Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-12-18
ECLI:NL:RBNHO:2025:15634
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,968 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBNHO:2025:15634 text/xml public 2026-03-05T16:00:26 2026-01-12 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2025-12-18 11996141 BM VERZ 25-2583 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Haarlem Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:15634 text/html public 2026-02-19T12:26:12 2026-03-05 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2025:15634 Rechtbank Noord-Holland , 18-12-2025 / 11996141 BM VERZ 25-2583 Benoeming bijzonder curator ex art. 1:250 BW. De kantonrechter verzoekt de bijzondere curator om de erfenis van de moeder van een minderjarige te verwerpen met behoud van de mogelijkheid van de bijzondere curator voor een zelfstandige belangenafweging ten behoeve van de minderjarige op grond van zijn bevindingen. beschikking Handel, Kanton en Bewind locatie Haarlem Zaaknummer: 11996141 BM VERZ 25-2583 sc Uitspraakdatum: 18 december 2025 Beschikking van de kantonrechter op verzoek van: de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering, correspondentieadres: postbus 12685, 1100 AR Amsterdam, hierna ook te noemen: verzoeker, betreffende de minderjarige: [minderjarige], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum], [adres], hierna ook te noemen: [minderjarige], als belanghebbende wordt aangemerkt: [belanghebbende], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum], [adres], hierna ook te noemen: [belanghebbende]. procedure De kantonrechter heeft kennisgenomen van het verzoekschrift met bijlagen, ter griffie ingekomen op 2 december 2025. De kantonrechter heeft afgezien van het houden van een mondelinge behandeling. feiten Voor zover de kantonrechter dat uit de beschikbare stukken kan afleiden, wordt het ouderlijk gezag over [minderjarige] alleen uitgeoefend door [belanghebbende], de vader van [minderjarige], nadat [moeder] [minderjarige], de moeder van [minderjarige], hierna: de moeder, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum], is overleden te [overlijdensplaats] op [overlijdensdatum]. Bij beschikking van de kinderrechter van 8 juni 2015 is de beslissing van de kinderrechter van 5 juni 2015 om [minderjarige] voorlopig onder toezicht te stellen voor de duur van drie maanden vastgelegd. Bij beschikking van de kinderrechter van 18 juni 2015 is [minderjarige] vervolgens definitief onder toezicht gesteld, welke ondertoezichtstelling daarna steeds is verlengd en heeft geduurd tot 18 juni 2020. Bij beschikking van de kinderrechter van 8 augustus 2023 is [minderjarige] opnieuw onder toezicht gesteld, welke ondertoezichtstelling daarna steeds is verlengd en u nog duurt tot 8 augustus 2026. Bij beschikking van de kinderrechter van 8 juni 2015 is de beslissing van de kinderrechter van 5 juni 2015 om een spoedmachtiging te verlenen om [minderjarige] uit huis te plaatsen bij pleegouders voor de duur van vier weken vastgelegd. Bij beschikking van de kinderrechter van 18 juni 2015 is vervolgens een machtiging verleend om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg tot 18 september 2015. Bij beschikking van de kinderrechter 20 april 2017 is opnieuw een machtiging verleend om [minderjarige] uit huis te plaatsen bij pleegouders, welk machtiging bij beschikking van de kinderrechter van 22 december 2017 is gewijzigd naar een spoedmachtiging om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder voor de duur van vier weken. Bij beschikking van de kinderrechter van 5 januari 2018 is vervolgens een machtiging verleend om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder, welke machtiging daarna steeds is verlengd en heeft geduurd tot 18 juni 2020. Bij beschikking van de kinderrechter van 8 augustus 2023 is opnieuw een machtiging verleend om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder, welke machtiging daarna is verlengd en nu nog duurt tot 8 augustus 2026 beoordeling De verzoeker stelt dat sprake is van een conflict van belangen tussen [minderjarige] en [belanghebbende] en verzoekt de kantonrechter een bijzondere curator te benoemen op grond van artikel 1:250 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) ten behoeve van [minderjarige]. Het is verzoeker bekend dat de moeder van [minderjarige] is overleden en dat de erfenis van de moeder (vermoedelijk) negatief is. Familieleden in de eerste lijn hebben de erfenis verworpen en dit moet, volgens verzoeker, voor [minderjarige] ook gebeuren. [belanghebbende] zou de aangewezen persoon zijn om de erfenis te verwerpen. Maar sinds aanvang van de ondertoezichtstelling en de periode daarvoor is [belanghebbende] weinig tot niet in beeld bij [minderjarige]. Er is geen vaste omgangsregeling en [belanghebbende] is onvoorspelbaar in de belcontacten met [minderjarige]. [minderjarige] heeft [belanghebbende] sinds de zitting met betrekking tot de verlenging van de machtiging uithuisplaatsing in november 2024 niet meer gezien. Bij de laatste zitting in juli 2025 was [belanghebbende] niet aanwezig. [belanghebbende] geeft geen enkele uitvoering aan zijn gezag. [belanghebbende] is structureel onbereikbaar voor verzoeker. [belanghebbende] reageert niet als verzoeker belt, mailt of appt en ook op brieven van verzoeker reageert [belanghebbende] niet. [belanghebbende] stond lange tijd niet ingeschreven in Nederland en het was onbekend waar hij verbleef. Na het overlijden van de moeder van [minderjarige] heeft de verzoeker vele malen en op meerdere manieren contact proberen te krijgen met [belanghebbende], maar zonder resultaat. Ook [minderjarige] heeft [belanghebbende] na het overlijden van de moeder nog niet gesproken. Dit heeft tot gevolg dat [belanghebbende] zijn verantwoordelijkheid om de erfenis van de moeder in het belang van [minderjarige] te (laten) verwerpen, niet zal nakomen. Het risico bestaat dat [minderjarige] de erfenis automatisch beneficiair zal aanvaarden en hij mogelijk na zijn 18e jaar wordt belast met de schulden van de moeder. Dit acht verzoeker niet in het belang van [minderjarige]. Verzoeker verzoekt de kantonrechter om deze redenen een bijzondere curator te benoemen die in het belang van [minderjarige] de erfenis kan verwerpen. Verzoeker heeft het verzoek niet besproken met [minderjarige] omdat [minderjarige], gezien zijn ontwikkelingsniveau en problematiek, niet zal begrijpen wat een benoeming van een bijzondere curator inhoudt. Wel is bekend dat [minderjarige] niet zou willen dat hij met de schulden van zijn moeder wordt belast. De kantonrechter is gezien het voorgaande van oordeel dat sprake is van mogelijke tegenstrijdige belangen tussen [minderjarige] aan de ene kant en [belanghebbende] aan de andere kant. In het kader van het toezicht op het vermogen van de minderjarige acht de kantonrechter, gezien de inhoud van het verzoekschrift, benoeming van een bijzondere curator in het belang van [minderjarige]. Gelet op de stukken is de kantonrechter van oordeel dat voldaan is aan de voorwaarden voor benoeming van een bijzondere curator volgens artikel 1:250 BW, zodat zij tot benoeming hiervan zal overgaan. De kantonrechter geeft de volgende opdracht aan de bijzondere curator: de kantonrechter verzoekt de bijzondere curator om de erfenis van de moeder van [minderjarige] te verwerpen met behoud van de mogelijkheid van de bijzondere curator voor een zelfstandige belangenafweging ten behoeve van [minderjarige] op grond van zijn bevindingen. De kantonrechter zal de benoeming tot 30 september 2027 laten duren in verband met de meerderjarigheid van [minderjarige] op dat moment. Mocht de bijzondere curator eerder ontslagen wensen te worden, kan hij dit de rechtbank schriftelijk in overweging geven. Indien verlenging in zijn visie nodig is, kan hij daartoe zo nodig op termijn een verzoek indienen. De kantonrechter heeft [curator] bereid gevonden om tot bijzondere curator te worden benoemd. Tegen de benoeming van [curator] bestaat geen bezwaar.
Volledig
ECLI:NL:RBNHO:2025:15634 text/xml public 2026-03-05T16:00:26 2026-01-12 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2025-12-18 11996141 BM VERZ 25-2583 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Haarlem Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:15634 text/html public 2026-02-19T12:26:12 2026-03-05 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2025:15634 Rechtbank Noord-Holland , 18-12-2025 / 11996141 BM VERZ 25-2583 Benoeming bijzonder curator ex art. 1:250 BW. De kantonrechter verzoekt de bijzondere curator om de erfenis van de moeder van een minderjarige te verwerpen met behoud van de mogelijkheid van de bijzondere curator voor een zelfstandige belangenafweging ten behoeve van de minderjarige op grond van zijn bevindingen. beschikking Handel, Kanton en Bewind locatie Haarlem Zaaknummer: 11996141 BM VERZ 25-2583 sc Uitspraakdatum: 18 december 2025 Beschikking van de kantonrechter op verzoek van: de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering, correspondentieadres: postbus 12685, 1100 AR Amsterdam, hierna ook te noemen: verzoeker, betreffende de minderjarige: [minderjarige], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum], [adres], hierna ook te noemen: [minderjarige], als belanghebbende wordt aangemerkt: [belanghebbende], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum], [adres], hierna ook te noemen: [belanghebbende]. procedure De kantonrechter heeft kennisgenomen van het verzoekschrift met bijlagen, ter griffie ingekomen op 2 december 2025. De kantonrechter heeft afgezien van het houden van een mondelinge behandeling. feiten Voor zover de kantonrechter dat uit de beschikbare stukken kan afleiden, wordt het ouderlijk gezag over [minderjarige] alleen uitgeoefend door [belanghebbende], de vader van [minderjarige], nadat [moeder] [minderjarige], de moeder van [minderjarige], hierna: de moeder, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum], is overleden te [overlijdensplaats] op [overlijdensdatum]. Bij beschikking van de kinderrechter van 8 juni 2015 is de beslissing van de kinderrechter van 5 juni 2015 om [minderjarige] voorlopig onder toezicht te stellen voor de duur van drie maanden vastgelegd. Bij beschikking van de kinderrechter van 18 juni 2015 is [minderjarige] vervolgens definitief onder toezicht gesteld, welke ondertoezichtstelling daarna steeds is verlengd en heeft geduurd tot 18 juni 2020. Bij beschikking van de kinderrechter van 8 augustus 2023 is [minderjarige] opnieuw onder toezicht gesteld, welke ondertoezichtstelling daarna steeds is verlengd en u nog duurt tot 8 augustus 2026. Bij beschikking van de kinderrechter van 8 juni 2015 is de beslissing van de kinderrechter van 5 juni 2015 om een spoedmachtiging te verlenen om [minderjarige] uit huis te plaatsen bij pleegouders voor de duur van vier weken vastgelegd. Bij beschikking van de kinderrechter van 18 juni 2015 is vervolgens een machtiging verleend om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg tot 18 september 2015. Bij beschikking van de kinderrechter 20 april 2017 is opnieuw een machtiging verleend om [minderjarige] uit huis te plaatsen bij pleegouders, welk machtiging bij beschikking van de kinderrechter van 22 december 2017 is gewijzigd naar een spoedmachtiging om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder voor de duur van vier weken. Bij beschikking van de kinderrechter van 5 januari 2018 is vervolgens een machtiging verleend om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder, welke machtiging daarna steeds is verlengd en heeft geduurd tot 18 juni 2020. Bij beschikking van de kinderrechter van 8 augustus 2023 is opnieuw een machtiging verleend om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder, welke machtiging daarna is verlengd en nu nog duurt tot 8 augustus 2026 beoordeling De verzoeker stelt dat sprake is van een conflict van belangen tussen [minderjarige] en [belanghebbende] en verzoekt de kantonrechter een bijzondere curator te benoemen op grond van artikel 1:250 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) ten behoeve van [minderjarige]. Het is verzoeker bekend dat de moeder van [minderjarige] is overleden en dat de erfenis van de moeder (vermoedelijk) negatief is. Familieleden in de eerste lijn hebben de erfenis verworpen en dit moet, volgens verzoeker, voor [minderjarige] ook gebeuren. [belanghebbende] zou de aangewezen persoon zijn om de erfenis te verwerpen. Maar sinds aanvang van de ondertoezichtstelling en de periode daarvoor is [belanghebbende] weinig tot niet in beeld bij [minderjarige]. Er is geen vaste omgangsregeling en [belanghebbende] is onvoorspelbaar in de belcontacten met [minderjarige]. [minderjarige] heeft [belanghebbende] sinds de zitting met betrekking tot de verlenging van de machtiging uithuisplaatsing in november 2024 niet meer gezien. Bij de laatste zitting in juli 2025 was [belanghebbende] niet aanwezig. [belanghebbende] geeft geen enkele uitvoering aan zijn gezag. [belanghebbende] is structureel onbereikbaar voor verzoeker. [belanghebbende] reageert niet als verzoeker belt, mailt of appt en ook op brieven van verzoeker reageert [belanghebbende] niet. [belanghebbende] stond lange tijd niet ingeschreven in Nederland en het was onbekend waar hij verbleef. Na het overlijden van de moeder van [minderjarige] heeft de verzoeker vele malen en op meerdere manieren contact proberen te krijgen met [belanghebbende], maar zonder resultaat. Ook [minderjarige] heeft [belanghebbende] na het overlijden van de moeder nog niet gesproken. Dit heeft tot gevolg dat [belanghebbende] zijn verantwoordelijkheid om de erfenis van de moeder in het belang van [minderjarige] te (laten) verwerpen, niet zal nakomen. Het risico bestaat dat [minderjarige] de erfenis automatisch beneficiair zal aanvaarden en hij mogelijk na zijn 18e jaar wordt belast met de schulden van de moeder. Dit acht verzoeker niet in het belang van [minderjarige]. Verzoeker verzoekt de kantonrechter om deze redenen een bijzondere curator te benoemen die in het belang van [minderjarige] de erfenis kan verwerpen. Verzoeker heeft het verzoek niet besproken met [minderjarige] omdat [minderjarige], gezien zijn ontwikkelingsniveau en problematiek, niet zal begrijpen wat een benoeming van een bijzondere curator inhoudt. Wel is bekend dat [minderjarige] niet zou willen dat hij met de schulden van zijn moeder wordt belast. De kantonrechter is gezien het voorgaande van oordeel dat sprake is van mogelijke tegenstrijdige belangen tussen [minderjarige] aan de ene kant en [belanghebbende] aan de andere kant. In het kader van het toezicht op het vermogen van de minderjarige acht de kantonrechter, gezien de inhoud van het verzoekschrift, benoeming van een bijzondere curator in het belang van [minderjarige]. Gelet op de stukken is de kantonrechter van oordeel dat voldaan is aan de voorwaarden voor benoeming van een bijzondere curator volgens artikel 1:250 BW, zodat zij tot benoeming hiervan zal overgaan. De kantonrechter geeft de volgende opdracht aan de bijzondere curator: de kantonrechter verzoekt de bijzondere curator om de erfenis van de moeder van [minderjarige] te verwerpen met behoud van de mogelijkheid van de bijzondere curator voor een zelfstandige belangenafweging ten behoeve van [minderjarige] op grond van zijn bevindingen. De kantonrechter zal de benoeming tot 30 september 2027 laten duren in verband met de meerderjarigheid van [minderjarige] op dat moment. Mocht de bijzondere curator eerder ontslagen wensen te worden, kan hij dit de rechtbank schriftelijk in overweging geven. Indien verlenging in zijn visie nodig is, kan hij daartoe zo nodig op termijn een verzoek indienen. De kantonrechter heeft [curator] bereid gevonden om tot bijzondere curator te worden benoemd. Tegen de benoeming van [curator] bestaat geen bezwaar.