Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-02-05
ECLI:NL:RBNHO:2025:1329
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
3,596 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 10924788 \ CV EXPL 24-990
Uitspraakdatum: 5 februari 2025
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de vennootschap naar het recht harer vestiging
AirHelp Germany GmbH
gevestigd te Berlijn (Duitsland)
eiseres in conventieverweerster in reconventie
hierna te noemen: AirHelp
gemachtigde: mr. D.E. Lof (Lof Legal Services)
tegen
de buitenlandse vennootschap
Finnair OYj
gevestigd te Vantaa (Finland)
gedaagde in conventieeiseres in reconventie
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. T. Teke (Warendorf Advocaten en Notarissen)
De zaak in het kort
AirHelp heeft van de vervoerder (onder meer) compensatie gevraagd voor een geannuleerde vlucht. De kantonrechter oordeelt dat de vervoerder reeds bevrijdend heeft betaald aan AirHelp. De vordering van AirHelp wordt daarom afgewezen.
1Het procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding;
- de conclusie van antwoord, tevens eis in reconventie;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek in conventie, conclusie van repliek in reconventie (voorwaardelijk).
1.2.
Hoewel aan AirHelp gelegenheid is gegeven om te concluderen van dupliek in reconventie heeft zij daarvan geen gebruik gemaakt, waarna vonnis is bepaald.
Feiten
2.1.
[betrokkene] (hierna: de passagier) heeft een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder haar op 8 juni 2022 moest vervoeren van Helsinki-Vantaa Airport (Finland) naar Amsterdam-Schiphol Airport, met vlucht AY1305 (hierna: de vlucht).
2.2.
De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd.
2.3.
AirHelp heeft daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.
2.4.
Op 14 februari 2024 heeft de vervoerder een bedrag van € 400,00 overgemaakt aan AirHelp ten behoeve van de passagier.
Geschil
De vordering in conventie
3.1.
De passagier vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 400,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
3.2.
AirHelp heeft aan haar vordering ten grondslag gelegd de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). AirHelp stelt dat de passagier haar eventuele vordering aan haar heeft overgedragen en dat de vervoerder haar daarom en vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 400,00.
3.3.
De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt ingegaan bij de beoordeling. De vordering in (voorwaardelijke) reconventie
3.4.
De vervoerder vordert in reconventie dat AirHelp, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van € 400,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 14 februari 2024 tot aan de dag van betaling, de proceskosten en de nakosten.
Beoordeling
4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat zij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
De vordering van AirHelp (conventie)
4.2.
De vervoerder betwist dat de passagier haar vordering (geldig) aan AirHelp heeft overgedragen. Hij betwist de echtheid van de handtekening op het door AirHelp overgelegde ‘Assignment Form’ (hierna: het overdrachtsdocument).
4.3.
De kantonrechter overweegt dat het overdrachtsdocument vanwege de betwisting van de handtekening in beginsel geen bewijs kan opleveren, totdat bewezen wordt van wie de handtekening afkomstig is. Omdat AirHelp zich op het overdrachtsdocument beroept, rust de bewijslast van de echtheid van de handtekening op AirHelp.
4.4.
AirHelp stelt dat de handtekening echt is. Dit blijkt volgens AirHelp uit het gegeven dat de handtekening op het overdrachtsdocument nagenoeg identiek is aan de handtekening op het overgelegde paspoort. Bovendien is het overdrachtsdocument ondertekend in de woonplaats van de passagier, hetgeen blijkt uit het IP-adres van de computer waarmee het document is ondertekend, aldus AirHelp. De vervoerder heeft hier onder meer tegenin gebracht dat uit het overgelegde IP-adres niet blijkt dat de passagier überhaupt een handtekening heeft gezet en aan AirHelp heeft verzonden.
4.5.
De kantonrechter oordeelt dat AirHelp door het overleggen van de kopie van het paspoort en de boekingsbevestiging voldoende heeft onderbouwd dat de handtekening afkomstig is van de passagier. Daarmee heeft zij eveneens voldoende onderbouwd dat de passagier de vordering aan haar heeft overgedragen.
4.6.
Vast is komen te staan dat de vervoerder op 14 februari 2024 een bedrag van € 400,00 heeft overgemaakt naar de derdengeldenrekening van het kantoor van de gemachtigde van AirHelp ten behoeve van de passagier, welke betaling door AirHelp in de conclusie van repliek als bevrijdend is aangemerkt. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen moet worden geoordeeld dat de vervoerder op 14 februari 2024 bevrijdend heeft betaald aan AirHelp. De vordering van AirHelp zal daarom worden afgewezen.
4.7.
AirHelp zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal zij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt. De vordering van de vervoerder (in voorwaardelijke reconventie)
4.8.
Gelet op het voorgaande zal de vordering van de vervoerder worden afgewezen.
Dictum
De kantonrechter:
In conventie
5.1.
wijst de vordering af;
5.2.
veroordeelt AirHelp tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 164,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder;
en veroordeelt AirHelp tot betaling van € 41,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt;
5.3.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
In (voorwaardelijke) reconventie
5.4.
wijst de vordering van de vervoerder af.Dit vonnis is gewezen door mr. S. Kleij, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Artikel 7 van de Verordening.
