24-1922, hierna te noemen: de hoofdzaak.
1.2
De wrakingskamer heeft verzoeker bij brief van 24 februari 2025 voorgehouden dat in de hoofdzaak (eind)beschikking is gegeven en gevraagd of hij het verzoek desondanks handhaaft. Binnen de daarvoor gestelde termijn heeft verzoeker daarop niet gereageerd.
1.3
De wrakingskamer heeft afgezien van behandeling van het verzoek ter zitting omdat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is (artikel 5, tweede lid, aanhef en onder d, van het Wrakingsprotocol rechtbank Noord-Holland).
Beoordeling
2.1
Op grond van artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan alleen een rechter gewraakt worden die een zaak behandelt.
2.2
De kinderrechter heeft haar (eind)beschikking in de hoofdzaak op 18 februari 2025 gegeven. Zij behandelt de hoofdzaak dus niet meer.
2.3
Verzoeker heeft zijn verzoek tot wraking op 20 februari 2025 en dus daarna ingediend.
2.4
De wrakingskamer kan daarom het verzoek niet meer behandelen. Het verzoek moet niet-ontvankelijk worden verklaard. Indien verzoeker meent dat de kinderrechter partijdig is geweest in de hoofdzaak, kan hij dat in hoger beroep tegen de beschikking aan de orde stellen.
Dictum
De rechtbank
3.1
verklaart het verzoek tot wraking van de kinderrechter niet-ontvankelijk,
3.2
beveelt de griffier onverwijld aan verzoeker, de kinderrechter en de wederpartijen in de hoofdzaak een voor eensluidende gewaarmerkt afschrift van deze beslissing toe te zenden.
Deze beslissing is gegeven door mr. R.H.M. Bruin, voorzitter, mr. C.A.M. van der Heijden en mr. H.A. Pott Hofstede, leden van de wrakingskamer, in tegenwoordigheid van B.R. van Tongeren, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 13 maart 2025.[concipiënt_initialen]
griffier voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Dictum
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
[jw.sys.1.zaaknr] / [jw.sys.1.rolnummer_rekestnr][datum_beslissing]
Wrakingskamer
zaaknummer / rekestnummer: C/15/362319 HA RK 25-28
Dictum
Op het verzoek tot wraking ingediend door:
[verzoeker]
wonende te [woonplaats] ,
verzoeker,
Het verzoek is gericht tegen:
mr. J.C.M. Swinkels,
hierna te noemen: de kinderrechter.
Procesverloop
1.1
Verzoeker heeft op 20 februari 2025 schriftelijk de wraking verzocht van de kinderrechter in de bij deze rechtbank, team F&J Haarlem, locatie Haarlem, aanhangige zaak met als zaaknummer C/15/360344 / JU RK 24-1922, hierna te noemen: de hoofdzaak.
1.2
De wrakingskamer heeft verzoeker bij brief van 24 februari 2025 voorgehouden dat in de hoofdzaak (eind)beschikking is gegeven en gevraagd of hij het verzoek desondanks handhaaft. Binnen de daarvoor gestelde termijn heeft verzoeker daarop niet gereageerd.
1.3
De wrakingskamer heeft afgezien van behandeling van het verzoek ter zitting omdat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is (artikel 5, tweede lid, aanhef en onder d, van het Wrakingsprotocol rechtbank Noord-Holland).
Beoordeling
2.1
Op grond van artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan alleen een rechter gewraakt worden die een zaak behandelt.
2.2
De kinderrechter heeft haar (eind)beschikking in de hoofdzaak op 18 februari 2025 gegeven. Zij behandelt de hoofdzaak dus niet meer.
2.3
Verzoeker heeft zijn verzoek tot wraking op 20 februari 2025 en dus daarna ingediend.
2.4
De wrakingskamer kan daarom het verzoek niet meer behandelen. Het verzoek moet niet-ontvankelijk worden verklaard. Indien verzoeker meent dat de kinderrechter partijdig is geweest in de hoofdzaak, kan hij dat in hoger beroep tegen de beschikking aan de orde stellen.
Dictum
De rechtbank
3.1
verklaart het verzoek tot wraking van de kinderrechter niet-ontvankelijk,
3.2
beveelt de griffier onverwijld aan verzoeker, de kinderrechter en de wederpartijen in de hoofdzaak een voor eensluidende gewaarmerkt afschrift van deze beslissing toe te zenden.
Deze beslissing is gegeven door mr. R.H.M. Bruin, voorzitter, mr. C.A.M. van der Heijden en mr. H.A. Pott Hofstede, leden van de wrakingskamer, in tegenwoordigheid van B.R. van Tongeren, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 13 maart 2025.[concipiënt_initialen]
griffier voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.