Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-01-16
ECLI:NL:RBNHO:2025:12326
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
7,104 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Haarlem
Zaaknummer: C/15/359665 / JU RK 24-1806
Datum uitspraak: 16 januari 2025
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
De gecertificeerde instelling de William Schrikker Stichting, Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen: de GI,
over
[de minderjarige]
, geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de moeder]
,
hierna te noemen: de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
De kinderrechter merkt als informant aan:
[de vader]
, hierna te noemen: de vader.
1Het verloop van de procedure
1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 4 december 2024.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 16 januari 2025. Daarbij waren aanwezig:
- de GI, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de GI] .
1.3.
De vader en de moeder zijn, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen.
1.4.
De kinderrechter heeft [de minderjarige] naar haar mening gevraagd. [de minderjarige] heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt.
Feiten
2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .
2.2.
[de minderjarige] verblijft bij [een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] ( [een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] ) in [plaats] .
2.3.
Bij beschikking van 24 oktober 2023 is [de minderjarige] met spoed voorlopig onder toezicht gesteld voor drie maanden. Die spoedbeschikking is bij beschikking van 2 november 2023 bekrachtigd. Bij beschikking van 22 januari 2024 is [de minderjarige] onder toezicht gesteld tot 22 januari 2025.
2.4.
Bij beschikking van 24 oktober 2023 is ook een spoedmachtiging verleend om [de minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie van een jeugdhulpaanbieder voor vier weken. Bij beschikking van 2 november 2023 is een machtiging tot uithuisplaatsing in een gesloten accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verleend die daarna steeds is verlengd en is geëindigd op 22 juli 2024.
2.5.
Bij beschikking van 1 augustus 2024 is opnieuw een spoedmachtiging verleend om [de minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen, nu in een accommodatie jeugdhulpaanbieder voor vier weken.
2.6.
Bij beschikking van 13 augustus 2024 heeft de kinderrechter in deze rechtbank machtiging verleend om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 29 oktober 2024. De behandeling van dit verzoek om aansluitend aan de spoedbeschikking een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie jeugdhulpaanbieder tot 22 januari 2025 te verlenen is voor het overige aangehouden. De reden hiervoor is dat [de minderjarige] op het moment van de zitting spoorloos was.
2.7.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft vervolgens bij beschikking van 1 oktober 2024 machtiging verlengd [de minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 22 januari 2025.
3Het verzoek
3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] te verlengen tot [datum] . Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen tot [datum] . De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. De GI motiveert het verzoek als volgt. [de minderjarige] verblijft bij [een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] in [plaats] en kan daar, indien gewenst, ook na haar 18e verjaardag blijven. Het verloop op de groep gaat wisselend. Er zijn momenten geweest dat [de minderjarige] veel aanwezig was op de groep en in gesprek ging met de groepsleiding en gemotiveerd was. Echter, de afgelopen tijd zijn er meer momenten dat [de minderjarige] haar eigen plan trekt, niet op de groep is en afspraken niet nakomt. Gelet hierop wordt onderzocht of [de minderjarige] mogelijk meer zorg en begeleiding nodig heeft dan [een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] kan bieden. Verder is de schoolgang van [de minderjarige] wisselend geweest. Het lukt [de minderjarige] , mede door de afstand, niet om dagelijks naar school te gaan. Ook zijn er zorgen om het sociale netwerk van [de minderjarige] . Zij is de afgelopen maanden regelmatig in aanraking gekomen met de politie en er bestaan vermoedens dat [de minderjarige] door haar (ex-)vriend en zijn vrienden wordt ingezet om te stelen. [de minderjarige] doet dit samen met een vriendin die zij niet in de steek wil laten. De politie maakt zich hierom zorgen om de kwetsbaarheid van [de minderjarige] . Ze geeft zelf ook aan dat zij weet dat het gedrag fout is, maar het lukt haar niet om eruit te komen. Dit komt overeen met de resultaten van het diagnostische onderzoek waaruit blijkt dat [de minderjarige] moeite heeft om oorzaak en gevolg te overzien, wat leidt tot impulsief gedrag. Sociaal-emotioneel functioneert [de minderjarige] 95% lager dan gemiddeld, wat wijst op een aanzienlijke achterstand. Personen in [de minderjarige] ’s situatie ontkennen vaak hun emoties en accepteren gedragsregels enkel zolang deze hun vrijheid niet belemmeren. Relaties voor [de minderjarige] lijken vooral instrumenteel en functioneel van aard te zijn. Verder heeft [de minderjarige] al op veel plekken gewoond in haar leven waardoor zij niet meer wil verhuizen. Bovendien is een terugplaatsing bij de moeder niet mogelijk omdat zij niet de juiste zorg en begeleiding kan bieden. Gelet op het voorgaande is de GI dan ook van mening dat de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing verlengd dienen te worden.
