Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-01-17
ECLI:NL:RBNHO:2025:11576
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,018 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 11273378 \ WM VERZ 24-1229
CJIB-nummer : ['nummer']
Uitspraakdatum : 17 januari 2025
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [betrokkene]
woonplaats : [betrokkene]
(hierna te noemen: betrokkene).
Het verloop van de procedure
Aan betrokkene is een boete opgelegd voor een verkeersovertreding (parkeerboete). Betrokkene heeft beroep ingesteld tegen de boete. Het beroep is behandeld op de zitting van 17 januari 2025. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is ook verschenen. Er is op de zitting uitspraak gedaan.
Overwegingen
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift en op de zitting de gronden daarvoor aangevoerd. Betrokkene voert aan dat zij als bewoner een parkeervergunning heeft en daarom ook een parkeerapp voor bezoekers binnen het vergunningsgebied. Deze bezoekersvergunning gebruikt betrokkene onder andere voor haar eigen auto indien ze deze tijdelijk in het vergunningsgebied parkeert. De auto is in onderhavig geval enkele minuten nadat de boete is opgelegd, aangemeld op deze app. Betrokkene stelt dat zij voldoet aan de tijd die de gemeente stelt aan het aanmelden van de bezoekersapp omdat dit binnen 10 minuten was.
De vertegenwoordiger van de officier van justitie legt op de zitting een aanvullende verklaring over waaruit blijkt dat pleeglocatie zich in de gemeente Hoorn bevindt in plaats van in de gemeente Heerde, zoals staat vermeld op de beschikking. De kantonrechter oordeelt dat er sprake is van een kennelijke verschrijving en wijzigt de gemeente van de pleeglocatie in Hoorn.
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft zich op de zitting – naar aanleiding van het verweer van betrokkene – op het standpunt gesteld dat de boete gematigd dient te worden naar nihil. De kantonrechter volgt de vertegenwoordiger van de officier van justitie. De gedraging is wel verricht, maar gelet op de aangetoonde omstandigheid dat de bezoekersvergunning na 7 minuten is geactiveerd en de duur van 7 minuten binnen de redelijke wachttijd valt, zal de boete worden gematigd tot nihil.
Het beroep is gelet op de matiging naar nihil gegrond.
De uitspraak
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing;
‒ verklaart het beroep tegen de beschikking waarbij de boete is opgelegd gegrond en wijzigt die beschikking, in die zin dat de boete wordt gematigd tot nihil;
‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. F.J. Lourens, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: