Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-12-31
ECLI:NL:RBNHO:2025:14674
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
3,562 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBNHO:2025:14674 text/xml public 2026-04-09T12:30:43 2025-12-15 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2025-12-31 10526216 Uitspraak Bodemzaak NL Haarlem Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:14674 text/html public 2026-04-09T12:30:11 2026-04-09 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2025:14674 Rechtbank Noord-Holland , 31-12-2025 / 10526216 De passagiers zijn meer dan 24 uur later op de eindbestemming aangekomen. Het is in een dergelijk geval aan de vervoerder om voldoende aannemelijk te maken dat er geen eerdere optie beschikbaar was. Het feit dat Airhelp het vluchtnummer van de alternatieve vlucht niet heeft genoemd, maakt dat niet anders. RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 10526216 \ CV EXPL 23-3285 Uitspraakdatum: 31 december 2025 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: de rechtspersoon naar buitenlands recht AirHelp Germany GmbH gevestigd te Berlijn (Duitsland) eiseres hierna te noemen: Airhelp gemachtigde: Lof Legal Services tegen de rechtspersoon naar buitenlands recht British Airways Plc gevestigd te Harmondsworth (Verenigd Koninkrijk) gedaagde hierna te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. J.J.O. Zandt 1 Het procesverloop 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding: - de conclusie van antwoord; - de conclusie van repliek; - de conclusie van dupliek; - de akte eiser; - de akte gedaagde. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 Feiten 2.1. [betrokkene 1], [betrokkene 2], [betrokkene 3], [betrokkene 4], [betrokkene 5], [betrokkene 6] en [betrokkene 7] (hierna: de passagiers) hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 9 september 2022 vervoeren van Amsterdam Schiphol Airport naar Londen Heathrow (Verenigd Koninkrijk), met vlucht BA433 (hierna: de vlucht). 2.2. De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd. 2.3. De passagiers hebben hun eventuele vorderingsrecht aan Airhelp overgedragen. 2.4. Airhelp heeft compensatie van de vervoerder gevorderd. 2.5. De vervoerder heeft niet uitbetaald. 3 Het geschil 3.1. Airhelp vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van: - € 1.750,00, te vermeerderen met de wettelijke rente; - de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente. 3.2. Airhelp baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). Airhelp stelt dat de vervoerder vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,00 per passagier (artikel 7 van de Verordening). 3.3. De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan. 4 De beoordeling 4.1. De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. 4.2. De kantonrechter stelt vast dat de tweede pagina van de dagvaarding onleesbaar is. Bij conclusie van repliek heeft Airhelp de ontbrekende gegevens aangevuld. Daarmee heeft zij het gebrek in de stelplicht hersteld. De vervoerder is niet in zijn procesbelang geschaad, omdat hij voldoende gelegenheid heeft gehad om bij dupliek en bij akte op de stellingen van Airhelp reageren. Bovendien was het de vervoerder reeds bij conclusie van antwoord duidelijk om welke passagiers en vlucht het ging. 4.3. De vervoerder heeft een beroep op buitengewone omstandigheden gedaan. De kantonrechter overweegt dat wat daar ook van zij, niet is gebleken dat de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft genomen om de vertraging op de eindbestemming te voorkomen dan wel te beperken. Het is vaste rechtspraak dat indien passagiers met een door de vervoerder zelf uitgevoerde alternatieve vlucht de dag na de oorspronkelijk vastgestelde dag aankomen, dit in beginsel geen redelijke maatregel vormt. 