Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-07-07
ECLI:NL:RBNHO:2025:15995
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Voorlopige voorziening
4,079 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBNHO:2025:15995 text/xml public 2026-04-15T14:18:19 2026-04-13 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2025-07-07 HAA 25/2820 Uitspraak Voorlopige voorziening NL Haarlem Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:15995 text/html public 2026-04-15T14:17:41 2026-04-15 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2025:15995 Rechtbank Noord-Holland , 07-07-2025 / HAA 25/2820 Voorzieningenrechter wijst verzoek voor het treffen van een voorlopige voorziening toe in die zin dat het college moet zorgdragen voor een voor betrokkene geschikte veilige opvangplek. RECHTBANK NOORD-HOLLAND Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummer: HAA 25/2820 uitspraak van de voorzieningenrechter van 7 juli 2025 in de zaak tussen [verzoekster] , verzoekster (gemachtigde: mr. J. Sprakel), en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlem (gemachtigden: mr. M.J. Ferwerda en B.E. Robbe). Samenvatting 1. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over de door het college geboden opvang van verzoekster. Verzoekster is het hier niet mee eens. Zij verzoekt daarom om een voorlopige voorziening en voert daartoe een aantal gronden aan. De voorzieningenrechter beoordeelt bij de vraag of zij een voorlopige voorziening zal treffen of het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft. Dat kan een reden zijn om het bestreden besluit te schorsen. Deze vraag beantwoordt zij aan de hand van de gronden van verzoekster. 1.1. De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek toe. Naar voorlopig oordeel is onvoldoende onderbouwd dat de nachtopvang in het geval van verzoekster, met haar achtergrond en medische situatie, geschikt is voor haar. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet. Procesverloop 2. Verzoekster heeft op 3 juni 2025 verzocht om een tijdelijke maatwerkvoorziening opvang. Op 16 juni 2025 is verzocht om binnen 24 uur een beslissing te nemen. Het college heeft deze aanvraag met het besluit van 19 juni 2025 afgewezen. Wel wordt verzoekster opvang geboden in de vorm van een tijdelijk bed. In de tussentijd zal verder onderzoek worden gedaan. Verzoekster heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen. 2.1. Het college heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift. 2.2. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 30 juni 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekster, de gemachtigde van verzoekster en de gemachtigde van het college. Beoordeling door de voorzieningenrechter Totstandkoming van het besluit 3. Verzoekster was woonachtig bij haar moeder in Vlaardingen, maar nadat haar moeder (in 2023) werd opgenomen, is zij bij haar (ex-)vriend in Haarlem ingetrokken. In de melding van 3 juni 2025 is onder meer vermeld dat zij ruim een jaar bij haar ex-partner woont en dat zij regelmatig wordt buitengesloten en mishandeld. 4. Op 18 juni 2025 heeft een zogeheten toelatingsgesprek bij de Brede Centrale Toegang (BCT) plaatsgevonden. De conclusie van dit gesprek is dat verzoekster toegang krijgt tot de nachtopvang in de Wilhelminastraat. 5. Op basis van de uitkomsten van dat gesprek heeft het college het bestreden besluit genomen. Daarin heeft het college besloten dat verzoekster geen gebruik kan maken van een maatwerkvoorziening maatschappelijke opvang. Of er een maatwerkvoorziening kan worden afgegeven wordt pas na een onderzoeksperiode besloten. Wel krijgt verzoekster opvang in de vorm van een tijdelijk bed. 6. Verzoekster voert aan dat niet te snappen is dat de rapportage van de BCT, waarin verzoekster wordt ingeschat als niet-zelfredzaam, kan leiden tot een afwijzing van een tijdelijke maatwerkvoorziening. Verzoekster voert verder aan dat zij slachtoffer is geweest van partnergeweld, dat zij verkeerde vriendjes lijkt aan te trekken, dat zij lichamelijke en psychische problematiek heeft, waardoor opvang in de nachtopvang niet passend voor haar is. Ter zitting heeft verzoekster toegelicht dat zij geen gebruik maakt van de opvang in de Wilhelminastraat, omdat zij zich al onveilig voelt als zij daar in de buurt is. Zij slaapt soms bij haar ex, maar die doet niet altijd open en dan zwerft ze op straat. 7. Het college stelt zich op het standpunt dat met het bestreden besluit niet bedoeld is de maatwerkvoorziening af te wijzen, maar wel de tijdelijke maatwerkvoorziening, omdat met de algemene voorziening opvang hetzelfde bereikt kan worden als met een tijdelijke maatwerkvoorziening. Verzoekster krijgt immers, aldus de toelichting ter zitting, onderdak en maatschappelijk werkers zullen verder onderzoek (laten) doen om uiteindelijk te beslissen over de maatwerkvoorziening. Het college stelt zich daarbij op het standpunt dat de aangeboden algemene voorziening, de plek in de Wilhelminastraat, voldoende compensatie biedt voor de hulpvraag van verzoekster en dat deze plek ook passend is. Het college betrekt daarbij ook dat verzoekster dagelijks alcohol gebruikt en daar naar eigen zeggen niet mee kan stoppen. Hierdoor is verzoekster thans niet plaatsbaar in de Velserpoort. Ter zitting is toegezegd dat als sprake is van dusdanige veranderingen in het alcoholgebruik, er bij herbeoordeling zal worden gekeken of plaatsing in de Velserpoort wel mogelijk is. 8. In haar reactie op het verweerschrift stelt verzoekster dat het college de systematiek van de Wmo op zijn kop zet. Volgens verzoekster zou het uitgangspunt moeten zijn dat eerst (tijdelijk) maatwerk wordt onderzocht en dat daarna pas de conclusie kan worden getrokken dat iemand mogelijk voldoende geholpen is met een algemene voorziening. 9. De voorzieningenrechter begrijpt het standpunt van het college aldus dat de nachtopvang in de Wilhelminastraat als tijdelijke oplossing voor de dakloosheid is aangeboden en dat ondertussen het onderzoek dat moet plaatsvinden in het kader van de vraag of en zo ja welke maatwerkvoorziening(en) verzoekster nodig heeft, moet worden verricht. Ter zitting heeft het college daaraan toegevoegd dat dit onderzoek eenvoudiger uit te voeren is, als verzoekster in de Wilhelminastraat zou verblijven, omdat de begeleiding (van het Leger des Heils) in die opvang daarbij behulpzaam kan zijn. De voorzieningenrechter begrijpt het standpunt van het college verder zo, dat er geen andere plek zou zijn toegewezen als besloten was tot een tijdelijke maatwerkvoorziening, en dat het dus materieel niet uitmaakt hoe de voorziening genoemd wordt. 10. De voorzieningenrechter laat daarom nu in het midden of de wijze waarop het college invulling geeft aan de algemene voorziening opvang en de tijdelijke maatwerkvoorziening opvang te verenigen is met de tekst en het doel van de Wmo. Het antwoord daarop geeft immers nog geen antwoord op de vraag waar het in deze procedure daadwerkelijk om draait. 11. De vraag waarvoor de voorzieningenrechter zich gesteld ziet, is namelijk of de (tijdelijke) opvang in de Wilhelminastraat voor verzoekster wel geschikt is. Vooralsnog is de voorzieningenrechter van oordeel dat dit niet het geval is. 12. De voorzieningenrechter betrekt daarbij het volgende. Uit het verslag van de BCT van het toegangsgesprek dat op 18 juni 2025 plaats had, komt naar voren dat verzoekster de diagnose ADHD heeft en daarnaast een bindweefselaandoening heeft (Ehlers-Danlos, hypermobiliteit), waardoor zij chronisch vermoeid is. Verder heeft verzoekster astma en COPD. Verzoekster drinkt gemiddeld vijf biertjes op een dag. Zij bevindt zich in een patroon waarbij zij terechtkomt in gewelddadige relaties. Voordat zij in Haarlem woonde had zij ook een relatie waarbij sprake was van huiselijk geweld. Op basis van het toegangsgesprek is de inschatting dat verzoekster niet-zelfredzaam is. 13. Gelet op de problematiek van verzoekster, met name het partnergeweld waarmee zij te maken heeft (gehad), is haar angst om te verblijven in de nachtopvang van de Wilhelminastraat op zijn minst invoelbaar.
Volledig
ECLI:NL:RBNHO:2025:15995 text/xml public 2026-04-15T14:18:19 2026-04-13 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2025-07-07 HAA 25/2820 Uitspraak Voorlopige voorziening NL Haarlem Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:15995 text/html public 2026-04-15T14:17:41 2026-04-15 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2025:15995 Rechtbank Noord-Holland , 07-07-2025 / HAA 25/2820 Voorzieningenrechter wijst verzoek voor het treffen van een voorlopige voorziening toe in die zin dat het college moet zorgdragen voor een voor betrokkene geschikte veilige opvangplek. RECHTBANK NOORD-HOLLAND Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummer: HAA 25/2820 uitspraak van de voorzieningenrechter van 7 juli 2025 in de zaak tussen [verzoekster] , verzoekster (gemachtigde: mr. J. Sprakel), en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlem (gemachtigden: mr. M.J. Ferwerda en B.E. Robbe). Samenvatting 1. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over de door het college geboden opvang van verzoekster. Verzoekster is het hier niet mee eens. Zij verzoekt daarom om een voorlopige voorziening en voert daartoe een aantal gronden aan. De voorzieningenrechter beoordeelt bij de vraag of zij een voorlopige voorziening zal treffen of het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft. Dat kan een reden zijn om het bestreden besluit te schorsen. Deze vraag beantwoordt zij aan de hand van de gronden van verzoekster. 1.1. De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek toe. Naar voorlopig oordeel is onvoldoende onderbouwd dat de nachtopvang in het geval van verzoekster, met haar achtergrond en medische situatie, geschikt is voor haar. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet. Procesverloop 2. Verzoekster heeft op 3 juni 2025 verzocht om een tijdelijke maatwerkvoorziening opvang. Op 16 juni 2025 is verzocht om binnen 24 uur een beslissing te nemen. Het college heeft deze aanvraag met het besluit van 19 juni 2025 afgewezen. Wel wordt verzoekster opvang geboden in de vorm van een tijdelijk bed. In de tussentijd zal verder onderzoek worden gedaan. Verzoekster heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen. 2.1. Het college heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift. 2.2. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 30 juni 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekster, de gemachtigde van verzoekster en de gemachtigde van het college. Beoordeling door de voorzieningenrechter Totstandkoming van het besluit 3. Verzoekster was woonachtig bij haar moeder in Vlaardingen, maar nadat haar moeder (in 2023) werd opgenomen, is zij bij haar (ex-)vriend in Haarlem ingetrokken. In de melding van 3 juni 2025 is onder meer vermeld dat zij ruim een jaar bij haar ex-partner woont en dat zij regelmatig wordt buitengesloten en mishandeld. 4. Op 18 juni 2025 heeft een zogeheten toelatingsgesprek bij de Brede Centrale Toegang (BCT) plaatsgevonden. De conclusie van dit gesprek is dat verzoekster toegang krijgt tot de nachtopvang in de Wilhelminastraat. 5. Op basis van de uitkomsten van dat gesprek heeft het college het bestreden besluit genomen. Daarin heeft het college besloten dat verzoekster geen gebruik kan maken van een maatwerkvoorziening maatschappelijke opvang. Of er een maatwerkvoorziening kan worden afgegeven wordt pas na een onderzoeksperiode besloten. Wel krijgt verzoekster opvang in de vorm van een tijdelijk bed. 6. Verzoekster voert aan dat niet te snappen is dat de rapportage van de BCT, waarin verzoekster wordt ingeschat als niet-zelfredzaam, kan leiden tot een afwijzing van een tijdelijke maatwerkvoorziening. Verzoekster voert verder aan dat zij slachtoffer is geweest van partnergeweld, dat zij verkeerde vriendjes lijkt aan te trekken, dat zij lichamelijke en psychische problematiek heeft, waardoor opvang in de nachtopvang niet passend voor haar is. Ter zitting heeft verzoekster toegelicht dat zij geen gebruik maakt van de opvang in de Wilhelminastraat, omdat zij zich al onveilig voelt als zij daar in de buurt is. Zij slaapt soms bij haar ex, maar die doet niet altijd open en dan zwerft ze op straat. 