3.2.
De GI heeft hier ter zitting aan toegevoegd dat [de minderjarige] een omslag heeft gemaakt Nu er geen vriendinnen of jongens in beeld zijn stelt [de minderjarige] zich begeleidbaar op. Als [de minderjarige] geen sociale contacten heeft die aan haar trekken valt zij terug op de hulpverlening en wil zij aan haar doelen werken. Zijn die contacten er wel, dan valt [de minderjarige] terug in risicovol gedrag. Zo is [de minderjarige] in december nog samen met een vriendin onder invloed gevonden bij een meerderjarige man thuis. Er zijn in het najaar van 2024 ook politiecontacten geweest en de schoolgang loopt nog niet goed. Er is twijfel of [een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] aansluit op wat [de minderjarige] nodig heeft. [de minderjarige] heeft het nodig dat ze bij de hand wordt genomen, maar bij [een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] wordt zij aan haar lot overgelaten en onvoldoende begeleid. De GI is daarom met de gemeente [gemeente] in gesprek om een nieuwe, passende plek voor [de minderjarige] te vinden. Er is een mogelijkheid dat [de minderjarige] geplaatst kan worden op de nieuwe groep van het Leger des Heils, maar hiervoor is toestemming van deze groep nodig. Als dit niet lukt, moet verder gekeken worden, ook naar verlengde jeugdhulp. De moeder heeft positieve stappen gezet. De moeder is met [de minderjarige] in gesprek en [de minderjarige] is elk weekend bij de moeder. Daarnaast is de moeder ervaringsdeskundige en probeert zij [de minderjarige] in contact te brengen met vrouwen die in de prostitutie waren beland om [de minderjarige] daarvoor te behoeden. De moeder werkt ook aan haar eigen problematiek. De moeder kan echter nog niet de volledige zorg voor [de minderjarige] op zich nemen. [de minderjarige] heeft vanwege haar beïnvloedbaar nog te veel begeleiding nodig en de moeder durft dit nog niet aan. Bewindvoering en begeleiding zullen nodig zijn na de 18e verjaardag van [de minderjarige] .
4De standpunten
De GI heeft namens de moeder ter zitting naar voren gebracht dat de moeder het eens is met de verzoeken.
Beoordeling
Ondertoezichtstelling
5.1.
Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting blijkt dat [de minderjarige] zodanig opgroeit dat zij in haar ontwikkeling ernstig wordt bedreigd. De concrete ontwikkelingsbedreigingen bestaan uit het risicovolle en zelfbepalende gedrag dat [de minderjarige] al lange tijd laat zien. Weliswaar is enige prille verbetering zichtbaar in het gedrag van [de minderjarige] en in de relatie tussen de moeder en [de minderjarige] maar de moeder kan de zorg voor [de minderjarige] nog niet volledig aan. [de minderjarige] blijft beïnvloedbaar en is daarom wisselend begeleidbaar. Ook in de afgelopen maanden liet zij risicovol gedrag zien zoals onder invloed zijn, weglopen en contact hebben met (meerderjarige) mannen. [de minderjarige] is op deze momenten niet in staat om de gevolgen van haar gedrag te overzien. De zorgen spelen al langere tijd en zijn nog onvoldoende weggenomen. [de minderjarige] heeft daarom nog steeds veel begeleiding nodig en de moeder kan deze begeleiding nog niet voldoende bieden. Ook loopt de schoolgang van [de minderjarige] nog niet goed. Het is daarom noodzakelijk dat de GI betrokken blijft.
5.2.
Tevens blijkt dat de zorg die in verband met het wegnemen van de bedreiging noodzakelijk is in dit geval ook nu niet of onvoldoende wordt geaccepteerd, omdat de moeder weliswaar openstaat voor hulp en erg haar best doet, maar er niet in is geslaagd om de situatie rondom [de minderjarige] onder controle te krijgen en te houden.
5.3.
Alhoewel het niet meer de verwachting is dat de moeder die het gezag uitoefent in staat is de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding te dragen voordat [de minderjarige] meerderjarig wordt, is het, gezien het voorgaande, in het belang van [de minderjarige] noodzakelijk dat de ondertoezichtstelling wordt verlengd tot [de minderjarige] meerderjarig is.
5.4.
Uit het voorgaande volgt dat nog steeds is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek. Het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling zal daarom worden toegewezen, zoals hierna bepaald.
5.5.
Gelet op de aanwezige problematiek en de gestelde doelen zal de kinderrechter de duur van de ondertoezichtstelling verlengen tot [datum] .
Uithuisplaatsing
5.6.
Uit het voorgaande blijkt dat het nog niet mogelijk is dat [de minderjarige] weer bij de moeder gaat wonen vanwege de intensieve begeleiding die zij nodig heeft. De moeder kan die begeleiding, ondanks haar inzet en de stappen die zij heeft gezet, onvoldoende bieden. [de minderjarige] ’s plek bij [een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] of een soortgelijke andere passende plek moet dus worden gewaarborgd. In dit verband heeft de GI gewezen op signalen dat [een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] wellicht niet in staat is om [de minderjarige] de juiste begeleiding te bieden waardoor er twijfels zijn of dit de juiste plek is. Voor nu acht de kinderrechter het gelet op het voorgaande in het belang van [de minderjarige] noodzakelijk dat zij bij [een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] blijft, totdat de GI een andere, passende plek heeft gevonden.
5.7.
Uit het voorgaande volgt dat de uithuisplaatsing van [de minderjarige] tot haar meerderjarigheid noodzakelijk is in het belang van haar verzorging en opvoeding (artikel 1:265b, eerste lid, Burgerlijk Wetboek).
Dictum
De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] tot [datum] ;
6.2.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot [datum] ;
6.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 16 januari 2025 door mr. J.C.M. Swinkels, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. R. Moes als griffier, en op schrift gesteld op 4 februari 2025.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Amsterdam.
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Haarlem
Zaaknummer: C/15/359665 / JU RK 24-1806
Datum uitspraak: 16 januari 2025
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
De gecertificeerde instelling de William Schrikker Stichting, Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen: de GI,
over
[de minderjarige]
, geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de moeder]
,
hierna te noemen: de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
De kinderrechter merkt als informant aan:
[de vader]
, hierna te noemen: de vader.
1Het verloop van de procedure
1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 4 december 2024.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 16 januari 2025. Daarbij waren aanwezig:
- de GI, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de GI] .
1.3.
De vader en de moeder zijn, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen.
1.4.
De kinderrechter heeft [de minderjarige] naar haar mening gevraagd. [de minderjarige] heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt.
Feiten
2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .
2.2.
[de minderjarige] verblijft bij [een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] ( [een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] ) in [plaats] .
2.3.
Bij beschikking van 24 oktober 2023 is [de minderjarige] met spoed voorlopig onder toezicht gesteld voor drie maanden. Die spoedbeschikking is bij beschikking van 2 november 2023 bekrachtigd. Bij beschikking van 22 januari 2024 is [de minderjarige] onder toezicht gesteld tot 22 januari 2025.
2.4.
Bij beschikking van 24 oktober 2023 is ook een spoedmachtiging verleend om [de minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie van een jeugdhulpaanbieder voor vier weken. Bij beschikking van 2 november 2023 is een machtiging tot uithuisplaatsing in een gesloten accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verleend die daarna steeds is verlengd en is geëindigd op 22 juli 2024.
2.5.
Bij beschikking van 1 augustus 2024 is opnieuw een spoedmachtiging verleend om [de minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen, nu in een accommodatie jeugdhulpaanbieder voor vier weken.
2.6.
Bij beschikking van 13 augustus 2024 heeft de kinderrechter in deze rechtbank machtiging verleend om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 29 oktober 2024. De behandeling van dit verzoek om aansluitend aan de spoedbeschikking een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie jeugdhulpaanbieder tot 22 januari 2025 te verlenen is voor het overige aangehouden. De reden hiervoor is dat [de minderjarige] op het moment van de zitting spoorloos was.