4.4. Airhelp heeft (zowel bij dagvaarding als bij conclusie van repliek) gesteld dat de passagiers met meer dan 24 uur vertraging op de eindbestemming zijn aangekomen. De vervoerder heeft niet betwist dat de passagiers een alternatieve vlucht van meer dan 24 uur later aangeboden hebben gekregen. Het is aan de vervoerder om in een dergelijk geval voldoende aannemelijk te maken dat er geen enkele andere mogelijkheid voor een rechtstreekse of indirecte alternatieve vlucht bestond met een door hemzelf of door een andere luchtvaartmaatschappij uitgevoerde vlucht die op een minder laat tijdstip aankwam dan de aangeboden vlucht. Het feit dat Airhelp het vluchtnummer van de alternatieve vlucht niet heeft genoemd, maakt dat niet anders. Het standpunt van Airhelp was immers duidelijk. De enkele stelling van de vervoerder dat hij de passagiers heeft omgeboekt naar de ‘eerst beschikbare vlucht’ is in dit verband onvoldoende. Zodoende heeft de vervoerder naar het oordeel van de kantonrechter niet aannemelijk gemaakt dat de passagiers een redelijk alternatief aangeboden hebben gekregen. 4.5. Het voorgaande betekent dat ook indien op enig moment zou komen vast te staan dat sprake was van een buitengewone omstandigheid, de vervoerder gehouden is de compensatie te betalen in verband met de vertraging op de eindbestemming. De vordering tot betaling van de hoofdsom (en de wettelijke rente daarover) zal worden toegewezen. 4.6. De vervoerder is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De kosten voor de te nemen akte blijven voor rekening van Airhelp, aangezien het aan haarzelf te wijten is dat het nodig was deze extra akte op te stellen. De proceskosten van Airhelp worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 129,14 - griffierecht € 365,00 - salaris gemachtigde € 408,00 (2 punten × € 204,00) - nakosten € 102,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 1.004,14 5. De beslissing De kantonrechter: 5.1. veroordeelt de vervoerder tot betaling aan Airhelp van € 1.750,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 9 september 2022 tot aan de dag der algehele voldoening; 5.2. veroordeelt de vervoerder in de proceskosten van € 1.004,14, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als de vervoerder niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend; 5.3. veroordeelt de vervoerder tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald; 5.4. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter Hierbij gaat de kantonrechter voor de interpretatie van het hiervoor genoemde woord ‘dag’ uit van een tijdruimte en voor de uitleg ervan wordt aangesloten bij de algemeen geaccepteerde uitleg, zijnde een tijdsduur van 24 uur. Hof van Justitie van 11 juni 2020 (C-74/19).
Volledig
ECLI:NL:RBNHO:2025:14674 text/xml public 2026-04-09T12:30:43 2025-12-15 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2025-12-31 10526216 Uitspraak Bodemzaak NL Haarlem Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:14674 text/html public 2026-04-09T12:30:11 2026-04-09 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2025:14674 Rechtbank Noord-Holland , 31-12-2025 / 10526216 De passagiers zijn meer dan 24 uur later op de eindbestemming aangekomen. Het is in een dergelijk geval aan de vervoerder om voldoende aannemelijk te maken dat er geen eerdere optie beschikbaar was. Het feit dat Airhelp het vluchtnummer van de alternatieve vlucht niet heeft genoemd, maakt dat niet anders. RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 10526216 \ CV EXPL 23-3285 Uitspraakdatum: 31 december 2025 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: de rechtspersoon naar buitenlands recht AirHelp Germany GmbH gevestigd te Berlijn (Duitsland) eiseres hierna te noemen: Airhelp gemachtigde: Lof Legal Services tegen de rechtspersoon naar buitenlands recht British Airways Plc gevestigd te Harmondsworth (Verenigd Koninkrijk) gedaagde hierna te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. J.J.O. Zandt 1 Het procesverloop 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding: - de conclusie van antwoord; - de conclusie van repliek; - de conclusie van dupliek;- de akte eiser;- de akte gedaagde. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 Feiten 2.1. [betrokkene 1], [betrokkene 2], [betrokkene 3], [betrokkene 4], [betrokkene 5], [betrokkene 6] en [betrokkene 7] (hierna: de passagiers) hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 9 september 2022 vervoeren van Amsterdam Schiphol Airport naar Londen Heathrow (Verenigd Koninkrijk), met vlucht BA433 (hierna: de vlucht). 2.2. De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd. 2.3. De passagiers hebben hun eventuele vorderingsrecht aan Airhelp overgedragen. 2.4. Airhelp heeft compensatie van de vervoerder gevorderd. 