Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-10-30
ECLI:NL:RBNHO:2025:12615
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - meervoudig
1,992 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBNHO:2025:12615 text/xml public 2026-02-13T10:48:37 2025-10-30 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2025-10-30 C/15/360172 / FA RK 24-6384 Uitspraak Eerste aanleg - meervoudig NL Alkmaar Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:12615 text/html public 2026-02-13T10:48:06 2026-02-13 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2025:12615 Rechtbank Noord-Holland , 30-10-2025 / C/15/360172 / FA RK 24-6384 Na uitspreken echtscheiding, maar voor inschrijving van de echtscheiding in de registers van de burgerlijke stand, is de man overleden. Nu er geen sprake is of kan zijn van een echtscheiding, kan de rechtbank ook geen nevenvoorzieningen treffen. Partijen worden niet-ontvankelijk verklaard in hun verzoeken. RECHTBANK NOORD-HOLLAND Familie en Jeugd locatie Alkmaar zaaknummers / rekestnummers: C/15/360172 / FA RK 24-6384 en C/15/363852 / FA RK 25-1744 Beschikking d.d. 30 oktober 2025 betreffende de (nevenvoorzieningen bij) echtscheiding in de zaak van: [de man] , overleden op [overlijdensdatum] in de gemeente [gemeente] , hierna te noemen de man, advocaat mr. E.F. Wolters, gevestigd te Alkmaar, tegen [de vrouw] , wonende te [plaats] , gemeente [gemeente] , hierna te noemen de vrouw, advocaat mr. M.J. van Lingen, gevestigd te Alkmaar. 1 De verdere procedure 1.1. In deze zaak heeft de rechtbank eerder een beschikking gegeven op 2 juli 2025. De rechtbank heeft in deze beschikking de echtscheiding tussen partijen uitgesproken en de beslissing op de overige verzoeken aangehouden tot een nader te bepalen mondelinge behandeling. 1.2. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 30 september 2025. Bij die gelegenheid zijn verschenen mr. E.F. Wolters en de vrouw, bijgestaan door mr. M.J. van Lingen. 2 De verdere beoordeling 2.1. Partijen hebben beiden verzocht de echtscheiding tussen hen uit te spreken. De rechtbank heeft op verzoek van de man, vanwege zijn ziekte met nog een beperkte levensverwachting, deze beslissing op voorhand gegeven en de beslissing op de verzochte nevenvoorzieningen aangehouden. De rechtbank verwijst naar en neemt over hetgeen is opgenomen in haar beschikking van 2 juli 2025. 2.2. De man is op [overlijdensdatum] overleden. Op dat moment was de echtscheiding tussen partijen nog niet ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. Het huwelijk van partijen is daardoor geëindigd door het overlijden van de man. 2.3. Nu de echtscheiding niet tot stand is gekomen en dit ook niet meer mogelijk is, kunnen er naar het oordeel van de rechtbank ook geen nevenvoorzieningen als bedoeld in artikel 827 lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering worden getroffen. De rechtbank zal partijen om die reden niet-ontvankelijk verklaren in hun resterende verzoeken. 2.4. Ten overvloede merkt de rechtbank nog het volgende op. De vrouw heeft zich ter zitting bereid verklaard om met de erven van de man in overleg te treden over een minnelijke afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden. De rechtbank hoopt dat de erven van de man hiertoe ook bereid zijn. 3 De beslissing De rechtbank: 3.1. verklaart partijen niet-ontvankelijk in hun verzoeken. Deze beschikking is gegeven door mr. S.I.A.C. Angenent-Bakker, voorzitter, mr. W.P. van der Haak en mr. R.M. van Diepen, rechters, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier T. Jelierse op 30 oktober 2025. Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden en overeenkomstig artikel 820 lid 2 Rv openlijk bekend is gemaakt.
Volledig
ECLI:NL:RBNHO:2025:12615 text/xml public 2026-03-31T10:01:23 2025-10-30 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2025-10-30 C/15/360172 / FA RK 24-6384 Uitspraak Eerste aanleg - meervoudig NL Alkmaar Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl EB 2026/35 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:12615 text/html public 2026-02-13T10:48:06 2026-02-13 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2025:12615 Rechtbank Noord-Holland , 30-10-2025 / C/15/360172 / FA RK 24-6384 Na uitspreken echtscheiding, maar voor inschrijving van de echtscheiding in de registers van de burgerlijke stand, is de man overleden. Nu er geen sprake is of kan zijn van een echtscheiding, kan de rechtbank ook geen nevenvoorzieningen treffen. Partijen worden niet-ontvankelijk verklaard in hun verzoeken. RECHTBANK NOORD-HOLLAND Familie en Jeugd locatie Alkmaar zaaknummers / rekestnummers: C/15/360172 / FA RK 24-6384 en C/15/363852 / FA RK 25-1744 Beschikking d.d. 30 oktober 2025 betreffende de (nevenvoorzieningen bij) echtscheiding in de zaak van: [de man] , overleden op [overlijdensdatum] in de gemeente [gemeente] , hierna te noemen de man, advocaat mr. E.F. Wolters, gevestigd te Alkmaar, tegen [de vrouw] , wonende te [plaats] , gemeente [gemeente] , hierna te noemen de vrouw, advocaat mr. M.J. van Lingen, gevestigd te Alkmaar. 1 De verdere procedure 1.1. In deze zaak heeft de rechtbank eerder een beschikking gegeven op 2 juli 2025. De rechtbank heeft in deze beschikking de echtscheiding tussen partijen uitgesproken en de beslissing op de overige verzoeken aangehouden tot een nader te bepalen mondelinge behandeling. 1.2. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 30 september 2025. Bij die gelegenheid zijn verschenen mr. E.F. Wolters en de vrouw, bijgestaan door mr. M.J. van Lingen. 2 De verdere beoordeling 2.1. Partijen hebben beiden verzocht de echtscheiding tussen hen uit te spreken. De rechtbank heeft op verzoek van de man, vanwege zijn ziekte met nog een beperkte levensverwachting, deze beslissing op voorhand gegeven en de beslissing op de verzochte nevenvoorzieningen aangehouden. De rechtbank verwijst naar en neemt over hetgeen is opgenomen in haar beschikking van 2 juli 2025. 2.2. De man is op [overlijdensdatum] overleden. Op dat moment was de echtscheiding tussen partijen nog niet ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. Het huwelijk van partijen is daardoor geëindigd door het overlijden van de man. 2.3. Nu de echtscheiding niet tot stand is gekomen en dit ook niet meer mogelijk is, kunnen er naar het oordeel van de rechtbank ook geen nevenvoorzieningen als bedoeld in artikel 827 lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering worden getroffen. De rechtbank zal partijen om die reden niet-ontvankelijk verklaren in hun resterende verzoeken. 2.4. Ten overvloede merkt de rechtbank nog het volgende op. De vrouw heeft zich ter zitting bereid verklaard om met de erven van de man in overleg te treden over een minnelijke afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden. De rechtbank hoopt dat de erven van de man hiertoe ook bereid zijn. 3 De beslissing De rechtbank: 3.1. verklaart partijen niet-ontvankelijk in hun verzoeken. Deze beschikking is gegeven door mr. S.I.A.C. Angenent-Bakker, voorzitter, mr. W.P. van der Haak en mr. R.M. van Diepen, rechters, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier T. Jelierse op 30 oktober 2025. Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden en overeenkomstig artikel 820 lid 2 Rv openlijk bekend is gemaakt.