Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-12-15
ECLI:NL:RBNHO:2025:15045
Civiel recht
Wraking
3,593 tokens
Dictum
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
[jw.sys.1.zaaknr] / [jw.sys.1.rolnummer_rekestnr][datum_beslissing]
Wrakingskamer
zaaknummer / rekestnummer: 372740 KG RK 25-798
Dictum
Op het verzoek tot wraking ingediend door:
[verzoekster] ,
wonende te Alkmaar,
verzoekster,
advocaat mr. R.J.A. Verhoeven.
Het verzoek is formeel gericht tegen:
mr. C. Maat,
hierna te noemen: de rechter.
De afdeling F&J, waar de hoofdzaak aanhangig is, heeft de wrakingskamer geïnformeerd dat de aanhoudingsbeslissing van 12 december 2025 die aanleiding heeft gegeven tot het wrakingsverzoek, is genomen door mr. E. Jonker. De wrakingskamer beschouwt het verzoek daarom als mede te zijn gericht tegen mr. Jonker, die hierna zal worden aangeduid als: “de aanhoudingsrechter”.
Procesverloop
1.1
Verzoekster heeft op 12 december 2025 schriftelijk de wraking verzocht van de rechter in de bij deze rechtbank, team F&J Alkmaar aanhangige zaak met als zaaknummer C/15/372678, hierna te noemen: de hoofdzaak.
1.2
De wrakingskamer heeft op grond van de hierna opgenomen overwegingen besloten geen datum te bepalen voor een mondelinge behandeling van het verzoek en bepaald dat vandaag uitspraak zal worden gedaan.
2De uitgangspunten
2.1.
De hoofdzaak is een kortgedingprocedure waarin [naam] (hierna: [naam] ) vordert verzoekster te veroordelen tot afgifte van hun minderjarige kinderen. Datum en tijdstip van de mondelinge behandeling van dit kort geding zijn bepaald op 16 december 2025 om 14:50 uur.
2.2.
Op 12 december 2025 om 16:13 uur heeft verzoekster verzocht om de mondelinge behandeling aan te houden en te verplaatsen naar een andere datum (hierna: het aanhoudingsverzoek).
Bij bericht van 12 december 2025 om 16:48 uur is dit verzoek afgewezen gelet op de spoedeisendheid van de zaak. Na ontvangst van de afwijzende beslissing, heeft verzoekster haar wrakingsverzoek ingediend.
3Het standpunt van verzoekster
3.1
Verzoekster heeft ter onderbouwing van het verzoek - kort gezegd - het volgende aangevoerd. De rechter is bij haar afwijzende beslissing op het aanhoudingsverzoek enkel afgegaan op de inhoud van de dagvaarding zonder kennis te nemen van het verweer van verzoekster. Gelet daarop kan verzoekster niet anders dan de rechter wraken.
Beoordeling
4.1
Een rechter kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Uitgangspunt daarbij is dat de rechter uit hoofde van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die een zwaarwegende aanwijzing vormen dat een rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert. Daarnaast kan een partij de indruk krijgen dat de rechter vooringenomen is. Beslissend daarvoor is of de vrees voor partijdigheid objectief gerechtvaardigd is.
4.2
In de kern komt de wrakingsgrond erop neer dat verzoekster het niet eens is met de afwijzende beslissing op het door verzoekster gedane aanhoudingsverzoek. Dit is een rechterlijke procesbeslissing, die niet met succes aan een wrakingsverzoek ten grondslag kan worden gelegd. Het gesloten stelsel van rechtsmiddelen staat daaraan in de weg. Wraking is namelijk geen verkapt rechtsmiddel tegen - de verzoeker onwelgevallige - (procedurele) beslissingen van de rechter. De wrakingskamer komt geen oordeel toe over de juistheid van de procedurele beslissing.
4.3
Gelet op het voorgaande wijst de wrakingskamer het verzoek tot wraking af, omdat het kennelijk ongegrond is.
Dictum
De rechtbank
5.1
wijst het verzoek tot wraking af,
5.2
beveelt de griffier onverwijld aan verzoekster, de rechter, de aanhoudingsrechter en de wederpartij ( [naam] ) in de hoofdzaak een voor eensluidende gewaarmerkt afschrift van deze beslissing toe te zenden,
5.3
beveelt dat het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het indienen van het verzoek.
Deze beslissing is gegeven door mr. N. Boots, voorzitter, mr. J.H. Gisolf en mr. I.H. Lips, leden van de wrakingskamer, in tegenwoordigheid van de griffier, en in het openbaar uitgesproken op 15 december 2025.[concipiënt_initialen]
griffier voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Dictum
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
[jw.sys.1.zaaknr] / [jw.sys.1.rolnummer_rekestnr][datum_beslissing]
Wrakingskamer
zaaknummer / rekestnummer: 372740 KG RK 25-798
Dictum
Op het verzoek tot wraking ingediend door:
[verzoekster] ,
wonende te Alkmaar,
verzoekster,
advocaat mr. R.J.A. Verhoeven.
Het verzoek is formeel gericht tegen:
mr. C. Maat,
hierna te noemen: de rechter.
De afdeling F&J, waar de hoofdzaak aanhangig is, heeft de wrakingskamer geïnformeerd dat de aanhoudingsbeslissing van 12 december 2025 die aanleiding heeft gegeven tot het wrakingsverzoek, is genomen door mr. E. Jonker. De wrakingskamer beschouwt het verzoek daarom als mede te zijn gericht tegen mr. Jonker, die hierna zal worden aangeduid als: “de aanhoudingsrechter”.
Procesverloop
1.1
Verzoekster heeft op 12 december 2025 schriftelijk de wraking verzocht van de rechter in de bij deze rechtbank, team F&J Alkmaar aanhangige zaak met als zaaknummer C/15/372678, hierna te noemen: de hoofdzaak.
1.2
De wrakingskamer heeft op grond van de hierna opgenomen overwegingen besloten geen datum te bepalen voor een mondelinge behandeling van het verzoek en bepaald dat vandaag uitspraak zal worden gedaan.
2De uitgangspunten
2.1.
De hoofdzaak is een kortgedingprocedure waarin [naam] (hierna: [naam] ) vordert verzoekster te veroordelen tot afgifte van hun minderjarige kinderen. Datum en tijdstip van de mondelinge behandeling van dit kort geding zijn bepaald op 16 december 2025 om 14:50 uur.
2.2.
Op 12 december 2025 om 16:13 uur heeft verzoekster verzocht om de mondelinge behandeling aan te houden en te verplaatsen naar een andere datum (hierna: het aanhoudingsverzoek).
Bij bericht van 12 december 2025 om 16:48 uur is dit verzoek afgewezen gelet op de spoedeisendheid van de zaak. Na ontvangst van de afwijzende beslissing, heeft verzoekster haar wrakingsverzoek ingediend.
3Het standpunt van verzoekster
3.1
Verzoekster heeft ter onderbouwing van het verzoek - kort gezegd - het volgende aangevoerd. De rechter is bij haar afwijzende beslissing op het aanhoudingsverzoek enkel afgegaan op de inhoud van de dagvaarding zonder kennis te nemen van het verweer van verzoekster. Gelet daarop kan verzoekster niet anders dan de rechter wraken.
Beoordeling
4.1
Een rechter kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Uitgangspunt daarbij is dat de rechter uit hoofde van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die een zwaarwegende aanwijzing vormen dat een rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert. Daarnaast kan een partij de indruk krijgen dat de rechter vooringenomen is. Beslissend daarvoor is of de vrees voor partijdigheid objectief gerechtvaardigd is.
4.2
In de kern komt de wrakingsgrond erop neer dat verzoekster het niet eens is met de afwijzende beslissing op het door verzoekster gedane aanhoudingsverzoek. Dit is een rechterlijke procesbeslissing, die niet met succes aan een wrakingsverzoek ten grondslag kan worden gelegd. Het gesloten stelsel van rechtsmiddelen staat daaraan in de weg. Wraking is namelijk geen verkapt rechtsmiddel tegen - de verzoeker onwelgevallige - (procedurele) beslissingen van de rechter. De wrakingskamer komt geen oordeel toe over de juistheid van de procedurele beslissing.
4.3
Gelet op het voorgaande wijst de wrakingskamer het verzoek tot wraking af, omdat het kennelijk ongegrond is.
Dictum
De rechtbank
5.1
wijst het verzoek tot wraking af,
5.2
beveelt de griffier onverwijld aan verzoekster, de rechter, de aanhoudingsrechter en de wederpartij ( [naam] ) in de hoofdzaak een voor eensluidende gewaarmerkt afschrift van deze beslissing toe te zenden,
5.3
beveelt dat het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het indienen van het verzoek.
Deze beslissing is gegeven door mr. N. Boots, voorzitter, mr. J.H. Gisolf en mr. I.H. Lips, leden van de wrakingskamer, in tegenwoordigheid van de griffier, en in het openbaar uitgesproken op 15 december 2025.[concipiënt_initialen]
griffier voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Volledig
ECLI:NL:RBNHO:2025:15045 text/xml public 2026-02-25T10:04:58 2025-12-22 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2025-12-15 372740 KG RK 25-798 Uitspraak Wraking NL Alkmaar Civiel recht Rechtspraak.nl Prg. 2026/59 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:15045 text/html public 2025-12-22T11:50:29 2025-12-22 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2025:15045 Rechtbank Noord-Holland , 15-12-2025 / 372740 KG RK 25-798 In de kern komt de wrakingsgrond erop neer dat verzoekster het niet eens is met de afwijzende beslissing op het door verzoekster gedane aanhoudingsverzoek. Dit is een rechterlijke procesbeslissing, die niet met succes aan een wrakingsverzoek ten grondslag kan worden gelegd. beslissing RECHTBANK NOORD-HOLLAND [jw.sys.1.zaaknr] / [jw.sys.1.rolnummer_rekestnr][datum_beslissing] Wrakingskamer zaaknummer / rekestnummer: 372740 KG RK 25-798 Beslissing van 15 december 2025 Op het verzoek tot wraking ingediend door: [verzoekster] , wonende te Alkmaar, verzoekster, advocaat mr. R.J.A. Verhoeven. Het verzoek is formeel gericht tegen: mr. C. Maat, hierna te noemen: de rechter. De afdeling F&J, waar de hoofdzaak aanhangig is, heeft de wrakingskamer geïnformeerd dat de aanhoudingsbeslissing van 12 december 2025 die aanleiding heeft gegeven tot het wrakingsverzoek, is genomen door mr. E. Jonker . De wrakingskamer beschouwt het verzoek daarom als mede te zijn gericht tegen mr. Jonker, die hierna zal worden aangeduid als: “de aanhoudingsrechter”. 1 Procesverloop 1.1 Verzoekster heeft op 12 december 2025 schriftelijk de wraking verzocht van de rechter in de bij deze rechtbank, team F&J Alkmaar aanhangige zaak met als zaaknummer C/15/372678, hierna te noemen: de hoofdzaak. 1.2 De wrakingskamer heeft op grond van de hierna opgenomen overwegingen besloten geen datum te bepalen voor een mondelinge behandeling van het verzoek en bepaald dat vandaag uitspraak zal worden gedaan. 2 De uitgangspunten 2.1. De hoofdzaak is een kortgedingprocedure waarin [naam] (hierna: [naam] ) vordert verzoekster te veroordelen tot afgifte van hun minderjarige kinderen. Datum en tijdstip van de mondelinge behandeling van dit kort geding zijn bepaald op 16 december 2025 om 14:50 uur. 2.2. Op 12 december 2025 om 16:13 uur heeft verzoekster verzocht om de mondelinge behandeling aan te houden en te verplaatsen naar een andere datum (hierna: het aanhoudingsverzoek). Bij bericht van 12 december 2025 om 16:48 uur is dit verzoek afgewezen gelet op de spoedeisendheid van de zaak. Na ontvangst van de afwijzende beslissing, heeft verzoekster haar wrakingsverzoek ingediend. 3 Het standpunt van verzoekster 3.1 Verzoekster heeft ter onderbouwing van het verzoek - kort gezegd - het volgende aangevoerd. De rechter is bij haar afwijzende beslissing op het aanhoudingsverzoek enkel afgegaan op de inhoud van de dagvaarding zonder kennis te nemen van het verweer van verzoekster. Gelet daarop kan verzoekster niet anders dan de rechter wraken. 4 De beoordeling 4.1 Een rechter kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Uitgangspunt daarbij is dat de rechter uit hoofde van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die een zwaarwegende aanwijzing vormen dat een rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert. Daarnaast kan een partij de indruk krijgen dat de rechter vooringenomen is. Beslissend daarvoor is of de vrees voor partijdigheid objectief gerechtvaardigd is. 4.2 In de kern komt de wrakingsgrond erop neer dat verzoekster het niet eens is met de afwijzende beslissing op het door verzoekster gedane aanhoudingsverzoek. Dit is een rechterlijke procesbeslissing, die niet met succes aan een wrakingsverzoek ten grondslag kan worden gelegd. Het gesloten stelsel van rechtsmiddelen staat daaraan in de weg. Wraking is namelijk geen verkapt rechtsmiddel tegen - de verzoeker onwelgevallige - (procedurele) beslissingen van de rechter. De wrakingskamer komt geen oordeel toe over de juistheid van de procedurele beslissing. 4.3 Gelet op het voorgaande wijst de wrakingskamer het verzoek tot wraking af, omdat het kennelijk ongegrond is. 5 Beslissing De rechtbank 5.1 wijst het verzoek tot wraking af, 5.2 beveelt de griffier onverwijld aan verzoekster, de rechter, de aanhoudingsrechter en de wederpartij ( [naam] ) in de hoofdzaak een voor eensluidende gewaarmerkt afschrift van deze beslissing toe te zenden, 5.3 beveelt dat het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het indienen van het verzoek. Deze beslissing is gegeven door mr. N. Boots, voorzitter, mr. J.H. Gisolf en mr. I.H. Lips, leden van de wrakingskamer, in tegenwoordigheid van de griffier, en in het openbaar uitgesproken op 15 december 2025.[concipiënt_initialen] griffier voorzitter Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.