7. Het college stelt zich op het standpunt dat met het bestreden besluit niet bedoeld is de maatwerkvoorziening af te wijzen, maar wel de tijdelijke maatwerkvoorziening, omdat met de algemene voorziening opvang hetzelfde bereikt kan worden als met een tijdelijke maatwerkvoorziening. Verzoekster krijgt immers, aldus de toelichting ter zitting, onderdak en maatschappelijk werkers zullen verder onderzoek (laten) doen om uiteindelijk te beslissen over de maatwerkvoorziening. Het college stelt zich daarbij op het standpunt dat de aangeboden algemene voorziening, de plek in de Wilhelminastraat, voldoende compensatie biedt voor de hulpvraag van verzoekster en dat deze plek ook passend is. Het college betrekt daarbij ook dat verzoekster dagelijks alcohol gebruikt en daar naar eigen zeggen niet mee kan stoppen. Hierdoor is verzoekster thans niet plaatsbaar in de Velserpoort. Ter zitting is toegezegd dat als sprake is van dusdanige veranderingen in het alcoholgebruik, er bij herbeoordeling zal worden gekeken of plaatsing in de Velserpoort wel mogelijk is. 8. In haar reactie op het verweerschrift stelt verzoekster dat het college de systematiek van de Wmo op zijn kop zet. Volgens verzoekster zou het uitgangspunt moeten zijn dat eerst (tijdelijk) maatwerk wordt onderzocht en dat daarna pas de conclusie kan worden getrokken dat iemand mogelijk voldoende geholpen is met een algemene voorziening. 9. De voorzieningenrechter begrijpt het standpunt van het college aldus dat de nachtopvang in de Wilhelminastraat als tijdelijke oplossing voor de dakloosheid is aangeboden en dat ondertussen het onderzoek dat moet plaatsvinden in het kader van de vraag of en zo ja welke maatwerkvoorziening(en) verzoekster nodig heeft, moet worden verricht. Ter zitting heeft het college daaraan toegevoegd dat dit onderzoek eenvoudiger uit te voeren is, als verzoekster in de Wilhelminastraat zou verblijven, omdat de begeleiding (van het Leger des Heils) in die opvang daarbij behulpzaam kan zijn. De voorzieningenrechter begrijpt het standpunt van het college verder zo, dat er geen andere plek zou zijn toegewezen als besloten was tot een tijdelijke maatwerkvoorziening, en dat het dus materieel niet uitmaakt hoe de voorziening genoemd wordt. 10. De voorzieningenrechter laat daarom nu in het midden of de wijze waarop het college invulling geeft aan de algemene voorziening opvang en de tijdelijke maatwerkvoorziening opvang te verenigen is met de tekst en het doel van de Wmo. Het antwoord daarop geeft immers nog geen antwoord op de vraag waar het in deze procedure daadwerkelijk om draait. 11. De vraag waarvoor de voorzieningenrechter zich gesteld ziet, is namelijk of de (tijdelijke) opvang in de Wilhelminastraat voor verzoekster wel geschikt is. Vooralsnog is de voorzieningenrechter van oordeel dat dit niet het geval is. 12. De voorzieningenrechter betrekt daarbij het volgende. Uit het verslag van de BCT van het toegangsgesprek dat op 18 juni 2025 plaats had, komt naar voren dat verzoekster de diagnose ADHD heeft en daarnaast een bindweefselaandoening heeft (Ehlers-Danlos, hypermobiliteit), waardoor zij chronisch vermoeid is. Verder heeft verzoekster astma en COPD. Verzoekster drinkt gemiddeld vijf biertjes op een dag. Zij bevindt zich in een patroon waarbij zij terechtkomt in gewelddadige relaties. Voordat zij in Haarlem woonde had zij ook een relatie waarbij sprake was van huiselijk geweld. Op basis van het toegangsgesprek is de inschatting dat verzoekster niet-zelfredzaam is. 13. Gelet op de problematiek van verzoekster, met name het partnergeweld waarmee zij te maken heeft (gehad), is haar angst om te verblijven in de nachtopvang van de Wilhelminastraat op zijn minst invoelbaar.