Artikel 159 lid 2 Rv.
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 10924788 \ CV EXPL 24-990
Uitspraakdatum: 5 februari 2025
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de vennootschap naar het recht harer vestiging
AirHelp Germany GmbH
gevestigd te Berlijn (Duitsland)
eiseres in conventieverweerster in reconventie
hierna te noemen: AirHelp
gemachtigde: mr. D.E. Lof (Lof Legal Services)
tegen
de buitenlandse vennootschap
Finnair OYj
gevestigd te Vantaa (Finland)
gedaagde in conventieeiseres in reconventie
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. T. Teke (Warendorf Advocaten en Notarissen)
De zaak in het kort
AirHelp heeft van de vervoerder (onder meer) compensatie gevraagd voor een geannuleerde vlucht. De kantonrechter oordeelt dat de vervoerder reeds bevrijdend heeft betaald aan AirHelp. De vordering van AirHelp wordt daarom afgewezen.
1Het procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding;
- de conclusie van antwoord, tevens eis in reconventie;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek in conventie, conclusie van repliek in reconventie (voorwaardelijk).
1.2.
Hoewel aan AirHelp gelegenheid is gegeven om te concluderen van dupliek in reconventie heeft zij daarvan geen gebruik gemaakt, waarna vonnis is bepaald.
Feiten
2.1.
[betrokkene] (hierna: de passagier) heeft een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder haar op 8 juni 2022 moest vervoeren van Helsinki-Vantaa Airport (Finland) naar Amsterdam-Schiphol Airport, met vlucht AY1305 (hierna: de vlucht).
2.2.
De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd.
2.3.
AirHelp heeft daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.
2.4.
Op 14 februari 2024 heeft de vervoerder een bedrag van € 400,00 overgemaakt aan AirHelp ten behoeve van de passagier.
Geschil
De vordering in conventie
3.1.
De passagier vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 400,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
3.2.
AirHelp heeft aan haar vordering ten grondslag gelegd de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). AirHelp stelt dat de passagier haar eventuele vordering aan haar heeft overgedragen en dat de vervoerder haar daarom en vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 400,00.
3.3.
De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt ingegaan bij de beoordeling. De vordering in (voorwaardelijke) reconventie
3.4.
De vervoerder vordert in reconventie dat AirHelp, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van € 400,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 14 februari 2024 tot aan de dag van betaling, de proceskosten en de nakosten.
Beoordeling
4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat zij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
De vordering van AirHelp (conventie)
4.2.
De vervoerder betwist dat de passagier haar vordering (geldig) aan AirHelp heeft overgedragen. Hij betwist de echtheid van de handtekening op het door AirHelp overgelegde ‘Assignment Form’ (hierna: het overdrachtsdocument).
4.3.
De kantonrechter overweegt dat het overdrachtsdocument vanwege de betwisting van de handtekening in beginsel geen bewijs kan opleveren, totdat bewezen wordt van wie de handtekening afkomstig is. Omdat AirHelp zich op het overdrachtsdocument beroept, rust de bewijslast van de echtheid van de handtekening op AirHelp.
4.4.
AirHelp stelt dat de handtekening echt is. Dit blijkt volgens AirHelp uit het gegeven dat de handtekening op het overdrachtsdocument nagenoeg identiek is aan de handtekening op het overgelegde paspoort. Bovendien is het overdrachtsdocument ondertekend in de woonplaats van de passagier, hetgeen blijkt uit het IP-adres van de computer waarmee het document is ondertekend, aldus AirHelp. De vervoerder heeft hier onder meer tegenin gebracht dat uit het overgelegde IP-adres niet blijkt dat de passagier überhaupt een handtekening heeft gezet en aan AirHelp heeft verzonden.
4.5.
De kantonrechter oordeelt dat AirHelp door het overleggen van de kopie van het paspoort en de boekingsbevestiging voldoende heeft onderbouwd dat de handtekening afkomstig is van de passagier. Daarmee heeft zij eveneens voldoende onderbouwd dat de passagier de vordering aan haar heeft overgedragen.
4.6.
Vast is komen te staan dat de vervoerder op 14 februari 2024 een bedrag van € 400,00 heeft overgemaakt naar de derdengeldenrekening van het kantoor van de gemachtigde van AirHelp ten behoeve van de passagier, welke betaling door AirHelp in de conclusie van repliek als bevrijdend is aangemerkt. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen moet worden geoordeeld dat de vervoerder op 14 februari 2024 bevrijdend heeft betaald aan AirHelp. De vordering van AirHelp zal daarom worden afgewezen.
4.7.
AirHelp zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal zij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt. De vordering van de vervoerder (in voorwaardelijke reconventie)
4.8.
Gelet op het voorgaande zal de vordering van de vervoerder worden afgewezen.
Dictum
De kantonrechter:
In conventie
5.1.
wijst de vordering af;
5.2.
veroordeelt AirHelp tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 164,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder;
en veroordeelt AirHelp tot betaling van € 41,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt;
5.3.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
In (voorwaardelijke) reconventie
5.4.
wijst de vordering van de vervoerder af.Dit vonnis is gewezen door mr. S. Kleij, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Artikel 7 van de Verordening.
Artikel 159 lid 2 Rv.