Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-01-22
ECLI:NL:RBNHO:2025:12024
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,858 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 11273451 \ WM VERZ 24-1246
CJIB-nummer : ['nummer']
Uitspraakdatum : 22 januari 2025
Uitspraak op een beroep tegen een boete op grond van de Wet administratief-
rechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [betrokkene]
woonplaats : [betrokkene]
(hierna te noemen: betrokkene).
De verkeersboete en het beroep
Aan betrokkene is een boete opgelegd voor een verkeersovertreding. Betrokkene heeft beroep ingesteld tegen de boete. Het beroep is behandeld op de zitting van 22 januari 2025. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is niet verschenen. Er is op de zitting uitspraak gedaan.
Beoordeling
In de toelichting van het zaakoverzicht heeft de verbalisant onder andere het volgende verklaard: “Ik zag dat de bestuurder tijdens het rijden een mobiele telefoon met de linkerhand vasthield. Ik zag namelijk dat ik zag dat betrokkene een witte mobiele telefoon aan zijn linkeroor hield. Ik zag dat betrokkene mijn richting opkeek. Ik zag dat betrokkene zijn telefoon tegen zijn linkeroor aan bleef houden.. Bij de staandehouding zag ik dat het een mobiele telefoon betrof die ik herkende als het apparaat dat de bestuurder rijdend heeft vastgehouden.
(…)Reden staandehouding: mobiele telefoon vasthouden tijdens het besturen van een bakfiets. Betrokkene kon geen geldig identiteitsbewijs overhandigen. Aan de hand van een controlevraag wanneer zijn zoon is geboren heb ik zijn identiteit kunnen vaststellen.
Verklaring betrokkene: Mijn vrouw gaf het boodschappenlijstje door.”
De kantonrechter ziet in de wijze waarop de verbalisant de identiteit van de bestuurder heeft vastgesteld geen aanleiding om eraan te twijfelen dat de betrokkene degene is geweest die is staande gehouden. De enkele niet onderbouwde stelling dat betrokkene het niet was, en dat hij een foto van het legitimatiebewijs wil is daarvoor onvoldoende. De verbalisant is niet verplicht om de identiteit van de bestuurder vast te stellen aan de hand van een identiteitsbewijs, maar kan deze ook op andere wijze vaststellen. Dat is in dit geval gebeurd. Daarmee staat vast dat betrokkene degene is geweest die is staande gehouden en is de gedraging komen vast te staan. Het beroep wordt ongegrond verklaard. De kantonrechter ziet ook geen reden om de boete te matigen.
De uitspraak
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I.H. Lips, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 Wahv hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending:
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 11273451 \ WM VERZ 24-1246
CJIB-nummer : ['nummer']
Uitspraakdatum : 22 januari 2025
Uitspraak op een beroep tegen een boete op grond van de Wet administratief-
rechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [betrokkene]
woonplaats : [betrokkene]
(hierna te noemen: betrokkene).
De verkeersboete en het beroep
Aan betrokkene is een boete opgelegd voor een verkeersovertreding. Betrokkene heeft beroep ingesteld tegen de boete. Het beroep is behandeld op de zitting van 22 januari 2025. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is niet verschenen. Er is op de zitting uitspraak gedaan.
Beoordeling
In de toelichting van het zaakoverzicht heeft de verbalisant onder andere het volgende verklaard: “Ik zag dat de bestuurder tijdens het rijden een mobiele telefoon met de linkerhand vasthield. Ik zag namelijk dat ik zag dat betrokkene een witte mobiele telefoon aan zijn linkeroor hield. Ik zag dat betrokkene mijn richting opkeek. Ik zag dat betrokkene zijn telefoon tegen zijn linkeroor aan bleef houden.. Bij de staandehouding zag ik dat het een mobiele telefoon betrof die ik herkende als het apparaat dat de bestuurder rijdend heeft vastgehouden.
(…)Reden staandehouding: mobiele telefoon vasthouden tijdens het besturen van een bakfiets. Betrokkene kon geen geldig identiteitsbewijs overhandigen. Aan de hand van een controlevraag wanneer zijn zoon is geboren heb ik zijn identiteit kunnen vaststellen.
Verklaring betrokkene: Mijn vrouw gaf het boodschappenlijstje door.”
De kantonrechter ziet in de wijze waarop de verbalisant de identiteit van de bestuurder heeft vastgesteld geen aanleiding om eraan te twijfelen dat de betrokkene degene is geweest die is staande gehouden. De enkele niet onderbouwde stelling dat betrokkene het niet was, en dat hij een foto van het legitimatiebewijs wil is daarvoor onvoldoende. De verbalisant is niet verplicht om de identiteit van de bestuurder vast te stellen aan de hand van een identiteitsbewijs, maar kan deze ook op andere wijze vaststellen. Dat is in dit geval gebeurd. Daarmee staat vast dat betrokkene degene is geweest die is staande gehouden en is de gedraging komen vast te staan. Het beroep wordt ongegrond verklaard. De kantonrechter ziet ook geen reden om de boete te matigen.
De uitspraak
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I.H. Lips, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 Wahv hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: