Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-12-18
ECLI:NL:RBNHO:2025:15967
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Verstek
3,498 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBNHO:2025:15967 text/xml public 2026-04-07T10:17:50 2026-03-19 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2025-12-18 11030622 \ CV EXPL 24-712 Uitspraak Verstek NL Zaanstad Civiel recht; Verbintenissenrecht Tussenuitspraak: ECLI:NL:RBNHO:2025:15966 Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:15967 text/html public 2026-04-07T10:17:18 2026-04-07 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2025:15967 Rechtbank Noord-Holland , 18-12-2025 / 11030622 \ CV EXPL 24-712 Eindvonnis na akte. Ambtshalve toetsing. Niet voldaan aan precontractuele infromatieplicht van artikel 6:230m lid 1 sub h en de contractuele informatieplicht. De eisende partij heeft haar vordering verminderd met de buitengerechtelijke incassokosten en de rente. RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Zaanstad Zaaknr./rolnr.: 11030622 \ CV EXPL 24-712 Uitspraakdatum: 18 december 2025 Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van: PC Uitvaart Begeleiding B.V. te Amsterdam de eisende partij gemachtigde: KVN Gerechtsdeurwaarders & Juristen tegen [gedaagde] te [plaats] de gedaagde partij niet verschenen 1 De verdere procedure 1.1. Bij tussenvonnis van 1 mei 2025 (hierna: het tussenvonnis) heeft de kantonrechter de eisende partij in de gelegenheid gesteld om zich bij akte uit te laten over de (pre)contractuele informatieplichten en de bedingen in de algemene voorwaarden die verband houden met de vordering. Ter uitvoering van het tussenvonnis heeft de eisende partij op 3 juli 2025 een akte genomen (hierna: de akte). 2 De verdere beoordeling Ambtshalve toetsing van de precontractuele informatieplichten 2.1. De eisende partij stelt dat zij voldaan heeft aan de informatieplichten van artikel 6:230m lid 1 en 6:230t BW. De kantonrechter stelt vast dat gedaagde niet is geïnformeerd over het herroepingsrecht. De eisende partij stelt zich op het standpunt dat het herroepingsrecht voor haar niet geldt, omdat de overeenkomst valt onder de uitzondering als bedoeld in artikel 6:230p onder f, sub 1 BW. 2.2.De overeenkomst die aan de vordering ten grondslag ligt is een gemengde overeenkomst, gesloten buiten de verkoopruimte. In beginsel geldt dan een herroepingsrecht, waarover gedaagde moet worden geïnformeerd (artikel 6:230o jo. 6:230m lid 1 onder h BW). Op grond van artikel 6:230g lid 2 BW moet bij gemengde overeenkomsten worden uitgegaan van de bepalingen die van toepassing zijn op consumentenkoop. In artikel 6:230p onder f BW staan de uitzonderingen op het herroepingsrecht betreffende consumentenkoop. Er is geen expliciete en/of ongeclausuleerde uitzondering opgenomen voor een begraving of crematie. 2.3. Op grond van artikel 16 van de Wet op de lijkbezorging dient de begraving of crematie uiterlijk op de zesde werkdag na het overlijden plaats te vinden. De aard van de dienst verzet zich in dit geval dan ook tegen de wettelijke bedenktermijn van veertien dagen. Dat betekent echter niet dat de consument in het geheel geen bedenktijd of ontbindingsrecht heeft. De kantonrechter overweegt als volgt. 2.4. De kantonrechter is van oordeel dat de onderhavige overeenkomst niet in haar geheel valt onder de uitzondering als bedoeld in artikel 6:230p onder f, sub 1 BW: “De consument heeft geen recht van ontbinding bij een consumentenkoop betreffende de levering van volgens specificaties van de consument vervaardigde zaken, die niet geprefabriceerd zijn en die worden vervaardigd op basis van een individuele keuze of beslissing van de consument, of die duidelijk voor een specifieke persoon bestemd zijn.” 2.5. Er zijn namelijk onderdelen van de overeenkomst die wel herroepen moeten kunnen worden. Denk hierbij (bijvoorbeeld) aan volgauto’s, dragers, grafgroen en geluid. Gelet hierop is de kantonrechter van oordeel dat het herroepingsrecht (beperkt) van toepassing is. 2.6. Gelet op het voorgaande heeft de eisende partij voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst niet voldaan aan de informatieplicht als bedoeld in artikel 6:230m lid 1 onder h. Voor deze schending zal een sanctie worden toegepast. Ambtshalve toetsing van de contractuele informatieplicht 2.7. De eisende partij stelt te hebben voldaan aan de contractuele informatieplicht van artikel 6:230v lid 7 BW. Ter onderbouwing daarvan heeft zij verwezen naar de opdrachtbevestiging, maar dit stuk bevat niet alle in artikel 6:230m lid 1 BW genoemde informatie. Daarin ontbreekt namelijk informatie over het herroepingsrecht. Voor deze schending zal een sanctie worden toegepast. Welke sanctie hoort hierbij? 2.8. Gelet op de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie en onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021 moet de kantonrechter aan de schending van de informatieplichten gevolgen verbinden door passende maatregelen te nemen die de consument effectieve rechtsbescherming bieden. Die maatregelen moeten doeltreffend, afschrikwekkend en evenredig zijn. 2.9. Uit de aard van de overeenkomst volgt dat er maar beperkt gebruik kan worden gemaakt van het herroepingsrecht. De kantonrechter zal daarom de overeenkomst gedeeltelijk vernietigen in die zin dat de betalingsverplichting van de consument wordt verminderd met € 250,00. Ambtshalve toetsing van de algemene voorwaarden 2.10. In de akte na tussenvonnis heeft de eisende partij zich uitgelaten over het voornemen om artikel 9.3 en artikel 9.4 van de algemene voorwaarden te vernietigen. 2.11. De eisende partij heeft in de akte haar vordering verminderd met de gevorderde rente en de buitengerechtelijke incassokosten. 2.12. Dit heeft als gevolg dat de kantonrechter geen beslissing meer hoeft te nemen over de rente en de buitengerechtelijke incassokosten. Conclusie en proceskosten 2.13. Gelet op het voorgaande is een bedrag van € 10.168,30 aan hoofdsom toewijsbaar (€ 10.418,30 - € 250,00). 2.14. De gedaagde partij wordt grotendeels in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten voor de genomen akte blijven echter voor rekening van de eisende partij, omdat het aan haarzelf te wijten is dat het nodig was deze akte op te stellen. 3 De beslissing De kantonrechter: 3.1. veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 10.168,30; 3.2. veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op: dagvaarding € 113,54; griffierecht € 524,00; salaris gemachtigde € 406,00; 3.3. verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; 3.4. wijst de vordering voor het overige af. Dit vonnis is gewezen door mr. M.P.E. Oomens en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter Anders: ECLI:NL:RBAMS:2024:7695. HvJ EU 23 januari 2019, zaak C-430/17, ECLI:EU:C:2019:47 (Walbusch Walter Busch), punt 41; HvJ EU 10 juli 2019, zaak C-649/17, ECLI:EU:C:2019:576 (Amazon EU), punt 44. Hoge Raad 12 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1677.
Volledig
ECLI:NL:RBNHO:2025:15967 text/xml public 2026-04-07T10:17:50 2026-03-19 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2025-12-18 11030622 \ CV EXPL 24-712 Uitspraak Verstek NL Zaanstad Civiel recht; Verbintenissenrecht Tussenuitspraak: ECLI:NL:RBNHO:2025:15966 Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:15967 text/html public 2026-04-07T10:17:18 2026-04-07 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2025:15967 Rechtbank Noord-Holland , 18-12-2025 / 11030622 \ CV EXPL 24-712 Eindvonnis na akte. Ambtshalve toetsing. Niet voldaan aan precontractuele infromatieplicht van artikel 6:230m lid 1 sub h en de contractuele informatieplicht. De eisende partij heeft haar vordering verminderd met de buitengerechtelijke incassokosten en de rente. RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Zaanstad Zaaknr./rolnr.: 11030622 \ CV EXPL 24-712 Uitspraakdatum: 18 december 2025 Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van: PC Uitvaart Begeleiding B.V. te Amsterdam de eisende partij gemachtigde: KVN Gerechtsdeurwaarders & Juristen tegen [gedaagde] te [plaats] de gedaagde partij niet verschenen 1 De verdere procedure 1.1. Bij tussenvonnis van 1 mei 2025 (hierna: het tussenvonnis) heeft de kantonrechter de eisende partij in de gelegenheid gesteld om zich bij akte uit te laten over de (pre)contractuele informatieplichten en de bedingen in de algemene voorwaarden die verband houden met de vordering. Ter uitvoering van het tussenvonnis heeft de eisende partij op 3 juli 2025 een akte genomen (hierna: de akte). 2 De verdere beoordeling Ambtshalve toetsing van de precontractuele informatieplichten 2.1. De eisende partij stelt dat zij voldaan heeft aan de informatieplichten van artikel 6:230m lid 1 en 6:230t BW. De kantonrechter stelt vast dat gedaagde niet is geïnformeerd over het herroepingsrecht. De eisende partij stelt zich op het standpunt dat het herroepingsrecht voor haar niet geldt, omdat de overeenkomst valt onder de uitzondering als bedoeld in artikel 6:230p onder f, sub 1 BW. 2.2.De overeenkomst die aan de vordering ten grondslag ligt is een gemengde overeenkomst, gesloten buiten de verkoopruimte. In beginsel geldt dan een herroepingsrecht, waarover gedaagde moet worden geïnformeerd (artikel 6:230o jo. 6:230m lid 1 onder h BW). Op grond van artikel 6:230g lid 2 BW moet bij gemengde overeenkomsten worden uitgegaan van de bepalingen die van toepassing zijn op consumentenkoop. In artikel 6:230p onder f BW staan de uitzonderingen op het herroepingsrecht betreffende consumentenkoop. Er is geen expliciete en/of ongeclausuleerde uitzondering opgenomen voor een begraving of crematie. 2.3. Op grond van artikel 16 van de Wet op de lijkbezorging dient de begraving of crematie uiterlijk op de zesde werkdag na het overlijden plaats te vinden. De aard van de dienst verzet zich in dit geval dan ook tegen de wettelijke bedenktermijn van veertien dagen. Dat betekent echter niet dat de consument in het geheel geen bedenktijd of ontbindingsrecht heeft. De kantonrechter overweegt als volgt. 2.4. De kantonrechter is van oordeel dat de onderhavige overeenkomst niet in haar geheel valt onder de uitzondering als bedoeld in artikel 6:230p onder f, sub 1 BW: “De consument heeft geen recht van ontbinding bij een consumentenkoop betreffende de levering van volgens specificaties van de consument vervaardigde zaken, die niet geprefabriceerd zijn en die worden vervaardigd op basis van een individuele keuze of beslissing van de consument, of die duidelijk voor een specifieke persoon bestemd zijn.” 2.5. Er zijn namelijk onderdelen van de overeenkomst die wel herroepen moeten kunnen worden. Denk hierbij (bijvoorbeeld) aan volgauto’s, dragers, grafgroen en geluid. Gelet hierop is de kantonrechter van oordeel dat het herroepingsrecht (beperkt) van toepassing is. 2.6. Gelet op het voorgaande heeft de eisende partij voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst niet voldaan aan de informatieplicht als bedoeld in artikel 6:230m lid 1 onder h. Voor deze schending zal een sanctie worden toegepast. Ambtshalve toetsing van de contractuele informatieplicht 2.7. De eisende partij stelt te hebben voldaan aan de contractuele informatieplicht van artikel 6:230v lid 7 BW. Ter onderbouwing daarvan heeft zij verwezen naar de opdrachtbevestiging, maar dit stuk bevat niet alle in artikel 6:230m lid 1 BW genoemde informatie. Daarin ontbreekt namelijk informatie over het herroepingsrecht. Voor deze schending zal een sanctie worden toegepast. Welke sanctie hoort hierbij? 2.8. Gelet op de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie en onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021 moet de kantonrechter aan de schending van de informatieplichten gevolgen verbinden door passende maatregelen te nemen die de consument effectieve rechtsbescherming bieden. Die maatregelen moeten doeltreffend, afschrikwekkend en evenredig zijn. 2.9. Uit de aard van de overeenkomst volgt dat er maar beperkt gebruik kan worden gemaakt van het herroepingsrecht. De kantonrechter zal daarom de overeenkomst gedeeltelijk vernietigen in die zin dat de betalingsverplichting van de consument wordt verminderd met € 250,00. Ambtshalve toetsing van de algemene voorwaarden 2.10. In de akte na tussenvonnis heeft de eisende partij zich uitgelaten over het voornemen om artikel 9.3 en artikel 9.4 van de algemene voorwaarden te vernietigen. 2.11. De eisende partij heeft in de akte haar vordering verminderd met de gevorderde rente en de buitengerechtelijke incassokosten. 2.12. Dit heeft als gevolg dat de kantonrechter geen beslissing meer hoeft te nemen over de rente en de buitengerechtelijke incassokosten. Conclusie en proceskosten 2.13. Gelet op het voorgaande is een bedrag van € 10.168,30 aan hoofdsom toewijsbaar (€ 10.418,30 - € 250,00). 2.14. De gedaagde partij wordt grotendeels in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten voor de genomen akte blijven echter voor rekening van de eisende partij, omdat het aan haarzelf te wijten is dat het nodig was deze akte op te stellen. 3 De beslissing De kantonrechter: 3.1. veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 10.168,30; 3.2. veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op: dagvaarding € 113,54; griffierecht € 524,00; salaris gemachtigde € 406,00; 3.3. verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; 3.4. wijst de vordering voor het overige af. Dit vonnis is gewezen door mr. M.P.E. Oomens en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter Anders: ECLI:NL:RBAMS:2024:7695. HvJ EU 23 januari 2019, zaak C-430/17, ECLI:EU:C:2019:47 (Walbusch Walter Busch), punt 41; HvJ EU 10 juli 2019, zaak C-649/17, ECLI:EU:C:2019:576 (Amazon EU), punt 44. Hoge Raad 12 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1677.