2.5. De vervoerder heeft niet uitbetaald. 3 Het geschil 3.1. Airhelp vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 1.750,00, te vermeerderen met de wettelijke rente;- de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente. 3.2. Airhelp baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). Airhelp stelt dat de vervoerder vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,00 per passagier (artikel 7 van de Verordening). 3.3. De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan. 4 De beoordeling 4.1. De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. 4.2. De kantonrechter stelt vast dat de tweede pagina van de dagvaarding onleesbaar is. Bij conclusie van repliek heeft Airhelp de ontbrekende gegevens aangevuld. Daarmee heeft zij het gebrek in de stelplicht hersteld. De vervoerder is niet in zijn procesbelang geschaad, omdat hij voldoende gelegenheid heeft gehad om bij dupliek en bij akte op de stellingen van Airhelp reageren. Bovendien was het de vervoerder reeds bij conclusie van antwoord duidelijk om welke passagiers en vlucht het ging. 4.3. De vervoerder heeft een beroep op buitengewone omstandigheden gedaan. De kantonrechter overweegt dat wat daar ook van zij, niet is gebleken dat de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft genomen om de vertraging op de eindbestemming te voorkomen dan wel te beperken. Het is vaste rechtspraak dat indien passagiers met een door de vervoerder zelf uitgevoerde alternatieve vlucht de dag na de oorspronkelijk vastgestelde dag aankomen, dit in beginsel geen redelijke maatregel vormt. 4.4. Airhelp heeft (zowel bij dagvaarding als bij conclusie van repliek) gesteld dat de passagiers met meer dan 24 uur vertraging op de eindbestemming zijn aangekomen. De vervoerder heeft niet betwist dat de passagiers een alternatieve vlucht van meer dan 24 uur later aangeboden hebben gekregen. Het is aan de vervoerder om in een dergelijk geval voldoende aannemelijk te maken dat er geen enkele andere mogelijkheid voor een rechtstreekse of indirecte alternatieve vlucht bestond met een door hemzelf of door een andere luchtvaartmaatschappij uitgevoerde vlucht die op een minder laat tijdstip aankwam dan de aangeboden vlucht. Het feit dat Airhelp het vluchtnummer van de alternatieve vlucht niet heeft genoemd, maakt dat niet anders. Het standpunt van Airhelp was immers duidelijk. De enkele stelling van de vervoerder dat hij de passagiers heeft omgeboekt naar de ‘eerst beschikbare vlucht’ is in dit verband onvoldoende. Zodoende heeft de vervoerder naar het oordeel van de kantonrechter niet aannemelijk gemaakt dat de passagiers een redelijk alternatief aangeboden hebben gekregen. 4.5. Het voorgaande betekent dat ook indien op enig moment zou komen vast te staan dat sprake was van een buitengewone omstandigheid, de vervoerder gehouden is de compensatie te betalen in verband met de vertraging op de eindbestemming. De vordering tot betaling van de hoofdsom (en de wettelijke rente daarover) zal worden toegewezen. 4.6. De vervoerder is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De kosten voor de te nemen akte blijven voor rekening van Airhelp, aangezien het aan haarzelf te wijten is dat het nodig was deze extra akte op te stellen. De proceskosten van Airhelp worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 129,14 - griffierecht € 365,00 - salaris gemachtigde € 408,00 (2 punten × € 204,00) - nakosten € 102,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 1.004,14 5. De beslissing De kantonrechter: 5.1. veroordeelt de vervoerder tot betaling aan Airhelp van € 1.750,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 9 september 2022 tot aan de dag der algehele voldoening; 5.2. veroordeelt de vervoerder in de proceskosten van € 1.004,14, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als de vervoerder niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend; 5.3. veroordeelt de vervoerder tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald; 5.4. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter Hierbij gaat de kantonrechter voor de interpretatie van het hiervoor genoemde woord ‘dag’ uit van een tijdruimte en voor de uitleg ervan wordt aangesloten bij de algemeen geaccepteerde uitleg, zijnde een tijdsduur van 24 uur. Hof van Justitie van 11 juni 2020 (C-74/19).