2.7.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft vervolgens bij beschikking van 1 oktober 2024 machtiging verlengd [de minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 22 januari 2025.
3Het verzoek
3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] te verlengen tot [datum] . Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen tot [datum] . De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. De GI motiveert het verzoek als volgt. [de minderjarige] verblijft bij [een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] in [plaats] en kan daar, indien gewenst, ook na haar 18e verjaardag blijven. Het verloop op de groep gaat wisselend. Er zijn momenten geweest dat [de minderjarige] veel aanwezig was op de groep en in gesprek ging met de groepsleiding en gemotiveerd was. Echter, de afgelopen tijd zijn er meer momenten dat [de minderjarige] haar eigen plan trekt, niet op de groep is en afspraken niet nakomt. Gelet hierop wordt onderzocht of [de minderjarige] mogelijk meer zorg en begeleiding nodig heeft dan [een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] kan bieden. Verder is de schoolgang van [de minderjarige] wisselend geweest. Het lukt [de minderjarige] , mede door de afstand, niet om dagelijks naar school te gaan. Ook zijn er zorgen om het sociale netwerk van [de minderjarige] . Zij is de afgelopen maanden regelmatig in aanraking gekomen met de politie en er bestaan vermoedens dat [de minderjarige] door haar (ex-)vriend en zijn vrienden wordt ingezet om te stelen. [de minderjarige] doet dit samen met een vriendin die zij niet in de steek wil laten. De politie maakt zich hierom zorgen om de kwetsbaarheid van [de minderjarige] . Ze geeft zelf ook aan dat zij weet dat het gedrag fout is, maar het lukt haar niet om eruit te komen. Dit komt overeen met de resultaten van het diagnostische onderzoek waaruit blijkt dat [de minderjarige] moeite heeft om oorzaak en gevolg te overzien, wat leidt tot impulsief gedrag. Sociaal-emotioneel functioneert [de minderjarige] 95% lager dan gemiddeld, wat wijst op een aanzienlijke achterstand. Personen in [de minderjarige] ’s situatie ontkennen vaak hun emoties en accepteren gedragsregels enkel zolang deze hun vrijheid niet belemmeren. Relaties voor [de minderjarige] lijken vooral instrumenteel en functioneel van aard te zijn. Verder heeft [de minderjarige] al op veel plekken gewoond in haar leven waardoor zij niet meer wil verhuizen. Bovendien is een terugplaatsing bij de moeder niet mogelijk omdat zij niet de juiste zorg en begeleiding kan bieden. Gelet op het voorgaande is de GI dan ook van mening dat de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing verlengd dienen te worden.
3.2.
De GI heeft hier ter zitting aan toegevoegd dat [de minderjarige] een omslag heeft gemaakt Nu er geen vriendinnen of jongens in beeld zijn stelt [de minderjarige] zich begeleidbaar op. Als [de minderjarige] geen sociale contacten heeft die aan haar trekken valt zij terug op de hulpverlening en wil zij aan haar doelen werken. Zijn die contacten er wel, dan valt [de minderjarige] terug in risicovol gedrag. Zo is [de minderjarige] in december nog samen met een vriendin onder invloed gevonden bij een meerderjarige man thuis. Er zijn in het najaar van 2024 ook politiecontacten geweest en de schoolgang loopt nog niet goed. Er is twijfel of [een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] aansluit op wat [de minderjarige] nodig heeft. [de minderjarige] heeft het nodig dat ze bij de hand wordt genomen, maar bij [een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] wordt zij aan haar lot overgelaten en onvoldoende begeleid. De GI is daarom met de gemeente [gemeente] in gesprek om een nieuwe, passende plek voor [de minderjarige] te vinden. Er is een mogelijkheid dat [de minderjarige] geplaatst kan worden op de nieuwe groep van het Leger des Heils, maar hiervoor is toestemming van deze groep nodig. Als dit niet lukt, moet verder gekeken worden, ook naar verlengde jeugdhulp. De moeder heeft positieve stappen gezet. De moeder is met [de minderjarige] in gesprek en [de minderjarige] is elk weekend bij de moeder. Daarnaast is de moeder ervaringsdeskundige en probeert zij [de minderjarige] in contact te brengen met vrouwen die in de prostitutie waren beland om [de minderjarige] daarvoor te behoeden. De moeder werkt ook aan haar eigen problematiek. De moeder kan echter nog niet de volledige zorg voor [de minderjarige] op zich nemen. [de minderjarige] heeft vanwege haar beïnvloedbaar nog te veel begeleiding nodig en de moeder durft dit nog niet aan. Bewindvoering en begeleiding zullen nodig zijn na de 18e verjaardag van [de minderjarige] .
4De standpunten
De GI heeft namens de moeder ter zitting naar voren gebracht dat de moeder het eens is met de verzoeken.
Beoordeling
Ondertoezichtstelling
5.1.
Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting blijkt dat [de minderjarige] zodanig opgroeit dat zij in haar ontwikkeling ernstig wordt bedreigd. De concrete ontwikkelingsbedreigingen bestaan uit het risicovolle en zelfbepalende gedrag dat [de minderjarige] al lange tijd laat zien. Weliswaar is enige prille verbetering zichtbaar in het gedrag van [de minderjarige] en in de relatie tussen de moeder en [de minderjarige] maar de moeder kan de zorg voor [de minderjarige] nog niet volledig aan. [de minderjarige] blijft beïnvloedbaar en is daarom wisselend begeleidbaar. Ook in de afgelopen maanden liet zij risicovol gedrag zien zoals onder invloed zijn, weglopen en contact hebben met (meerderjarige) mannen. [de minderjarige] is op deze momenten niet in staat om de gevolgen van haar gedrag te overzien. De zorgen spelen al langere tijd en zijn nog onvoldoende weggenomen. [de minderjarige] heeft daarom nog steeds veel begeleiding nodig en de moeder kan deze begeleiding nog niet voldoende bieden. Ook loopt de schoolgang van [de minderjarige] nog niet goed. Het is daarom noodzakelijk dat de GI betrokken blijft.
5.2.
Tevens blijkt dat de zorg die in verband met het wegnemen van de bedreiging noodzakelijk is in dit geval ook nu niet of onvoldoende wordt geaccepteerd, omdat de moeder weliswaar openstaat voor hulp en erg haar best doet, maar er niet in is geslaagd om de situatie rondom [de minderjarige] onder controle te krijgen en te houden.
5.3.
Alhoewel het niet meer de verwachting is dat de moeder die het gezag uitoefent in staat is de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding te dragen voordat [de minderjarige] meerderjarig wordt, is het, gezien het voorgaande, in het belang van [de minderjarige] noodzakelijk dat de ondertoezichtstelling wordt verlengd tot [de minderjarige] meerderjarig is.
5.4.
Uit het voorgaande volgt dat nog steeds is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek. Het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling zal daarom worden toegewezen, zoals hierna bepaald.
5.5.
Gelet op de aanwezige problematiek en de gestelde doelen zal de kinderrechter de duur van de ondertoezichtstelling verlengen tot [datum] .
Uithuisplaatsing
5.6.
Uit het voorgaande blijkt dat het nog niet mogelijk is dat [de minderjarige] weer bij de moeder gaat wonen vanwege de intensieve begeleiding die zij nodig heeft. De moeder kan die begeleiding, ondanks haar inzet en de stappen die zij heeft gezet, onvoldoende bieden. [de minderjarige] ’s plek bij [een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] of een soortgelijke andere passende plek moet dus worden gewaarborgd. In dit verband heeft de GI gewezen op signalen dat [een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] wellicht niet in staat is om [de minderjarige] de juiste begeleiding te bieden waardoor er twijfels zijn of dit de juiste plek is. Voor nu acht de kinderrechter het gelet op het voorgaande in het belang van [de minderjarige] noodzakelijk dat zij bij [een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] blijft, totdat de GI een andere, passende plek heeft gevonden.
5.7.
Uit het voorgaande volgt dat de uithuisplaatsing van [de minderjarige] tot haar meerderjarigheid noodzakelijk is in het belang van haar verzorging en opvoeding (artikel 1:265b, eerste lid, Burgerlijk Wetboek).
Dictum
De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] tot [datum] ;
6.2.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot [datum] ;
6.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 16 januari 2025 door mr. J.C.M. Swinkels, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. R. Moes als griffier, en op schrift gesteld op 4 februari 2025.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Amsterdam.